LIFE-project: ecologisch beheer eikenprocessierups

De laatste jaren teisteren eikenprocessierupsen onze streken. De brandharen zorgen voor last aan ogen en luchtwegen bij wie in de buurt komt. De bestrijding kost gemeenten handenvol geld en het gebruik van biociden is slecht voor de gezondheid en de biodiversiteit. Een duurzame, ecologische en betaalbare oplossing dringt zich op.

Projectdoelstellingen en partners

Het project wil:

  • het gebruik van biociden als bestrijdingsmiddel verminderen (omwille van de schadelijke neveneffecten voor de biodiversiteit);
  • de betrokkenen overtuigen om deze nieuwe technieken op te nemen in hun bestrijdingsplan of beleidslijnen. Om dit te stimuleren zullen demonstratiemomenten op het terrein gegeven worden en wordt aan het eind van het project een beslissingsboom gemaakt.

Het Belgisch-Nederlandse project telt 6 hoofdpartners: provincies Antwerpen (BE), Limburg (BE), Gelderland (NL), Noord-Brabant (NL), gemeente Sittard-Geleen (NL) en INBO (BE). UHasselt en UAntwerpen maken deel uit van de expertengroep. In de periode 2020-2025 zoeken zij samen naar ecologische alternatieven om de rups te beheren.

Werkwijze: natuurlijke vijanden inschakelen

Tijdens de duur van het project worden verschillende technieken getest en gedemonstreerd om de natuurljike vijanden van de eikenprocessierups aan te trekken. 

Foto's: Enkele natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups die een rol spelen in het project, v.l.n.r.: een grote poppenrover (© Giacomo Gola – CC by-nc 4.0), een koolmees (© Vilda Rollin Verlinde), een sluipvlieg (© provincie Antwerpen)

1. Mezen aantrekken door nestkasten op te hangen

In provincies Antwerpen, Limburg, Gelderland en Noord-Brabant worden er nestkasten opgehangen. Het aantal en de grootte van de nesten van de eikenprocessierups wordt vergeleken met soortgelijke plaatsen waar geen nestkasten hangen.

2. Sluipwespen en –vliegen aantrekken door juist bermbeheer toe te passen

 Vijf verschillende vormen van bermbeheer worden met elkaar vergeleken in Vlaanderen en Nederland (vijf provincies) om te bekijken welk type bermen meest aantrekkelijk is voor de sluipwespen en -vliegen. Nadien worden de sluipwespen en -vliegen  uit de nesten van de eikenprocessierupsen gehaald en geteld.

3. Inheemse kever 'de grote poppenrover’ kweken en uitzetten

In provincies Antwerpen en Limburg worden samen vier kweekcentra opgestart voor de grote poppenrover (drie in Limburg, één in Antwerpen). De kevers worden gezenderd en uitgezet in hun geschikte biotoop. Nadien wordt het aantal en de grootte van de nesten van de eikenprocessierups vergeleken met soortgelijke plaatsen waar geen kevers werden uitgezet. Het INBO duidt de geschikte leefgebieden van de kever aan, UHasselt begeleidt de zendering van de kevers.

Meer weten? 

Hou deze pagina in het oog, hier verschijnen regelmatig updates. Ook linken naar de officiële projectpagina en socialemediakanalen van het project zullen hier verschijnen na de start van het project dit najaar.

Kwaliteitslabels