Provincie Antwerpen start realisatie Mobiliteitsvisie Middenkempen op

publish date
30.05.2018
???module.newsItem.label.themes???

In 2015 werd in de Middenkempen aan de alarmbel getrokken: de wegen slibben er dicht. De provincie Antwerpen heeft de coördinerende taak op zich genomen om samen met de betrokken steden en gemeenten de knelpunten in kaart te brengen en vervolgens mogelijke oplossingen te zoeken. Dit resulteerde in de bovenlokale Mobiliteitsvisie Middenkempen. Vandaag ondertekenden de provincie Antwerpen, de steden Geel en Herentals en de gemeenten Kasterlee, Lille, Olen, Ranst, Vorselaar en Zandhoven een samenwerkingsovereenkomst om het actieplan te realiseren.

Provincie en gemeenten ondertekenen samenwerkingsovereenkomst Mobiliteitsvisie Middenkempen
Provincie en gemeenten ondertekenen samenwerkingsovereenkomst Mobiliteitsvisie Middenkempen

 

Goede afspraken maken goede vrienden. Om goed samen te werken ondertekenden de provincie Antwerpen en de betrokken gemeenten een samenwerkingsovereenkomst. Hiermee maken de betrokken partijen elkaar duidelijk dat ieder verder wil samenwerken om de engagementen na te komen. Hiermee is de eerste actie van de bovenlokale Mobiliteitsvisie Middenkempen een feit.

3 principes, 15 strategische acties en meer dan 20 deelacties

Het mobiliteitsvraagstuk in de Middenkempen kan onmogelijk door één gemeente aangepakt worden. Het is ook ver van opportuun: maatregelen van de ene gemeente kunnen voor nieuwe problemen zorgen in een andere. De provincie nam daarom een coördinerende rol waar bij het uitschrijven van een gezamenlijke toekomstvisie in samenwerking met de betrokken gemeenten, Infrabel en de Vlaamse partners. Deze visie steunt op drie pijlers:

  • leefbare dorpskernen zonder doorgaand vrachtverkeer
  • inzet op openbaar vervoer met snelbuslijnen en haltes op de snelwegen
  • veilige autoluwe fietsroutes.

Vervolgens zijn 15 strategische acties en meer dan 20 deelacties geformuleerd om de Mobiliteitsvisie voor de Middenkempen te realiseren. De ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst zet hiervoor het licht op groen.

De oplevering van het eindrapport Mobiliteitsvisie Middenkempen is niet het eindstation maar eerder het startschot om de visie de komende jaren om te zetten naar tastbare realisaties op het terrein. Concreet kunnen de betrokken partners initiatief nemen om studies op te starten, ontwerpen te maken en infrastructurele maatregelen uit te voeren. Kortom, er is werk aan de winkel.

De provincie als streekmotor

Om het actieplan te realiseren zal een goede procesopvolging noodzakelijk zijn. De provincie Antwerpen zal haar rol als streekmotor waarmaken door de gemeenten en de bovenlokale mobiliteitsactoren samen aan tafel te brengen, de stuurgroep samen te brengen, voor te bereiden en op te volgen.

Mobiliteit stopt niet aan een gemeentegrens. Het is een taak van de provincie Antwerpen om samen met de gemeenten bovenlokale visies te ontwikkelen. Met een bottom-up benadering kunnen er heel wat zaken gerealiseerd worden. Infrabel en AWV starten studies op om de veiligheid en doorstroming op hun netwerk te verbeteren. De provincie Antwerpen wordt als procesbegeleider hierbij betrokken. 

De provincie als actieve partner

Met praatjes vult men geen gaatjes en dus steekt ook de provincie Antwerpen de handen uit de mouwen. Uit de mobiliteitsvisie blijkt dat de verhouding tussen verplaatsingen met de wagen versus het openbaar vervoer en fiets respectievelijk 70%-30% bedraagt. Om naar de verhouding 50%-50% te gaan moet het aantal fietser met de helft stijgen en het aantal gebruikers van het openbaar vervoer verdubbelen.

De provincie wil daarom het fietsostradenetwerk rond knooppunt Herentals vervolledigen:

  • Voor Herentals – Balen zijn de plannen klaar en start de realisatie.
  • Voor Herentals –Lier en Herentals – Turnhout worden studies opgestart om deze verbindingen te ontwerpen. 
  • Ook is er de ambitie om de missing link tussen station Herentals en de fietsostrade Herentals – Aarschot weg te werken.

Daarnaast zal de provincie samen met de gemeenten ook veilige autoluwe fietsroutes ontwikkelen die de dorpskernen met elkaar verbinden. Tenslotte laat de provincie een haalbaarheidsstudie voeren om de E313 in te schakelen als Hoogwaardig Openbaar Vervoer-corridor.
 

 


 

Vorig jaar meer dan 20 miljoen investeringen in klimaatprojecten

publish date
09.05.2018

Elk jaar bundelt de provincie Antwerpen alle voorbeeldacties rond klimaat van de gemeenten. Gedeputeerde van Natuur en Leefmilieu, Rik Röttger, is blij met het resultaat: “In onze provincie is het intussen duidelijk dat verschillende klimaatmaatregelen bij de gemeenten ingeburgerd zijn, maar er is ook ruimte voor innovatieve projecten. The next big thing will be a lot of small things, stelde Thomas Lomée. Wel, alle aan ons gerapporteerde projecten zorgden in 2017 voor minstens 1500 ton minder CO2 in de lucht, ofwel het equivalent van de jaarlijkse CO2-uitstoot van 275 woningen. Een goede zaak voor het klimaat.”

 

De provincie Antwerpen en bijna alle gemeenten van de provincie zetten zich in voor het klimaat. Samen met 43 gemeenten engageerde de provincie Antwerpen zich om met de eigen organisatie tegen 2020 klimaatneutraal te zijn. Daarnaast tekenden 64 gemeenten in op het Burgemeestersconvenant om de broeikasgasuitstoot te verminderen op het grondgebied. Ten slotte zijn er ook gemeenten die een eigen klimaatdoelstelling goedkeurden. Klimaatacties om deze doelstellingen uit te voeren mogen niet uitblijven.

In de nieuwe pers- en inspiratiebundel met klimaatprojecten in de provincie Antwerpen staat alle informatie over maatregelen waar gemeenten in 2017 trots op zijn. Het bewijst dat het klimaatengagement bij de lokale besturen leeft én (blijvend) werkt! En dat is nog maar het topje van de ijsberg, want we weten dat er nog méér gebeurt dan de projecten van de 41 gemeenten. Daarnaast is de vermindering in CO2-uitstoot ook niet altijd te becijferen. In elk geval investeerden gemeenten met deze maatregelen alleen al meer dan 20 miljoen euro in de strijd tegen de klimaatverandering.

Uiteenlopende klimaatprojecten

De inspiratiebundel bevat maatregelen gaande van realisatie van windturbines, het opstarten van een klimaatplatform voor bedrijven, de opening en afbakening van fietsvriendelijke routes, het duurzaam verbouwen van gemeentegebouwen tot voorbeeldgebouwen tot inzetten op brandstofcellen ….

Daarnaast zijn er ook de klassieke maatregelen die zo goed als elke gemeente intussen reeds heeft doorgevoerd: gemeentelijke gebouwen duurzaam aangepakt (isoleren, pv-panelen plaatsen, stookplaatsrenovatie …). Gemeentes zetten ook in op openbare verlichting met minder energieverbruik, op groepsaankopen die inwoners helpen duurzaam te handelen, op sensibilisatie van inwoners met een beurs duurzaam bouwen en wonen, het aanmoedigen van dienstverplaatsingen met de fiets en een pleidooi voor meer groen in de gemeente.

Benieuwd? De projectbundel raadplegen kan op de website van de provincie, zoekterm klimaatrealisaties (https://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dlm/klimaatneutrale-organisatie-2020/acties-van-gemeenten.html). 

Ding mee naar de titel van 'Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk’!

Op overkoepelend niveau helpt de provincie de gemeenten met hun klimaatinspanningen naar burgers toe. Mooi voorbeeld is de campagne van de Klimaatstrijd. Via de app op www.deklimaatstrijd.be gaat elke burger de strijd aan om in zijn dagelijkse leven met kleine inspanningen het tij te doen keren en daar te starten waar het het makkelijkst is. Bij hemzelf, bij de buren, in zijn gemeente. Zo kan elke deelnemer zijn gemeente aan de titel ‘Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk’ helpen. En ook zonder smartphone kan iedereen zijn steentje bijdragen. Op www.vriendvan.be staan talrijke handige tips over wat burgers zelf kunnen doen voor het verbeteren van hun voetafdruk.

Meer info

Beleidsverantwoordelijke:
Rik Röttger, sp.a, bevoegd voor Natuur en Leefmilieu
Perscontact: Alisa Coessens
M 0476 72 46 62
E alisa.coessens@provincieantwerpen.be

Dienst:
Els van Praet
Dienst duurzaam Milieu- en Natuurbeleid
T 03 240 66 83
E els.vanpraet@provincieantwerpen.be

Burgerparticipatie voor invulling oude elektriciteitscentrale

publish date
09.05.2018
???module.newsItem.label.themes???

Duurzame energie of recreatie en cultuur? Het zijn twee voorbeelden voor de herontwikkeling van de Electrabelsite in Schelle. De provincie Antwerpen zet volop in op burgerparticipatie. Bij het voorbereidende onderzoek werkte ze samen met de omwonenden en gebruikers aan een visie over de herontwikkeling van de oude elektriciteitscentrale. Ook voor het omzetten van die visie in een Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan (PRUP) doet de provincie Antwerpen een beroep op geïnteresseerden.

In Schelle, bij de monding van de Rupel in de Schelde, ligt een terrein met een oude elektriciteitscentrale van Electrabel. Het gaat om maar liefst 82,5 ha dat momenteel bestemd is als gebied voor gemeenschapsvoorziening, industriegebied, natuur- en parkgebied. In het oosten ligt een woonwijk en de vissersclub Pennenkenvolt. De elektriciteitscentrale is al een tijdje buiten gebruik maar er staan wel drie windmolens. Aan de rand van de site bevinden zich landbouw, natuur en bewoning. Ondanks de aanwezige bebouwing is de Electrabelsite een grote en groene ruimte in een uniek rivierlandschap.

Herontwikkeling

Tijden het voorbereidend onderzoek organiseerde de provincie Antwerpen voor de omwonenden twee workshops. Samen onderzochten we welke nieuwe invullingen van de Electrabelsite mogelijk zijn. Ook de gemeentebesturen van Schelle en Niel, de eigenaars en Vlaamse instanties zoals de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), De Vlaamse Waterweg en het Agentschap Natuur en Bos, werden betrokken.

De analyse heeft geleid tot twee mogelijke scenario’s voor een nieuwe invulling van de Electrabelsite. De eerste legt de nadruk op recreatie en cultuur. De tweede op de ontwikkeling van duurzame energie. Wat het uiteindelijk wordt, onderzoeken we opnieuw samen met alle geïnteresseerden. De uitgangspunten daarbij zijn een compacte ontwikkeling met behoud van het landschappelijke karakter, oog voor het cultuurhistorische erfgoed en uitbreiding van het netwerk aan trage wegen. Het eindresultaat van deze burgerparticipatie is een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan (PRUP).

Meewerken?
Heb jij een mening over de herontwikkeling van deze oude elektriciteitscentrale? Of ben je benieuwd naar de ideeën die momenteel op tafel liggen? Bezoek dan de Electrabelsite in Schelle op woensdag 23 mei aanstaande. De provincie Antwerpen organiseert er een infomarkt. Je komt langs wanneer het jou past tussen 19 en 21.30 uur. Meer informatie vind je in het kalenderitem en op de webpagina van de Electrabelsite.

De provincie als streekmotor

Het PRUP Electrabelsite is één van de acties uit het gebiedsprogramma Rupelstreek. Dat wil de hele Rupelstreek positioneren als een ruimtelijke eenheid met een gemeenschappelijk verleden. Meer informatie vind je op de webpagina van het gebiedsprogramma Rupelstreek.

De provincie Antwerpen werkt niet alleen. We zijn de intergemeentelijke motor die de oplossing in gang trapt. Meer info op www.streekmotor.be.
 

Aankondiging administratieve afpaling waterloop Binnenbeek

publish date
30.03.2018

De provincie Antwerpen wil de Binnenbeek opnieuw openleggen, ter hoogte van de Hooistraat te Hulshout. Het project kadert in een groter plan om wateroverlast te beperken. 

De grenzen van de waterloop moeten exact worden bepaald, wat zal gebeuren door afpaling. De administratieve voorprocedure tot afpaling werd opgestart. De eigenaars van de betrokken gronden zijn op de hoogte.

Wie dat wenst, kan het dossier komen inkijken van 30 maart tot en met 5 juni 2018, in het Provinciehuis aan de Singel op de Desguinlei 100 in Antwerpen. Graag vooraf een seintje aan Tessa Schellens van het team Vastgoed van de provincie Antwerpen op het telefoonnummer 03 240 66 39 of per e-mail: juridische.ondersteuning@provincieantwerpen.be.

22 maart is wereldwaterdag - provincie zet natuur en ruimte in tegen wateroverlast

publish date
21.03.2018
???module.newsItem.label.themes???

Donderdag 22 maart is het wereldwaterdag en daar heeft provincie Antwerpen bijzondere aandacht voor. Bijna één vijfde van het provinciale grondgebied is mogelijk en effectief gevoelig voor overstromingen. In woon- of landbouwgebieden kan een teveel (of tekort) aan water voor veel ellende zorgen. En door de klimaatverstoring is de kans op overstroming én droogte nu al groter dan vroeger. Gelukkig is provincie Antwerpen hierop voorbereid. Al jarenlang gaan ze op zoek naar ruimte voor het teveel aan regenwater. In Zwijndrecht bijvoorbeeld stroomt de Zwaluwbeek geregeld over. Door de komst van een slim pompstation en vooral de extra (natuurlijke) bufferruimte, krijgt Zwijndrecht weer droge voeten.

nieuwe bedding vangt al extra water op

De Zwaluwbeek zorgt voor de afvoer van water van een groot deel van Zwijndrecht tussen de E17 en de Schelde. De beek komt rechtstreeks uit in de Schelde. Wanneer het veel regent, stroomt de beek over. Dat zorgt voor problemen in de Krijgsbaan en de Kruibeeksesteenweg.

Onlangs kreeg de Zwaluwbeek een verbrede winterbedding. Dat zijn flauwe schuine oevers die bij hogere waterstanden (meestal in de winter) ook onder water komen te staan. De beek wordt dan ineens drie keer zo breed en kan meer water bergen. Zo kan er tot wel tien miljoen liter water extra opgevangen worden. Stroomopwaarts van de Kruibeeksesteenweg gaat de provincie de waterloop ook meer meanderend aanleggen. Dankzij de beschikbare natuurlijke ruimte ontstaat er zo meer ruimte voor waterbuffering.

Om het pompstation te bouwen, wordt een diepe put gegraven

De Zwaluwbeek stroomt in de Schelde. Maar de Schelde is een getijderivier. Bij hoogtij kan de Zwaluwbeek daardoor haar water niet kwijt. Bij hevige neerslag zorgt dit voor overstromingen. De provincie voorziet ook een automatisch pompstation. Wanneer de Zwaluwbeek het ingestelde peil overschrijdt, schieten de drie pompen in actie. Met een snelheid van duizend liter per seconde per pomp spuwen ze het water in de Schelde.

Om iedereen droge voeten te geven is de dienst Integraal Waterbeleid voortdurend op zoek naar ruimte voor water. Zo vermijden we dat er water komt waar het niet gaan mag. Percelen natuurgebied zijn hier uitermate voor geschikt. Dan dienen er ook geen onteigeningen of zware ingrepen te gebeuren. Maar natuurgebieden zijn in een dichtbevolkte samenleving een schaars goed. We moeten waakzaam blijven en de open ruimte vrijwaren.

Kokosmatten (beige kleur) verstevigen de oever

De natuur geeft ons de bescherming tegen wateroverlast die we nodig hebben. Omgekeerd geven we de natuur ook heel wat terug. Bij het inrichten van een waterproject biedt de provincie de rijke, maar soms bedreigde inheemse fauna en flora alle kansen om welig te gedijen. Aan de Zwaluwbeek bijvoorbeeld werden de oevers afgedekt met kokosmatten om het wegspoelen van de grond te beletten. Deze kokosmatten zijn biologisch afbreekbaar en zullen later verdwijnen tussen de plantengroei. Doordat de waterloop beïnvloed wordt door het getij in de Schelde loopt ook deze winterbedding afwisselend vol en leeg. Hierdoor zal een natte biotoop ontstaan aangepast aan waterplanten en waterdieren.

 

PIME viert 25ste verjaardag

publish date
16.03.2018

Ruim 40 gasten waaronder begeleiders, leerkrachten en sympathisanten waren op 14 maart van de partij om te klinken op de 25e verjaardag van PIME. Daarnaast kregen de genodigden ook de film Demain te zien. Een documentaire met een positieve boodschap die realistische oplossingen en alternatieven biedt die kunnen bijdragen aan een duurzame toekomst. Ook hier wil PIME de komende 25 jaar als natuur- en milieueducatief centrum op blijven inzetten.

Vier collega’s die er al van in het begin bij zijn: van links naar rechts: Miel Heirbaut voor tuin en techniek, directeur Gerd Goris, voormalig directeur en oprichter PIME Gike Neels en administratief medewerkster Greta Vermeulen

PIME pionier op vlak van natuur- en milieueducatie

Het PIME werd in 1993 gebouwd op de resten van een oude stortplaats. Het PIME was pionier in de sector van natuur- en milieueducatie. Geleidelijk aan werd het buitenterrein van 5 ha omgevormd tot een natuur- en milieueducatieve tuin, met de aanleg van typische  biotopen van de Netevallei, natuureducatieve tuintjes, een weertuin en diverse milieu-infrastructuren (geluidswanden, composteerterrein, kleinschalige waterzuivering en zonne-energiesystemen). Het gebouw omvatte een tentoonstellingsruimte, documentatiecentrum, labo, leslokalen en cafetaria.

25 jaar en 250.000 bezoekers later is het PIME een toonaangevend centrum, zowel binnen als buiten de provincie Antwerpen, op vlak van natuur- en milieueducatie en educatie voor duurzame ontwikkeling. Ook in de toekomst blijft het PIME zich ten volle inzetten om jongeren te leren denken over en werken aan een leefbare wereld, voor nu en later, voor hier en elders op de planeet.

De MOS-begeleiders, die PIME als uitvalsbasis hebben, maken de link met tweedelijnseducatie naar leerkrachten. MOS ondersteunt schoolteams van basis- en secundaire scholen met onder meer trajectbegeleiding op maat van de school en nascholingen.

Om de twee grote milieu-uitdagingen, i.c. klimaatverandering en biodiversiteitsverlies, aan te gaan, is het creëren van een draagvlak en gedragsverandering essentieel. Hier wil PIME/MOS absoluut op inzetten

Focus op secundair onderwijs

Met de focus op secundair onderwijs en duurzaamheidsthema’s neemt het PIME een vrij unieke positie in de provincie (en daarbuiten) in. Waar de meeste provinciale centra zich vooral richten op het kleuter- en het lager onderwijs, richt het PIME zich in hoofdzaak op het secundair onderwijs. Het PIME bereikt jaarlijks ruim 10.000 leerlingen. Zij kunnen deelnemen aan begeleide activiteiten in en rondom het centrum. In 2012 voerde het PIME een vernieuwingsoperatie uit waarbij ingezet werd op de implementatie van Educatie voor Duurzame Ontwikkeling en het gebruik van digitale leermiddelen.

PIME en SDG’s

In 2015 engageerden 193 landen zich – waaronder België – om werk te maken van 17 globale doelstellingen over duurzame ontwikkeling: de Sustainable Development Goals (SDG’s). De 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen zijn opgebouwd rond vijf dimensies van duurzame ontwikkeling: de mens, de planeet, welvaart, vrede en samenwerking.

Vanaf het begin trok het PIME de milieuthema’s al open naar duurzame ontwikkeling. Zo opende het centrum in 1993 haar deuren met de tentoonstelling ‘Milieu en ontwikkeling’ en lanceerde het kort nadien een gelijknamig informatief spel. Duurzame ontwikkeling bleef ook de rode draad vormen in het educatieve aanbod. Later volgden onder meer tentoonstellingen over duurzaam consumeren, duurzame voeding en duurzame mobiliteit. De nieuwe inzichten op vlak van educatief-duurzaam onderwijs (EDO) zorgden ervoor dat het PIME-aanbod aan een grondige EDO-toets onderworpen werd. In 2013 resulteerde dit onder andere in de innoverende klimaatexpo ‘Kies je klimaat’.

Mijlpalen PIME

1993: opening PIME met tentoonstelling Milieu en duurzame ontwikkeling

1994: tentoonstelling Afval

1996: opening natuur- en milieueducatieve tuin; tentoonstelling Natuur en landschap

1998: tentoonstelling Water

2000: tentoonstelling Energie

2001: start MOS basisonderwijs, themawerking

2002: uitbreiding MOS basis-, secundair onderwijs, lerarenopleidingen

2003: tentoonstelling Kopen met je kop, duurzaam consumeren

2005: tentoonstelling Straffe kost, duurzame voeding

2008: tentoonstelling Naftofni, duurzame mobiliteit

2012: start NME/EDO-netwerk provincie Antwerpen

2013: heropening PIME met renovatie gebouw, buitenklassen, vernieuwd aanbod, o.a. tentoonstelling Kies je klimaat

2013: doorstart MOS 2.0 met trajectbegeleiding-op-maat

2015: lancering inspiratieboek: Natuur- en milieueducatie voor duurzame ontwikkeling: van theorie naar praktijk

2018: 25 jaar PIME, ruim 250.000 deelnemers aan activiteiten

PIH onderzocht 124 jongeren in Genk-Zuid. Dit nieuwe onderzoek toont geruststellende resultaten.

publish date
08.03.2018
???module.newsItem.label.themes???

Het PIH onderzocht samen met UHasselt, VUB en VITO 124 jongeren in Genk-Zuid. Het ging om een humaan bimonitoringsonderzoek; dat betekent dat blootstelling aan milieuvervuilende stoffen en effecten op de gezondheid werden gemeten in het lichaam. De resultaten werden op 8 maart 2018 voorgesteld aan de deelnemers en aan het algemene publiek. Het PIH toont met dit onderzoek zijn expertise op vlak van milieu en gezondheid en hoe dit gemeenten kan helpen de milieu-gezondheidssituatie in kaart te brengen en aan te pakken.

Wat was de aanleiding voor de studie?

De studie was een opvolgstudie om de invloed van het industriegebied Genk-Zuid op de gezondheid van de bevolking te bestuderen. In de periode 2010-2012 werd een eerste humane biomonitoring uitgevoerd en werden een aantal aandachtspunten gevonden en aangepakt.

Wat werd er bestudeerd?

In 2016 werd gestart met een nieuwe humane biomonitoring, die volledig analoog werd uitgevoerd als in 2010: hetzelfde gebied, dezelfde doelgroep, en een selectie van metingen die in 2010 aandachtpunten waren. Het doel was om de tijdstrend binnen Genk op te volgen, en de resultaten te vergelijken met een referentiepopulatie uit algemeen Vlaanderen.

Wat was de rol van het PIH?

De studie werd uitgevoerd door een onderzoeksconsortium onder leiding van het PIH. Naast het PIH werkten ook de universiteit Hasselt, de vrije universiteit Brussel en VITO mee aan het project. Het milieugezondheidsteam van het PIH zorgde voor de rekrutering van de deelnemers, voerde het veldwerk uit, en was verantwoordelijk voor alle communicatie met deelnemers en stakeholders. Artsen van het PIH zorgden voor ondersteuning bij de interpretatie van de persoonlijke resultaten van de deelnemers. Een hecht onderzoeksteam met medewerkers van alle partners werkte aan de rapportering en interpretatie van de groepsresultaten.

Op 8 maart werden de resultaten van deze humane biomonitoring in Genk-Zuid voorgesteld. De 124 deelnemers uit de studie ontvingen ’s morgens per post hun persoonlijk resultaat en een folder met een samenvatting van de groepsresultaten. De conclusies van de studie werden voorgesteld aan de lokale overheden, milieu- en gezondheidsmedewerkers, pers en het algemene publiek.   

Wat waren de voornaamste resultaten van de studie?

In de studie zien we voor de meeste vervuilende stoffen een duidelijke daling: de resultaten van chroom, nikkel, arseen en thallium zijn geruststellend. Voor cadmium zien we een duidelijke daling, maar waarden liggen nog hoger dan in Vlaanderen. PAK’s zijn niet gedaald, en blijven dus een belangrijk aandachtspunt. Wat betreft gezondheid zijn er geruststellende resultaten voor astma, allergie, infecties, en twee merkers van DNA-schade. Een andere merker van DNA-schade die meer historische schade weerspiegelt was verhoogd.

Wat zijn de conclusies van het onderzoek?

De studie toont aan dat de beleidsmaatregelen hun effect hebben, en dat er reeds een belangrijke weg is afgelegd in het verbeteren van de leefmilieukwaliteit. Er blijven echter aandachtspunten waardoor verdere acties en opvolging nodig zijn.

Het PIH toont met dit onderzoek zijn expertise op vlak van milieu en gezondheid en hoe dit gemeenten kan helpen de milieu-gezondheidssituatie in kaart te brengen en aan te pakken  

Meer info?

Achtergrondinformatie:

Het volledige eindrapport ‘Cross-sectioneel onderzoek in Genk-Zuid 2016-2018’ (PIH, UHasselt, VUB, VITO, 2018) en de presentatie van de informatievergadering is consulteerbaar via www.genk.be/genk-zuid of www.diepenbeek.be/genk-zuid

Contactpersoon:

Elly Den Hond – elly.denhond@provincieantwerpen.be – 03 259 12 66

 

Leefmilieu in woord en beeld

publish date
02.03.2018

In 2017 heeft de provincie weer heel wat verzet. Veel van de inspanningen van het departement Leefmilieu zijn zichtbaar, groeiend en tastbaar over heel ons grondgebied. Andere acties of samenwerkingen vallen minder op, maar hebben daarom niet minder impact.

Naar jaarlijkse gewoonte heeft het departement zijn belangrijkste realisaties mooi samengebracht in een online beeldend jaarverslag. Neem een kijkje en maak van 2017 mee een blijvende herinnering!

JaarverslagDLM_wijd

Weren vrachtverkeer en veilige fietsroutes moeten dorpen leefbaar houden

publish date
31.01.2018
???module.newsItem.label.themes???

Tonnagebeperking in dorpskernen, veilige autoluwe fietsroutes en openbaar vervoer via de autosnelweg zijn een greep uit de maatregelen om de toenemende verkeersdruk in de Middenkempen te temperen. Na twee jaar studie en overleg tussen de provincie Antwerpen en de steden Geel, Herentals en de gemeenten Grobbendonk, Kasterlee, Lille, Olen, Ranst, Vorselaar en Zandhoven is er een gedegen mobiliteitsvisie op de regio Middenkempen geformuleerd. Alle partners kiezen voor een resoluut andere aanpak.

De driehoek tussen de E34, de E313 en de N19/N19 gaat steeds meer gebukt onder mobiliteitsproblemen. De provincie Antwerpen, de steden Geel, Herentals en de gemeenten Grobbendonk, Kasterlee, Lille, Olen, Ranst, Vorselaar en Zandhoven bogen zich de voorbije twee jaar over het mobiliteitsvraagstuk in de Middenkempen. Het doorgaand (vracht)verkeer in de dorpskernen en het stijgend sluipverkeer tussen de E34 en E313 zorgen voor onhoudbare situaties in de dorpskernen. Gemeenten kunnen deze problemen niet binnen hun eigen grondgebied oplossen. Daarom was er nood aan een bovenlokale visie met duidelijke keuzes in de Middenkempen

De provinciale werkgroep stelde de mobiliteitsvisie Middenkempen voor aan de betrokken gemeenteraadsleden. Doelstelling is dat alle gemeenten dit voorjaar de samenwerkingsovereenkomst tekenen om daadwerkelijk over te gaan tot actie.

Ook dorpen stevenen af op verkeersinfarct in 2020

Een studie over het huidige en toekomstige verkeer in de Middenkempen toonde aan dat nieuwe weginfrastructuur niet de oplossing is. De files op de E34 en E313 worden alsmaar langer. Met gevolg dat het gebied tussen deze autosnelwegen nog meer sluipverkeer moet slikken. De mobiliteitsvisie Middenkempen stelt dat enkel een resoluut andere denkwijze een verkeersinfarct kan vermijden. Meer inzetten op openbaar vervoer, investeren in veilige fietsroutes en door een tonnagebeperking doorgaand vrachtverkeer volledig weren uit de dorpskernen zijn de belangrijkste keuzes.

Uitbreiding openbaar-vervoernet op E34 en E313

De studie legt een openbaar-vervoernet voor dat optimaal gebruik maakt van de snelwegen. Op- en afstappen van de bus zou niet gebeuren via de traditionele manier aan een op- en afrittencomplex, maar via speciaal aangelegde haltes op de snelweg. In het buitenland lopen al succesvolle projecten waarbij reizigers op de autosnelweg zelf op de bus kunnen stappen. Boven de brug is dan een park&ride waarbij je meteen naar de halte onder de brug kan gaan. Zo is er minimaal tijdverlet voor de bus en voor de reizigers waardoor dit openbaar vervoer een échte meerwaarde biedt. Uiteraard ligt de uitvoering hiervan bij de Vlaamse Overheid als wegbeheerder en bij De Lijn. Maar met deze mobiliteitsvisie Middenkempen geeft de provincie Antwerpen met tien overheden samen een belangrijk signaal.

Autoluwe fietsroutes en minder vrachtwagens in de dorpskern


Naast het bestaande beleid rond fietspaden en fietsostrades zijn er bijkomende inspanningen nodig voor autoluwe fietsroutes waar het veilig is om te fietsen, zoals bijvoorbeeld tractorsluizen op sluipverkeerroutes. Wat betreft het vrachtverkeer zijn de partners het eens: wie geen lokale levering heeft, is niet welkom om via de dorpskern een sluipweg te zoeken. Daarom zouden alle dorpskernen een beperking moeten invoeren voor 3,5 ton.

De mobiliteitsvisie Middenkempen wordt toegelicht in de gemeente- en adviesraden van de betrokken overheden. De provincie Antwerpen verwacht dat alle partners de samenwerkingsovereenkomst tekenen om zich daadwerkelijk te engageren en hun toekomstig beleid af te stemmen op deze bovenlokale visie. De provincie Antwerpen zal alle betrokkenen rond de tafel brengen om een actieplan uit te werken. In de Noorderkempen werkt de provincie Antwerpen nu al samen met 15 gemeenten en daar zijn de eerste resultaten zichtbaar.

Meer info op www.provincieantwerpen.be of mail mobiliteit@provincieantwerpen.be . 

Studiegebied Middenkempen
Studiegebied Middenkempen

Bovenlokale fietsroutes scoren in Arendonk 5,9 op 10

publish date
29.01.2018
???module.newsItem.label.themes???

De Provinciale Fietsbarometer analyseerde in Arendonk de toestand van 25,9 kilometer bovenlokale fietsroutes. Dat zijn routes die fietsers over langere afstanden gebruiken. Trilcomfort, breedte, schrikstrook en kruisingen zijn maar enkele van de onderzochte elementen.

De scores voor de bovenlokale fietsroutes in Arendonk (5,9/10) lopen gelijk met de provinciaal gemiddelden. De fietspaden scoren er iets minder op afstand tot de rijweg maar scoren iets beter op trilcomfort (4,7/10). Fietsen in gemengd verkeer scoort in Arendonk gemiddeld beter dan het provinciaal gemiddelde (5,2/10), grotendeels dankzij de knip op de Heirbaan, ter hoogte van de grens met Oud-Turnhout.

Fietspaden

De Kloosterbaan, tussen Biesputten en Schutterstraat, scoort met 7,8 op 10 relatief goed op alle criteria. De Schotelven en De Daries scoren voor Arendonk het minst met respectievelijk 1,9 op 10 en 1,8 op 10. De provincie Antwerpen vraagt bij de heraanleg van de fietspaden op Schotelven en De Daries aandacht voor breedte, afstand tot de rijweg en materiaalkeuze.
De provincie Antwerpen beveelt ook de heraanleg aan van het fietspad op de Wampenberg/Begijnhof ten zuiden van de kruising met 't Zand. Dit fietspad scoort op alle aspecten laag. Zo haalt het een 0 op 10 omwille van de afstand tot de rijweg waar een toegelaten snelheid van 50 km/u van toepassing is.
De fietspaden langs Grens halen een mooie 8,5 op 10, met topscores op breedte en afstand tot de rijweg.

Gemengd verkeer

Op 5,6 kilometer van de BFF-routes in Arendonk is geen fietsinfrastructuur aanwezig en fiets je in gemengd verkeer. De Heirbaan, met een 'knip' ter hoogte van de gemeentegrens met Oud-Turnhout, scoort goed met 6,4 op 10 binnen en buiten de spits. De Koeistraat en De Valken scoren laag omwille van de hoge verkeersintensiteiten en een matig trilcomfort. Een aanpassing van de weginrichting, met voldoende brede fietssuggestiestroken, en een aanpassing van het snelheidsregime kan de fietsgeschiktheid op gemengd verkeerroutes verbeteren. 

Tot slot beveelt de provincie Antwerpen aan om markeringen voor het hele netwerk uniform te maken.

Rol van de provincie Antwerpen

De Fietsbarometer is een beleidsinstrument dat met objectieve cijfers concrete aanbevelingen doet om het fietsbeleid van lokale besturen te verbeteren. Met de Fietsbarometer analyseert de provincie Antwerpen één voor één alle gemeenten. Ze schetst een totaalbeeld van de bovenlokale fietsroutes en doet concrete aanbevelingen om die te verbeteren. Soms gaat het over grote knelpunten waar een volledige herinrichting van de weg gewenst is. Vaak kunnen kleine ingrepen, die niet zoveel geld kosten, de fietsers heel wat meer (fiets)veiligheid en comfort bieden. De provincie Antwerpen stelt ook de expertise van haar medewerkers en subsidies uit het Fietsfonds beschikbaar. Ze wil zo de situatie voor fietsers in heel de provincie comfortabeler en veiliger maken. 

Meer details vind je op de online Fietsbarometer op de provinciale website. Je kan het gedetailleerde rapport van de Fietsbarometer in de gemeente Arendonk ook opvragen via het contactformulier van Steunpunt Fiets.
 

Fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen krijgt F-markeringen in kunsthars

publish date
25.01.2018
???module.newsItem.label.themes???

Via de fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen-Brussel fiets je via het station in Berchem voorlopig al tot aan het station Nekkerspoel in Mechelen. Je fietst voornamelijk langs de spoorlijn. Af en toe verander je van spoorzijde of volg je geen fietspad. Om de weg niet uit het oog te verliezen, plaatste de provincie Antwerpen borden met het blauwe F-logo voor fietsostrades. Vanaf nu begeleidt het F-logo je op je fietstocht ook via markeringen op de grond zodat twijfels aan kruisingen verleden tijd zijn.

F-logo op fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen
F-logo op fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen

Op 70 plaatsen op de fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen-Brussel bracht de signalisatiefirma Signco F-logo's aan. Zij ontwikkelden een techniek met kunsthars. Voordeel aan kunsthars is dat het duurzaam, weer- en waterbestendig en minder glad is. Bovendien kunnen we het F-logo ook reflecterend maken. Ideaal tijdens donkere dagen.
De provincie Antwerpen ging niet over één nacht ijs bij de keuze voor kunsthars. Op de F14 Antwerpen-Essen testte de provincie Antwerpen de routetaal met borden en markeringen uit. Op die fietsostrade schilderden we het F-logo op de weg . De geschilderde F-logo's blijken niet slijtvast noch duurzaam. Een andere optie die de provincie Antwerpen onderzocht, was werken met stickers. Deze zijn mooi qua kleur maar met kans op gladheid bij nat weer.
 

Fietsostrades F14 Antwerpen-Essen en F5 Antwerpen-Hasselt via Albertkanaal

In het voorjaar van 2018 zal de firma Trafiroad, in opdracht van de provincie Antwerpen, de F14 Antwerpen-Essen bewegwijzeren. Signco vult opnieuw aan met markeringen op de weg. Voor de fietsostrade F5 Antwerpen-Hasselt langs het Albertkanaal maakt de provincie Antwerpen samen met de firma DLW de eerste signalisatieplannen op. Na bespreking met De Vlaamse Waterweg NV en de betrokken gemeenten, plaatst de provincie Antwerpen ook daar bewegwijzering om de fietsers duidelijkheid te bieden. Op beide trajecten voorziet de provincie Antwerpen ook overzichtsborden zodat je als fietser een duidelijk overzicht krijgt op de totale fietsostrade en mogelijke aansluitingen met andere fietsostrades.

F-logo

Het F-logo is ontstaan op vraag van de fietsers. De vijf Vlaamse provincies werkten samen aan een oplossing: een routetaal met een uniek nummer per fietsostrade, het F-logo, aangepaste verkeersborden en markeringen. Voor meer informatie kan je terecht op www.fietssnelwegen.be , een gezamenlijke website van de provincies.

Provincie Antwerpen subsidieerde in 2017 voor bijna 4 miljoen euro fietspaden

publish date
24.01.2018
???module.newsItem.label.themes???

In 2017 keurde de provincie Antwerpen 17 dossiers ter waarde van 3,8 miljoen euro ondersteuning goed voor de aanleg van 36 kilometer fietspaden. Zo'n 3,7 miljoen euro ging naar ruim 35 kilometer bovenlokale fietsroutes voor dagdagelijkse verplaatsingen. Een resultaat waar de provincie erg tevreden over is.

De provincie Antwerpen zet zwaar in op veilige en comfortabele fietspaden voor woon-werk-, woon-school- en woon-winkelverkeer. Gemeenten kunnen bij de provincie subsidies aanvragen voor de aanleg en verbetering van hun fietsinfrastructuur. Ze moeten daarvoor wel de Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden respecteren. In 2017 keurde de provincie Antwerpen maar liefst 3,8 miljoen euro aan fietspadsubsidie goed.

Van die 3,8 miljoen euro subsidie was het merendeel bestemd voor 35 kilometer bovenlokale fietsroutes voor functionele verplaatsingen. Zo ging 800 000 euro naar de Lostraat in Heist-op-den-Berg en 700 000 euro naar de Lierbaan in Putte. Hiermee kunnen de gemeenten respectievelijk 5,2 km en 5,8 km fietspad aanleggen. Ook Lille, Kasterlee, Schelle, Aartselaar, Lint, Geel, Grobbendonk, Herenthout, Putte, Boechout, Nijlen, Berlaar, Schoten, Sint-Katelijne-Waver deden beroep op het Fietsfonds voor de aanleg van hun fietspaden.

Het resterende bedrag werd toegekend aan toeristische fietsroutes: 46 000 euro. De som is een laatste uitbetaling in een langlopend dossier en kadert binnen een subsidie die in 2013 afgeschaft werd.

Fietspadsubsidie
Vanuit het Fietsfonds ontvingen o.a. Geel en Kasterlee subsidies voor de heraanleg van de Lichtaartseweg en Olensteenweg

Fietsfonds

De subsidies kaderen in het Fietsfonds, een samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse overheid en de Vlaamse provincies om de realisatie van bovenlokale functioneel fietsroutenetwerk te ondersteunen. Een gemeente kan zo 80 procent Fietsfondssubsidie krijgen. De provincie en de Vlaamse overheid betalen elk 40 procent. In 2017 betaalden de provincie Antwerpen en de Vlaamse overheid ieder 1,85 miljoen euro. De provincie betaalt het Vlaamse deel aan de gemeente en krijgt dit achteraf terugbetaald van de Vlaamse overheid.

Volgende