Ergonomie in de keuken

We staan er misschien niet iedere dag bij stil, maar de keuken is een echte werkplek. Je snijdt er groenten, kneedt deeg, braadt vlees en doet de afwas. Allemaal handelingen waarbij o.a. een goede werkhouding en een efficiënte indeling van belang zijn. In hetgeen volgt proberen we mee te geven hoe we onze keuken kunnen aanpassen aan de mensen die erin leven en werken. Vooral de hoogte van het werkblad en de algemene indeling zijn van belang.

Verschillende activiteiten zoals het snijden van ingrediënten, afwassen, het roeren in kookpotten en het lezen van een kookboek gebeuren zeer vaak aan hetzelfde werkvlak. Nochtans vragen ze een verschillende werkhoogte. Algemeen gesproken moeten deze activiteiten met een rechte rug uitgevoerd kunnen worden. 

 

Hoger lager

Om de hoogte van een keuken te bepalen moeten we rekening houden met alle gebruikers. Niet iedereen is even groot, dus een standaardhoogte van 90cm zal dikwijls voor de ene te hoog en voor de andere te laag zijn. Ook onze taken zijn divers en vereisen daarom een verschillende hoogte. Tijdens het afwassen bijvoorbeeld bevinden de handen zich onder het werkbladniveau terwijl ze er tijdens het koken juist een stuk bovenuit komen.

Drukwerk
De ideale werkhoogte voor precisiewerk en de afwas (links), koken (midden) en zwaar werk (rechts)

Voor precisiewerk (snijden, schillen, kookboek lezen …) en de afwas bevindt het aanrecht zich best 0 tot 5cm onder de staande ellebooghoogte. Om te koken (hanteren van potten, in- en uitscheppen, …) is dit 10 tot 15cm. Bij zwaar werk gebruiken we best een lager werkblad - ongeveer 20 tot 25cm onder de ellebooghoogte – om zo meer kracht te kunnen zetten met de armen en de romp. De keukentafel leent zich meestal tot deze laatste activiteit. Ideaal gezien heeft een keukenaanrecht daarom twee hoogtes, al wordt in realiteit vaak een compromis gekozen van 10cm onder de ellebogen. De meest frequente gebruiker of de kleinste partner vormt hierbij dan de referentie. 

Onderstaande tabel drukt deze richtlijn verhoudingsgewijs uit ten opzichte van de lichaamslengte van de mensen: 

Lichaamslengte  Koken Afwassen/Precisie-werk
< 1m55 90cm 100cm
< 1m65 95cm 105cm
< 1m75 100cm 110cm
< 1m85 105cm 115cm

Keukens met een vaste hoogte van 90cm zullen voor de meeste mensen dus te laag zijn. Meer dan 80% van de mannen en meer dan 50% van de vrouwen zal voorover moeten buigen tijdens het afwassen en vindt deze hoogte oncomfortabel. 

De diepte van een aanrecht moet minstens 60cm bedragen, terwijl de diepte van de bovenkasten maximaal 40cm mag zijn. 

Een ander aandachtspunt is voldoende voet- en werkruimte. Om dicht genoeg tegen het aanrecht te kunnen staan, moet er een uitsparing voor de voeten zijn van minstens 15cm diep en 15cm hoog. Tussen het aanrecht en de bovenkasten wordt tussen 45 en 60cm vrije ruimte voorzien zodat je voldoende bewegingsvrijheid hebt. Voor een dampkap bedraagt deze afstand minimaal 65cm tot een elektrisch vuur en 75cm tot een gafornuis. Een oven bevindt zich bij voorkeur op aanrechthoogte. Zo kan je met een rechte rug de schotels inzetten en uitnemen. De visuele controle van het eten verloopt ook makkelijker vergeleken met een lage opstelling onder de kookplaten.

Naast het koken heeft de keuken ook een opbergfunctie. In een doorsnee keuken wordt maar 10% van alle keukenspullen geregeld gebruikt. Leg daarom de dingen die je dagelijks nodig hebt op een gemakkelijke plaats, dichtbij het werkblad en op een comfortabele grijphoogte, ongeveer ter hoogte van de broeksriem. Wat je zelden gebruikt kan je hoger opbergen.

indeling kasten
Om bukken en ver reiken te vermijden zijn lades bij onderkasten interessanter dan deuren

Om het bukken en ver reiken te vermijden zijn lades bij onderkasten interessanter dan deuren. De ruimte zal namelijk efficiënter benut worden en je behoudt het overzicht. Zelden gebruikte pannen plaats je best op de onderste niveaus, hoewel vanuit het oogpunt van krachtuitoefening en veiligheid een zware braadpan soms beter hoger geplaatst kan worden. Sowieso moet je vermijden deze in de hoge kasten boven schouderhoogte te plaatsen. Hier horen enkel lichte voorwerpen in thuis.

 

What if…

Indien het werkblad in de keuken nu toch te laag is, dan kan je de volgende tips proberen: 

  • Werk hoger door bijvoorbeeld de vaat in een kom op het werkblad te doen.
  • Spreid je benen waardoor je romp zakt. 
  • Zet een voet in het kastje voor je.
  • Indien je werkvlak te hoog uitvalt, kan je met volgende tips toch al een en ander oplossen:
  • Kookpotten kan je met een karaf vullen i.p.v. deze te tillen.
  • Als je moet roeren kan je de kom lager plaatsen, bijvoorbeeld in de afwasbak. 

Vaak moet je in de keuken hoog boven het hoofd reiken om iets uit een bovenkast te nemen. Ga dan op een keukentrapje staan om zaken uit de hoger gelegen kasten te nemen als je die dingen dan toch een keer nodig hebt. Trakteer jezelf eventueel op een gekeurde, nieuwe (extra) trapladder; ze zal zeker van pas komen. Bij het in- en uitladen van voorwerpen in lagere kasten kan je je rug beschermen door de knieën te buigen en de rug recht te houden. Plaats zoveel mogelijk keukenapparaten, zoals de oven en de ijskast, op werkhoogte.

 

Indeling van de keuken

In veel bestaande ontwerpen krijgen vooral de opbergfuncties veel aandacht. Door de keuken in de eerste plaats als wérkplek te zien, kan dit resulteren in een betere indeling met kleinere loopafstanden en een grotere gebruiksvriendelijkheid.

 

Werkdriehoek 

Door de indeling van de keuken op de activiteiten af te stemmen, wordt onnodig lopen en verplaatsen van spullen voorkomen. Bij het koken worden bijvoorbeeld de groenten gewassen, gesneden, gekookt en opgediend. 

Dit betekent gootsteen-werkvlak-kookplaat-werkvlak. Onder het eerste werkblad is er daarom bijvoorbeeld plaats voor het stapelen van potten en pannen, dichtbij het kookvlak. De afgelegde loopafstand in een keuken wordt vooral bepaald door de interactie tussen de afwasbak, kookvuur en ijskast. Deze vormen de werkdriehoek. Om redenen van veiligheid mag deze driehoek niet onderbroken worden, vooral de route tussen kookplaat en gootsteen niet.

  

Mogelijke indelingen

De indeling hoeft niet in een rechte lijn te gebeuren, een L- en U-vormige configuratie zal ook een gunstig effect hebben. Alledrie hebben ze voor- en nadelen.

I vorm
I-vorm

Een rechte keukenopstelling of I-vormige keuken heeft alle elementen van de werkdriehoek op een rechte lijn liggen. De spoelbak bevindt zich dan het best in het midden omdat deze het meest gebruikt wordt. Om genoeg werkruimte te hebben, is een lengte van minstens 3m aangewezen. Door de rechte lijn zijn de loopafstanden wel het langst en doorgaand verkeer hindert elkaar.

parallel
parallel

Bij een parallelle keukeninrichting is er veel werkruimte. De tussenafstand tussen de werkvlakken moet minstens 1m20 bedragen zodat er een vlot doorgaand verkeer is. Terwijl een persoon groenten aan het snijden is, kan een andere persoon makkelijk voorbij wandelen. De kookplaten en afwasbak bevinden zich wel best aan dezelfde kant.

L vorm
L-vorm

De meest voorkomende indeling is de L-vormige keuken. In deze gezinskeuken is er namelijk nog plaats om een tafel te plaatsen zonder dat de werkdriehoek wordt onderbroken. Wel moeten we er over waken dat er voldoende loopruimte van 90cm rondom de tafel blijft om een vlotte doorgang te verzekeren.

U vorm
U-vorm

Kenmerkend voor een U-configuratie zijn de korte loopafstanden. Alles ligt dicht bij elkaar en toch is er veel werk- en opbergruimte. Een vlotte passage is verzekerd wanneer ook hier de afstand tussen de twee wanden minstens 1m20 bedraagt. Nadeel aan deze opstelling zijn wel de twee moeilijk bereikbare hoeken.

eiland
keukeneiland

Tegenwoordig is het idee van een keukeneiland in trek. Deze inrichting verenigt de keuken- en woonomgeving. Tijdens het koken behoudt men contact met de gezinsleden of bezoekers. Er is wel veel ruimte nodig om deze configuratie te kunnen toepassen. Voordeel is wel dat alles makkelijk bereikbaar is. De spoelbak staat best centraal.

 

Nog enkele tips

tilstrategie: vermijd zoveel mogelijk het tillen van zware en grote voorwerpen; in plaats van een bak met 12 flessen water te kopen, kan je twee bakken nemen met elk zes flessen in en een handvat eraan; in plaats daarvan kan je een filter op je kraan draaien of gewoon kraantjeswater drinken; het is m.a.w. soms mogelijk om tillen te vermijden door na te denken en te organiseren; 

verlichting: bij onvoldoende verlichting in de werkruimte ga je gemakkelijker een meer voorovergebogen houding aannemen dan noodzakelijk is om je werk uit te voeren; vnl. om precisiewerk te doen is het nodig om voldoende licht op je werkvlak te hebben; het is aangeraden om tijdens deze activiteiten een minimum verlichtingssterkte van 700 lux in acht te nemen.

 

Bronnen

  • Berugd, Provinciaal Veiligheidsinstituut, 2010
  • Ergonomiesite.be, Roeland Motmans, Europees Ergonoom
     


Relevante links