Inspiratiedag Gebiedsgericht werken in de praktijk

publish date
06.09.2019

Ontdek via getuigenissen en workshops de expertise en concrete aanpak van gebiedsgericht beleid in de provincie Antwerpen. Ondervind wat een gebiedsprogramma voor jou als partner kan betekenen. Werk mee aan de toekomst van gebiedsgericht beleid in de provincie Antwerpen.

De Inspiratiedag Gebiedsgericht werken in de praktijk vindt plaats op 22 november 2019 van 9u tot 17u30 in het congrescentrum van het Provinciehuis in Antwerpen.

Het programma in een notendop:

09u00 Onthaal met koffie

09u30 Welkomstwoord

10u00 Getuigenissen van gemeenten en partners

12u30 LUNCH

13u30 Workshops

15u45 Afsluiting

16u15 Netwerkreceptie

Getuigenissen van gemeenten en partners in de gebiedsprogramma’s over:

  •  Samenwerking faciliteren
  •  Eenvoud brengen in de complexiteit

Kies uit deze 5 verschillende workshops jouw 2 favorieten:

  1. Gebiedsgericht werken: van identiteitscrisis tot gedragen gebiedsconcept.
    Gebiedsprogramma’s en streekidentiteit.

  2. Ons gebied voor morgen: I HAVE A DREAM.
    Visievorming in gebiedsprogramma’s.

  3. Na de start volgt altijd een finish. Het einde kroont het (gebiedsgericht) werk.
    Wat na het gebiedsprogramma?

  4. Van hokjes naar gemeenschappelijk belang - Rol in ruimtelijke realiteit.
    Hoe ga je om met de vele verschillende sectoren in je gebied?
    Het einde kroont het (gebiedsgericht) werk. Wat na het gebiedsprogramma?
    Een gebiedsprogramma schiet uit de startblokken en na jaren intensieve samenwerking, komt het moment om na te denken wat er na het gebiedsprogramma volgt. In deze workshop bekijken we samen wat er nodig is om een vlotte finish mogelijk te maken waar iedereen achterstaat. Want afronden doe je in schoonheid. Dat is bij een gebiedsprogramma niet anders.

  5. Hoe krijg je je streek mee?
    Draagvlak creëren: een gebiedsprogramma van en voor iedereen.

 

 

 

"Ze zijn daar!" 75 jaar bevrijding in een gratis brochure

publish date
02.09.2019
???module.newsItem.label.themes???

In 1944 begonnen de geallieerde troepen aan hun bevrijding van West-Europa. Ook onze provincie werd verlost van het nazi-juk, maar dat ging niet altijd zonder slag of stoot. 

Ze zijn daar!

Denk jij bij ’75 jaar bevrijding’ spontaan aan de helse gevechten op de Normandische stranden?

Ook de Slag om de Schelde (de Antwerpse haven!) en de gevechten bij de Kempense kanalen speelden een cruciale rol in de bevrijding van Europa.

Klik op deze links van de regio-pagina's om het spoor van de bevrijders te volgen. 

Download op die pagina's de brochure ‘Ze zijn daar!’ en ontdek er de fietsroutes en alle meeslepende verhalen!

Brochure 'Ze zijn daar!'

Hoe presteren gemeenten op klimaatvlak?

publish date
26.06.2019
???module.newsItem.label.themes???

Veel schoolgaande jongeren gaan het toejuichen; ook gemeenten kunnen heden ten dage een rapport krijgen over het gemeentelijk klimaatbeleid. De meeste gemeenten ondertekenden het Burgemeestersconvenant of een ander klimaatengagement en hebben de afgelopen jaren al heel wat maatregelen getroffen. Maar het verzamelen van cijfergegevens is vaak een struikelblok om hun klimaatbeleid en de evolutie ervan ook daadwerkelijk in kaart te brengen. 

De 5 Vlaamse provincies verzamelden cijfermateriaal over klimaat en energie. Via provincies.incijfers.be stellen ze deze data ter beschikking van gemeenten om hun energie- en klimaatbeleid op te volgen en te vergelijken met gelijkaardige gemeenten. Per gemeente is een klimaatrapport beschikbaar met de belangrijkste gegevens over de vermindering van de broeikasgasuitstoot. Men vindt er onder meer de CO2-uitstoot per sector, het energieverbruik van huishoudens, renovatiepremies, mobiliteit en de productie van hernieuwbare energie op hun grondgebied.

CO2-uitstoot in de provincie Antwerpen
Totale CO2-emissie 2016 (groei tov 2011) van de gemeenten in de provincie Antwerpen

Globale toestand in de provincie Antwerpen

Globaal stellen we in de provincie Antwerpen een lichte stijging in uitstoot vast; per gemeente zijn er echter grotere verschillen. Op onderstaande kaart zien we verschillen in CO2-uitstoot per gemeente van 2016 ten opzichte van het referentiejaar 2011. De licht- tot donkeroranje gemeenten hebben een stijgende CO2-uitstoot, de lichtgrijze zijn stabiel tot licht dalend en de licht- tot donkerblauwe gemeenten vertonen een dalende CO2-trend.

Maarten Kegels doet een energiescan

Kant-en-klaar klimaatrapport op maat van de gemeente

Via het rapport krijgt een gemeente inzicht in de maatregelen die effect hebben of waar extra acties nodig zijn. Via kaarten en grafieken wordt de gemeente ook vergeleken met andere gemeenten in de provincie of met de gemiddelden voor Vlaanderen. In het rapport zijn ook enkele verklarende cijfers opgenomen die niet rechtstreeks met klimaat te maken hebben maar belangrijke aandachtspunten zijn voor het gemeentelijk klimaatbeleid, zoals de financiële draagkracht van gezinnen of de toestand van het woningbestand.

Een mooie case is Bornem. Bornem doet het beter dan het provinciaal gemiddelde met een lichte daling van de globale CO2-uitstoot met 1,4% tussen 2011 en 2016.
Wat in het rapport frappant in het oog springt, is de sterke daling (-10,9%) van de CO2-uitstoot in de sector huishoudens, verantwoordelijk voor een groot aandeel van de CO2-uitstoot op het Bornemse grondgebied. De gemeente presteert beter dan het provinciaal gemiddelde (-6%) en het Vlaamse gewest (-6,8%).

Voor Maarten Kegels, ambtenaar Duurzaamheid en Wonen van Bornem, is de vaststelling een positieve bekrachtiging van de ingeslagen weg. De gemeente investeert immers al enkele jaren in de verlaging van de energie-impact van huishoudens. Zo biedt de gemeente warmte-advies op maat aan waarbij gezinnen op basis van energiescans van hun woningen concrete acties aangereikt krijgen om hun uitstoot te verlagen. De gemeente gaat zelfs een stap verder in haar ondersteuning met een (sociaal) premiebeleid voor energiebesparende maatregelen zoals isolatie.

Geïntegreerd cijfermateriaal

Alle Vlaamse provincies sloegen de handen in elkaar en brachten het cijfermateriaal samen over klimaat en energie van Fluvius en het Departement Omgeving Vlaanderen, in samenwerking met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en het Vlaams Energieagentschap (VEA), in de online databank provincies.incijfers.be.

Burgers of journalisten die benieuwd zijn naar de CO2- uitstoot in een bepaalde gemeente of die willen weten welke sectoren de meeste vooruitgang boeken, kunnen een kijkje nemen op het klimaatluik van provincies.incijfers.be.

Vleermuizen en verlichting?

publish date
18.06.2019
???module.newsItem.label.themes???

Steeds meer steden en gemeenten zijn bezig met de opmaak van masterplannen voor openbare verlichting in het kader van energiebesparing. Ook bij de aanleg van wegen en fietsostrades is verlichting, in het belang van rijcomfort en veiligheid, een belangrijk aspect. Kunstmatige verlichting kan een negatief effect hebben op biodiversiteit; in het bijzonder voor vleermuizen. Op vraag van de provincie Antwerpen heeft het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een advies opgemaakt over hoe we rekening kunnen houden met vleermuizen bij wegverlichting.

Alle vleermuizen zijn in min of meerdere mate lichtschuw 

Vleermuizen mijden daglicht en jagen daarom ’s nachts op insecten. Ze hebben daarbij weinig concurrentie van andere diersoorten, en de duisternis zorgt ervoor dat roofdieren hen niet zien. Tenminste, als kunstlicht het donker niet verstoort.

Vleermuizen hebben in tegenstelling tot wat men soms denkt, zeer gevoelige ogen die aangepast zijn aan lage lichtintensiteiten. De meeste soorten hebben kleurenzicht, maar de kleuren waarvoor ze gevoelig zijn, verschillen ten opzichte van die die de mens kan waarnemen. Zo kunnen zij ook UV-licht zien. Als algemeen principe geldt dat kunstmatige verlichting, waar mogelijk, vermeden moet worden. Indien verlichting noodzakelijk is, dan zijn er verschillende flankerende maatregelen mogelijk die het effect van licht op vleermuizen minstens ten dele afzwakken.

Elke lamp die niet hoeft te branden, levert een besparing op (zowel financieel als qua CO2-uitstoot), dus een win-win voor budget, klimaat en lokale biodiversiteit.

Het INBO-advies geeft een stappenplan om dit verder te concretiseren, gebaseerd op de aanbevelingen van Eurobats. Het stappenplan bestaat uit vier hiërarchische stappen, waarbij elke volgende stap moet gezien worden als een aanvulling op de vorige stappen.

Stappenplan om het effect van licht op vleermuizen af te zwakken

Stap 1: Vermits alle vleermuissoorten lichtschuw zijn in bepaalde omstandigheden, moet verlichting in de eerste plaats vermeden worden. Vleermuizen hebben nood aan een netwerk van donkere verbindingen om vlot toegang te hebben tot foerageergebieden vanuit de kolonieplaatsen. Plaats daarom alleen lampen waar dit echt nodig is. Je kan ook gebruik maken van reflectoren, een lichtgekleurde wegbedekking voor fietspaden of wegmarkeringen.

Stap 2: Indien verlichting noodzakelijk is, is het het beste om die enkel te laten branden indien nodig, bijvoorbeeld door bewegingsdetectoren te gebruiken die het licht aanschakelen wanneer voetgangers, fietsers of auto’s passeren. In de buurt van kolonieplaatsen moet ervoor gezorgd worden dat de vleermuizen in het donker in en uit kunnen vliegen.

Stap 3: Beperk zoveel mogelijk de intensiteit van het licht en vermijd strooilicht. Om lichtverstrooiing te vermijden, moeten aangepaste armaturen gebruikt worden die het licht zoveel mogelijk richten op de plaats waar het nodig is, en verstrooiing naar de wijdere omgeving vermijden. Armaturen zouden geen licht naar boven toe mogen verspreiden. Om dezelfde reden worden lichtarmaturen best zo laag mogelijk geplaatst. Bij verlichting van een weg omzoomd met bomen moeten de armaturen zodanig worden geplaatst dat zij het bovenste deel van de bomenrij niet verlichten. Lichtverstrooiing naar waterpartijen toe moet zeker vermeden worden. Aanplant van een groenscherm kan in sommige omstandigheden helpen om lichtverstrooiing te beperken, maar dit werkt uiteraard enkel in het zomerseizoen. Recent onderzoek geeft aan dat ook tijdens de winter vleermuizen meer vliegen dan tot nu toe werd aangenomen.

Stap 4: Als allerlaatste maatregel kan een lichtkleur gebruikt worden die door vleermuizen minder wordt gezien of als minder bedreigend wordt ervaren. Onderzoek wees uit dat een oranje/rode/amberkleur minder verstorend is dan bv. wit licht omdat UV en andere korte golflengten eruit gefilterd zijn. Het aantal studies hierover is echter nog beperkt, en de reactie van de vleermuizen verschilt van soort tot soort. Daarom is het gebruik van een vleermuisvriendelijke lichtkleur een laatste stap die een nuttige aanvulling kan zijn nadat alle andere stappen zijn uitgewerkt. Het is dus van groot belang om in te zetten op een vleermuisvriendelijke inrichting van het verlichtingsplan en landschap.

Vleermuizen als Provinciaal Prioritaire Soorten

Vleermuizen als groep, zijn geselecteerd als Provinciale Prioritaire Soorten voor de provincie Antwerpen. Het zijn soorten waar de provincie via gerichte maatregelen extra aandacht aan besteedt. Als belangrijke boodschap wil de provincie Antwerpen meegeven dat het zinvol is om bij plannen en projecten m.b.t. verlichting ook de impact op milieu en natuur te bekijken en natuurgebieden en verbindingszones aan te duiden die best donker blijven. Elke lamp die niet hoeft te branden, levert een besparing op (zowel financieel als qua CO2-uitstoot), dus een win-win voor budget, klimaat en lokale biodiversiteit. Het volledige INBO-advies kan je hieronder downloaden.

tekst: Ralf Gyselings  & Luc De Bruyn, INBO
Mieke Hoogewijs - Adviseur biodiversiteit – fauna & flora - DIENST DUURZAAM MILIEU- EN NATUURBELEID - Provincie Antwerpen

Presentaties provinciale milieudag 2019 - Klimaatadaptatie

publish date
16.06.2019

Deze editie van de provinciale milieudag stond in het teken van klimaatadaptatie en zocht een antwoord op vragen als: wat kunnen steden en gemeenten doen om te anticiperen op de klimaatverandering? Hoe passen ze zich aan en welke tools heb je als lokaal bestuur in handen voor een klimaatbestendige stad of gemeente?

De presentaties en verslagen van de workshops kan je hier downloaden.

 

Meer eetbaar groen in steden en gemeenten

publish date
11.06.2019

Op vraag van de provincie Antwerpen ontwikkelde de Universiteit Antwerpen een Keuzewijzer Eetbaar Groen. Vanaf vandaag kunnen alle steden en gemeenten daarmee aan de slag. Van stadslandbouw tot zelfpluktuinen; stap voor stap komen ze tot de meest geschikte en haalbare invulling voor hun beschikbare gronden. De focus op ‘eetbaar groen’ zorgt voor een dubbele winst: naast de vergroening is ook de voedselproductie een extra meerwaarde voor de omwonenden.

In bebouwde gebieden wordt de groene ruimte steeds schaarser. Groene ruimte verdwijnt door de bouw van nieuwe woningen, aanleg van terras en tuinpaden, verharding van straten en pleinen en de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Nochtans is groene ruimte belangrijk voor onze leefbaarheid en ons welzijn. Meer groen staat garant voor een betere luchtkwaliteit en minder wateroverlast, het maakt de omgeving meer hittebestendig en draagt bij aan de biodiversiteit. Daarnaast zorgt groen voor een aangename ruimte om te sporten, te ontspannen en elkaar te ontmoeten.

Gedeputeerde voor Landbouw Ludwig Caluwé: “Als duurzaam bestuur willen we een voortrekker zijn en onze inwoners en lokale besturen stimuleren om in te zetten op eetbaar groen. We willen dat steden en gemeenten kiezen voor een aanpak die verder gaat dan klassieke vergroening. We willen hen overtuigen om te kiezen uit een palet van vergroeningsprojecten waarvan de omwonenden letterlijk de vruchten kunnen plukken.” 

Van geveltuin tot plukweide

Als jouw stad of gemeente werk wil maken van eetbaar groen, kan je binnenkort misschien wel genieten van een geveltuin, een stadsboerderij of een voedselbos. Wat er exact komt, hangt niet alleen af van je lokaal bestuur maar ook van de locatie, de doelgroep en een reeks andere factoren. Zo kunnen lokale besturen in bebouwde gebieden wellicht beter inzetten op de ecologische en sociale meerwaarde van eetbaar groen in een tuinstraat of met een geveltuin. Maar ook op grotere, onbebouwde plaatsen kunnen ze een economische meerwaarde creëren met een volkstuin, een stadsboerderij of een plukweide. Of misschien gaan ze wel de hoogte in met een daktuin?

Een uniek instrument

Er zit veel potentieel in eetbaar groen, maar je moet de kansen zien.” stipt Ludwig Caluwé aan. “Het is onze taak om bovenlokaal te werken en steden en gemeenten hierin te ondersteunen. Daarom vroeg de provincie aan de Universiteit Antwerpen om gepaste werkinstrumenten te ontwikkelen”.

Het resultaat is de Keuzewijzer Eetbaar Groen die vanaf vandaag door alle Antwerpse steden en gemeenten gebruikt kan worden. “Deze keuzewijzer gidst onze steden en gemeenten doorheen het ganse proces en reikt hen ook de juiste instrumenten aan,” verduidelijkt Caluwé. ”In de eerste fase wordt de beschikbare groene ruimte in kaart gebracht en wordt er een locatieplan opgemaakt. Nadien kan men met de keuzewijzer op zoek gaan naar de meest geschikte vorm van eetbaar groen voor die locatie. De laatste stap is de uitwerking van een concreet project.”

Gemeente Schelle gaat aan de slag

Eén van de gemeenten die aan de slag gaat met deze keuzewijzer is de gemeente Schelle. Daar vind je nu al verschillende vormen van eetbaar groen. Maar het bestuur is ervan overtuigd dat er dat er nog veel meer kan gebeuren.

De gemeente Schelle investeerde 4 jaar geleden in de aanleg van volkstuin Aerdborg. Burgemeester van Schelle Rob Mennes: “Sinds 2016 tuinieren hier 75 inwoners en er zijn nog inwoners vragende partij. Zij willen ook aan de slag in het groen. Ondanks de kostprijs die hieraan verbonden is voor de gemeente zijn er ook heel wat kansen. Zo bevorderen dergelijke initiatieven de sociale cohesie, het klimaat en de beleving in onze gemeente. We zullen de mogelijkheden voor nieuwe projecten rond eetbaar groen in onze gemeente dan ook bekijken.”

Provincie Antwerpen koppelt mobiliteit aan ruimtelijke ordening

publish date
07.06.2019
???module.newsItem.label.themes???

Het Ruimtekompas geeft voor 400 locaties de huidige situatie qua ruimtelijke ordening én mobiliteit eenvoudig weer. Het is een uniek instrument ontwikkeld door de provincie Antwerpen. Het Ruimtekompas geeft een objectieve basis om beleidskeuzes voor ruimtelijke ordening en mobiliteit aan elkaar te koppelen. De provincie Antwerpen gebruikt het niet alleen voor het eigen beleid maar ondersteunt er ook de gemeentebesturen mee in de opmaak van hun gemeentelijke beleidsplannen.

Keuzes in ruimtelijke ordening en mobiliteit aan elkaar koppelen, het klinkt logisch maar met het Ruimtekompas wordt het nu ook echt mogelijk. De provincie Antwerpen ontwikkelde samen met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en studiebureau BUUR dit unieke instrument. Het Ruimtekompas geeft op basis van objectief cijfermateriaal een visueel en uitgebreid overzicht van de huidige ruimtelijke ordening en mobiliteit van een locatie. De provincie Antwerpen is de eerste die met het Ruimtekompas een uitgebreid en cijfermatig onderbouwd instrument ontwikkelde om beleidskeuzes voor ruimtelijke ordening en mobiliteit aan elkaar te koppelen.

Eenvoudige weergave

Het Ruimtekompas plaatst vier elementen op een cirkel:

  1. de knoopwaarde, zijnde de bereikbaarheid met openbaar vervoer, auto en fiets;
  2. de plaatswaarde, die een indicatie geeft van het soort en aantal voorzieningen (bijvoorbeeld een school of een ziekenhuis);
  3. de gebruiksintensiteit op basis van het inwoners-, tewerkstellings- en bezoekersaantal;
  4. de ruimtelijke context volgens de bebouwingsdichtheid, de nabijheid en de verhouding tot omliggende kernen, en de voorwaarden uit de sectorale wetgeving (bijvoorbeeld erfgoed of natuur).
Voorbeeld Ruimtekompas
Voorbeeld Ruimtekompas

De ruimtekompassen baseren zich op objectief cijfermateriaal uit verschillende bronnen zoals de inwonersaantallen uit het rijksregister, de tewerkstellingsaantallen via de Verrijkte Kruispuntbank Ondernemingen (VKBO), de dienstregelingen van De Lijn en de NMBS, de locaties van voorzieningen volgens het Agentschap Informatie Vlaanderen (AGIV),… Het is de eerste keer dat een instrument zoveel verschillende cijfers van zoveel verschillende bronnen eenvoudig weergeeft.

Het netwerk

De provincie Antwerpen maakte een hele reeks ruimtekompassen aan en ging daarvoor verder dan haar 69 gemeenten. Voor haar grondgebied bestaan er maar liefst 400 ruimtekompassen: voor elke stads- en dorpskern, voor attractiepolen en voor bedrijventerreinen. Bovendien zijn de ruimtekompassen onderling met elkaar verbonden. Logisch, want de gemeenten en hun kernen vormen onderling een netwerk. Wijzigingen in bijvoorbeeld mobiliteit voel je over gemeentegrenzen heen. Komt er een nieuwe fietsostrade, dan beïnvloedt dat de mobiliteit in de naburige kernen en gemeenten. Dat effect zie je in de betrokken ruimtekompassen.


Uniek instrument

De provincie Antwerpen gebruikt het Ruimtekompas onder andere bij de voorbereiding van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen of PBRA. Dat PBRA bereidt een nieuwe visie op ruimtelijke ordening voor. Willen we in de toekomst voor iedereen ruimte om te wonen, te werken, te leven en zich duurzaam te verplaatsen, dan moeten we daar nu al afspraken over maken. De bevolking groeit immers terwijl de beschikbare ruimte niet toeneemt.

De provincie Antwerpen stelt de ruimtekompassen ook ter beschikking van haar gemeentebesturen. Beleidskeuzes voor ruimtelijke ordening en mobiliteit aan elkaar koppelen is immers ook voor hen noodzakelijk. De gemeentebesturen krijgen hun Ruimtekompas en de nodige informatie tijdens een infosessie op 25 juni 2019.

Meer informatie lees je op de webpagina van het Ruimtekompas.

Nieuwe feitenfiches detailhandel geven gemeenten actueel inzicht in winkelaanbod

publish date
06.06.2019
???module.newsItem.label.themes???
afbeelding feitenfiche

De 5 Vlaamse provincies publiceren voor de 6de keer op rij een nieuwe update van de feitenfiches detailhandel. In de feitenfiche vindt elke Vlaamse gemeente een overzicht van relevant cijfermateriaal over het winkelaanbod. De cijfers vormen zo een nuttig instrument om de beleidsplannen lokale economie vorm van steden en gemeenten vorm te geven.


Net als vorig jaar is de feitenfiche detailhandel een dynamisch rapport op provincies.incijfers.be. Dit platform is eenvoudig en flexibel te gebruiken. De gebruiker kiest voor kant-en-klare rapporten, of gaat zelf aan de slag met een rijk gamma aan cijfergegevens uit verschillende bronnen.

Leegstand, kernversterking en ondersteuning

De leegstand in Vlaanderen is toegenomen, maar de stijging vlakt af. In de provincie Antwerpen tellen we 10% leegstand (in aantal panden), voor heel Vlaanderen is dat 9,5%. Het aantal winkels in Vlaanderen daalt al jaren, maar tegelijkertijd bouwt de vastgoedsector nieuwe winkelpanden bij. En dan vooral buiten de kernen. De provincie Antwerpen moedigt steden en gemeenten aan om in het kader van een lokaal detailhandelsbeleid een of meerdere kernwinkelgebieden af te bakenen. In die gebieden kunnen ze een actief beleid voeren om het winkelaanbod gezond en evenwichtig te houden, en om leegstaande panden te vullen. Dit kan met meerdere maatregelen: centrummanagement, locatiebeleid, … Minder gunstig gelegen panden, buiten die kernwinkelgebieden, krijgen bij voorkeur een andere functie, zoals bijvoorbeeld wonen.

Het team Detailhandel van de provincie Antwerpen biedt een helpende hand met verschillende instrumenten. We doen dat niet enkel door de feitenfiche beschikbaar te stellen. We ondersteunen de gemeenten om het detailhandelsbeleid uit te tekenen én om concrete acties uit te voeren.

In een aantal steden gemeenten in onze provincie daalt de leegstand ten opzichte van vorig jaar: bijvoorbeeld Geel, Turnhout, Arendonk, Berlaar, Duffel, Retie, Brasschaat en Schoten. Deze gemeenten zien het resultaat van een actief detailhandelsbeleid.

Vooral voor kleinere kernen is het belangrijk om te investeren in een gepast detailhandelsbeleid dat een evenwicht zoekt tussen de kern en de rand. De provincie Antwerpen neemt hierin het voortouw met een verdergezet baanwinkelproject. Langs de N10 Lier-Aarschot worden theoretische modellen om het evenwicht baanwinkels/kernwinkelgebied te vinden, de komende jaren in de praktijk omgezet.

Voedingswinkels worden groter
Trends die we vorige jaren waargenomen hebben, zetten zich verder door. Voedings- en levensmiddelenwinkels dalen in aantal, maar ze worden wel steeds groter, denk maar aan de groei van de supermarkten.

Opmerkelijk: het aantal bakkers- en slagerswinkels daalt al een jaar of vijf, het aantal speciaalzaken in koffie en thee of chocolade  groeit dan weer.

Uiteraard zorgt e-commerce voor woelige tijden in de retailsector. Persoonsgebonden diensten (behalve financiële) lijden daar niet onder: zo kun je je haar niet online laten knippen. Deze diensten vormen het grootste aandeel in het pakket diensten.

Dalende winkelvloerproductiviteit

De assumptie is dat consumentenuitgaven voor retail stabiel blijven (bron: gezinsbudgetenquête). Toch zien we het aantal vierkante meters winkelvloeroppervlakte stijgen, met als gevolg een dalende winkelvloerproductiviteit. Uiteraard kan dit de rendabiliteit van winkels onder druk zetten.

Rapport feitenfiche per gemeente vind je hier

Dashboard (grafisch) vind je hier

Meer info over de feitenfiche en de andere tools om je detailhandelsbeleid vorm te geven vind je op de pagina toolbox detailhandel

Nieuwe visie op ruimtelijke ordening bij provincie Antwerpen

publish date
20.05.2019
???module.newsItem.label.themes???

Met de conceptnota van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen geeft de provincie Antwerpen aan waar ze met de ruimtelijke ordening op haar grondgebied naartoe wil. De nota bevat de ruimtelijke visie voor 2050 en een eerste reeks van doelstellingen om die te realiseren. Gemeentebesturen, de Vlaamse overheid én burgers kunnen er binnenkort hun mening over geven.

Het is hoog tijd om het gebruik van de ruimte te (her)bekijken. De bevolking groeit immers terwijl de beschikbare ruimte niet toeneemt. Willen we in de toekomst voor iedereen ruimte om te wonen, te werken en te leven, dan moeten we daar nu afspraken over maken. De druk op het klimaat maakt het bovendien noodzakelijk om duurzaam met de beschikbare ruimte om te springen. Vandaag keurde de provincieraad de conceptnota van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen of PBRA goed. Het PBRA bestaat uit een strategische visie voor de lange termijn en een set van beleidskaders die op middellange termijn zorgen voor de uitvoering van die visie. De strategische visie vormt de basis voor de beleidskaders.

Strategische visie

De strategische visie is het resultaat van onderzoeken door de provincie Antwerpen en van een participatieproces gevoerd onder de naam ‘Nota Ruimte’. De provincieraadsleden, de gemeentebesturen, kennisinstellingen, de Vlaamse administraties en tal van middenveldorganisaties werkten eraan mee. Concreet komt het erop neer dat we in de strategische visie niet meer uitgaan van gescheiden functies maar ze verweven waar het kan. Het huidige gewestplan gaat uit van gescheiden functies en activiteiten. Het geeft aan elke zone één specifieke bestemming: wonen, industrie, natuur, landbouw. In de toekomst moeten we onze ruimte efficiënter gebruiken en dus waar het mogelijk is, functies met elkaar verweven. We moeten daarbij garant staan voor een kwalitatief ruimtegebruik voor de gehele leefomgeving. Een bedrijventerrein is een mooi voorbeeld: de gebouwen en parkings staan daar buiten de werkuren leeg. We kunnen zoeken naar mogelijkheden om ze ’s avonds en in het weekend te gebruiken voor sport en ontspanning.

Bij de ontwikkeling van hun beleidsplan werken de Vlaamse provincies over hun provinciegrenzen heen. De strategische visie van het PBRA bevat die gemeenschappelijke basis en werkt ze verder uit op maat van de ruimtelijke situatie en identiteit van onze provincie.

Beleidskaders

De beleidskaders bepalen de doelstellingen om de strategische visie op het terrein te realiseren. De provincie Antwerpen start met een eerste set van drie beleidskaders:

  1. De ruimtelijke vertaling van de strategische visie, om die visueel te kunnen weergeven;
  2. Levendige kernen, om te komen tot een netwerk van dorps- en stadskernen rond multimodale verkeersknopen en met aandacht voor levenskwaliteit;
  3. Verdichten en ontdichten van de ruimte, om bebouwde ruimte efficiënter te gebruiken, open ruimte te versterken en versnippering tegen te gaan.

Het uitwerken van de doelstellingen in deze beleidskaders vraagt niet alleen een nauwe samenwerking met de provinciale diensten maar ook met de verschillende bestuursniveaus.

Uitnodiging voor burgerparticipatie

Het PBRA is abstracte materie maar zal op termijn ook jouw leef- en werkomgeving beïnvloeden, of toch zeker die van je kinderen en kleinkinderen. We nodigen iedereen, jong en oud, uit om tijdens de publieke raadpleging van 20 augustus tot en met 18 oktober 2019 zijn of haar mening te geven. Zo teken je mee aan de ruimte van de toekomst. Begin juli vind je de conceptnota en informatie over de publieke raadpleging op de webpagina's over het PBRA. In september geven we op infomarkten in Antwerpen en Turnhout een samenvatting van de conceptnota en kun je vragen stellen aan de provinciale medewerkers.

Krijg je graag een seintje met de precieze data en informatie over de publieke raadpleging? Ben je benieuwd naar de volgende stappen om tot een definitief PBRA te komen? Abonneer je dan op de nieuwsbrief van het PBRA of hou de webpagina's van het PBRA in de gaten.

Volgende stappen

Tegelijkertijd met de publieke raadpleging vraagt de provincie Antwerpen het advies van elk gemeentebestuur, de Vlaamse overheid en de Procoro (de Provinciale Commissie voor Ruimtelijke Ordening). Die adviezen voegt ze samen met de reacties uit de publieke raadpleging. Verder onderzoek zal leiden tot een voorontwerp, een ontwerp en tenslotte een definitief Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen of PBRA dat het Ruimtelijke Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA) vervangt.

Vlaamse provinciebesturen starten met opmaak Provinciaal Beleidsplan Ruimte

publish date
01.04.2019
???module.newsItem.label.themes???

Een visie vanuit bovenlokaal perspectief is nuttig en nodig om ruimtelijke keuzes te maken en afstemming te zoeken tussen bovenlokale en lokale gebiedsontwikkelingen.

Beleidsplan Ruimte

De Vlaamse regering keurde op 20 juli 2018 de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) goed. Het BRV dient als richtlijn voor het toekomstig ruimtelijk beleid in Vlaanderen. In het BRV krijgen de provinciebesturen een bovenlokale en streekgerichte rol toebedeeld. Ze krijgen de ruimte om een eigen strategisch ruimtelijk beleid op te maken in de vorm van een Provinciaal Beleidsplan Ruimte.

Startbeslissing genomen in 5 provinciebesturen

De 5 Vlaamse provinciebesturen beslisten om te starten met de opmaak van een Provinciaal Beleidsplan Ruimte. Met deze beslissing tonen de provinciebesturen hun engagement om een duurzaam en kwaliteitsvol ruimtelijk beleid te voeren met een bovenlokale aanpak gericht op samenwerking. Dit om de toekomstige uitdagingen op maat aan te pakken. Een visie vanuit bovenlokaal perspectief is nuttig en nodig om ruimtelijke keuzes te maken en afstemming te zoeken tussen bovenlokale en lokale gebiedsontwikkelingen.

In het vernieuwd provinciaal ruimtelijk beleid gaan de provinciebesturen niet alleen over bestuurlijke grenzen heen maar ook over beleidsdomeinen heen: de uitdagingen worden vanuit een bovenlokaal perspectief geïntegreerd aangepakt door een multidisciplinair en deskundig team van medewerkers. De provinciebesturen kunnen in hun ruimtelijk beleid voor impulsen zorgen om lokale en bovenlokale opportuniteiten van een gebied optimaal te benutten. Er wordt dan ook een gebiedsgerichte aanpak gehanteerd. Maar er wordt ook realisatiegericht gewerkt. Want de plannen die we vandaag maken, moeten snel tot zichtbare veranderingen leiden op het terrein. Het is dan ook duidelijk dat de provinciebesturen in hun ruimtelijk beleid flexibel moeten zijn, want elk project is anders en vraagt een aanpak op maat.

Gemeenschappelijke ambitie in 5 unieke beleidsplannen

In deze gemeenschappelijke ambitie worden er een aantal overeenkomstige uitgangspunten gehanteerd: duurzaam omgaan met de beschikbare ruimte, streven naar een efficiënt ruimtegebruik, een koppeling maken tussen ruimtelijke ontwikkelingen en duurzame mobiliteit, rekening houdend met de kwetsbaarheden van onze natuurlijke omgeving.

Op deze manier geven de provinciebesturen een gebiedsgerichte invulling aan de ambities en principes van het BRV en krijgen de gemeenten een concreter referentiekader voor hun ruimtelijk beleid. Zo werken we als provinciebesturen mee aan de omgevingskwaliteit én de leefkwaliteit van onze inwoners, bedrijven en organisaties, nu en in de toekomst.

Maar elke provincie is ook uniek, heeft haar eigen specifiek karakter en nood aan een aanpak op maat. Daarom maakt elke provincie een eigen Beleidsplan Ruimte op met inhoudelijke accenten. Dit leidt tot 5 verschillende en sterke beleidsplannen, afgestemd op de ruimtelijke situatie, kwaliteiten en identiteit van iedere provincie.

Beleidsplan provincie Antwerpen

In de provincie Antwerpen nam de provincieraad in januari 2019 officieel de startbeslissing voor de opmaak van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen. Inhoudelijk zijn ze echter al langer bezig onder de noemer Nota Ruimte. Ze gaan nu verder met de officiële benaming ‘Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen’. Net omdat ze inhoudelijk al zo ver staan, organiseren ze de adviesronde over de conceptnota al na de zomer. Waar de provincie Antwerpen erg trots op is, is de participatieve aanpak van de Nota Ruimte. Ze zijn gestart in 2013 met de interne provinciale diensten. In 2015 hebben ze inhoudelijke experten betrokken en in 2016 hebben ze het opengetrokken naar externe stakeholders, namelijk de gemeentebesturen en middenveldorganisaties. Tenslotte, in 2018, richtten ze zich tot burgers. Alle input in dat hele participatietraject neemt de provincie Antwerpen mee in de opmaak van het definitieve beleidsplan Ruimte.

Meer info op de webpagina's van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA).

Klimaatstrijders bespaarden samen 3195 ton CO²

publish date
25.03.2019

In maart 2018 daagde provincie Antwerpen haar gemeenten en inwoners uit om mee te strijden vóór het klimaat en tegen elkaar. In de Klimaatstrijd, een digitale challenge in de gratis For Good-app, behaalden de inwoners met de kleinste ecologische voetafdruk de beste punten. De resultaten van de inwoners werden per gemeente verrekend en weerspiegelden de vorderingen van hun gemeente. Op 10 maart 2019 werd de Klimaatstrijd afgesloten. Op 22 maart zet provincie Antwerpen de best scorende gemeenten van de Klimaatstrijd in de kijker. Gemeente Dessel werd de Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk en district Antwerpen telde de meeste Klimaatstrijders.

Winnaars klimaatstrijd

Dessel is Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk

Gemeente Dessel sluit één jaar Klimaatstrijd af als Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk. District Merksem, gemeenten Merksplas, Niel, Borsbeek, Sint-Katelijne-Waver, district Deurne en gemeenten Boechout, Kontich en Herenthout vervolledigen de top 10 van de Klimaatstrijd. De deelnemers van Dessel bespaarden samen 6882 kg ofte bijna 7 ton CO2. De gemiddelde score van de Klimaatstrijders uit Dessel was het hoogste. Deelnemende Desselaars hadden de laagste CO2-uitstoot, vergeleken met de CO2-uitstoot van de gemiddelde Vlaming (200kg/week). Om dit te bereiken, namen ze regelmatig de fiets of de benenwagen (in plaats van de auto) en namen ze het afgelopen jaar zelden een vliegtuig. District Antwerpen kon de meeste inwoners sensibiliseren om deel te nemen aan de Klimaatstrijd. Zij bespaarden allemaal samen 609 ton CO2, fietsten 58.813 kilometer en spoorden 147.532 km met de trein.

Alle Klimaatstrijders samen hielden maar liefst 3195 ton CO2 uit de lucht! Dat kan je vergelijken met de CO2-uitstoot die je bespaart door een jaar lang 31.950 zonnepanelen hun werk te laten doen.  Of door 2130 mensen die hun auto die op diesel of benzine rijdt, inwisselen voor een elektrische auto. Een besparing van 3195 ton CO2 kan je ook vergelijken met 1183 verre vliegreizen of het volledig van de baan halen van 1141 auto’s. Hoe realiseerden de Klimaatstrijders deze stevige inperking van hun ecologische voetafdruk? Door allemaal samen 409.151 km te fietsen, 150.184 km te wandelen, zich 523.753 km te verplaatsen met het openbaar vervoer en dat allemaal ten nadele van de auto. Het bewijst dat kleine en grote inspanningen doen om je ecologische voetafdruk in te perken, wel degelijk een verschil kunnen maken.

Prijzentafel

Dessel, de Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk, krijgt van de provincie Antwerpen een eigen marktje met lokale producten cadeau. Op deze gezellige markt kunnen de inwoners van de winnende gemeente genieten van allerlei streekproducten. Deze belevenisprijs is toepasselijk om het einde van de Klimaatstrijd en de overwinning van Dessel te vieren. Lokale producten eten en drinken, komt je ecologische voetafdruk immers ten goede. Waar en wanneer de streekmarkt plaatsvindt, wordt nog samen met de gemeente Dessel bepaald. Omdat district Antwerpen de gemeente is met de meeste Klimaatstrijders, krijgen alle Klimaatstrijders van dit district een ecologisch verantwoorde prijs. 

For Good-app

Ook na de Klimaatstrijd van provincie Antwerpen en haar gemeenten kunnen inwoners hun inspanningen voor een beter klimaat in de For Good-app blijven meten. Door je energieverbruik, voedingsgewoonten en transport te tracken, weet je hoeveel CO2 er door jouw toedoen wordt uitgestoten. Niet om met het vingertje te wijzen, maar wel om aan te zetten tot actie! Wie zonder smartphone wil strijden voor een beter klimaat vindt nuttige tips op www.vriendvan.be. Wie wil weten wat de provincie allemaal doet voor het klimaat, kan zijn licht opsteken bij www.provincieantwerpen.be > klimaat.

Oproepen

publish date
18.03.2019

Op deze pagina vind je een overzicht van de openstaande Europese projectoproepen per programma. Heb je een vraag hierover of heb je een projectidee dat je graag zou indienen bij een Europees fonds? Laat ons dan zeker iets weten. Onze contactgegevens vind je onderaan deze pagina.  

EFRO Vlaanderen

Er werd in juni 2019 een nieuwe oproep voor EFRO Vlaanderen gelanceerd. Voor deze oproep is er een een budget van 2,5 miljoen euro. De deadline voor indiening is 27 september 2019. Ontdek snel wat de mogelijkheden zijn voor jouw organisatie op deze pagina.

Interreg-programma`s

Interreg 2 Zeeën

De 8e call opent op 1 februari en sluit op 8 april 2019. Meer info vind je op de website van het 2 Zeeënprogramma.

Interreg Noordzeeregio

De 10de oproep staat open tot 8 april 2019. Meer info op de website van het Noordzeeregio-programma.

Interreg Noordwest-Europa

De 9de oproep voor de prioriteiten 1 & 3 staat open tot 14 juni 2019.  Meer info vind je op de website van het Noordwest-Europa-programma

Thematische programma`s

Erasmus+ 

Dit programma werkt met verschillende deadlines en prioriteiten en voor 2019 is er zelfs 10% meer budget dan voor 2018.

Dit voorjaar staat er een oproep open voor kernactie 2: samenwerking voor innovatie en goede praktijken. Deadline is 21 maart 2019. Kijk op de website voor meer informatie.

Meer info over de deadlines en de inhoud van het programma voor projecten rond onderwijs en educatie vind je op de website van EPOS-Vlaanderen. Voor projecten over jongeren en jeugd neem je het best contact op met Jint.

Creative Europe

Het Europees subsidieprogramma Creative Europe werkt met verschillende oproepen die tegelijkertijd lopen. Zo zijn er subsidies voor:

  • Media: ontwikkeling&productie, distributie&vertoning, opleidingen&publieksontwikkeling, markttoegang&fondsen. Meer informatie over de oproepen voor media en de deadlines vind je op de website.
  • Cultuur: Europese samenwerkingsprojecten, Europese netwerken, Europese platformen en vertalingen. Meer info over de oproepen en de deadlines vind je op de website.  

Europa voor de burger

Projecten die het Europees burgerschap versterken moeten voor subsidie naar Europa voor de burger. Dit najaar is er nog een oproep voor: stedenbanden, netwerken van steden, projecten van maatschappelijke organisaties. Deadline is 1 september. Meer info.

Zoeken op thema

Op de website van de Europese Commissie kun je subsidies zoeken per thema.

Advies nodig?

Wil je graag advies over het juiste fonds voor jouw projectidee of heb je vragen over de aanvraagprocedure? Contacteer de projectmanagers van dienst Europa.

 

Volgende van de detaillijst