Veelgestelde vragen

1. ALGEMEEN

1.1. Wat is een ‘traditionele woonwagenbewoner’?

De Vlaamse overheid definieert de traditionele woonwagenbewoners zo: ‘Personen die wonen of woonden in een woonwagen of waarvan de ouders dat deden, met uitzondering van bewoners van campings of gebieden met weekendverblijven. Een woonwagen is een woongelegenheid, gekenmerkt door flexibiliteit en verplaatsbaarheid, bestemd voor permanente en niet-recreatieve bewoning’. Woonwagenbewoners in Vlaanderen noemen zichzelf Voyageur, Rom of Manoesj. Er zijn ook buitenlandse woonwagenbewoners. Die noemen zich Gens du voyage, Traveller… Je behoort tot één van deze groepen als je jezelf daartoe rekent en als de andere groepsleden dat erkennen. Afstamming is belangrijk, maar ook gemeenschappelijke sociale en culturele kenmerken.

1.2. Waarom kiezen woonwagenbewoners voor een woonwagen en wonen ze niet gewoon in een huis?

Omwille van hun nomadische cultuur of achtergrond, behoort het wonen in een woonwagen tot hun culturele identiteit. Voor woonwagenbewoners speelt deze woonvorm sociaal en economisch een belangrijke rol om te overleven. Het gaat immers om mensen die in gemeenschappen leven.
Niet alle woonwagenbewoners wonen in een woonwagen. Het gaat om een sociale definitie: men noemt en beschouwt zichzelf bijvoorbeeld Voyageur omdat men een nomadische afkomst heeft en nog heel wat contacten onderhoudt met andere woonwagenbewoners die in een woonwagen of een huis wonen.
De meeste woonwagenbewoners zijn sedentair geworden: ze wonen (al dan niet gedwongen) in huizen of in een woonwagen op een vaste standplaats. Anderen trekken nog het hele jaar door rond. Degenen die sedentair leven, gaan echter ook nog vaak op reis, vooral dan tijdens de zomermaanden.

1.3. Is wonen in een woonwagen wel toegelaten?

De Vlaamse overheid erkent het wonen in een woonwagen als een volwaardige manier van wonen: in 2001 werd deze woonvorm opgenomen in de Vlaamse Wooncode, die het wettelijke kader geeft voor het wonen in Vlaanderen.

1.4. Wie zijn de rondtrekkenden?

De rondtrekkenden zijn vooral afkomstig uit België, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Ierland, Nederland. Ze noemen zichzelf Rom, Manoesj, Voyageur, Traveller. Meer dan de helft van de rondtrekkende woonwagenbevolking die Vlaanderen aandoet is van buitenlandse herkomst (voornamelijk Fransen, Engelsen en Ieren).
Van de Belgische woonwagenbewoners - Rom, Manoesj en Voyageurs - trekken vooral de Rom rond. Er zijn ongeveer 220 Rom-gezinnen gedomicilieerd in Vlaanderen. Zij trekken rond van het voorjaar tot het najaar, sommige gezinnen ook in de winter.
Rondtrekken heeft een sociale en economische functie. Ze trekken rond om elkaar te ontmoeten en om familiale redenen, ze komen samen op evangelische missie-evenementen of katholieke bedevaarten. Daarnaast is het ook een manier om aan de kost te komen: ze verhandelen tweedehandsgoederen (kledij, auto’s…) of leveren kleinschalige diensten (schilder- en gevelwerken, dak- en renovatiewerken…).

1.5. Hoeveel woonwagenbewoners trekken er rond in Vlaanderen?

Het aantal unieke gezinnen dat jaarlijks rondtrekt in Vlaanderen is geraamd op een 1000tal gezinnen. De gezinnen, meestal verwant met elkaar, trekken gezamenlijk op, maar de samenstelling van de groepen varieert voortdurend. Ook de grootte van de groepen kan sterk variëren. De meeste groepen zijn echter klein, met tussen de 3 à 5 woonwagens.

1.6. Waarom hebben woonwagenbewoners vaak grote auto’s?

Woonwagenbewoners hebben geen huis zoals ‘gewone burgers’ of niet-woonwagenbewoners. Ze investeren hun geld in hun auto en caravan.

1.7. Gaan hun kinderen naar school?

Heel wat families doen moeite om hun kinderen dagelijks naar school te sturen. Bij anderen, vooral degenen die veel rondtrekken, gaan de kinderen veel onregelmatiger of zelfs niet naar school.
Er wordt in de onderwijswereld wel bijgehouden in hoeverre kinderen afwezig zijn op de scholen, dus ook bij woonwagenbewoners. In geval van afwezigheid krijgen de mensen een brief en wordt hen gewezen op hun verplichtingen. De overheid is op de hoogte van deze situatie maar door gebrek aan een specifieke onderwijsvorm voor rondtrekkende kinderen is hier momenteel geen oplossing voor.
Een mogelijke oplossing zou hier onderwijs op afstand kunnen zijn. Op het doortrekkersterrein van Gent wordt er onderwijs georganiseerd op het terrein zelf. We hopen dat de Vlaamse overheid hierin initiatief neemt. Op deze manier kunnen de woonwagenbewoners hun manier van leven behouden én krijgen de kinderen kwalitatief onderwijs.

1.8. Wat typeert de woonwagenbewoners?

De diversiteit binnen de woonwagenbewoners is groot. Ondanks de grote verscheidenheid tussen de verschillende groepen en tussen families onderling, hebben woonwagenbewoners ook een aantal gemeenschappelijke kenmerken.
Zo staat de woonwagen centraal in de identiteit van woonwagenbewoners.
Het belang van de familie en groep is een waardevol gegeven: woonwagenbewoners zijn erg solidair en kunnen op elkaar terugvallen als het moeilijk gaat. Hun absolute drang naar vrijheid is een basisonderdeel van hun bestaan. In de opvoeding zijn vrijheid en onderhandeling basiselementen. Zelfstandige arbeid verdient veruit de voorkeur boven werken in loondienst onder een baas. Een andere sterkte is hun flexibiliteit. Onder alle omstandigheden je plan trekken, is een leuze die er bij woonwagenbewoners van kindsbeen af ingelepeld wordt. Veel woonwagenbewoners hebben een uitgesproken ‘pluk de dag’ mentaliteit. Ze leven in het hier en nu. Ze plannen weinig vooruit. Er heerst een ‘wij-zij-denken’. Een eeuwenlange geschiedenis van uitsluiting en vervolging van de woonwagenbewoners door de burgermaatschappij, maakte dat woonwagenbewoners zich terugtrokken in hun eigen groepen. Er ontstond een diepe kloof tussen beide gemeenschappen.
Cultuur beweegt echter altijd. In onze veranderende samenleving zien we ook de cultuur van de woonwagenbewoners veranderen. Sommige van de hierboven opgesomde kenmerken staan onder druk of zijn stilaan aan het wijzigen.

2. STANDPLAATSENBELEID/LOCATIE

2.1. Wat is een doortrekkersterrein?

Doortrekkersterreinen zijn bedoeld en ingericht om tijdelijk woonwagenbewoners op te vangen. Woonwagenbewoners verblijven hier maximaal twee tot drie weken, afhankelijk van het huishoudelijk reglement. Men kan meerdere keren per jaar op een doortrekkersterrein verblijven. Woonwagenbewoners komen meestal in groep/als familie aan. De gemiddelde groep telt 3 tot 5 woonwagens. Een goed ingericht doortrekkersterrein heeft voldoende infrastructuur zoals sanitair, water, elektriciteit en een regeling voor afvalophaling.
Een doortrekkersterrein is aanvullend en verschillend van een pleisterplaats. Pleisterplaatsen zijn plaatsen waar woonwagenbewoners voor een korte periode kunnen blijven staan maar die eigenlijk een andere functie hebben (een parking, een braakliggend weiland, een ongebruikte weg…). Een pleisterplaats beschikt niet over de uitgebreide, permanente infrastructuur van een doortrekkersterrein.
De terreinen waar woonwagenbewoners een vaste plek hebben, worden residentiële woonwagenterreinen genoemd. Deze kunnen openbaar of privaat zijn.

2.2. Is er nood aan doortrekkersterreinen?

Rondtrekkende woonwagenbewoners zijn een realiteit en het ziet er niet naar uit dat zij in de nabije toekomst zullen ophouden met rondtrekken. Het is dus in het algemeen belang de opvang van hen zo goed mogelijk te organiseren. Dit kan het best gebeuren op een doortrekkersterrein. Een dergelijk terrein is daarvoor ingericht en er zijn duidelijke regels voor het gebruik ervan. Dit creëert duidelijkheid voor alle betrokkenen. Doortrekkersterreinen voorkomen overlast omdat doortrekkers zich niet ongewenst plaatsen op terreinen die daarvoor niet geschikt zijn.
De Vlaamse overheid gaat er van uit dat er in Vlaanderen nood is aan 400 à 500 standplaatsen op doortrekkersterreinen. Het overleg van de terreintoezichters pleit voor 2 terreinen van 20 tot 25 standplaatsen per provincie, en dus 200 tot 250 standplaatsen in Vlaanderen. Momenteel zijn er 80 standplaatsen verdeeld over 4 terreinen (Asse, Kortrijk, Gent en Lille ). Er is en blijft dus een zeer groot tekort aan standplaatsen voor rondtrekkenden.
In 2012 veroordeelde de Raad van Europa ons land omdat het tekortschiet in haar beleid voor woonwagenbewoners en daarmee het Europees sociaal handvest overtreedt. De overheid moet rekening houden met de specifieke situatie van de woonwagengezinnen, zodat ze optimaal kunnen leven in overeenstemming met hun tradities en culturele identiteit, in evenwicht met het algemeen belang. Overheden moeten daartoe de nodige juridische en praktische maatregelen nemen. Er moet voldoende aanbod zijn voor de specifieke woonvorm.

2.3. Kunnen rondtrekkende woonwagenbewoners terecht op campings en motorhomeparkings?

Woonwagenbewoners worden doorgaans niet toegelaten op campings en motorhomeparkings. Campings en motorhomeparkings zijn toeristische voorzieningen voor vakantie en recreatie. Ze zijn niet bedoeld voor doortrekkers, omdat hun woonwagen ook hun feitelijke woning is. Campings en motorhomeparkings zijn meestal ook niet geschikt om grotere groepen te ontvangen die bij elkaar staan op eenzelfde plek.

2.4. Voor wie zijn de doortrekkersterreinen bestemd? Kan iemand met een caravan ook enkele weken op een woonwagenterrein staan?

Woonwagenterreinen zijn enkel bestemd voor woonwagenbewoners. De wetgeving formuleert woonwagenbewoners als “personen die wonen of woonden in een woonwagen of van wie de ouders dat deden, met uitzondering van bewoners van campings of gebieden met weekendverblijven.” Toeristen met een caravan, circusartiesten en foorreizigers vallen daar niet onder.

2.5. Waarom is er gekozen voor een doortrekkersterrein in Lille?

Een doortrekkersterrein moet voldoen aan een aantal criteria die opgelegd zijn door de Vlaamse overheid. Na onderzoek naar een geschikt doortrekkersterrein kwam er een locatie van Het GielsBos in Lille naar voor. Een stuk van hun terrein aan de Vosselaarseweg, aansluitend aan de carpoolparking, voldoet aan de vooropgestelde criteria:

  • nabijheid van bebouwing in stedelijk gebied of kernen: nabij de dorpskernen van Vosselaar, Beerse en Gierle, niet ver van stad Turnhout
  • bereikbaarheid: goed bereikbaar via de E34,
  • grootte: voldoende beschikbare vrije ruimte (nood aan ongeveer 0,5 à 0,7 hectare),
  • bestemming: juist gezoneerd, met name zone voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut,
  • goede leefbaarheid: geen lawaai-, geur-, stofhinder en grondvervuiling,
  • geen of minimale uitvoering van voorbereidende werken zoals afbraak, bodemsanering, toegangsweg of riolering; wel compensatie voor ontbossing en archeologisch onderzoek.

2.6. Hoe ziet het doortrekkersterrein in Lille er uit?

Het terrein voorziet:

  • 25 standplaatsen, opgedeeld in 5 clusters met telkens 5 standplaatsen
  • goede toegangsweg tot het terrein
  • wachtzone
  • toezichterslokaal en polyvalente ruimte
  • voorzieningen voor sanitair, water, elektriciteit en afval(ophaling)
  • een groene, publieke ruimte
  • groene buffer

2.7. Hoeveel woonwagenbewoners komen er?

Om een goede beheersbaarheid te garanderen worden maximum 25 standplaatsen voorzien. Bij een volledige bezetting zullen er 80 à 100 mensen verblijven.

2.8. Bestaan er al doortrekkersterreinen in de provincie Antwerpen?

In de provincie Antwerpen heeft Stad Antwerpen 10 jaar een terrein met 18 standplaatsen uitgebaat op de d’Herbouvillekaai. Eind 2016 werd dit terrein gesloten omdat er op deze plek een nieuwe woonwijk komt. Doortrekkers die zich aanmelden in de stad worden nu opgevangen op pleisterplaatsen. Dit zijn locaties zoals een parking, een doodlopende straat, een braakliggend stuk grond, die niet bestemd of ingericht zijn voor de opvang van rondtrekkenden, maar die daar wel tijdelijk voor kunnen dienen. Er worden dan de nodige sanitaire en andere voorzieningen getroffen.
Het is de bedoeling dat er in de provincie een spreiding komt van het aantal standplaatsen voor rondtrekkenden/doortrekkersterreinen. Naast het terrein in Lille, wilt de provincie een tweede doortrekkersterrein voorzien op de as Antwerpen-Brussel. De snelwegen A12 en de E19 zijn immers een belangrijke trekroute. De provincie zal ruimtelijk en in overleg met de gemeentebesturen uitzoeken of dit kan.

2.9. Wie betaalt de kosten voor het doortrekkersterrein?

De realisering van doortrekkersterreinen is een opdracht van de provincie. De Vlaamse overheid voorziet in een subsidie van 100% voor de verwerving en inrichting van het terrein. De kosten van toezicht en onderhoud neemt de provincie op zich. 

2.10. Bestaan er al doortrekkersterreinen in Vlaanderen?

Voor de rondtrekkenden zijn er 4 doortrekkersterreinen in Vlaanderen. Het doortrekkersterrein in Lille is open sinds 2021 en telt 25 standplaatsen. De terreinen in Gent (sinds 2011) en Kortrijk (sinds 2016) tellen respectievelijk 25 en 20 standplaatsen. De provincie Vlaams-Brabant heeft een kleiner terrein met 10 standplaatsen in Asse (sinds 2016). Momenteel zijn er in Vlaanderen slechts 80 standplaatsen verdeeld over deze 4 doortrekkersterreinen beschikbaar.

2.11. Hoe is de situatie in de ons omringende landen?

In Frankrijk is er meer ruimte. Daar is een heel netwerk van terreinen met soms scholen bij. Iedere gemeente met meer dan 6000 inwoners moet een woonwagenterrein ter beschikking stellen. Voor de andere landen is de situatie vergelijkbaar met Vlaanderen.

3. BEHEER VAN EEN DOORTREKKERSTERREIN

3.1. Welke maatregelen hebben de provincie en de gemeente genomen om het beheer van het doortrekkersterrein in goede banen te leiden?

Voor een goed beheer van een doortrekkersterrein zijn duidelijke regels noodzakelijk, alsook grondig toezicht en onderhoud op het terrein en een vlotte communicatie tussen de initiatiefnemer, woonwagenbewoners en omwonenden. Voor een goed beheer wordt eveneens verwacht dat de woonwagenbewoners zich inpassen in de lokale samenleving. Dit zou moeten leiden tot optimaal gebruikscomfort van het terrein, wettelijkheid, orde, veiligheid en hygiëne.
De provincie maakte in overleg met de gemeente en de politie een beheersplan voor het terrein met een huishoudelijk reglement, retributiereglement en verwijzing naar het gemeentelijk politiereglement Lille.

3.2. Hoe gebeurt het toezicht op een doortrekkersterrein?

De 2 terreinzichters zorgen voor een leefbare omgeving en positief klimaat door een goede verstandhouding op te bouwen met de bewoners. Ze zorgen er voor dat de woonwagenbewoners de regels van het terrein naleven. Met elke nieuwe woonwagenbewoner wordt het huishoudelijk reglement overlopen het welke voor akkoord ondertekend wordt voor een standplaatsvergunning verkregen wordt.. Hierin staan onder andere:

  • de toelatingsvoorwaarden;
  • de regels voor het gebruik en het onderhoud van de infrastructuur;
  • afspraken met betrekking tot de leefbaarheid op en rond het woonwagenterrein;
  • de vergoeding voor het gebruik van het terrein;
  • de sancties voor wie het reglement overtreedt;
  • de rechten en plichten van uitbater en bewoner.

De beheerder identificeert de woonwagenbewoners die toekomen (nummer identiteitskaart, plaat van de auto en de caravan). Deze gegevens worden doorgegeven aan de politie. De woonwagenbewoners betalen een waarborg en standplaatsgeld.
De terreinbeheerders zijn er even zeer voor vragen of bezorgdheden van omwonenden of passanten, deze kunnen gesteld worden via algemeen gsmnr tijdens kantooruren of via mail. Bezoek ter plaatse kan na telefonische afspraak met een van de terreinbeheerders.

3.3. Wat moeten woonwagenbewoners doen om op het doortrekkersterrein te mogen staan? Wat kost het voor hen?

Op de doortrekkersterreinen moeten de woonwagenbewoners akkoord gaan met het huishoudelijk reglement en een waarborg en standplaatsgeld betalen. De hoogte van deze bedragen moeten nog vastgelegd worden. Gemeenten en provincies met een doortrekkersterrein proberen de prijzen op elkaar af te stemmen. Het standgeld varieert van 5 tot 7,20 €/dag. Op het doortrekkersterrein in Lille bedraagt het standgeld 6 €/dag, water en elektriciteit wordt op basis van het effectieve verbruik apart afgerekend.

3.4. Welke rol heeft de terreintoezichter?

De terreintoezichters volgen het gebruik van het terrein nauwkeurig op. Het gaat om een opdracht die uit heel wat aspecten bestaat: technische, communicatieve en sociale.In de eerste plaats zullen zij de communicatie met en tussen alle rechtstreeks betrokkenen verzorgen. Verder staan zij ook in voor de begeleiding van de bewoners en het signaleren van noodzakelijke onderhouds- of herstellingswerkzaamheden.

3.5. Is de toezichter permanent ter beschikking?

We voorzien een team van twee terreintoezichters, zodat er elke weekdag iemand aanwezig kan zijn tussen 9u en 16u. Het telefoonnummer van de terreintoezichter zal aan de ingang hangen zodat hij/zij oproepbaar is indien nodig. Vooraf reserveren is verplicht, zo kunnen de toezichters afspraken maken wanneer zij best aanwezig zijn om de woonwagenbewoners te ontvangen en toegang te geven tot het terrein of hun vertrek kunnen af te handelen.

3.6. Wat als doortrekkers zich misdragen op het terrein?

De terreintoezichter zal in eerste instantie een gesprek aangaan met de bewoners. Afhankelijk van de aard van de overtreding zal de terreintoezichter een aanmaning doen. Daarnaast zijn er sancties voorzien als ze zich niet houden aan de regelgeving op het doortrekkersterrein. Zo kan de waarborg ingehouden worden bij het achterlaten van vuilnis op het terrein. Bij ernstige feiten moeten de doortrekkers het terrein verlaten en kan hen de toegang voor korte of langere tijd worden ontzegd. Dit is zo voorzien in het huishoudelijk reglement.
De ervaring op de andere doortrekkersterreinen in Vlaanderen leert dat de meeste doortrekkers zich houden aan de afspraken. Dit is trouwens in hun voordeel: zij zijn de eerste slachtoffers als hen de toegang wordt ontzegd.

3.7. Gaat de politie bij alles opgeroepen worden?

Neen, in eerste instantie komen de woonwagenbewoners in contact met de toezichter. Een goede relatie met de lokale politie is belangrijk. De lokale politie wordt op de hoogte gehouden van de bezetting. Indien noodzakelijk zal de politie erbij gehaald worden. Het is geen probleem voor de politie om op te treden aangezien het woonwagenterrein een openbaar karakter zal hebben.

4. IMPACT OP DE OMGEVING EN AANPAK

4.1. Wat doe je met mensen die geen plaats meer hebben op het doortrekkersterrein en zich aan de kant van het terrein plaatsen?

In principe is het niet toegelaten een plek in te nemen die geen legale standplaats is. Bij overbezette doortrekkersterreinen worden de mensen doorverwezen naar een ander doortrekkersterrein. Als men toch een plaats inneemt die niet geschikt is voor het plaatsen van een woonwagen, zal men eerst een aanmaning krijgen van de toezichter. Indien men hierna nog blijft staan, volgt een ultimatum van de politie. Tenslotte kan men weggesleept worden na een bevel van de burgemeester.

4.2. Vaak is er bij de komst van een doortrekkersterrein vrees voor een toenemende criminaliteit. Is dit terecht?

Woonwagenbewoners hebben een imagoprobleem, waarvan vooral sommige individuen of groepen de oorzaak zijn. Media en de publieke opinie zorgen er soms voor dat dit veralgemeend wordt naar de ganse bevolkingsgroep. Woonwagenbewoners hebben dikwijls veel last van dit scheefgetrokken imago dat het gevolg is van het gedrag van sommigen. Woonwagenbewoners beseffen doorgaans zeer goed dat hun naam op het spel staat wanneer er zich dergelijke overlast voordoet.
Uit ervaringen met andere doortrekkersterreinen blijkt dat vooral vooraf dergelijke onveiligheidsgevoelens leven. Er is met andere woorden niet meer overlast en ook geen stijging van de criminaliteitscijfers.

4.3. Welke maatregelen worden er genomen om de veiligheid maximaal te waarborgen?

De identiteit van de woonwagenbewoners en nummerplaten van auto’s en caravans worden bij aankomst geregistreerd en nadien doorgegeven aan de politie, net zoals dat gebeurt bij hotels en campings. Dit biedt vanuit veiligheidsoogpunt het voordeel dat bij onregelmatigheid de betrokkenen sneller geïdentificeerd en opgespoord kunnen worden.
De politiezone Turnhout is voorzien van camerabewaking om bewegingen te kunnen traceren. Ook aan de toegang tot het doortrekkersterrein zal er camerabewaking voorzien worden.
Omwonenden kunnen met klachten of meldingen terecht bij het meldpunt van de politie. Indien nodig kunnen er meer patrouilles zijn. De ervaringen met de andere doortrekkersterreinen leren dat deze maatregelen volstaan om de veiligheid te waarborgen.

4.4. Zullen huizen en andere eigendommen in de buurt van het woonwagenterrein niet in waarde gaan dalen?

Dergelijke argumenten worden vaak gebruikt om het inplanten van sociale woonwijken tegen te gaan, maar lijken niet te kloppen. De relevantie ervan is nog niet bewezen. De aard van het bouwsel, de ontsluiting en de nabijheid van voorzieningen blijken relevantere factoren te zijn.
Uit ervaring met al bestaande terreinen kan men concluderen dat de vraag en het aanbod van huizen en andere eigendommen vooral prijsbepalend zijn, niet de nabijheid van een woonwagenterrein.