Kwaliteit verschillende waterbronnen in kaart gebracht

publish date
09.08.2019

Kwalitatief goed drinkwater heeft een belangrijke invloed op de prestaties van onze landbouwhuisdieren. In de voorbije jaren is er al heel wat onderzoek verricht naar waterkwaliteit en gebruik van verschillende waterbronnen als drinkwater. Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” is het de bedoeling deze kennis zoveel mogelijk te verspreiden onder de veehouders en werd daarom de kwaliteit van verschillende waterbronnen onder de loep genomen.  

Het principe ‘meten is weten’ geldt ook voor de kwaliteit van het water dat je gebruikt op je bedrijf. Maar hoe goed of hoe slecht scoort nu de kwaliteit van die waterbron op je bedrijf? Is dit vergelijkbaar met wat er bij collega’s gemeten wordt? Of misschien overweeg je het gebruik van een andere, ‘alternatieve’ waterbron op je bedrijf. Als die er nog niet is, dan is ‘meten is weten’ geen optie. Maar wellicht weet je graag welke waterkwaliteit je dan kan verwachten? Om op deze vragen een antwoord te bieden, hebben we alle drinkwateranalyses die het Inagro labo heeft uitgevoerd tussen 2006 en eind 2018 onder de loep genomen.

Belangrijke parameters

De pH van het water kan sterk variëren naargelang de oorsprong van het water. Deze parameter heeft zowel minimum als maximum richtwaarden, omdat zowel een te lage pH (te zuur; pH<5,5) als te hoge pH (te alkalisch; pH>8,5) allerhande problemen kan geven. Bij een te zure of te alkalische pH zal de wateropname van de dieren dalen, waardoor ze vaak ook minder voeder gaan opnemen. Afhankelijk van de diersoort kan een afwijkende pH spijsverteringsproblemen veroorzaken. Zo kan een te hoge pH (pH > 9) aanleiding geven tot maagproblemen, diarree en moeilijke vertering bij voornamelijk varkens en pluimvee. Ter ondersteuning van de vertering wordt daarom bij jonge kuikens en biggen vaak het drinkwater aangezuurd. Rundvee is dan weer veel gevoeliger voor een lage pH omdat dit de optimale werking van de pens verhindert.

Een te hoge geleidbaarheid van het water (maat voor het zoutgehalte) kan leiden tot verminderde groei, gedaalde productie, diarree, en in het slechtste geval zelfs tot ziekte of sterfte van het vee. Bij een lichte verhoging krijg je een stijging van de wateropname, maar bij hogere gehaltes zullen de dieren weigeren te drinken, wat op zijn beurt zal leiden tot een verminderde voederopname. Rundvee zal eerder meer blijven drinken en dit kan oedeem veroorzaken. Behandeling van water met een hoge geleidbaarheid is moeilijk en heel duur. Een oplossing kan zijn om te mengen met een andere waterbron met een lagere geleidbaarheid.

De totale hardheid van het water wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van calcium- en magnesiumionen. Een te hoge hardheid zorgt vooral voor een slechte smaak van het water en verstoppingen van de leidingen (vooral bij het opwarmen van het water), kranen, nippels,… Het kan ook zorgen voor een daling van de werking van antibiotica, additieven of entstoffen. Een te hoge hardheid kan behandeld worden door een ontharder op basis van zoutuitwisseling. Belangrijk is om hierbij rekening te houden met het feit dat door deze manier van ontharden het zoutgehalte van het water zal stijgen.

Naast totale hardheid zorgt ijzer voor belangrijke problemen voor de toepassingen van het water. Een te hoog ijzergehalte in het water, gecombineerd met een pH van het water van meer dan 7, zorgt ervoor dat, wanneer het water met lucht/zuurstof in aanraking komt, het ijzer gaat oxideren en neerslaan. Het geoxideerd ijzer gaat neerslaan en zorgt zo voor verstopping van de leidingen, kranen en nippels. Naast deze vervelende neveneffecten krijgt het water ook een roestkleur en zorgt het voor een zware metaalsmaak. Deze slechte smaak zorgt er voor dat, zeker als er ook nog een verhoogde concentratie aan mangaan terug gevonden wordt, de dieren een verminderde water- en voederopname zullen hebben, die op hun beurt voor groeivermindering en verminderde prestaties zullen zorgen.

Naast deze chemische parameters is ook de bacteriologie van het water heel belangrijk. Enterococcen en E. Coli zijn belangrijke mestbacteriën. De aanwezigheid van deze bacteriën in het water kan wijzen op een besmetting van de waterbron met mest, mestsappen of het instromen van verontreinigd water. Behandeling is mogelijk door middel van chemische ontsmetting of UV-behandeling, maar de oorzaak aanpakken is de eerste en belangrijkste stap.

Waterkwaliteit waterbronnen

Maar hoe zit het nu juist met de waterkwaliteit van de verschillende waterbronnen? De waterstalen die Inagro analyseerde tussen 2006 en 2018, werden gebundeld per waterbron en hiervan werd een overzicht gemaakt. Het aantal geanalyseerde stalen varieerde naargelang de waterbron en de parameters. Zo werden er meest stalen van diep boorputwater (1229 stalen) en steenput- en filterputwater (1383 stalen) geanalyseerd , gevolgd door open putwater. Dit zijn namelijk de waterbronnen die al het langst gebruikt worden. Drainagewater, hemelwater en oppervlaktewater worden recenter als waterbron ingezet op bedrijven en werden daardoor minder geanalyseerd. Bacteriologie wordt ook niet altijd geanalyseerd en Clostridium en Sporen van Sulfiet Reducerende Clostridia (SSRC) wordt pas recent meer geanalyseerd, voornamelijk in het kader van lastenboeken.

In Tabel 1 is door middel van kleurindicaties weergegeven hoeveel waterstalen voldoen aan de richtwaarde voor drinkwater voor pluimvee, varkens of herkauwers voor de belangrijkste parameters:

Uit deze tabel kunnen we o.a leren dat bij diep grondwater (Landeniaanwinning) de geleidbaarheid (EC) in meer dan de helft van de gevallen een probleem is. Bij alle waterbronnen waarbij beïnvloeding van omgeving mogelijk is (alle bronnen behalve de echte grondwaterwinningen) valt het op dat de parameters Enterococcen, Clostridium en SSRC voor meer dan de helft van de stalen boven de richtwaarde komt. Bij diepdrainagewater is de hardheid bij meer dan de helft van de stalen een probleem en is bij gebruik van deze waterbron een behandeling afhankelijk van de toepassing te overwegen. Wil je meer weten over mogelijke behandelingen voor je probleemparameters, dan kan je surfen naar www.watertool.be of contact opnemen met de Inagro-collega’s voor persoonlijk bedrijfsadvies.

Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” werd met bovenstaande resultaten een interactieve tabel gemaakt waar je per waterbron de analyses kunt toetsen aan de richtwaarde drinkwater voor een bepaalde diersoort (pluimvee, varkens of herkauwers). Per waterbron wordt naast het aantal stalen bovendien ook voor iedere parameter de gemiddelde gemeten waarden, de minimum en de maximum gemeten waarde weergegeven. Ben je benieuwd naar de resultaten? Welke minima en maxima zijn nu eigenlijk gemeten?

Surf dan naar http://watertool.inagro.be/interface/normen.aspx en ga zelf aan de slag: duidt de waterbron aan waarvan je wil weten hoe de kwaliteit is en koppel dit aan een drinkwater richtwaarde voor varkens, pluimvee of herkauwers.

Deze resultaten kaderen in het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” waarbij kennisdeling van verschillende onderzoeksresultaten en mogelijke behandelingen centraal staat. Inagro werkt hiervoor samen met de Hooibeekhoeve, Proefbedrijf Pluimveehouderij en het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL). Het project wordt gefinancierd door het Departement Landbouw en Visserij. Heb je vragen over je wateranalyse, wil je meer weten over de verschillende parameters en/of heb je vragen welke behandelingen mogelijk zijn voor je water? Surf dan naar www.watertool.be of neem contact op met één van de deelnemende partners.

Mededeling 94: Effect van lichtschema's bij vleeskuikens

publish date
12.06.2019

Lichtschema’s hebben een effect op de strooiselkwaliteit. Bij gebruik van lange continue donkerperiodes wordt het strooiselnatter en nemen voetzoollaesies toe. Om dit te vermijden adviseren we om bij de huidige kuikens geen donkerperiodes vanlanger dan 4 uur ononderbroken donker te gebruiken. Een schema met afwisselend lichtperiodes en korte donkerperiodes kanmet succes toegepast worden.

Lees de volledige mededeling

Proefbedrijf Pluimveehouderij vraagt extra maatregelen te respecteren

publish date
12.06.2019

Sinds begin april zijn tientallen bedrijven positief bevonden voor het aviaire influenza virus van het type H3. Vele zijn nog steeds in afwachting van een uitslag.  Het overleg met Europees commissaris van Landbouw Phil Hogan van dinsdag 11/06/2019 heeft een opening gecreëerd waaruit een principeakkoord is bekomen. Dit politiek akkoord zal de eerstvolgende dagen verder worden uitgewerkt.

De impact op de sector laat ook het Proefbedrijf Pluimveehouderij niet koud. Als Proefbedrijf hebben we een voorbeeldfunctie naar de sector toe. Om insleep te voorkomen, vragen we onze bezoekers zich te houden aan het  Ministerieel Besluit (MB) van 6 juni 2019 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het influenzavirus type H3 tegen te gaan. Dit MB herneemt de maatregelen van het eerdere MB van 16 mei 2019.

Verder hebben we beslist om de projecten – waarbij we onderzoek doen op andere pluimveebedrijven – tijdelijk on-hold te zetten om wederzijdse besmetting te voorkomen.

Onder de zwaarst getroffen bedrijven zijn voornamelijk leghennenbedrijven en vermeerderingsbedrijven. Maar ook op kalkoenbedrijven, een struisvogelbedrijf en een braadkippen bedrijf zijn ondertussen klinische symptomen vastgesteld.

Symptomen 

Deze laagpathogene variant van het vogelgriepvirus vertoont bij productiedieren klinische symptomen die als atypisch geklasseerd worden.

  • Depressie
  • Zenuwsymptomen
  • Een snelle daling van de eiproductie (20% tot 100 %)
  • Bleke eieren,
  • Een daling van water- en voederopname
  • Hoge sterfte (50% tot 60%)

Impact op de sector

De economische impact lijkt stilaan niet meer te overzien. Laag pathogene H3 staat immers niet op de OIE lijst of op de Europese lijst van te bestrijden ziekten staat. Ondanks veelvuldig overleg tussen de  sectororganisaties, het FAVV, het FOD en het Kabinet van Ducarme, situeren de opgelegde maatregelen zich tot op heden enkel op vlak van bioveiligheid.

Aan het werk in de pluimveestal

Maatregelen op het Proefbedrijf Pluimveehouderij

Als Proefbedrijf hebben we een voorbeeld functie naar de sector toe. Ter voorkoming van insleep vragen we dan ook zich te houden aan onderstaande maatregelen:

  • Aan personen, komende uit de pluimveesector (pluimveehouders en erfbetreders), en derden vragen wij om geplande activiteiten (vergaderingen, scholing, …) waar mogelijk op te schorten.
  • Indien opschorting niet mogelijk is, bekijken we samen of uitwijken naar de Hooibeekhoeve een optie kan zijn.
  • Kan er geen neutrale locatie voorzien worden op korte termijn, dan wordt betreden van het Proefbedrijf voor deze activiteiten enkel toegestaan in de voorgebouwen.
  • Bij het betreden van het Proefbedrijf is ieder verplicht zich aan te melden vooraan bij de administratief verantwoordelijke.
  • Vermeld steeds of u uit een besmette regio komt.
  • Zelfs indien er enkel gebruik gemaakt wordt van de voorgebouwen vragen wij u om ook daar strikte hygiënemaatregelen toe te passen.
    • Waar mogelijk plant u in u agenda in geen contact gehad te hebben met pluimvee gedurende drie opeenvolgende dagen.
    • Is deze maatregel niet haalbaar, vragen wij u, uw bezoek indien mogelijk in te plannen in de ochtend.
    • Bij aankomst verwachten wij dat u op voorhand gedoucht hebt en propere kledij draagt.
    • Zorg voor een goede handhygiëne.
  • Leveranciers van goederen die achteraan op het bedrijf moeten zijn vragen wij waar mogelijk om het bezoek als eerste in te plannen.
    • Enkel na aanmelden bij de administratief verantwoordelijke mag u verder doorrijden.
    • Gelieve het onderstel van het voertuig waarmee u het erf betreedt te desinfecteren alvorens u zich achter het hek begeeft. Alsmede dit te herhalen bij verlaten van het bedrijf.
    • U stopt aan de los/laadruimte en betreedt de stallen niet
    • De dierverzorgers zullen het nodige materiaal van u aannemen of u bezorgen
  • Derde partijen die werkelijk in de stal aanwezig moeten zijn
    • Zijn verplicht te douchen alvorens de stallen te betreden.
    • Krijgen van het Proefbedrijf bedrijfseigenkledij om te dragen na het douchen
    • Visite van de dieren, is zoals steeds van jong naar oud.
    • Wie zowel bij de vleeskuikens als de leghennen in de stal moet zijn, wordt gevraagd om opnieuw te douchen tussen de twee bezoeken in.

Onderzoek naar belangrijke, actuele thema's bij legkippen

publish date
12.06.2019

Met Rode vogelmijt en rendabel langer aanhouden van leghennen, maakt het Proefbedrijf Pluimveehouderij vandaag werk van enkele belangrijke, actuele thema’s. Nu en in de nabije toekomst is er heel wat onderzoek op komst. In dit artikel blikken we graag mee vooruit.

Onderzoek in de legkippenstal

NIEUW: MitePrevent

In dit project volgen we 10 leghennenbedrijven op en kijken we naar de effecten van een bedrijfsspecifieke aanpak op de bloedluisbesmetting op een bedrijf.

NABIJE TOEKOMST:

  • Voor de start van de ronde waan we samen met de pluimveehouder kijken naar de preventieve aanpak tijdens de leegstand.
  • Tijdens de ronde volgen we de bloedluisbesmetting op via monitoring.
  • Op regelmatige basis komen adviseurs en de pluimveehouder samen om te discussiëren over de resultaten van de monitoring en een eventuele aanpak die hierop moet volgen.

Dit project wordt gefinancierd door de Vlaamse Overheid en is gestart in maart 2019. Door het H3N1 virus hebben we dit project tijdelijk on hold moeten zetten.

UPDATE: MiteControl

NU:

  • Er werden enquêtes afgenomen bij leghennenhouders. Hierin polsten we naar de huidige situatie en de toekomstwensen rond rode vogelmijtbestrijding.
  • Op het Proefbedrijf werd er een Biosafety-ruimte ontwikkeld. Hier loopt momenteel een proef waarbij het gedrag van de hennen gemonitord wordt met camera’s. Dit gedrag zal dan gelinked worden aan de infestatiegraad van de rode vogelmijten.

NABIJE TOEKOMST:

  • Om deze monitoring-techniek ook in praktijkomstandigheden te testen, zullen we tijdens de zomer ook camera’s plaatsen in enkele afdelingen in onze leghennenstal.
  • In het najaar gaan we aan de slag gaan met beloftevolle combinaties van niet-chemische bestrijdingsmiddelen tegen de rode vogelmijt. Hiervoor zijn onze partners in Montpellier momenteel nog het nodige labo-onderzoek aan het doen.
  • In 2020 zullen 3 bestrijdingsstrategieën getest worden in pilootbedrijven in België, Nederland en Groot-Brittanië. Hiervoor is het Proefbedrijf nog op zoek naar leghennenhouders die zich hiervoor kandidaat willen stellen.

NIEUW: LegLanger

Met dit project willen we Vlaamse leghennenhouders handvaten aanreiken voor het langer aanhouden van leghennen via nieuwe inzichten, concepten en innovaties die ontwikkeld zijn door en voor de keten.

NABIJE TOEKOMST:

  • Via een brede veldmonitoring (in samenwerking met PeHeStat) en via voederproeven (op het ILVO) worden concepten ontwikkeld.
  • Die nieuwe concepten worden dan getest in praktijkomstandigheden op het Proefbedrijf.

Nieuw managementteam Proefbedrijf Pluimveehouderij aan de slag

publish date
22.05.2019

Door de groei van het Proefbedrijf Pluimveehouderij en het binnenhalen van (inter)nationale projecten, werd ervoor gekozen om het team van het Proefbedrijf Pluimveehouderij verder uit te breiden. De afgelopen maanden kwam je wellicht verschillende van onze vacatures tegen. Vandaag zijn alle sollicatierondes achter de rug en kunnen we alle 'nieuwe' gezichten voorstellen. In totaal gaat het over 6 functies: van management tot dierverzorger.

We stellen ze hier graag aan jullie voor!

Sofie Cardinaels en Iris Van Dosselaer
Het nieuw managementteam met Operationeel manager Sofie Cardinaels (links) en Inhoudelijk manager Iris Van Dosselaer (rechts)

Managementfuncties

Met de nieuwe arbeidsorganisatie koos het Proefbedrijf Pluimveehouderij vorig jaar doelbewust voor een opsplitsing van het management in een Operationeel manager en een Inhoudelijk manager. Samen leiden ze de opdrachten van het praktijkbedrijf in goede banen en leggen ze verantwoording af aan het Dagelijks bestuur. Voortaan zullen deze functies ingevuld worden door Sofie Cardinaels (Operationeel manager) en Iris Van Dosselaer (Inhoudelijk manager).

  • De Operationeel manager is verantwoordelijke voor de dagelijkse werking van het praktijkbedrijf. Zij is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek en de dagelijkse bedrijfsvoering van het Proefbedrijf Pluimveehouderij.
  • De Inhoudelijk manager is verantwoordelijk voor de inhoud van de werking. Zij is het aanspreekpunt voor de (pluimvee)sector en vertaalt de behoeftes van de sector naar onderzoekvragen en voorlichting. Daarnaast is ze ook verantwoordelijk voor het zoeken naar de nodige financiële middelen om de werking in de toekomst te blijven garanderen.

Technisch deskundigen

Om de vele nationale en internationale onderzoeksprojecten binnen onze onderzoeksstallen in goede banen te leiden, werkt het Proefbedrijf Pluimveehouderij voortaan met twee technisch deskundigen. Zij zullen de brug vormen tussen de onderzoekers en de dierverzorgers. Zij zullen technische ondersteuning bieden voor lopende projecten, proeven en protocollen opvolgen en zijn verantwoordelijk voor de staalnames en metingen. Verder volgen zij ook de landbouwadministratie en de aankopen voor stalinrichting en meetappartatuur mee op.

Met Eva Pierré keert een vertrouwd gezicht terug naar het Proefbedrijf Pluimveehouderij. Samen met Lyn Byns zal ze binnenkort starten als technisch deskundige.

Dierverzorgers

Ook in de stal komt er naast het dagelijkse werk ook veel onderzoekswerk bij. Daarom gaan er twee extra dierverzorgers aan de slag. Samen met de rest van de dierverzorgers zullen zij instaan voor de basisverzorging van de dieren, de technische opvolging van de stal en opvolging van het onderzoek in de stal. Ze zullen ook zorgen voor kwaliteitsvolle metingen en een correcte verzameling van de data in het kader van het onderzoek.

Ils Vandeperre maakte de voorbije maanden al deel uit van het team en wordt nu een vaste waarde. Raf Vanderhooydonck is een volledig nieuw gezicht binnen het Proefbedrijf Pluimveehouderij en begint binnenkort aan zijn nieuwe uitdaging.

Maak jij binnenkort ook deel uit van ons team? 

Het Proefbedrijf zoekt expert pluimvee-onderzoeker. Als onderzoeker ondersteun en coördineer je jouw projecten. Je stelt onderzoeksplannen op en zet deze om in concrete proefschema's. Je volgt je budgetten op en bereidt de voorlichting mee voor. Bekijk de volledige vacature.

Banner vacature

Nieuwe brochure: Houden van (biologisch) pluimvee als neventak

publish date
16.05.2019

Deze brochure vat samen welke mogelijkheden er zijn om kleinschalig biologisch pluimvee te houden. Als je wil starten met pluimvee op jouw bedrijf, laat je dan in elk geval begeleiden door ervaren kippenhouders, dierenartsen of mensen die al langer in het vak zitten.

Biologische kip

Eerst wordt een kleine schets gemaakt van de structuur van de moderne commerciële pluimveehouderij dat begint bij grootouderdieren en eindigt bij een consumptie-ei of een kippenfilet. Het start allemaal met een kleine groep grootouderdieren die zorgvuldig worden geselecteerd voor een aantal kenmerken. De eieren afkomstig van deze hennen worden uitgebroed en hun kuikens worden ouderdieren (moederdieren). Deze moederdieren worden grootgebracht op een opfokbedrijf om dan te beginnen leggen in een moederdierbedrijf. Afhankelijk of het vlees-of legkippen zijn, leggen ze een andere weg af.

  • De kuikens van leghenmoederdieren worden poeljen genoemd en groeien op in een opfokbedrijf. Daarna komen ze terecht in een leghenbedrijf om consumptie-eieren te produceren. 
  • Eendagskuikens van vleeskuikenmoederdieren gaan meteen naar het productiebedrijf om daar op te groeien en na een aantal weken geslacht te worden. 

Indien men volwassen commerciële leghennen aankoopt komen deze dus van een opfokbedrijf. Indien men biologisch hennen wilt houden is het belangrijk dat deze hennen ook uit een biologische opfok komen waar ze in min of meer dezelfde omstandigheden zijn opgegroeid als op het productiebedrijf zelf. Indien men zo geen opfok ter beschikking heeft, is het mogelijk via omschakelingsprocedures conventionele poeljen te houden. De laatste optie is om zelf jonge kuikens op te fokken tot legrijpe kippen. Men moet wel indachtig zijn dat kleine fouten in de opfok grote gevolgen kunnen hebben in het volwassen stadium van de kip. Wil je met lokale (erfgoed)rassen experimenteren, dan liggen de zaken moeilijker. Men kan hiervoor niet terecht in het professionele circuit.

Mededeling 93: Eyenamic®: gedrag- en gezondheidsmonitoring via beeldtechnologie bij vleeskuikens

publish date
28.02.2019

Hoe kan je via verschillende sensoren de stalomgeving en de dieren monitoren en analyseren? Om zo je bedrijfsrendement, diergezondheid en dierwelzijn te verbeteren. Het Proefbedrijf Pluimveehouderij zocht en vond de nieuwe beeldtechnologie Eyenamic®.

Eyenamic® van Fancom ® is een nuttige tool voor pluimveehouders die kort op de bal willen spelen om verliezen door eventuele fouten in de instellingen, defecten in de staluitrusting of problemen met de diergezondheid te beperken.  De beeldanalyses kunnen niet alleen zorgen voor een snelle detectie van deze problemen, maar helpen de veehouders ook om de oorzaak te achterhalen. Daarenboven bestaat de mogelijkheid ook om verschillende rondes met elkaar te vergelijken om zo tot bepaalde aandachtspunten te komen. Met deze aandachtspunten in het achterhoofd is het mogelijk om toekomstige rondes meer rendabel te maken.

Lees het volledige verslag in onze Mededeling 93.

Regenwater gebruiken bij vleeskuikens?

publish date
25.02.2019

Beschikbare waterbronnen vertonen vaak een schommelende waterkwaliteit. Bijkomend betekent een goede waterkwaliteit aan de bron niet dat de waterkwaliteit ter hoogte van het dier nog goed is. Toenemende druk op het gebruik van grondwater en leidingwater, zorgt tevens voor een stijgend aantal maatschappelijke vragen om ook ander water, zoals regenwater, te gebruiken.

Sinds 2017 wordt er op het Proefbedrijf Pluimveehouderij intensief gewerkt om de drinkwaterkwaliteit bij de braadkuikens te garanderen. Hiervoor is eerst gekeken naar de waterkwaliteit op meerdere plaatsen bij start, tijdens en op het einde van de ronde. Vervolgens zijn meerdere protocollen voor reinigen en desinfecteren uitgetest alsmede het stabiliseren van de waterkwaliteit tijdens de ronde. Hiervoor zijn commercieel beschikbare chemische producten gebruikt.

2017: overstap naar regenwater 

Het Proefbedrijf Pluimveehouderij, kan indien gewenst, gerecupereerd regenwater inzetten als waterbron. Echter ontbrak de technologie om dit regenwater om te zetten in kwalitatief drinkwater voor de vleeskuikens

In het kader van het demonstratieproject is een samenwerking aangegaan met de Ierse firma H2OZONE. Deze laatste ontwikkelden AgriSafe™, een toestel dat via een UV-lamp, ozongenerator en bijkomende filtratie een duurzame milieuvriendelijke transformatie van regenwater naar zuiver drinkwater beoogt.

Aan de slag met het toestel 

Installatie van het toestel vond plaats in november 2017 in één stal. De naastliggende stal, die identiek dezelfde opbouw en inrichting heeft, dient als controle stal. Initieel is er gestart met beide stallen te voorzien van leidingwater al dan niet behandeld via het AgriSafe™ toestel. In tweede instantie is in de stal met het AgriSafe™ toestel vanaf de leeftijd van 3 weken het leidingwater vervangen door regenwater. Tot nu toe zijn 4 rondes op deze manier voorzien van drinkwater. Telkens zijn na reinigen, desinfecteren, bij start, tijdens de ronde en aan het einde van de ronde wateranalyses uitgevoerd.

Wachten op resultaten 

De resultaten van alle analyses sinds 2017, de aanpassingen in reiniging en desinfectie protocollen alsmede aanpassingen gedaan om het gerecupereerde regenwater in gebruik te nemen, zullen gepresenteerd worden op de sectordagen in maart 2019.

 

Logobalk

Boeiende sectordagen leg- en vleeskippen op komst

publish date
22.02.2019

Jaarlijks organiseert het Proefbedrijf Pluimveehouderij meerdere sectordagen voor leg- en vleeskippen. Waarom? Omdat we het belangrijk vinden om pluimveehouders en adviseurs snel te informeren over de resultaten van het lopend onderzoek op het Proefbedrijf Pluimveehouderij. En omdat we zelf ook op de hoogte willen blijven van jullie vragen en problemen zodat we daar in onze onderzoeken rekening mee kunnen houden.

Bijeenkomst WPSA WG9

Onze sectordagen zijn verspreid over meerdere dagen zodat we in kleine groepen kunnen discussiëren over verschillende resultaten uit ons pluimveeonderzoek. Om de dialoog efficiënt te houden beperken we het aantal deelnemers per middag tot maximaal 15 personen. Snel inschrijven is dus de boodschap!

Sectordag Legkippen

Maandag 18 maart 2019 (Geel)
Dinsdag 19 maart 2019 (Tielt)
Dinsdag 26 maart 2019 (Geel)

Bekijk hier het programma

Sectordag Vleeskippen

Woensdag 20  maart 2019 (Geel)
Donderdag 21 maart 2019 (Tielt)
Maandag 25 maart 2019 (Geel)

Bekijk hier het programma

I-4-1-Health: voorlopige resultaten en hoe houden we het gewenste gedrag vast?

publish date
18.02.2019

Op dinsdag 29 januari werd een tweede bijeenkomst gehouden van werkpakket 5 binnen het I-4-1-Health project op het Proefbedrijf Pluimveehouderij in Geel (België). De bijeenkomst was voor Vlaamse en Nederlandse dierenartsen, in het bijzonder de dierenartsen die betrokken zijn binnen I-4-1-Health. Tijdens de bijeenkomst werden voorlopige resultaten gepresenteerd en was er ruimte voor discussie gedurende twee workshops.

Voorafgaand aan de eigenlijke bijeenkomst was er de mogelijkheid voor de deelnemers om de pluimveestallen van het Proefbedrijf te bezichtigen. Rondleidingen werden verzorgd door Iris Van Dosselaer en Nathalie Sleeckx (Proefbedrijf Pluimveehouderij).

De bijeenkomst werd geopend door Jeroen Dewulf (Universiteit Gent). Het aantal deelnemers was 63 personen. Een deel hiervan was afkomstig uit een ander EU project (het DISARM project, een project voor ontwikkeling van een netwerk dat veehouders, dierenartsen, adviseurs, industrie en onderzoekers verbindt met als doel het komen tot goede praktijken voor de reductie van antibioticaresistentie).

Een eerste sessie van projectresultaten werd voorgesteld door Franca Jonquiere (Universiteit Utrecht) en Nele Caekebeke (Universiteit Gent). Hierbij werd het “livestock-adapted ADKAR” model voor coaching in de veehouderij uitgediept en werden ADKAR scores van ronde 1 en 2 gerapporteerd. Ook werd een voorbeeldbedrijf in meer detail besproken om de aanpak in de praktijk toe te lichten.

De voorlopige resultaten van de antibiotica-resistentiebepaling werden voorgesteld door Sien De Koster (Universiteit Antwerpen) en Moniek Ringenier (Universiteit Gent). Hieruit bleken grote verschillen in resistentie tussen de diersoorten en tussen de landen. De onderzoekers gaan nu verder met het analyseren van alle data om de verschillen beter te kunnen duiden.

Na het zien van de vele resultaten, was het tijd om deze tijdens een diner te verwerken en bediscussiëren met collega’s. Na de maaltijd ging de eerste workshop van start.

De eerste workshop werd gegeven door Tommy Van Limbergen (PeheStat), nog deels verbonden aan de Universiteit Gent maar grotendeels bezig met het verzamelen en verwerken van data in de pluimveehouderij. Door Tommy werd benadrukt dat een goede samenwerking en transparantie cruciaal is om vooruitgang te boeken op pluimveebedrijven. Het verzamelen van alle bedrijfsgegevens komt zowel de boer als zijn adviseurs ten goede.

Het laatste deel van de bijeenkomt werd verzorgd door Manon Houben (Gezondheidsdienst voor Dieren) en Merel Postma (Universiteit Gent) met een tweede workshop. Hierbij was het mogelijk de “livestock-adapted ADKAR” te bediscussiëren. Conclusie is dat veel dierenartsen bewust of onbewust de ADKAR methodiek al gebruiken in de dagelijkse praktijk.

Een afsluiting van de avond werd verzorgd door Arjan Stegeman (Universiteit Utrecht). Conclusie is dat coaching in alle takken van ons leven kunnen gebruikt worden om bepaalde veranderingen teweeg te brengen.

Project i-4-1-Health is gefinancierd binnen het Interreg V programma Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling. Meer info: www.grensregio.eu.

Nieuwe uitdaging voor inhoudelijk manager Proefbedrijf Pluimveehouderij

publish date
01.02.2019

Johan Zoons - inhoudelijk manager van het Proefbedrijf Pluimveehouderij - start op 1 februari 2019 als adviseur intensieve veeteelt binnen de provinciale dienst Landbouw- en Plattelandsbeleid. In deze functie heeft hij de opdracht het provinciale beleid rond intensieve veeteelt te ontwikkelen, te verbeteren en te coördineren. Dit beleid zal zich focussen op de ruimtelijke, maatschappelijke en landschappelijke integratie van de intensieve veeteelt in onze provincie.

Inhoudelijk en operationeel manager

Zo verlaat Johan Zoons na vele trouwe jaren het Proefbedrijf Pluimveehouderij. Wij danken hem voor zijn jarenlange inspanningen voor het Proefbedrijf pluimveehouderij en de pluimveesector.

Zijn taken worden tijdelijk overgenomen door Maarten Puls, departementshoofd Economie, Streekbeleid en Europa van het provinciebestuur. 

Volgende van de detaillijst