Is groen het nieuwe goud? Studiedag groenplanning en -beheer: 10 december 2019

publish date
22.11.2019
???module.newsItem.label.themes???

Van openbaar groen tot privédomein of natuurgebied: het groen in uw gemeente heeft verschillende functies. Het draagt bij aan een aangename leefomgeving voor uw inwoners, biedt een leefgebied aan planten- en diersoorten en wordt in de toekomst nog belangrijker om als waterbuffer, schaduwbrenger en verkoeler ons aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering.  

Het succesvol plannen, aanplanten, beheren en behouden van groen is echter niet altijd evident en vergt een continue wisselwerking met andere beleidsdomeinen dan park- en groenbeheer.  

Steek op 10 december de koppen bijeen voor een duurzaam groenbeleid en -beheer in uw gemeente! Nodig zeker ook je collega’s van betrokken diensten uit. 

 

Meer info over de workshops en inschrijvingen vindt u op deze pagina.

 

Fietspad of rijbaan voor speedpedelec gebruiker? Provincie Antwerpen roept wegbeheerders op om speedpedelec fietser keuze te laten

publish date
07.11.2019
???module.newsItem.label.themes???

De cijfers liegen er niet om: het gebruik van speedpedelecs boomt. De verkoopcijfers verdubbelen ongeveer jaarlijks, van 2 000 in 2016 naar 5 000 in 2017 tot bijna 10 000 in 2018. Ondanks dit succes is het niet duidelijk waar de speedpedelec thuis hoort in het verkeer. De federale overheid voegde wel de categorie ‘speedpedelec’ toe aan de wegcode maar hoe gaan wegbeheerders hiermee om? Tijdens een studiedag, met medewerking van Tridée en Fietsberaad Vlaanderen, reikte de provincie Antwerpen alvast een handige tool aan om verkeersborden van de fietsinfrastructuur volgens de wegcode in orde te zetten voor de gewenste categorieën van weggebruikers.

speedpedelec

 

In de provincie Antwerpen rijden ongeveer 6 500 speedpedelecs rond. Hoewel de speedpedelec in 2016 al een plaats kreeg in de wegcode is er vandaag nood aan een algemeen aanvaarde en gedragen visie over de plaats van dit vervoermiddel bij de verschillende wegbeheerders. Niet alleen een visie maar ook de structurele vertaling in de praktijk met aangepaste verkeersborden op het terrein ontbreekt vandaag. Het is daarom dat de provincie Antwerpen een tool, een soort van fichebak, uitwerkte zodat alle wegbeheerders gemakkelijk aan de slag kunnen gaan om de fietsinfrastructuur volgens de wegcode te organiseren voor de gewenste categorie weggebruikers.

Alternatief voor wagen

Veel speedpedelec gebruikers ruilen hun wagen in voor een snelle fiets om hun traject van en naar het werk af te leggen. Uit een studie van VAB blijkt zelfs dat maar liefst 92% van de speedpedelec gebruikers voordien de wagen nam. Gemiddeld fietsen zij 28,8 kilometer over een gemiddelde reistijd van 51 minuten. Om deze afstand te overbruggen, verkiezen speedpedelec fietsers het fietspad boven de rijbaan. Uit zowel een Duits als Nederlands onderzoek blijkt dat speedpedelec gebruikers actief op zoek gaan naar minder drukke momenten voor hun woonwerkverplaatsing. De provincie Antwerpen doet dan ook een warme oproep naar alle wegbeheerders om speedpedelec fietsers zoveel mogelijk de keuze te laten waar ze mogen fietsen, zoals nu ook voorzien in de wegcode, en hen toe te laten waar mogelijk.
 

OPZ Geel bouwt circulair mét sociale tewerkstelling

publish date
26.09.2019
???module.newsItem.label.themes???

In het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel werd gisteren de bouw van de buitengevels van 5 villa’s van het nieuwe Psychiatrisch Verzorgingstehuis Salto voorgesteld. OPZ Geel is de eerste openbare bouwheer die kiest voor een circulaire gevelsteen, geplaatst door medewerkers uit de sociale economie. Een duurzame combinatie!

facadeclick bij OPZ Geel
Facadeclick gevelstenen in opbouw bij OPZ Geel

De circulaire gevelsteen is een product van Facadeclick. Elke gevelsteen heeft twee grote gaten waar verbindingen doorheen gaan. Het geheel wordt aan elkaar geklikt zodat je één verbonden gevel krijgt. Het systeem is verankerd met de binnenmuur doorheen de isolatie, zonder dat er lijm of mortel aan te pas komt. Hergebruik is eenvoudig: in plaats van hem te slopen kan elke gevel gedemonteerd worden zodat de klikstenen en de verbindingsstukken weer voor een andere gevel gebruikt kunnen worden.

De gevelsteen wordt gebruikt voor de bouw van 5 grote nieuwe villa’s voor de bewoners van PVT Salto. Geen hoogbouw dus, maar losstaande gebouwen met elke 16 studio’s. De villa’s bieden individueel wooncomfort, gecombineerd met gemeenschappelijke ruimtes. Verloopt alles volgens plan, dan zijn ze volgend voorjaar klaar. De totale kostprijs van het nieuwe PVT wordt geraamd op 7,2 miljoen euro.

Tewerkstelling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt

De gevelstenen bij OPZ Geel worden geplaatst door kortgeschoolden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dankzij de samenwerking tussen Facadeclick en Levanto leren deze doelgroepmedewerkers in korte tijd hoe ze met het systeem aan de slag kunnen. Levanto is een sociale onderneming die duurzame tewerkstelling beoogt, ook van doelgroepmedewerkers. Het uiteindelijke doel is om hen, dankzij de ervaring die ze opdoen, te laten doorstromen naar het gewone arbeidscircuit.  

Openbare bouwheren motiveren om circulair te bouwen

Circulair bouwen wordt vaak verkeerdelijk duurder aanzien dan traditioneel bouwen. Tijdens de voorstelling van de bouw bij het OPZ toonden de projectpartners aan dat dit niet zo is. Het provinciebestuur maakte van dit startmoment gebruik om ook lokale besturen te laten nadenken over circulair bouwen bij geplande projecten, hand in hand met sociale tewerkstelling.

Met dit praktijkvoorbeeld wil de provincie Antwerpen een belangrijk signaal geven aan andere instellingen en ondernemingen. Ook voor lokale besturen opent de combinatie van duurzaam bouwen in samenwerking met sociale economie mooie perspectieven. We zien hier dat dit kan zonder extra kosten en zonder de wetgeving op de overheidsopdrachten uit het oog te verliezen. Lokale besturen die door dit voorbeeld geprikkeld zijn, kunnen bij de provincie Antwerpen een workshop over duurzame overheidsopdrachten volgen

Meer info: Felix Van Roost, Dienst Economie, Innovatie en Samenleven, T 03 240 58 46, M 0473 93 30 84, E felix.vanroost@provincieantwerpen.be

Inspiratiedag Gebiedsgericht werken in de praktijk

publish date
13.09.2019
???module.newsItem.label.themes???

OPGELET: DE INSPIRATIEDAG IS UITGESTELD. EEN NIEUWE DATUM VOLGT SNEL.

 

Ontdek via getuigenissen en workshops de expertise en concrete aanpak van gebiedsgericht beleid in de provincie Antwerpen. Ondervind wat een gebiedsprogramma voor jou als partner kan betekenen. Werk mee aan de toekomst van gebiedsgericht beleid in de provincie Antwerpen.

De Inspiratiedag Gebiedsgericht werken in de praktijk vindt plaats op 22 november 2019 van 9u tot 17u30 in het congrescentrum van het Provinciehuis in Antwerpen.

 

Het programma in een notendop:

09u00 Onthaal met koffie

09u30 Welkomstwoord

10u00 Getuigenissen van gemeenten en partners

12u30 LUNCH

13u30 Workshops

15u45 Afsluiting

16u15 Netwerkreceptie

 

Getuigenissen van gemeenten en partners in de gebiedsprogramma’s over:

  •  Samenwerking faciliteren
  •  Eenvoud brengen in de complexiteit

 

Kies uit deze 5 verschillende workshops jouw 2 favorieten:

  1. Gebiedsgericht werken: van identiteitscrisis tot gedragen gebiedsconcept.
    Gebiedsprogramma’s en streekidentiteit.

  2. Ons gebied voor morgen: I HAVE A DREAM.
    Visievorming in gebiedsprogramma’s.

    Om die droom morgen ook realiteit te zien worden, werken we eerst een visie uit.
    We houden onderweg halt bij aandachtspunten en valkuilen van visievorming:
    Droom je alleen of samen? Met wie dan? In welke fase van je project?
    Mag je luidop dromen, zonder dat men al meteen denkt dat alles beklonken is?
    Hoe passen verschillende dromen voor éénzelfde gebied in elkaar?
    We zoeken samen een weg om dromen om te zetten in één gedragen visie.

  3. Na de start volgt altijd een finish. Het einde kroont het (gebiedsgericht) werk.
    Wat na het gebiedsprogramma? 
    Een gebiedsprogramma schiet uit de startblokken en na jaren intensieve samenwerking, komt het moment om na te denken wat er na het gebiedsprogramma volgt. In deze workshop bekijken we samen wat er nodig is om een vlotte finish mogelijk te maken waar iedereen achterstaat. Want afronden doe je in schoonheid. Dat is bij een gebiedsprogramma niet anders.

  4. Van hokjes naar gemeenschappelijk belang - Rol in ruimtelijke realiteit.
    Hoe ga je om met de vele verschillende sectoren in je gebied? 

    In één gebied spelen verschillende economische belangen: onder meer landbouw, natuur, ontginning, recreatie en verschillende bestuursniveaus hebben elk hun doelstellingen. In deze workshop kruipen we in de huid van de verschillende stakeholders. Hoe werken we samen richting gemeenschappelijk belang? Op maat van de uitdagingen in de Kempense Meren te Mol, ontwikkelen we een praktische aanpak.

  5. Hoe krijg je je streek mee?
    Draagvlak creëren: een gebiedsprogramma van en voor iedereen.

 

 

 

Hoe presteren gemeenten op klimaatvlak?

publish date
26.06.2019
???module.newsItem.label.themes???

Veel schoolgaande jongeren gaan het toejuichen; ook gemeenten kunnen heden ten dage een rapport krijgen over het gemeentelijk klimaatbeleid. De meeste gemeenten ondertekenden het Burgemeestersconvenant of een ander klimaatengagement en hebben de afgelopen jaren al heel wat maatregelen getroffen. Maar het verzamelen van cijfergegevens is vaak een struikelblok om hun klimaatbeleid en de evolutie ervan ook daadwerkelijk in kaart te brengen. 

De 5 Vlaamse provincies verzamelden cijfermateriaal over klimaat en energie. Via provincies.incijfers.be stellen ze deze data ter beschikking van gemeenten om hun energie- en klimaatbeleid op te volgen en te vergelijken met gelijkaardige gemeenten. Per gemeente is een klimaatrapport beschikbaar met de belangrijkste gegevens over de vermindering van de broeikasgasuitstoot. Men vindt er onder meer de CO2-uitstoot per sector, het energieverbruik van huishoudens, renovatiepremies, mobiliteit en de productie van hernieuwbare energie op hun grondgebied.

CO2-uitstoot in de provincie Antwerpen
Totale CO2-emissie 2016 (groei tov 2011) van de gemeenten in de provincie Antwerpen

Globale toestand in de provincie Antwerpen

Globaal stellen we in de provincie Antwerpen een lichte stijging in uitstoot vast; per gemeente zijn er echter grotere verschillen. Op onderstaande kaart zien we verschillen in CO2-uitstoot per gemeente van 2016 ten opzichte van het referentiejaar 2011. De licht- tot donkeroranje gemeenten hebben een stijgende CO2-uitstoot, de lichtgrijze zijn stabiel tot licht dalend en de licht- tot donkerblauwe gemeenten vertonen een dalende CO2-trend.

Maarten Kegels doet een energiescan

Kant-en-klaar klimaatrapport op maat van de gemeente

Via het rapport krijgt een gemeente inzicht in de maatregelen die effect hebben of waar extra acties nodig zijn. Via kaarten en grafieken wordt de gemeente ook vergeleken met andere gemeenten in de provincie of met de gemiddelden voor Vlaanderen. In het rapport zijn ook enkele verklarende cijfers opgenomen die niet rechtstreeks met klimaat te maken hebben maar belangrijke aandachtspunten zijn voor het gemeentelijk klimaatbeleid, zoals de financiële draagkracht van gezinnen of de toestand van het woningbestand.

Een mooie case is Bornem. Bornem doet het beter dan het provinciaal gemiddelde met een lichte daling van de globale CO2-uitstoot met 1,4% tussen 2011 en 2016.
Wat in het rapport frappant in het oog springt, is de sterke daling (-10,9%) van de CO2-uitstoot in de sector huishoudens, verantwoordelijk voor een groot aandeel van de CO2-uitstoot op het Bornemse grondgebied. De gemeente presteert beter dan het provinciaal gemiddelde (-6%) en het Vlaamse gewest (-6,8%).

Voor Maarten Kegels, ambtenaar Duurzaamheid en Wonen van Bornem, is de vaststelling een positieve bekrachtiging van de ingeslagen weg. De gemeente investeert immers al enkele jaren in de verlaging van de energie-impact van huishoudens. Zo biedt de gemeente warmte-advies op maat aan waarbij gezinnen op basis van energiescans van hun woningen concrete acties aangereikt krijgen om hun uitstoot te verlagen. De gemeente gaat zelfs een stap verder in haar ondersteuning met een (sociaal) premiebeleid voor energiebesparende maatregelen zoals isolatie.

Geïntegreerd cijfermateriaal

Alle Vlaamse provincies sloegen de handen in elkaar en brachten het cijfermateriaal samen over klimaat en energie van Fluvius en het Departement Omgeving Vlaanderen, in samenwerking met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en het Vlaams Energieagentschap (VEA), in de online databank provincies.incijfers.be.

Burgers of journalisten die benieuwd zijn naar de CO2- uitstoot in een bepaalde gemeente of die willen weten welke sectoren de meeste vooruitgang boeken, kunnen een kijkje nemen op het klimaatluik van provincies.incijfers.be.

Vleermuizen en verlichting?

publish date
18.06.2019
???module.newsItem.label.themes???

Steeds meer steden en gemeenten zijn bezig met de opmaak van masterplannen voor openbare verlichting in het kader van energiebesparing. Ook bij de aanleg van wegen en fietsostrades is verlichting, in het belang van rijcomfort en veiligheid, een belangrijk aspect. Kunstmatige verlichting kan een negatief effect hebben op biodiversiteit; in het bijzonder voor vleermuizen. Op vraag van de provincie Antwerpen heeft het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een advies opgemaakt over hoe we rekening kunnen houden met vleermuizen bij wegverlichting.

Alle vleermuizen zijn in min of meerdere mate lichtschuw 

Vleermuizen mijden daglicht en jagen daarom ’s nachts op insecten. Ze hebben daarbij weinig concurrentie van andere diersoorten, en de duisternis zorgt ervoor dat roofdieren hen niet zien. Tenminste, als kunstlicht het donker niet verstoort.

Vleermuizen hebben in tegenstelling tot wat men soms denkt, zeer gevoelige ogen die aangepast zijn aan lage lichtintensiteiten. De meeste soorten hebben kleurenzicht, maar de kleuren waarvoor ze gevoelig zijn, verschillen ten opzichte van die die de mens kan waarnemen. Zo kunnen zij ook UV-licht zien. Als algemeen principe geldt dat kunstmatige verlichting, waar mogelijk, vermeden moet worden. Indien verlichting noodzakelijk is, dan zijn er verschillende flankerende maatregelen mogelijk die het effect van licht op vleermuizen minstens ten dele afzwakken.

Elke lamp die niet hoeft te branden, levert een besparing op (zowel financieel als qua CO2-uitstoot), dus een win-win voor budget, klimaat en lokale biodiversiteit.

Het INBO-advies geeft een stappenplan om dit verder te concretiseren, gebaseerd op de aanbevelingen van Eurobats. Het stappenplan bestaat uit vier hiërarchische stappen, waarbij elke volgende stap moet gezien worden als een aanvulling op de vorige stappen.

Stappenplan om het effect van licht op vleermuizen af te zwakken

Stap 1: Vermits alle vleermuissoorten lichtschuw zijn in bepaalde omstandigheden, moet verlichting in de eerste plaats vermeden worden. Vleermuizen hebben nood aan een netwerk van donkere verbindingen om vlot toegang te hebben tot foerageergebieden vanuit de kolonieplaatsen. Plaats daarom alleen lampen waar dit echt nodig is. Je kan ook gebruik maken van reflectoren, een lichtgekleurde wegbedekking voor fietspaden of wegmarkeringen.

Stap 2: Indien verlichting noodzakelijk is, is het het beste om die enkel te laten branden indien nodig, bijvoorbeeld door bewegingsdetectoren te gebruiken die het licht aanschakelen wanneer voetgangers, fietsers of auto’s passeren. In de buurt van kolonieplaatsen moet ervoor gezorgd worden dat de vleermuizen in het donker in en uit kunnen vliegen.

Stap 3: Beperk zoveel mogelijk de intensiteit van het licht en vermijd strooilicht. Om lichtverstrooiing te vermijden, moeten aangepaste armaturen gebruikt worden die het licht zoveel mogelijk richten op de plaats waar het nodig is, en verstrooiing naar de wijdere omgeving vermijden. Armaturen zouden geen licht naar boven toe mogen verspreiden. Om dezelfde reden worden lichtarmaturen best zo laag mogelijk geplaatst. Bij verlichting van een weg omzoomd met bomen moeten de armaturen zodanig worden geplaatst dat zij het bovenste deel van de bomenrij niet verlichten. Lichtverstrooiing naar waterpartijen toe moet zeker vermeden worden. Aanplant van een groenscherm kan in sommige omstandigheden helpen om lichtverstrooiing te beperken, maar dit werkt uiteraard enkel in het zomerseizoen. Recent onderzoek geeft aan dat ook tijdens de winter vleermuizen meer vliegen dan tot nu toe werd aangenomen.

Stap 4: Als allerlaatste maatregel kan een lichtkleur gebruikt worden die door vleermuizen minder wordt gezien of als minder bedreigend wordt ervaren. Onderzoek wees uit dat een oranje/rode/amberkleur minder verstorend is dan bv. wit licht omdat UV en andere korte golflengten eruit gefilterd zijn. Het aantal studies hierover is echter nog beperkt, en de reactie van de vleermuizen verschilt van soort tot soort. Daarom is het gebruik van een vleermuisvriendelijke lichtkleur een laatste stap die een nuttige aanvulling kan zijn nadat alle andere stappen zijn uitgewerkt. Het is dus van groot belang om in te zetten op een vleermuisvriendelijke inrichting van het verlichtingsplan en landschap.

Vleermuizen als Provinciaal Prioritaire Soorten

Vleermuizen als groep, zijn geselecteerd als Provinciale Prioritaire Soorten voor de provincie Antwerpen. Het zijn soorten waar de provincie via gerichte maatregelen extra aandacht aan besteedt. Als belangrijke boodschap wil de provincie Antwerpen meegeven dat het zinvol is om bij plannen en projecten m.b.t. verlichting ook de impact op milieu en natuur te bekijken en natuurgebieden en verbindingszones aan te duiden die best donker blijven. Elke lamp die niet hoeft te branden, levert een besparing op (zowel financieel als qua CO2-uitstoot), dus een win-win voor budget, klimaat en lokale biodiversiteit. Het volledige INBO-advies kan je hieronder downloaden.

tekst: Ralf Gyselings  & Luc De Bruyn, INBO
Mieke Hoogewijs - Adviseur biodiversiteit – fauna & flora - DIENST DUURZAAM MILIEU- EN NATUURBELEID - Provincie Antwerpen

Presentaties provinciale milieudag 2019 - Klimaatadaptatie

publish date
16.06.2019

Deze editie van de provinciale milieudag stond in het teken van klimaatadaptatie en zocht een antwoord op vragen als: wat kunnen steden en gemeenten doen om te anticiperen op de klimaatverandering? Hoe passen ze zich aan en welke tools heb je als lokaal bestuur in handen voor een klimaatbestendige stad of gemeente?

De presentaties en verslagen van de workshops kan je hier downloaden.

 

Meer eetbaar groen in steden en gemeenten

publish date
11.06.2019

Op vraag van de provincie Antwerpen ontwikkelde de Universiteit Antwerpen een Keuzewijzer Eetbaar Groen. Vanaf vandaag kunnen alle steden en gemeenten daarmee aan de slag. Van stadslandbouw tot zelfpluktuinen; stap voor stap komen ze tot de meest geschikte en haalbare invulling voor hun beschikbare gronden. De focus op ‘eetbaar groen’ zorgt voor een dubbele winst: naast de vergroening is ook de voedselproductie een extra meerwaarde voor de omwonenden.

In bebouwde gebieden wordt de groene ruimte steeds schaarser. Groene ruimte verdwijnt door de bouw van nieuwe woningen, aanleg van terras en tuinpaden, verharding van straten en pleinen en de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Nochtans is groene ruimte belangrijk voor onze leefbaarheid en ons welzijn. Meer groen staat garant voor een betere luchtkwaliteit en minder wateroverlast, het maakt de omgeving meer hittebestendig en draagt bij aan de biodiversiteit. Daarnaast zorgt groen voor een aangename ruimte om te sporten, te ontspannen en elkaar te ontmoeten.

Gedeputeerde voor Landbouw Ludwig Caluwé: “Als duurzaam bestuur willen we een voortrekker zijn en onze inwoners en lokale besturen stimuleren om in te zetten op eetbaar groen. We willen dat steden en gemeenten kiezen voor een aanpak die verder gaat dan klassieke vergroening. We willen hen overtuigen om te kiezen uit een palet van vergroeningsprojecten waarvan de omwonenden letterlijk de vruchten kunnen plukken.” 

Van geveltuin tot plukweide

Als jouw stad of gemeente werk wil maken van eetbaar groen, kan je binnenkort misschien wel genieten van een geveltuin, een stadsboerderij of een voedselbos. Wat er exact komt, hangt niet alleen af van je lokaal bestuur maar ook van de locatie, de doelgroep en een reeks andere factoren. Zo kunnen lokale besturen in bebouwde gebieden wellicht beter inzetten op de ecologische en sociale meerwaarde van eetbaar groen in een tuinstraat of met een geveltuin. Maar ook op grotere, onbebouwde plaatsen kunnen ze een economische meerwaarde creëren met een volkstuin, een stadsboerderij of een plukweide. Of misschien gaan ze wel de hoogte in met een daktuin?

Een uniek instrument

Er zit veel potentieel in eetbaar groen, maar je moet de kansen zien.” stipt Ludwig Caluwé aan. “Het is onze taak om bovenlokaal te werken en steden en gemeenten hierin te ondersteunen. Daarom vroeg de provincie aan de Universiteit Antwerpen om gepaste werkinstrumenten te ontwikkelen”.

Het resultaat is de Keuzewijzer Eetbaar Groen die vanaf vandaag door alle Antwerpse steden en gemeenten gebruikt kan worden. “Deze keuzewijzer gidst onze steden en gemeenten doorheen het ganse proces en reikt hen ook de juiste instrumenten aan,” verduidelijkt Caluwé. ”In de eerste fase wordt de beschikbare groene ruimte in kaart gebracht en wordt er een locatieplan opgemaakt. Nadien kan men met de keuzewijzer op zoek gaan naar de meest geschikte vorm van eetbaar groen voor die locatie. De laatste stap is de uitwerking van een concreet project.”

Gemeente Schelle gaat aan de slag

Eén van de gemeenten die aan de slag gaat met deze keuzewijzer is de gemeente Schelle. Daar vind je nu al verschillende vormen van eetbaar groen. Maar het bestuur is ervan overtuigd dat er dat er nog veel meer kan gebeuren.

De gemeente Schelle investeerde 4 jaar geleden in de aanleg van volkstuin Aerdborg. Burgemeester van Schelle Rob Mennes: “Sinds 2016 tuinieren hier 75 inwoners en er zijn nog inwoners vragende partij. Zij willen ook aan de slag in het groen. Ondanks de kostprijs die hieraan verbonden is voor de gemeente zijn er ook heel wat kansen. Zo bevorderen dergelijke initiatieven de sociale cohesie, het klimaat en de beleving in onze gemeente. We zullen de mogelijkheden voor nieuwe projecten rond eetbaar groen in onze gemeente dan ook bekijken.”

Nieuwe feitenfiches detailhandel geven gemeenten actueel inzicht in winkelaanbod

publish date
06.06.2019
???module.newsItem.label.themes???
afbeelding feitenfiche

De 5 Vlaamse provincies publiceren voor de 6de keer op rij een nieuwe update van de feitenfiches detailhandel. In de feitenfiche vindt elke Vlaamse gemeente een overzicht van relevant cijfermateriaal over het winkelaanbod. De cijfers vormen zo een nuttig instrument om de beleidsplannen lokale economie vorm van steden en gemeenten vorm te geven.


Net als vorig jaar is de feitenfiche detailhandel een dynamisch rapport op provincies.incijfers.be. Dit platform is eenvoudig en flexibel te gebruiken. De gebruiker kiest voor kant-en-klare rapporten, of gaat zelf aan de slag met een rijk gamma aan cijfergegevens uit verschillende bronnen.

Leegstand, kernversterking en ondersteuning

De leegstand in Vlaanderen is toegenomen, maar de stijging vlakt af. In de provincie Antwerpen tellen we 10% leegstand (in aantal panden), voor heel Vlaanderen is dat 9,5%. Het aantal winkels in Vlaanderen daalt al jaren, maar tegelijkertijd bouwt de vastgoedsector nieuwe winkelpanden bij. En dan vooral buiten de kernen. De provincie Antwerpen moedigt steden en gemeenten aan om in het kader van een lokaal detailhandelsbeleid een of meerdere kernwinkelgebieden af te bakenen. In die gebieden kunnen ze een actief beleid voeren om het winkelaanbod gezond en evenwichtig te houden, en om leegstaande panden te vullen. Dit kan met meerdere maatregelen: centrummanagement, locatiebeleid, … Minder gunstig gelegen panden, buiten die kernwinkelgebieden, krijgen bij voorkeur een andere functie, zoals bijvoorbeeld wonen.

Het team Detailhandel van de provincie Antwerpen biedt een helpende hand met verschillende instrumenten. We doen dat niet enkel door de feitenfiche beschikbaar te stellen. We ondersteunen de gemeenten om het detailhandelsbeleid uit te tekenen én om concrete acties uit te voeren.

In een aantal steden gemeenten in onze provincie daalt de leegstand ten opzichte van vorig jaar: bijvoorbeeld Geel, Turnhout, Arendonk, Berlaar, Duffel, Retie, Brasschaat en Schoten. Deze gemeenten zien het resultaat van een actief detailhandelsbeleid.

Vooral voor kleinere kernen is het belangrijk om te investeren in een gepast detailhandelsbeleid dat een evenwicht zoekt tussen de kern en de rand. De provincie Antwerpen neemt hierin het voortouw met een verdergezet baanwinkelproject. Langs de N10 Lier-Aarschot worden theoretische modellen om het evenwicht baanwinkels/kernwinkelgebied te vinden, de komende jaren in de praktijk omgezet.

Voedingswinkels worden groter
Trends die we vorige jaren waargenomen hebben, zetten zich verder door. Voedings- en levensmiddelenwinkels dalen in aantal, maar ze worden wel steeds groter, denk maar aan de groei van de supermarkten.

Opmerkelijk: het aantal bakkers- en slagerswinkels daalt al een jaar of vijf, het aantal speciaalzaken in koffie en thee of chocolade  groeit dan weer.

Uiteraard zorgt e-commerce voor woelige tijden in de retailsector. Persoonsgebonden diensten (behalve financiële) lijden daar niet onder: zo kun je je haar niet online laten knippen. Deze diensten vormen het grootste aandeel in het pakket diensten.

Dalende winkelvloerproductiviteit

De assumptie is dat consumentenuitgaven voor retail stabiel blijven (bron: gezinsbudgetenquête). Toch zien we het aantal vierkante meters winkelvloeroppervlakte stijgen, met als gevolg een dalende winkelvloerproductiviteit. Uiteraard kan dit de rendabiliteit van winkels onder druk zetten.

Rapport feitenfiche per gemeente vind je hier

Dashboard (grafisch) vind je hier

Meer info over de feitenfiche en de andere tools om je detailhandelsbeleid vorm te geven vind je op de pagina toolbox detailhandel

Klimaatstrijders bespaarden samen 3195 ton CO²

publish date
25.03.2019

In maart 2018 daagde provincie Antwerpen haar gemeenten en inwoners uit om mee te strijden vóór het klimaat en tegen elkaar. In de Klimaatstrijd, een digitale challenge in de gratis For Good-app, behaalden de inwoners met de kleinste ecologische voetafdruk de beste punten. De resultaten van de inwoners werden per gemeente verrekend en weerspiegelden de vorderingen van hun gemeente. Op 10 maart 2019 werd de Klimaatstrijd afgesloten. Op 22 maart zet provincie Antwerpen de best scorende gemeenten van de Klimaatstrijd in de kijker. Gemeente Dessel werd de Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk en district Antwerpen telde de meeste Klimaatstrijders.

Winnaars klimaatstrijd

Dessel is Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk

Gemeente Dessel sluit één jaar Klimaatstrijd af als Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk. District Merksem, gemeenten Merksplas, Niel, Borsbeek, Sint-Katelijne-Waver, district Deurne en gemeenten Boechout, Kontich en Herenthout vervolledigen de top 10 van de Klimaatstrijd. De deelnemers van Dessel bespaarden samen 6882 kg ofte bijna 7 ton CO2. De gemiddelde score van de Klimaatstrijders uit Dessel was het hoogste. Deelnemende Desselaars hadden de laagste CO2-uitstoot, vergeleken met de CO2-uitstoot van de gemiddelde Vlaming (200kg/week). Om dit te bereiken, namen ze regelmatig de fiets of de benenwagen (in plaats van de auto) en namen ze het afgelopen jaar zelden een vliegtuig. District Antwerpen kon de meeste inwoners sensibiliseren om deel te nemen aan de Klimaatstrijd. Zij bespaarden allemaal samen 609 ton CO2, fietsten 58.813 kilometer en spoorden 147.532 km met de trein.

Alle Klimaatstrijders samen hielden maar liefst 3195 ton CO2 uit de lucht! Dat kan je vergelijken met de CO2-uitstoot die je bespaart door een jaar lang 31.950 zonnepanelen hun werk te laten doen.  Of door 2130 mensen die hun auto die op diesel of benzine rijdt, inwisselen voor een elektrische auto. Een besparing van 3195 ton CO2 kan je ook vergelijken met 1183 verre vliegreizen of het volledig van de baan halen van 1141 auto’s. Hoe realiseerden de Klimaatstrijders deze stevige inperking van hun ecologische voetafdruk? Door allemaal samen 409.151 km te fietsen, 150.184 km te wandelen, zich 523.753 km te verplaatsen met het openbaar vervoer en dat allemaal ten nadele van de auto. Het bewijst dat kleine en grote inspanningen doen om je ecologische voetafdruk in te perken, wel degelijk een verschil kunnen maken.

Prijzentafel

Dessel, de Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk, krijgt van de provincie Antwerpen een eigen marktje met lokale producten cadeau. Op deze gezellige markt kunnen de inwoners van de winnende gemeente genieten van allerlei streekproducten. Deze belevenisprijs is toepasselijk om het einde van de Klimaatstrijd en de overwinning van Dessel te vieren. Lokale producten eten en drinken, komt je ecologische voetafdruk immers ten goede. Waar en wanneer de streekmarkt plaatsvindt, wordt nog samen met de gemeente Dessel bepaald. Omdat district Antwerpen de gemeente is met de meeste Klimaatstrijders, krijgen alle Klimaatstrijders van dit district een ecologisch verantwoorde prijs. 

For Good-app

Ook na de Klimaatstrijd van provincie Antwerpen en haar gemeenten kunnen inwoners hun inspanningen voor een beter klimaat in de For Good-app blijven meten. Door je energieverbruik, voedingsgewoonten en transport te tracken, weet je hoeveel CO2 er door jouw toedoen wordt uitgestoten. Niet om met het vingertje te wijzen, maar wel om aan te zetten tot actie! Wie zonder smartphone wil strijden voor een beter klimaat vindt nuttige tips op www.vriendvan.be. Wie wil weten wat de provincie allemaal doet voor het klimaat, kan zijn licht opsteken bij www.provincieantwerpen.be > klimaat.

Provincie Antwerpen subsidieerde in 2018 voor ruim 2 miljoen euro fietspaden

publish date
21.01.2019
???module.newsItem.label.themes???

In 2018 klopten maar liefst 15 gemeenten aan bij de provincie Antwerpen voor subsidies voor de (her)aanleg van bovenlokale functionele fietspaden. Goed voor meer dan 2 miljoen euro.

In 2018 keurde de provincie Antwerpen 15 dossiers, ter waarde van ruim 2 miljoen euro ondersteuning, goed voor de aanleg van net geen 10 kilometer fietspaden. Zo’n 300 000 euro ging naar de Alexander Franckstraat in Boechout en 180 000 euro naar de Vennestraat-Gierlebaan in Lille-Kasterlee. Hiermee legden de gemeenten respectievelijk 2 kilometer en 4,5 kilometer fietspad aan. De gemeente Geel gebruikte de subsidie van het Fietsfonds voor de aanleg van conforme fietspaden op de Olensteenweg. In Heist-op-den-Berg werd het geld gebruikt in de Goorstraat. Ook stad Antwerpen, Zwijndrecht, Wommelgem en Ekeren deden een beroep op het Fietsfonds voor de aanleg van hun fietspaden.

De provincie Antwerpen zet zwaar in op veilige en comfortabele fietspaden voor woon-werk, woon-school en woon-winkelverkeer. Gemeenten kunnen bij de provincie Antwerpen subsidies aanvragen voor de aanleg en verbetering van hun fietsinfrastructuur. Ze moeten daarvoor wel de Vlaamse kwaliteitsvoorwaarden respecteren. Vorig jaar keurde de provincie Antwerpen 2 050 261,71 euro aan fietspadsubsidie goed. 
 

Voorbeelden van fietspaden, aangelegd met provinciale subsidies

Geel, Olensteenweg, aanleg vrijliggend eenrichtingsfietspad

Lengte: 300 meter inclusief fietsbrug
Type: bovenlokale functionele fietsroute
Subsidiebedrag: 29 007,98 euro

Fietsbrug aan de Olensteenweg in Geel

Wommelgem, Vremdesteenweg, aanleg vrijliggend dubbelrichtingsfietspad

Lengte:  250 meter
Type: bovenlokale functionele fietsroute
Subsidiebedrag: 25 192,86 euro

Vrijliggend dubbelrichtingsfietspad langs de Vremdesteeneg in Wommelgem,

Boechout, Alexander Franckstraat, aanleg vrijliggend eenrichtingsfietspad

Lengte: 2 000 meter
Type: bovenlokale functionele fietsroute
Subsidiebedrag: 305 203,12 euro
 

Vrijliggend eenrichtingsfietspad	 aan de Alexander Franckstraat in Boechout

Fietsfonds

De subsidies kaderen in het Fietsfonds, een samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse overheid en de Vlaamse provincies om de realisatie van bovenlokale functioneel fietsroutenetwerk te ondersteunen. Een gemeente kan zo tot 90 procent Fietsfondssubsidie krijgen. De provincie en de Vlaamse overheid betalen respectievelijk 40 en 50 procent. De provincie betaalt het Vlaamse deel aan de gemeente en krijgt dit achteraf terugbetaald van de Vlaamse overheid.
 

36 provinciale kunstwerken op transport richting Mol

publish date
21.08.2018

Vanaf 15 september kan je het expoproject 'Mol kiest kunst' op 5 locaties in Mol bezoeken. Via een participatieproject konden inwoners vooraf uit een achttal gerenommeerde kunstcollecties hun favoriete werken selecteren. De Mollenaren kozen maar liefst 36 kunstwerken uit de provinciale kunstcollectie.

'Dubbelobject positief/negatief' in plaatstaal door Mark Verstockt
'Dubbelobject positief/negatief' in plaatstaal door Mark Verstockt

Een groep van ongeveer 25 volwassenen en 15 kinderen selecteerde de werken voor de tentoonstelling 'Mol Kiest Kunst'. Vooraf volgden de deelnemers een reeks workshops over het kijken naar en interpreteren van kunst. Uit de provinciale kunstcollectie kozen ze 36 werken, waaronder schilderijen, beeldhouwwerken, foto's, zeefdrukken en collages.

Vandaag worden de werken in het Provinciehuis aan de Singel ingepakt voor transport richting Mol. Dat gebeurt onder begeleiding van curator Griet Minnebach en provinciaal collectiebeheerder Roel De Ceulaer. Het gaat onder meer over het portret van Roger Avermaete op doek door Jan Cockx, het dubbelobject positief/negatief in plaatstaal door Mark Verstockt en het schilderij Lips door Cindy Wright.

De provincie Antwerpen beschikt over een kunstcollectie van ruim 2300 werken. De collectie wil via externe curatie een dialoog aangaan met het culturele buitenveld door het creëren van uitleenmogelijkheden aan gemeenten, musea, kunstgalerijen en private foundations.

 

Volgende van de detaillijst