Thematische studies

2016

Kleuren of krimpen. Bevolking op actieve leeftijd: lokale evolutie 2005-2025

Deze studie onderzoekt voor de gemeenten in de provincie Antwerpen de evolutie van de bevolking op actieve leeftijd met opsplitsing naar ‘origine’.

Zij omschrijft ‘vreemde origine’ ruimer dan ‘vreemde nationaliteit’ en gaat hiervoor – in overeenstemming met het integratiedecreet – terug tot de geboortenationaliteit van de ouder(s). De studie richt zich op het onderscheid tussen ‘Belgische of Nederlandse origine’ en ‘andere origine’.

Centraal in deze studie staat de vraag: in welke mate is het behoud van de bevolking op actieve leeftijd afhankelijk van een toename van de bevolking met ‘andere origine’. De studie sluit af met de vraag of beleid (ook op lokaal niveau) invloed kan uitoefenen op de demografische evolutie.

Types van gemeenten: inkomens, woningprijzen en ouderenzorg

Voor lokaal beleid is het nuttig te weten welke gemeenten voor gelijkaardige uitdagingen staan.
Deze studie steunt hiervoor op drie aandachtspunten:

  • Zijn er veel inwoners met een laag inkomen, en gaat het vooral om actieven en hun kinderen of om gepensioneerden?
  • Zijn de woningprijzen hoog, en hebben deze invloed op de demografische evolutie?
  • Zal de zorgvraag bij ouderen sterk toenemen?

De studie formuleert hierbij telkens ook enkele beleidsvragen.
Zij sluit af met een indeling in types die aangeven voor welke (combinaties van) indicatoren gemeenten hoog scoren.

Senioren: demografie, inkomen, zorgvraag. Lokale verschillen 2015-2025

Deze studie schetst voor senioren lokale verschillen in:

  • de verwachte demografische evolutie (in de jaren 2015-2025)
  • de inkomenspositie (senioren met laag inkomen) in 2015 en de recente evolutie
  • de zorgvraag en de verwachte evolutie (in de jaren 2015-2025).

De ‘statistische bijlage’ geeft meer gedetailleerde cijfers. In die tabel kun je ook zelf een groep gemeenten samenstellen, waarvoor de indicatoren dan automatisch berekend worden.
 

2015

Studie: 'lokale bevolkingsprojecties. de onzekerheid van cijfers'

Deze studie brengt de evolutie tussen 2014 en 2024 in kaart voor de 0-19 jarigen, de 20-59 jarigen, de inwoners ouder dan 60 jaar en voor de totale bevolking. Voor de inwoners ouder dan 60 jaar gaat zij ook in op de evolutie van de zorgvraag.

Vertrekpunt is de bevolkingsprojectie van de Studiedienst van de Vlaamse Regering. De verleiding is groot de cijfers - ook die op langere termijn – over te nemen en er beleidsbesluiten aan vast te knopen, zonder het nodige voorbehoud.

Toch is iedere projectie slechts het resultaat van hypotheses die steunen op een reflectie over trends in het verleden. Sommige trends zijn echter juist door de observaties voor de jongste jaren minder duidelijk. Deze studie formuleert daarom ook enkele alternatieve maar ook redelijke hypotheses en onderzoekt in welke mate dit tot andere resultaten leidt.

Kinderen in armoede. De (on)macht van cijfers.

Op 9 februari 2015 organiseerde de Vereniging van Vlaamse steden en gemeenten (VVSG) de studiedag ‘Lokale besturen bestrijden kinderarmoede’. De VVSG vroeg aan Guido Bottu, adviseur sociale planning bij de provincie Antwerpen, hoe je het effect van lokale projecten kan meten.

De toespraak die hij gaf plaatst die vraag in een ruimer kader: welke cijfers zijn het meest geschikt om de situatie te kennen, en wat is hun belang voor het beleid, zowel voor de beleidskeuzes als voor de evaluatie?
Als je effect van lokaal beleid wil meten, dan is het belangrijk doelstellingen zeer concreet te formuleren, en wel als doelstellingen waarop men ook lokaal invloed heeft.

2014

Lage inkomens en leeftijd, lokale verschillen.

Deze studie schetst voor drie leeftijdsgroepen (0-19, 20-59 en +60 jaar) een beeld van de sterke lokale verschillen voor het percentage inwoners met een laag inkomen. Zij steunt hiervoor op het aantal inwoners met een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering.

Bij de bevolking op actieve leeftijd en hun kinderen vind je ‘veel inwoners met laag inkomen’ vooral in de steden en in de provincie Antwerpen; ook in sommige gemeenten aan de Rupel of in de rand van stad Antwerpen.
Voor de meeste gemeenten blijft echter vooral het inkomen van veel senioren laag, met in de provincie Antwerpen de hoogste percentages rond Heist-op-den-Berg.

Lokale demografie: kleuren of krimpen?

Deze studie onderzoekt voor de gemeenten in de provincie Antwerpen de demografische evolutie met opsplitsing naar origine: Belgisch of Nederlands, versus ‘andere’. Voor die origine gaat zij terug tot de nationaliteit bij geboorte van de ouders.

De centrale vraag is: hoe evolueert het aandeel van de inwoners met andere origine, en wat is de invloed op de evolutie van de totale bevolking?
Voor de periode 2012-2022 werkt zij voor de bevolking met andere origine twee scenario’s uit:

  • zonder migratie (of alleszins geen saldo van inwijking en uitwijking)
  • migratie zoals in de periode 2002-2012.

De studie sluit af met de vraag of beleid (ook op lokaal niveau) invloed kan uitoefenen op de demografische evolutie. je kunt de studie en een gedetailleerde statistische bijlage downloaden.

Couleur Locale: etnisch-culturele minderheden in kaart gebracht.

De publicatie 'Couleur Locale 2013' brengt de etnisch-culturele minderheden en nieuwkomers in de provincie Antwerpen in kaart.
Wie zijn de etnisch-culturele minderheden, welke nieuwkomers ontving onze provincie? Welke zijn de herkomstlanden van etnisch-culturele minderheden en nieuwkomers? Waar wonen ze? Hoe is hun verblijfsituatie? Welke talen spreken ze? Welke kenmerken delen ze? Hoe verschillen zij onderling? Kleurt de provincie superdivers en wat verstaan we hieronder?
Op deze en andere vragen geeft het onderzoek een antwoord. Je kunt ook de verkorte versie downloaden.
 

2013

Kinderen in armoede. Lokale verschillen.

Een sterke vermindering van het aantal kinderen in armoede is één van de doelstellingen van de Vlaamse overheid, die hiervoor ook rekent op de medewerking van de lokale besturen. De studie 'Kinderen in armoede' stelt indicatoren voor die het mogelijk maken lokale verschillen te schetsen. De studie gaat eerst in op het percentage kinderen dat leeft in een gezin met een laag inkomen.
Vervolgens bespreekt zij enkele indicatoren die rekening houden met andere aspecten dan het inkomen: geboortes in kansarme gezinnen (Kind en Gezin), de ‘onderwijs kansen-indicator’ (Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming) en ‘jongvolwassen werkzoekenden met lage scholing’. Tot slot stelt zij een synthese van de vier indicatoren voor.
 

2012

Lokale demografie: loop van de bevolking 2000-2009. Migratie, geboortes en overlijdens in de Antwerpse gemeenten.

Deze studie stelt enkele demografische indicatoren voor die relevant zijn voor het beleid en toch slechts steunen op voor iedereen toegankelijke gegevens en op beperkt rekenwerk.
Enkele vragen die aan bod komen:

  • Hoe sterk neemt de bevolking toe of af door inwijking en uitwijking? Is dit het gevolg van migratie met het buitenland of met andere gemeenten? En wat is het effect op de leeftijdsgroepen?
  • Zijn er voldoende jongeren om oudere generaties op te volgen? Wat is hierbij het belang van geboortes en van migratie?