Giftige planten

Hoe kan ik weten of een plant giftig is of niet? Wat moet ik doen bij plantaardige vergiftiging? Hoe kan ik vergiftiging door planten voorkomen? Op onder andere deze vragen proberen we in deze spot op een antwoord te vinden.

In dit artikel is het niet de bedoeling om een opsomming te maken van allerlei giftige planten omdat het onmogelijk is om dit op een grondige manier te doen binnen het kader van dit artikel. Goede brochures en online info met foto’s van de planten zijn te verkrijgen bij het Antigifcentrum (website www.antigifcentrum.be, secretariaat: 02/264.96.36). Wel willen we hier een antwoord geven op een aantal veel gestelde vragen over ongevallen met giftige planten.

 

Op welke leeftijd lopen we het meeste gevaar?

3 oproepen op 4 betreffen kinderen en in 75% van deze gevallen ligt hun leeftijd tussen 1 en 5 jaar, met een piek tussen 2 en 3 jaar. De kinderen die ongelukkig met planten in contact komen, kunnen onderverdeeld worden in drie grote groepen.

  • Kleiner dan 1 jaar: kleine kinderen stoppen alles wat ze vinden in hun mond om erop te sabbelen of te kauwen (bv. de bladeren van een dieffenbachia (01), de philodendron (02) of aronskelk- (03) en wolfsmelkachtigen).
  • Tussen 1 en 4 jaar: de kinderen in deze groep worden vooral aangetrokken door bessen van de planten in hun tuin, het park of hun school. Vooral de vruchten van de taxus (04) zijn in dat opzicht bijzonder gevaarlijk.
  • Tussen 4 en 7 jaar: grotere kinderen verwarren sommige planten met groenten, zoals de peulen van de gouden regen (05) met die van erwten.
  • Voor alle leeftijden geldt bovendien het risico van contact van huid of ogen met planten waarvan de melk blaartrekkend is, zoals de berenklauw (06)
01. Dieffenbachia (links) - 02. Philodendron (midden) - 03. Aronskelk (rechts)
04. Taxus (links) - 05. Gouden regen (midden) - 06. Reuzenbereklauw (rechts)

 

Speelt de omgeving ook een rol?

75% van de vergiftigingen komt voor in huis, in de tuin, op school of in het park, en slechts een klein deeltje in de vrije natuur. Het gevaar is dus dikwijls veel dichterbij dan men zich voorstelt. Sierplanten spelen hierin een bijzonder grote rol; hun aantrekkingskracht doet ons de mogelijke risico’s verwaarlozen. Sierplantenkwekers hebben tal van variëteiten gekweekt op basis van giftige inheemse plantensoorten (monnikskap (07), vingerhoedskruid (08), ridderspoor (09), ...) of voeren, naargelang de wisselende trend, nieuwe soorten in waarvan ze de risico’s soms niet kennen. Een derde van de in vakliteratuur als gevaarlijk opgetekende planten zijn sierplanten en worden verkocht door onze bloemist of staan in onze huiskamer. 

07. Monnikskap (links) - 08. Vingerhoedskruid (midden) - 09. Ridderspoor (rechts)

Heel jonge kinderen lopen gevaar in de buurt van irriterende kamerplanten. Na het eerste levensjaar moeten we in de tuin en in het park oppassen voor planten met aanlokkelijke vruchten. Vanaf het vierde jaar, en eigenlijk de rest van ons leven, moeten we op onze hoede blijven voor planten die gelijkenissen vertonen met eetbare gewassen, en alle experimenten vermijden met planten die niet officieel als onschadelijk geboekt staan.

 

Hoe kan ik weten of een plant giftig is of niet?

Er zijn geen algemene kenmerken die typisch zijn voor giftige planten. Van elke plant moet je dus de naam kennen. Met de naam van de plant kan je de giftigheid opvragen bij het Antigifcentrum of opzoeken. Het Antigifcentrum heeft een brochure met een lijst van gevaarlijke planten die men best vermijdt als men kleine kinderen heeft. Deze brochure kan je bestellen of gratis downloaden.

Enkele voorbeelden:

  • zeer giftige tuinplanten: blauwe monnikskap (07), doornappel (10), gevlekte aronskelk (11) , goudenregen (05), herfsttijlroos (12), meiklokje (13), oleander (14), papaver (15), taxus (04), cipressen (16), vingerhoedskruid (08)
  • giftige tuinplanten: azalea (17), boterbloem (18), hulst (19), klimop (20), laurierkers (21), rhododendron (22)
  • giftige kamerplanten: dieffenbachia (01), gatenplant (23), kerstster (24)

Een lijst van niet of weinig giftige planten vind je op dezelfde site.

10. Doornappel (links) - 11. Gevlekte aronskelk (midden) - 12. Herfsttijlroos (links)
13. Meiklokje (links) - 14. Oleander (midden) - 15. Papaver (rechts)
16. Cipressen (links) - 17. Azalea (midden) - 18. Boterbloem (rechts)
19. Hulst (links) - 22. Klimop (midden) - 21. Laurierkers (rechts)
22. Rhododendron (links) - 23. Gatenplant (midden) - 24. Kerstster (rechts)

 

Wat te doen bij plantaardige vergiftiging?

Algemeen:

  • blijf kalm
  • indien het slachtoffer braakt, het braaksel bijhouden
  • verwittig gespecialiseerde hulp: bel de huisarts en het Antigifcentrum (070/245.245)
  • volg de raad van het Antigifcentrum op; het kan van belang zijn dat medicinale kool aanwezig is; dit mag enkel gebruikt worden na aanbeveling van het Antigifcentrum

Concreet:

  • Bij vergiftiging door het eten van planten of delen ervan, waarbij het slachtoffer bij bewustzijn is:
    • verwijder de plantenresten uit de mond en houd ze bij;
    • het volgende mag enkel na aanbeveling door het Antigifcentrum: laat het slachtoffer veel water drinken en doe het braken. Laten braken kan op de volgende manier: geef het slachtoffer zoveel mogelijk water, laat het hoofd voorover buigen en wrijf met een omwonden (met zuiver linnen) vinger in de keel (de huig prikkelen). Ook kunnen hiervoor speciale siropen gebruikt worden. Bij inname van irriterende planten mag men het slachtoffer niet laten braken omdat anders deze irriterende bestanddelen de slokdarm een tweede keer passeren en zodoende opnieuw schade aanrichten. Gebruik nooit zout water. Dit zou aanleiding kunnen geven tot andere  vergiftigingsverschijnselen.
  • Ook het gebruik van melk als antigif is ten stelligste af te raden.
  • Bij aanraking met giftige planten die huidirritatie veroorzaken:
    • de huid overvloedig spoelen met water (10 tot 15 minuten);
    • uit de zon blijven (contact met zonlicht versterkt de fototoxische werking);
    • niet experimenteren met zalfjes en lotions.
  • Voor de arts of het Antigifcentrum is het nuttig als je de volgende inlichtingen kan geven: 
    • de naam van de plant. Ken je de plant niet, neem dan een stukje van de plant mee en/of beschrijf ze nauwkeurig;
    • het deel van de plant dat oorzaak kan zijn van de vergiftiging: bes, tak, wortel, bloem,....;
    • de hoeveelheid (bv. enkele bessen);
    • de manier waarop het contact met het gif tot stand kwam: eten, zuigen, aanraken, inslikken, ...;
    • het tijdstip waarop het gebeurde;
    • de symptomen die het slachtoffer vertoont (bv. buikloop, jeuk, huiduitslag,verwijding van de pupillen,...) 
    • de leeftijd en het gewicht van het slachtoffer;
    • typische bijzonderheden in verband met de gezondheid van het slachtoffer (bv. geneesmiddelen die ingenomen worden, doorgemaakte ziekten, ...).
  • Houd ondertussen steeds de vitale functies van het slachtoffer in het oog!!

 

Opmerking: De aanbevelingen die hier zijn opgesomd, zijn enkel geldig voor vergiftiging door planten indien het slachtoffer bij bewustzijn is. Verdere informatie in verband met EHBO-toepassingen bij vergiftigingen worden in dit artikel niet besproken. Het Belgische Rode Kruis meent immers dat om efficiënt EHBO te kunnen toepassen, men de technieken dient aan te leren. Het is daarom aan te raden om een EHBO-cursus te volgen teneinde zich goed in te lichten.

 

Hoe kan ik vergiftiging door planten vermijden?

  • Jonge kinderen hebben de neiging alles in de mond te steken. Als je jonge kinderen hebt of vaak op bezoek krijgt kies je best geen gevaarlijke planten voor binnen of voor in de tuin. Giftige planten moet je buiten handbereik van kinderen zetten. 
  • Vermijd binnenshuis planten zoals wolfsmelkachtigen (euphorbia) of de dieffenbachia. Zet in de tuin geen taxus, goudenregen of gevlekte arondskelk. Vermijd oleander op het terras. 
  • Wilt u een zandbak plaatsen dan moet je vooraf de omgeving goed verkennen, de planten identificeren en eventueel giftige planten verwijderen of verplaatsen.
  • Het is moeilijk geen enkele giftige plant in of rond het huis te hebben. Daarom moet je kinderen van jongs af leren planten niet in de mond te steken en bessen niet te proeven zonder advies van een volwassene. Kinderen die te jong zijn om dit te begrijpen mogen niet zonder toezicht buiten spelen. 
  • Als men planten koopt is het nuttig de naam op te schrijven bv. op een etiketje achter op de pot. Ook voor de tuin is het nuttig een inventaris te maken en de namen van de planten te kennen. Als er dan toch iets gebeurt dan heeft men snel de juiste informatie bij de hand. 
  • In geval van taxus: Verkies het aanplanten van een mannelijk exemplaar dat geen vruchten draagt in een omgeving waar jonge kinderen spelen.

 

Geen plantenparanoia

Het is belangrijk om ons goed te informeren over het voorgaande, maar de laatste 15 jaar gebeurden er in de Benelux geen dodelijke ongevallen door een ongelukkig contact met planten of paddenstoelen.

 

Bronnen


Relevante Links

Video's over beeldschermgebruik

25 Most Dangerous Plants That Could Seriously Hurt You - list25

Top 10 Most Deadly Mushrooms In The World - Top 10 Archive

Giftige paddenstoelen maken dit jaar veel slachtoffers - RTV Drenthe

Zo ontwijk je giftige paddenstoelen: 'Sommigen zijn dodelijk' - RTL Nieuws

Bioloog waarschuwt voor berenklauw - RTV Noord

Top 10 Plants That Can Kill You - Countdown w/ Fresh