Nieuwe toekomst voor steenwegen met winkels

publish date
25.01.2018

De winkelgebieden en zones op de N10 tussen Lier en Aarschot zijn afgebakend. Dat staat in de intergemeentelijke visie op de steenweg N10 die de provincie Antwerpen heeft goedgekeurd. Ook de provincie Vlaams-Brabant en de betrokken gemeenten Lier, Berlaar, Heist-Op-Den-Berg, Putte, Begijnendijk en Aarschot stemden in met deze visie. De partners willen hiermee de balans tussen grootschalige detailhandel langs de steenweg en detailhandel in de stads- en dorpskernen herstellen. De aanpak van de N10 dient als voorbeeld voor alle steenwegen in Vlaanderen en is dan ook een primeur.

Steenweg Berlaar-Lier
Steenweg langs Berlaar - Lier

Uit een onderzoek van de vijf Vlaamse provincies bleek dat het aanbod aan detailhandel langs steenwegen blijft toenemen. De handelskernen daarentegen worden steeds meer geconfronteerd met leegstand.

De detailhandelssector is de grootste werkgever in de provincie Antwerpen. Daarom zet de provincie Antwerpen samen met onze gemeentebesturen in op de handelskernversterking, want daar dreigt een leegloop met alle gevolgen van dien. Dat vraagt om een doordacht ruimtelijk-economisch beleid. Steenwegen moeten gesaneerd worden, maar in relatie tot wat er best terug naar de kernen gaat. Over de gemeentegrenzen heen zijn zones vastgelegd waar retail niet meer kan of niet meer kan groeien. Er wordt gegaan voor kernversterking en zones op steenwegen, zodoende dit voor iedereen economisch leefbaar blijft.

Naast de toenemende druk op de handelskernen, betekent de toenemende groei aan baanwinkels langs de steenweg ook steeds vaker een grote druk op vlak van mobiliteit, verkeersveiligheid en ruimtelijke ordening. De provincie Antwerpen hanteert een vernieuwde visie op ruimtelijke ordening en mobiliteit als hefbomen om de detailhandel binnen en buiten de kernen te versterken. Dit overstijgt de gemeentegrenzen en in dit geval ook duidelijk de provinciegrenzen.

Nieuwe toekomst voor N10 tussen Aarschot en Lier

De steenweg N10 werd opgedeeld in vier zones met elk een eigen toekomstbeeld:

  • No go zone
    De open ruimte blijft er behouden of wordt opnieuw hersteld. Nieuwe detailhandel is niet toegelaten en de bestaande handel wordt op termijn in een uitdoofscenario geplaatst.
  • Winkelarme zone
    De aanwezige detailhandel kan blijven, het totale aanbod mag er niet verhogen. Nieuwe detailhandelszaken worden er niet toegelaten, met uitzondering van detailhandel tot 100 m² in stedelijke gebieden. De reeds aanwezige detailhandel kan uitbreiden met maximum 10%.
  • Clusterzone
    In de clusterzone wordt ruimtebehoevende detailhandel langs steenwegen geconcentreerd. Zo wordt de detailhandel langs de steenweg geordend. Bovendien is het economisch rendement van zo’n zone hoger dan retail verspreid op verschillende plekken langs de steenweg.
  • Winkelrijke zone
    Winkelrijke zones komen vooral terug in de kernen. In deze zone wordt de ruimtelijke en economische leefbaarheid van de locatie verhoogd door detailhandel te stimuleren in combinatie met andere functies zoals wonen.

Deze afbakening in zones levert voordelen op voor de economische rentabiliteit voor meerdere retailers (economie), verlaagt de filedruk op de steenweg (mobiliteit) en zorgt voor meer open ruimte, bewaren van het agrarisch karakter en leefbaarheid voor de huidige bewoners (ruimtelijke ordening).

De mogelijkheden die worden gegeven door bestaande RUP’s, en de reeds verleende vergunningen blijven bestaan. Dit om rechtszekerheid te bieden aan bestaande detailhandelszaken.

Van denken naar doen: van visie naar actieplan

De intergemeentelijke visie wordt binnenkort door de provincies Vlaams-Brabant en Antwerpen en de gemeenten Lier, Berlaar, Heist-Op-Den-Berg, Putte, Begijnendijk en Aarschot in een actieplan gegoten om tot concrete uitvoering over te gaan. De gemeenten krijgen hiermee zicht op de nodige stappen die gezet moeten worden.

Tijdens dit pioniersproject zaten verschillende partners over de gemeente- en provinciegrenzen heen aan tafel om een visie en beleid uit te tekenen. De provincie neemt daarbij haar rol als bovenlokale streekmotor waar. Ook wordt interdisciplinair samengewerkt met de diensten economie, ruimtelijke ordening en mobiliteit om de steenweg tegen 2030 een betere toekomst te geven.

Een voorbeeld voor andere steenwegen

De aanpak van de N10 zal als voorbeeld dienen voor alle Vlaamse steenwegen. Hiertoe wordt een leidraad uitgewerkt die multi-toepasbaar is. Op 25 april wordt deze voorgesteld.

Dit project wordt mede gefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Hermesfonds.

Volgende