Kwaliteit verschillende waterbronnen in kaart gebracht

publish date
09.08.2019

Kwalitatief goed drinkwater heeft een belangrijke invloed op de prestaties van onze landbouwhuisdieren. In de voorbije jaren is er al heel wat onderzoek verricht naar waterkwaliteit en gebruik van verschillende waterbronnen als drinkwater. Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” is het de bedoeling deze kennis zoveel mogelijk te verspreiden onder de veehouders en werd daarom de kwaliteit van verschillende waterbronnen onder de loep genomen.  

Het principe ‘meten is weten’ geldt ook voor de kwaliteit van het water dat je gebruikt op je bedrijf. Maar hoe goed of hoe slecht scoort nu de kwaliteit van die waterbron op je bedrijf? Is dit vergelijkbaar met wat er bij collega’s gemeten wordt? Of misschien overweeg je het gebruik van een andere, ‘alternatieve’ waterbron op je bedrijf. Als die er nog niet is, dan is ‘meten is weten’ geen optie. Maar wellicht weet je graag welke waterkwaliteit je dan kan verwachten? Om op deze vragen een antwoord te bieden, hebben we alle drinkwateranalyses die het Inagro labo heeft uitgevoerd tussen 2006 en eind 2018 onder de loep genomen.

Belangrijke parameters

De pH van het water kan sterk variëren naargelang de oorsprong van het water. Deze parameter heeft zowel minimum als maximum richtwaarden, omdat zowel een te lage pH (te zuur; pH<5,5) als te hoge pH (te alkalisch; pH>8,5) allerhande problemen kan geven. Bij een te zure of te alkalische pH zal de wateropname van de dieren dalen, waardoor ze vaak ook minder voeder gaan opnemen. Afhankelijk van de diersoort kan een afwijkende pH spijsverteringsproblemen veroorzaken. Zo kan een te hoge pH (pH > 9) aanleiding geven tot maagproblemen, diarree en moeilijke vertering bij voornamelijk varkens en pluimvee. Ter ondersteuning van de vertering wordt daarom bij jonge kuikens en biggen vaak het drinkwater aangezuurd. Rundvee is dan weer veel gevoeliger voor een lage pH omdat dit de optimale werking van de pens verhindert.

Een te hoge geleidbaarheid van het water (maat voor het zoutgehalte) kan leiden tot verminderde groei, gedaalde productie, diarree, en in het slechtste geval zelfs tot ziekte of sterfte van het vee. Bij een lichte verhoging krijg je een stijging van de wateropname, maar bij hogere gehaltes zullen de dieren weigeren te drinken, wat op zijn beurt zal leiden tot een verminderde voederopname. Rundvee zal eerder meer blijven drinken en dit kan oedeem veroorzaken. Behandeling van water met een hoge geleidbaarheid is moeilijk en heel duur. Een oplossing kan zijn om te mengen met een andere waterbron met een lagere geleidbaarheid.

De totale hardheid van het water wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van calcium- en magnesiumionen. Een te hoge hardheid zorgt vooral voor een slechte smaak van het water en verstoppingen van de leidingen (vooral bij het opwarmen van het water), kranen, nippels,… Het kan ook zorgen voor een daling van de werking van antibiotica, additieven of entstoffen. Een te hoge hardheid kan behandeld worden door een ontharder op basis van zoutuitwisseling. Belangrijk is om hierbij rekening te houden met het feit dat door deze manier van ontharden het zoutgehalte van het water zal stijgen.

Naast totale hardheid zorgt ijzer voor belangrijke problemen voor de toepassingen van het water. Een te hoog ijzergehalte in het water, gecombineerd met een pH van het water van meer dan 7, zorgt ervoor dat, wanneer het water met lucht/zuurstof in aanraking komt, het ijzer gaat oxideren en neerslaan. Het geoxideerd ijzer gaat neerslaan en zorgt zo voor verstopping van de leidingen, kranen en nippels. Naast deze vervelende neveneffecten krijgt het water ook een roestkleur en zorgt het voor een zware metaalsmaak. Deze slechte smaak zorgt er voor dat, zeker als er ook nog een verhoogde concentratie aan mangaan terug gevonden wordt, de dieren een verminderde water- en voederopname zullen hebben, die op hun beurt voor groeivermindering en verminderde prestaties zullen zorgen.

Naast deze chemische parameters is ook de bacteriologie van het water heel belangrijk. Enterococcen en E. Coli zijn belangrijke mestbacteriën. De aanwezigheid van deze bacteriën in het water kan wijzen op een besmetting van de waterbron met mest, mestsappen of het instromen van verontreinigd water. Behandeling is mogelijk door middel van chemische ontsmetting of UV-behandeling, maar de oorzaak aanpakken is de eerste en belangrijkste stap.

Waterkwaliteit waterbronnen

Maar hoe zit het nu juist met de waterkwaliteit van de verschillende waterbronnen? De waterstalen die Inagro analyseerde tussen 2006 en 2018, werden gebundeld per waterbron en hiervan werd een overzicht gemaakt. Het aantal geanalyseerde stalen varieerde naargelang de waterbron en de parameters. Zo werden er meest stalen van diep boorputwater (1229 stalen) en steenput- en filterputwater (1383 stalen) geanalyseerd , gevolgd door open putwater. Dit zijn namelijk de waterbronnen die al het langst gebruikt worden. Drainagewater, hemelwater en oppervlaktewater worden recenter als waterbron ingezet op bedrijven en werden daardoor minder geanalyseerd. Bacteriologie wordt ook niet altijd geanalyseerd en Clostridium en Sporen van Sulfiet Reducerende Clostridia (SSRC) wordt pas recent meer geanalyseerd, voornamelijk in het kader van lastenboeken.

In Tabel 1 is door middel van kleurindicaties weergegeven hoeveel waterstalen voldoen aan de richtwaarde voor drinkwater voor pluimvee, varkens of herkauwers voor de belangrijkste parameters:

Uit deze tabel kunnen we o.a leren dat bij diep grondwater (Landeniaanwinning) de geleidbaarheid (EC) in meer dan de helft van de gevallen een probleem is. Bij alle waterbronnen waarbij beïnvloeding van omgeving mogelijk is (alle bronnen behalve de echte grondwaterwinningen) valt het op dat de parameters Enterococcen, Clostridium en SSRC voor meer dan de helft van de stalen boven de richtwaarde komt. Bij diepdrainagewater is de hardheid bij meer dan de helft van de stalen een probleem en is bij gebruik van deze waterbron een behandeling afhankelijk van de toepassing te overwegen. Wil je meer weten over mogelijke behandelingen voor je probleemparameters, dan kan je surfen naar www.watertool.be of contact opnemen met de Inagro-collega’s voor persoonlijk bedrijfsadvies.

Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” werd met bovenstaande resultaten een interactieve tabel gemaakt waar je per waterbron de analyses kunt toetsen aan de richtwaarde drinkwater voor een bepaalde diersoort (pluimvee, varkens of herkauwers). Per waterbron wordt naast het aantal stalen bovendien ook voor iedere parameter de gemiddelde gemeten waarden, de minimum en de maximum gemeten waarde weergegeven. Ben je benieuwd naar de resultaten? Welke minima en maxima zijn nu eigenlijk gemeten?

Surf dan naar http://watertool.inagro.be/interface/normen.aspx en ga zelf aan de slag: duidt de waterbron aan waarvan je wil weten hoe de kwaliteit is en koppel dit aan een drinkwater richtwaarde voor varkens, pluimvee of herkauwers.

Deze resultaten kaderen in het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” waarbij kennisdeling van verschillende onderzoeksresultaten en mogelijke behandelingen centraal staat. Inagro werkt hiervoor samen met de Hooibeekhoeve, Proefbedrijf Pluimveehouderij en het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL). Het project wordt gefinancierd door het Departement Landbouw en Visserij. Heb je vragen over je wateranalyse, wil je meer weten over de verschillende parameters en/of heb je vragen welke behandelingen mogelijk zijn voor je water? Surf dan naar www.watertool.be of neem contact op met één van de deelnemende partners.

De Klimaatploeg gaat aan de slag in Antwerpen!

publish date
21.06.2019

De klimaatimpact van een melkveebedrijf inschatten is niet simpel. Deze wordt immers bepaald door heel wat verschillende aspecten van de bedrijfsvoering. Denk aan het energiegebruik, de rantsoensamenstelling, het mestgebruik, het bodemmanagement,… Om toch een totaalbeeld te kunnen vormen hebben Innovatiesteunpunt en Hooibeekhoeve in Antwerpen een Klimaatploeg samengesteld. 

De Klimaatploeg bestaat uit vijf Antwerpse melkveehouders en een aantal experten die elk deskundige zijn in een ander aspect van de melkveehouderij. Samen kan de Klimaatploeg dus wél dat totaaloverzicht schetsen. Door samen te werken kan de ploeg dan ook op zoek gaan naar de gepaste klimaatmaatregelen waardoor de klimaatimpact van een specifiek melkveebedrijf kan dalen.

Om het potentieel van klimaatmaatregelen voor een bepaald bedrijf goed te kunnen inschatten, is het uiteraard belangrijk dat de Klimaatploeg de landbouwbedrijven leert kennen. Daarom bezocht de ploeg de vijf melkveehouders waardoor ze zicht kreeg op de bedrijven en hun bedrijfsvoering. Dit filmpje geeft je een blik achter de schermen tijdens die bezoekdagen.

Adviezen op maat van het bedrijf

Op basis van wat de experten gezien hebben, formuleerden ze elk afzonderlijk en voor elk bedrijf een aantal adviezen waarmee de landbouwer de klimaatimpact van zijn bedrijf kan doen dalen. De Klimaatploeg ging op basis van die adviezen met elkaar in debat tijdens een adviesdag. Het doel van deze dag was om de melkveehouders een goed en volledig klimaatadvies mee te geven, op maat van hun bedrijf en onderbouwd met de expertise van de gehele Klimaatploeg. De debatten van de Klimaatploeg leidden tot een heleboel bedenkingen en nuttige conclusies. De Klimaatploeg leerde veel van elkaar: van de experten, maar zeker ook van de landbouwers!  Die bevindingen zijn natuurlijk  ook voor andere melkveehouders interessant. Daarom bundelen we die kennis later in het project, net als de beleidsaanbevelingen.

Nu de melkveehouders hun advies gekregen hebben, geven we hen even tijd om te herkauwen. Daarna gaan we verder aan de slag en bekijken we wat er effectief op de bedrijven toegepast kan worden! Wordt dus zeker vervolgd!

Hooibeekhoeve helpt landbouwbedrijven om zich aan te passen aan het veranderende klimaat

publish date
07.03.2019

Vlaams minister voor Omgeving, Natuur en Landbouw Koen Van den Heuvel bracht gisteren een werkbezoek aan de Hooibeekhoeve in Geel. Dat is één van de proefbedrijven voor land- en tuinbouw van de provincie Antwerpen. De medewerkers doen er voornamelijk praktijkonderzoek voor jongvee, melkvee en voedergewassen. Daarbij ligt de focus steeds meer op het veranderende klimaat. Zo wordt er onder meer gezocht naar manieren om de uitstoot van ammoniak, CO2 of methaan bij melkveebedrijven te verminderen en de opslag van CO2 in de bodem te verhogen.  

Tijdens het werkbezoek maakte de minister kennis met de werking van de Hooibeekhoeve en het LCV, het Landbouwcentrum voor Voedergewassen, dat eveneens in Geel Ten Aard gevestigd is. Het accent lag op onderzoek en innovatie, voornamelijk in functie van het klimaat.

“Het belang van deze onderzoeken valt niet te onderschatten”, verklaart Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Koen Van den Heuvel. “De opgedane kennis wordt immers verspreid over gans Vlaanderen via demonstratieprojecten, workshops, studiedagen, enzovoort. De samenwerking tussen de Vlaamse overheid en de provincie Antwerpen is dus duidelijk een win-win voor de hele sector.”

Het veranderende klimaat staat al geruime tijd centraal bij de onderzoeksopdrachten van de Hooibeekhoeve. Het gaat daarbij zowel om wetenschappelijk als praktijkgericht onderzoek. De Hooibeekhoeve beschikt daarvoor over een eigen melkveestal met tal van innovaties zoals een automatisch melkanalysetoestel, een conditiescorecamera, sensorgestuurde licht- en klimaatregeling. Andere pluspunten zijn de eigen velden, waarvoor men samen met het LCV recent nog investeerde in een nieuwe proefveldhakselaar, én een breed netwerk van (melk)veehouders waarmee voor allerlei onderzoeken wordt samengewerkt.

Van veld tot stal

Waar vroeger enkel op bepaalde onderdelen werd gefocust, wordt vandaag bij die onderzoeksprojecten steeds meer naar de gehele keten gekeken. Er wordt als het ware van veld tot stal gewerkt. Een mooi voorbeeld is het demonstratieproject KOE (Klimaatvriendelijke Ommekeer met Eigen voer) van het LCV. “Dit project zet in op klimaatvriendelijke teelten als granen, veldbonen, grasklaver, rietzwenkgras en voederbieten,” verduidelijkt gedeputeerde voor Landbouw Ludwig Caluwé. “Diepwortelende gewassen laten meer organische stof achter in de bodem en met vlinderbloemigen heb je minder kunstmest nodig omdat ze zelf stikstof fixeren uit de lucht. Voederbieten zijn dan weer niet alleen een uitstekende teelt om de nitraatuitspoeling te beperken, ze zijn ook goed voor de bodem en produceren veel bedrijfseigen voer. Daardoor moet er minder ander voer als soja en granen van buitenaf aangevoerd worden.”

Samenwerking en kennisuitwisseling zijn elementair voor de Hooibeekhoeve. Recent stapte het dan ook mee in ‘De Klimaatploeg’, een plattelandsproject dat ondersteund wordt door de provincie Antwerpen, Vlaanderen en Europa. “In dit project werken 5 melkveebedrijven en experten uit verschillende vakgebieden samen aan concrete initiatieven die een positieve bijdrage leveren aan het klimaat,” licht gedeputeerde voor Plattelandsbeleid Kathleen Helsen toe. “Denk bijvoorbeeld aan het energieverbruik in de stal of het melklokaal, aan de introductie van andere teelten op het veld, het gebruik van milieuvriendelijke krachtvoerbestanddelen voor de dieren, enzovoort.”

Is het nu klimaatopwarming of klimaatverandering?

publish date
05.03.2019

Leerkrachten, gidsen en educatoren ontdekken hoe het klimaatverhaal nu echt in elkaar zit

De hele maand februari was het klimaatthema brandend actueel. Op de laatste dag van de maand was dit niet anders. Met ‘Klaar voor een nieuw klimaat?!’ organiseerde de Provincie Antwerpen een inspirerende dag gevuld met interactieve workshops voor leerkrachten, gidsen en educatoren. Ze gingen naar huis met een pak nieuwe kennis en methodieken om door te geven aan jongeren en volwassenen.

 

Het klimaatthema is niet weg te denken uit de kranten. Maar hoe zit de vork nu juist in de steel? En hoe breng je het klimaatverhaal op maat van jouw doelgroep? Een honderdtal leerkrachten, gidsen en educatoren leefden zich op donderdag 28 februari helemaal in het thema tijdens de netwerkdag ‘Klaar voor het klimaat?!’ op het provinciale praktijkbedrijf Hooibeekhoeve in Geel. De rollen werden voor één dag omgedraaid en de leerkrachten werden weer even leerling. Ze gingen zelf aan de slag met het educatief materiaal en leerde verschillende methodieken te gebruiken.

Bijleren en experimenteren

De ganse dag was gevuld met interactieve workshops. De deelnemers experimenteerden met onderzoek, speelden educatieve spelletjes of maakten een klimaatwandeling tussen de velden. Van landbouw tot natuur en van water tot bodem: zeer uiteenlopende thema’s kwamen doorheen de dag aan bod. Zo maakte de workshop: ‘Hoe breng je de SDG’s in je workshop?’  leerkrachten wegwijs in de verschillende klimaatdoelstellingen. Ze kregen er meteen ook methodieken en gratis lesmateriaal mee naar huis.  De workshop ‘Virtueel Water’ liet dan weer iedereen stilstaan bij de hoeveelheid water die wij indirect verbruiken. In de workshop ‘Red het klimaat, eet geen biefstuk?!’ werd getoond hoe landbouwers vandaag op verschillende manieren hun steentje bijdragen aan een beter milieu. Aansluitend bracht ook iedereen een bezoek aan de melkveestallen van Hooibeekhoeve om zelf te ontdekken hoe sterk het klimaatverhaal ook in de landbouwsector speelt.

Snelcursus in klimaatterminologie

Naast ideeën en lesmateriaal kregen de deelnemers ook veel tips mee om het klimaatverhaal op de juiste manier te benaderen. Eén van de belangrijkste tips van de dag: spreek van klimaatverandering in plaats van klimaatopwarming. De opwarming van de aarde betekent niet dat het overal warmer zal worden. Er spelen heel wat andere factoren mee zoals nieuwe regenvalpatronen en woestijnvorming.  Verder spreek je ook beter van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Bij mitigatie neemt de mens de oorzaken van klimaatverandering bij de horens en bij adaptatie past de mens zichzelf en zijn omgeving aan.

Getuigenissen van de dag

Hilde Guens en Vanessa Maes – Leerkrachten 1ste graad aan Don Bosco Hechtel

“Wij volgden de workshop: ‘Hoe breng je de SDG’s in je workshop?’ en vonden het zeer inspirerend. Tijdens de workshop werden er vele voorbeelden aangehaald van gratis lesmateriaal, boeken met verschillende methodieken en enkele spelletjes. In de toekomst denken we zeker enkele items die in de workshop aangehaald werden, te gebruiken in onze lessen. Het was een inspirerende dag.”

Stella Van Hofstraeten – Publiekswerker bij het Rivierenhof

“In de voormiddag volgde ik de workshop ‘Virtueel water’. Het blijft ongelooflijk hoeveel water er verbruikt wordt voordat een product in de winkel ligt. Tijdens onze workshop werd er onderling volop over gediscussieerd. Voor mezelf haal ik er alvast uit dat het beter is om zoveel mogelijk niet-verwerkte voeding van hier te kopen.  Verder volgde ik ook de workshop ‘Leve(n)de bodem’.  Interessant wat je van onze bodem kan leren en welke impact het klimaat ook hierop heeft. De proefjes zijn iets minder toepasbaar in onze publiekswerking, maar zeker een aanrader voor leerkrachten uit wetenschappelijke richtingen.”

Vraag nu je individuele begeleiding aan

publish date
05.03.2019

Vanuit de werking van het CVBB is het LCV één van de praktijkcentra die de mogelijkheid tot individuele bedrijfsbegeleiding aanbiedt. Deze begeleiding heeft een waarde van €350, waarvan €300 gesubsidieerd wordt door het CVBB. Hierdoor bedragen de kosten voor de landbouwers slechts €50 + 6% BTW op de totaalfactuur. Bij een pakket van €350 betekent dit dus voor de landbouwer een kost van €71!

Landbouwers kunnen vrijwillig begeleiding van het LCV/CVBB ontvangen:

  • Indien zij geconfronteerd worden met overschrijdingen van de nitraatresidunormen. Zij kunnen zich op aangeven van de mestbank of op eigen initiatief aanmelden.
  • Indien er nitraatvervuiling door hun bedrijf geconstateerd wordt via waterkwaliteitsgroepen en deze vervuiling niet opgelost kan worden met enkele korte bezoeken of wanneer een grondige bedrijfsdoorlichting en advisering noodzakelijk is.
  • Elke landbouwer, op eigen initiatief

Een begeleidingspakket bestaat uit één of meerdere bedrijfsbezoeken van minstens 1u, aangevuld met analyses. Deze analyses kunnen profielanalyses zijn, maar kunnen ook ingevuld worden met analyses van bijvoorbeeld 0-30 cm of 0-60 cm. Belangrijk is hier dat het gaat om bijkomende analyses. Analyses die wettelijk verplicht zijn komen hiervoor niet in aanmerking.

Voor begeleiding kan je het inschrijvingsformulier invullen of door contact op te nemen met Simon Wouters: simon.wouters@provincieantwerpen.be

Volgende van de detaillijst