Nieuwe visie op ruimtelijke ordening bij provincie Antwerpen

publish date
20.05.2019

Met de conceptnota van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen geeft de provincie Antwerpen aan waar ze met de ruimtelijke ordening op haar grondgebied naartoe wil. De nota bevat de ruimtelijke visie voor 2050 en een eerste reeks van doelstellingen om die te realiseren. Gemeentebesturen, de Vlaamse overheid én burgers kunnen er binnenkort hun mening over geven.

Het is hoog tijd om het gebruik van de ruimte te (her)bekijken. De bevolking groeit immers terwijl de beschikbare ruimte niet toeneemt. Willen we in de toekomst voor iedereen ruimte om te wonen, te werken en te leven, dan moeten we daar nu afspraken over maken. De druk op het klimaat maakt het bovendien noodzakelijk om duurzaam met de beschikbare ruimte om te springen. Vandaag keurde de provincieraad de conceptnota van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen of PBRA goed. Het PBRA bestaat uit een strategische visie voor de lange termijn en een set van beleidskaders die op middellange termijn zorgen voor de uitvoering van die visie. De strategische visie vormt de basis voor de beleidskaders.

Strategische visie

De strategische visie is het resultaat van onderzoeken door de provincie Antwerpen en van een participatieproces gevoerd onder de naam ‘Nota Ruimte’. De provincieraadsleden, de gemeentebesturen, kennisinstellingen, de Vlaamse administraties en tal van middenveldorganisaties werkten eraan mee. Concreet komt het erop neer dat we in de strategische visie niet meer uitgaan van gescheiden functies maar ze verweven waar het kan. Het huidige gewestplan gaat uit van gescheiden functies en activiteiten. Het geeft aan elke zone één specifieke bestemming: wonen, industrie, natuur, landbouw. In de toekomst moeten we onze ruimte efficiënter gebruiken en dus waar het mogelijk is, functies met elkaar verweven. We moeten daarbij garant staan voor een kwalitatief ruimtegebruik voor de gehele leefomgeving. Een bedrijventerrein is een mooi voorbeeld: de gebouwen en parkings staan daar buiten de werkuren leeg. We kunnen zoeken naar mogelijkheden om ze ’s avonds en in het weekend te gebruiken voor sport en ontspanning.

Bij de ontwikkeling van hun beleidsplan werken de Vlaamse provincies over hun provinciegrenzen heen. De strategische visie van het PBRA bevat die gemeenschappelijke basis en werkt ze verder uit op maat van de ruimtelijke situatie en identiteit van onze provincie.

Beleidskaders

De beleidskaders bepalen de doelstellingen om de strategische visie op het terrein te realiseren. De provincie Antwerpen start met een eerste set van drie beleidskaders:

  1. De ruimtelijke vertaling van de strategische visie, om die visueel te kunnen weergeven;
  2. Levendige kernen, om te komen tot een netwerk van dorps- en stadskernen rond multimodale verkeersknopen en met aandacht voor levenskwaliteit;
  3. Verdichten en ontdichten van de ruimte, om bebouwde ruimte efficiënter te gebruiken, open ruimte te versterken en versnippering tegen te gaan.

Het uitwerken van de doelstellingen in deze beleidskaders vraagt niet alleen een nauwe samenwerking met de provinciale diensten maar ook met de verschillende bestuursniveaus.

Uitnodiging voor burgerparticipatie

Het PBRA is abstracte materie maar zal op termijn ook jouw leef- en werkomgeving beïnvloeden, of toch zeker die van je kinderen en kleinkinderen. We nodigen iedereen, jong en oud, uit om tijdens de publieke raadpleging van 20 augustus tot en met 18 oktober 2019 zijn of haar mening te geven. Zo teken je mee aan de ruimte van de toekomst. Begin juli vind je de conceptnota en informatie over de publieke raadpleging op de webpagina's over het PBRA. In september geven we op infomarkten in Antwerpen en Turnhout een samenvatting van de conceptnota en kun je vragen stellen aan de provinciale medewerkers.

Krijg je graag een seintje met de precieze data en informatie over de publieke raadpleging? Ben je benieuwd naar de volgende stappen om tot een definitief PBRA te komen? Abonneer je dan op de nieuwsbrief van het PBRA of hou de webpagina's van het PBRA in de gaten.

Volgende stappen

Tegelijkertijd met de publieke raadpleging vraagt de provincie Antwerpen het advies van elk gemeentebestuur, de Vlaamse overheid en de Procoro (de Provinciale Commissie voor Ruimtelijke Ordening). Die adviezen voegt ze samen met de reacties uit de publieke raadpleging. Verder onderzoek zal leiden tot een voorontwerp, een ontwerp en tenslotte een definitief Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen of PBRA dat het Ruimtelijke Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA) vervangt.

Nieuwe brochure: Houden van (biologisch) pluimvee als neventak

publish date
16.05.2019

Deze brochure vat samen welke mogelijkheden er zijn om kleinschalig biologisch pluimvee te houden. Als je wil starten met pluimvee op jouw bedrijf, laat je dan in elk geval begeleiden door ervaren kippenhouders, dierenartsen of mensen die al langer in het vak zitten.

Biologische kip

Eerst wordt een kleine schets gemaakt van de structuur van de moderne commerciële pluimveehouderij dat begint bij grootouderdieren en eindigt bij een consumptie-ei of een kippenfilet. Het start allemaal met een kleine groep grootouderdieren die zorgvuldig worden geselecteerd voor een aantal kenmerken. De eieren afkomstig van deze hennen worden uitgebroed en hun kuikens worden ouderdieren (moederdieren). Deze moederdieren worden grootgebracht op een opfokbedrijf om dan te beginnen leggen in een moederdierbedrijf. Afhankelijk of het vlees-of legkippen zijn, leggen ze een andere weg af.

  • De kuikens van leghenmoederdieren worden poeljen genoemd en groeien op in een opfokbedrijf. Daarna komen ze terecht in een leghenbedrijf om consumptie-eieren te produceren. 
  • Eendagskuikens van vleeskuikenmoederdieren gaan meteen naar het productiebedrijf om daar op te groeien en na een aantal weken geslacht te worden. 

Indien men volwassen commerciële leghennen aankoopt komen deze dus van een opfokbedrijf. Indien men biologisch hennen wilt houden is het belangrijk dat deze hennen ook uit een biologische opfok komen waar ze in min of meer dezelfde omstandigheden zijn opgegroeid als op het productiebedrijf zelf. Indien men zo geen opfok ter beschikking heeft, is het mogelijk via omschakelingsprocedures conventionele poeljen te houden. De laatste optie is om zelf jonge kuikens op te fokken tot legrijpe kippen. Men moet wel indachtig zijn dat kleine fouten in de opfok grote gevolgen kunnen hebben in het volwassen stadium van de kip. Wil je met lokale (erfgoed)rassen experimenteren, dan liggen de zaken moeilijker. Men kan hiervoor niet terecht in het professionele circuit.

Heropening overzet De Liereman - Ravelse bossen

publish date
07.05.2019

Vanaf zondag 5 mei kan je als fietser of wandelaar weer het kanaal Dessel–Turnhout oversteken met de charmante overzet. Het vaarseizoen van de overzet loopt tot en met 29 september 2019. De overzet wordt bestuurd door mensen uit de sociale tewerkstelling én door jobstudenten. Bezoekers kunnen op het zomerterras aan de nieuwe kiosk rustig pauzeren. 

Naar aanleiding van de heropening en de start van het nieuwe overzet-seizoen, valt er één en ander te beleven op zondag 5 mei van 13 tot 18 uur. Wat denk je van een deathride aan het kanaal voor de (jonge) durvers, kinderanimatie met grime voor de allerkleinsten, een toeristische markt met proevertjes voor bourgondiërs, begeleide wandelingen met gidsen van het Boshuis, een stiltewandeling en optredens van de koninklijke Harmonie Sint-Antonius en muziekensemble MUZO. Peter Van Asbroeck is reporter ter  plaatse.

Deze overzet is één van de realisaties binnen het gebiedsprogramma ARO. Arendonk, Ravels en Oud-Turnhout vormen een grote openruimtekamer binnen de Noorderkempen. De provincie Antwerpen en de drie gemeenten slaan de handen in elkaar om deze open ruimte economisch, toeristisch en maatschappelijk te versterken. Een van de pijlers is de landschappen in de regio ontsluiten en waarderen. Met de heropening van de overzet worden de natuurgebieden aan weerszijden van het kanaal met elkaar verbonden en toegankelijker gemaakt. Dit initiatief kan rekenen op de financiële steun van Vlaanderen en de provincie Antwerpen uit het Platteland Plus-fonds.

zicht vanuit kiosk op overzet
Kiosk met overzet

Hooibeekhoeve helpt landbouwbedrijven om zich aan te passen aan het veranderende klimaat

publish date
07.03.2019

Vlaams minister voor Omgeving, Natuur en Landbouw Koen Van den Heuvel bracht gisteren een werkbezoek aan de Hooibeekhoeve in Geel. Dat is één van de proefbedrijven voor land- en tuinbouw van de provincie Antwerpen. De medewerkers doen er voornamelijk praktijkonderzoek voor jongvee, melkvee en voedergewassen. Daarbij ligt de focus steeds meer op het veranderende klimaat. Zo wordt er onder meer gezocht naar manieren om de uitstoot van ammoniak, CO2 of methaan bij melkveebedrijven te verminderen en de opslag van CO2 in de bodem te verhogen.  

Tijdens het werkbezoek maakte de minister kennis met de werking van de Hooibeekhoeve en het LCV, het Landbouwcentrum voor Voedergewassen, dat eveneens in Geel Ten Aard gevestigd is. Het accent lag op onderzoek en innovatie, voornamelijk in functie van het klimaat.

“Het belang van deze onderzoeken valt niet te onderschatten”, verklaart Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Koen Van den Heuvel. “De opgedane kennis wordt immers verspreid over gans Vlaanderen via demonstratieprojecten, workshops, studiedagen, enzovoort. De samenwerking tussen de Vlaamse overheid en de provincie Antwerpen is dus duidelijk een win-win voor de hele sector.”

Het veranderende klimaat staat al geruime tijd centraal bij de onderzoeksopdrachten van de Hooibeekhoeve. Het gaat daarbij zowel om wetenschappelijk als praktijkgericht onderzoek. De Hooibeekhoeve beschikt daarvoor over een eigen melkveestal met tal van innovaties zoals een automatisch melkanalysetoestel, een conditiescorecamera, sensorgestuurde licht- en klimaatregeling. Andere pluspunten zijn de eigen velden, waarvoor men samen met het LCV recent nog investeerde in een nieuwe proefveldhakselaar, én een breed netwerk van (melk)veehouders waarmee voor allerlei onderzoeken wordt samengewerkt.

Van veld tot stal

Waar vroeger enkel op bepaalde onderdelen werd gefocust, wordt vandaag bij die onderzoeksprojecten steeds meer naar de gehele keten gekeken. Er wordt als het ware van veld tot stal gewerkt. Een mooi voorbeeld is het demonstratieproject KOE (Klimaatvriendelijke Ommekeer met Eigen voer) van het LCV. “Dit project zet in op klimaatvriendelijke teelten als granen, veldbonen, grasklaver, rietzwenkgras en voederbieten,” verduidelijkt gedeputeerde voor Landbouw Ludwig Caluwé. “Diepwortelende gewassen laten meer organische stof achter in de bodem en met vlinderbloemigen heb je minder kunstmest nodig omdat ze zelf stikstof fixeren uit de lucht. Voederbieten zijn dan weer niet alleen een uitstekende teelt om de nitraatuitspoeling te beperken, ze zijn ook goed voor de bodem en produceren veel bedrijfseigen voer. Daardoor moet er minder ander voer als soja en granen van buitenaf aangevoerd worden.”

Samenwerking en kennisuitwisseling zijn elementair voor de Hooibeekhoeve. Recent stapte het dan ook mee in ‘De Klimaatploeg’, een plattelandsproject dat ondersteund wordt door de provincie Antwerpen, Vlaanderen en Europa. “In dit project werken 5 melkveebedrijven en experten uit verschillende vakgebieden samen aan concrete initiatieven die een positieve bijdrage leveren aan het klimaat,” licht gedeputeerde voor Plattelandsbeleid Kathleen Helsen toe. “Denk bijvoorbeeld aan het energieverbruik in de stal of het melklokaal, aan de introductie van andere teelten op het veld, het gebruik van milieuvriendelijke krachtvoerbestanddelen voor de dieren, enzovoort.”

Is het nu klimaatopwarming of klimaatverandering?

publish date
05.03.2019

Leerkrachten, gidsen en educatoren ontdekken hoe het klimaatverhaal nu echt in elkaar zit

De hele maand februari was het klimaatthema brandend actueel. Op de laatste dag van de maand was dit niet anders. Met ‘Klaar voor een nieuw klimaat?!’ organiseerde de Provincie Antwerpen een inspirerende dag gevuld met interactieve workshops voor leerkrachten, gidsen en educatoren. Ze gingen naar huis met een pak nieuwe kennis en methodieken om door te geven aan jongeren en volwassenen.

 

Het klimaatthema is niet weg te denken uit de kranten. Maar hoe zit de vork nu juist in de steel? En hoe breng je het klimaatverhaal op maat van jouw doelgroep? Een honderdtal leerkrachten, gidsen en educatoren leefden zich op donderdag 28 februari helemaal in het thema tijdens de netwerkdag ‘Klaar voor het klimaat?!’ op het provinciale praktijkbedrijf Hooibeekhoeve in Geel. De rollen werden voor één dag omgedraaid en de leerkrachten werden weer even leerling. Ze gingen zelf aan de slag met het educatief materiaal en leerde verschillende methodieken te gebruiken.

Bijleren en experimenteren

De ganse dag was gevuld met interactieve workshops. De deelnemers experimenteerden met onderzoek, speelden educatieve spelletjes of maakten een klimaatwandeling tussen de velden. Van landbouw tot natuur en van water tot bodem: zeer uiteenlopende thema’s kwamen doorheen de dag aan bod. Zo maakte de workshop: ‘Hoe breng je de SDG’s in je workshop?’  leerkrachten wegwijs in de verschillende klimaatdoelstellingen. Ze kregen er meteen ook methodieken en gratis lesmateriaal mee naar huis.  De workshop ‘Virtueel Water’ liet dan weer iedereen stilstaan bij de hoeveelheid water die wij indirect verbruiken. In de workshop ‘Red het klimaat, eet geen biefstuk?!’ werd getoond hoe landbouwers vandaag op verschillende manieren hun steentje bijdragen aan een beter milieu. Aansluitend bracht ook iedereen een bezoek aan de melkveestallen van Hooibeekhoeve om zelf te ontdekken hoe sterk het klimaatverhaal ook in de landbouwsector speelt.

Snelcursus in klimaatterminologie

Naast ideeën en lesmateriaal kregen de deelnemers ook veel tips mee om het klimaatverhaal op de juiste manier te benaderen. Eén van de belangrijkste tips van de dag: spreek van klimaatverandering in plaats van klimaatopwarming. De opwarming van de aarde betekent niet dat het overal warmer zal worden. Er spelen heel wat andere factoren mee zoals nieuwe regenvalpatronen en woestijnvorming.  Verder spreek je ook beter van klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Bij mitigatie neemt de mens de oorzaken van klimaatverandering bij de horens en bij adaptatie past de mens zichzelf en zijn omgeving aan.

Getuigenissen van de dag

Hilde Guens en Vanessa Maes – Leerkrachten 1ste graad aan Don Bosco Hechtel

“Wij volgden de workshop: ‘Hoe breng je de SDG’s in je workshop?’ en vonden het zeer inspirerend. Tijdens de workshop werden er vele voorbeelden aangehaald van gratis lesmateriaal, boeken met verschillende methodieken en enkele spelletjes. In de toekomst denken we zeker enkele items die in de workshop aangehaald werden, te gebruiken in onze lessen. Het was een inspirerende dag.”

Stella Van Hofstraeten – Publiekswerker bij het Rivierenhof

“In de voormiddag volgde ik de workshop ‘Virtueel water’. Het blijft ongelooflijk hoeveel water er verbruikt wordt voordat een product in de winkel ligt. Tijdens onze workshop werd er onderling volop over gediscussieerd. Voor mezelf haal ik er alvast uit dat het beter is om zoveel mogelijk niet-verwerkte voeding van hier te kopen.  Verder volgde ik ook de workshop ‘Leve(n)de bodem’.  Interessant wat je van onze bodem kan leren en welke impact het klimaat ook hierop heeft. De proefjes zijn iets minder toepasbaar in onze publiekswerking, maar zeker een aanrader voor leerkrachten uit wetenschappelijke richtingen.”

Vraag nu je individuele begeleiding aan

publish date
05.03.2019

Vanuit de werking van het CVBB is het LCV één van de praktijkcentra die de mogelijkheid tot individuele bedrijfsbegeleiding aanbiedt. Deze begeleiding heeft een waarde van €350, waarvan €300 gesubsidieerd wordt door het CVBB. Hierdoor bedragen de kosten voor de landbouwers slechts €50 + 6% BTW op de totaalfactuur. Bij een pakket van €350 betekent dit dus voor de landbouwer een kost van €71!

Landbouwers kunnen vrijwillig begeleiding van het LCV/CVBB ontvangen:

  • Indien zij geconfronteerd worden met overschrijdingen van de nitraatresidunormen. Zij kunnen zich op aangeven van de mestbank of op eigen initiatief aanmelden.
  • Indien er nitraatvervuiling door hun bedrijf geconstateerd wordt via waterkwaliteitsgroepen en deze vervuiling niet opgelost kan worden met enkele korte bezoeken of wanneer een grondige bedrijfsdoorlichting en advisering noodzakelijk is.
  • Elke landbouwer, op eigen initiatief

Een begeleidingspakket bestaat uit één of meerdere bedrijfsbezoeken van minstens 1u, aangevuld met analyses. Deze analyses kunnen profielanalyses zijn, maar kunnen ook ingevuld worden met analyses van bijvoorbeeld 0-30 cm of 0-60 cm. Belangrijk is hier dat het gaat om bijkomende analyses. Analyses die wettelijk verplicht zijn komen hiervoor niet in aanmerking.

Voor begeleiding kan je het inschrijvingsformulier invullen of door contact op te nemen met Simon Wouters: simon.wouters@provincieantwerpen.be

Goed GePASt: Ammoniakemissie in de rundveehouderij

publish date
05.03.2019

Het demonstratieproject Goed GePASt, een project over ammoniakemissiereductie in de rundveehouderij liep eind juni 2018 af. De projectpartners hebben rundveehouders gesensibiliseerd en geïnformeerd rond de problematiek, de PAS-technieken en PAS-maatregelen. Daarnaast werd er met belanghebbenden nagedacht over oplossingen voor knelpunten bij het implementeren van 4 PAS-technieken. Zowel Hooibeekhoeve als ILVO implementeerden PAS-technieken in hun stallen. Zo konden landbouwers op Hooibeekhoeve 3 ammoniakemissiereducerende roostervloeren ontdekken in de nieuwe melkveestal.

In de eindbrochure worden de resultaten en realisaties van Goed GePASt samengevat.  Naast algemene informatie over ammoniak en PAS, vind je er de resultaten van het project. Bijvoorbeeld: oplossingen of onderzoekaanbevelingen voor implementatieknelpunten van 4 PAS-maatregelen, rapport over ammoniakemissiereducerende roostervloeren op Hooibeekhoeve, mogelijkheden van waterverneveling op de loopvloer, haalbaarheidsstudie van N-balans op een vleesveebedrijf…

Weet je graag meer over luchtemissies in de veehouderij? De vernieuwde website bundelt alle informatie rond luchtemissies aan de hand van doctoraten en verschillende types projecten. VEMIS staat voor ‘Consortium kennisopbouw luchtemissies in de veehouderij’ en op de website vind je, naast alle info over Goed GePASt, alles over luchtemissies in Vlaanderen.

 

Groeikracht inspireert ondernemersgroep Antwerpen

publish date
05.03.2019

Een tijdje geleden kwamen we de naam ‘Groeikracht’ tegen op Facebook. Bezig met advies, bodem, praktijkmetingen en veldproeven sloot de werking van deze Nederlandse adviesorganisatie voor ruwvoerteelt heel erg aan bij de rol van Hooibeekhoeve in het project Leve(n)de bodem. We zochten contact, hadden een inspirerende babbel en besloten al snel dat een bezoek aan Groeikracht in combinatie met een loonbedrijf waarmee zij samenwerken een perfecte uitstap was voor onze ondernemersgroep. En zo geschiedde…

Op 11 december 2018 trokken we met de Antwerpse ondernemersgroep de grens over voor een bezoek aan loonbedrijf Gebroeders Van Eijck. Na een boeiende uiteenzetting door Ronald Van Eijck over hun bedrijf, waarin we leerden dat ook een loonbedrijf werkt aan verbreding, inspireerde Mark ‘kalk’ de Beer (Groeikracht) de ondernemers. De inzichten over de verschillend types bodemleven, elk met hun eigen eisen en kwaliteiten, willen we jullie niet onthouden!

Wormen

Dit zijn de slopers voor het grove werk. Zij maken afvoerputjes waardoor het water de bodem in kan trekken en waardoor ze zelf na regenweer ook naar boven komen.

Schimmels

De schimmels staan in voor het slimme werk. Ze hebben niet veel stikstof nodig, maar let op, want bij grondbewerkingen kan je de schimmeldraden doorbreken en werk je hen dus tegen. Om te weten wat een schimmel nodig heeft, kijken we naar een silo. Daar wil je ten allen prijze schimmels vermijden. Denk erover na wat je hier doet om schimmels te vermijden en doe het omgekeerde op het veld om ze te bevorderen. Simpel, toch?

Een eerste zaak om schimmels te voorkomen in je kuil is zuurstof. Dit hebben de schimmels nodig en moet je dus trachten in je bodem te krijgen. Dit kan je doen door compost, een erg luchtig materiaal, op je land te brengen. Ook bij (nieuw) grasland werkt compost bevorderlijk voor de schimmels. Een andere manier om lucht in je bodem te krijgen, is een najaarsbewerking met een graslandwoeler om een storende laag te breken. Doe dit echter niet op kleigrond of indien de bodem te nat is. Dat zorgt immers voor verslemping! En wie zegt dat je deze bewerking op heel het veld moet doen? Je kan ook enkel de plekken bewerken waar de verdichting voorkomt, zoals de kopakkers.

Als we terug naar de kuil kijken, weet je ook dat de pH van de kuil niet te hoog mag zijn, omdat je dan kans hebt op schimmelgroei. Schimmels houden dus van een hoge(re) pH en dat is wat we willen op onze akker. Vaak wordt vergeten dat ook bestaand grasland kalk kan gebruiken. Deze behandeling levert al snel een meeropbrengst van 10% op! Daarbij komt nog dat de pH-verhoging niet enkel in de bovenste laag verkregen wordt, maar ook dieper in de bodem. Dit geeft natuurlijk zijn voordeel wanneer het grasland gescheurd wordt!
Sta je soms stil bij het type kalk dat je gebruikt? Doorgaans beschikt de bodem over voldoende magnesium, dus gebruik liever geen magnesiumhoudende kalk. Zeker wanneer je weet dat deze magnesium de werking van de kalk vertraagd.

Bacteriën

De bacteriën zijn de snelle werkers. Ze hebben veel stikstof nodig en hebben nood aan goed verteerbaar voedsel, vocht en warmte. In een kuil willen we graag bacteriën. Hiervoor geldt dus: de zaken die je doet om ze te bevorderen in de kuil, moet je ook op je land doen.

Bacteriën leven van goed verteerbaar voedsel en vocht. Waarom dit niet combineren? Als leidraad kan je nemen 4 delen mest mengen met 1 deel water. Door de mest te verdunnen (in de zomer en het najaar, in het voorjaar is dit niet nodig), kan je eenvoudiger kleiner giften geven, wordt de mest beter geïnjecteerd en werkt dit sneller. De mest wordt ook beter verdeeld en er is minder ammoniakverlies. Niets dan voordelen, dus!

Wanneer de bacteriën gevoed worden, geven deze ook warmte af. In het voorjaar kan je er op deze manier voor zorgen dat het groeiseizoen vervroegd wordt. Zorg er dus voor dat je tijdig start met bemesten; het vocht komt vanzelf wel!

3 V's

Tenslotte de regel van de 3 V’s op grasland. Gebruik Veel zwavel en kali, begin Vroeg en doe alles in Veel keer. Dit laatste betekent dat je liever vaker kleine beetjes geeft, dan één keer veel. Dit geldt voor alles: beregenen, bekalken en bemesten!

Wil je ook graag aansluiten bij de ondernemersgroep? Neem gerust contact op met gert.vandeven@provincieantwerpen.be of katrien.geudens@provincieantwerpen.be .

Wil je meer informatie over het project? Neem dan een kijkje op Leve(n)de Bodem.

Tot rust komen in een Mooi Glaslandschap

publish date
05.03.2019

Eind 2018 liep het project ‘Mooi glaslandschap’ af. Dit was een pdpo-project waarbij het typische glaslandschap in de 3 glastuinbouwregio’s in onze provincie werd versterkt door agrarische reconversie, landschapsintegratie en draagvlakverbreding. Onder het luik landschapsintegratie werden 2 cases uitgewerkt voor een gebiedsgerichte aanpak met als doel het doortrekken van de landschapsverfraaiing van het glastuinbouwbedrijf naar het omliggende landschap van het bedrijf en vice versa. Er wordt zo gestreefd naar harmonie tussen omgeving en bedrijfssite.

In de macrozone Sint-Katelijne-Waver werd de gebiedscase ‘Itterbeek’ uitgewerkt. Het landschapsintegratieplan kwam tot stand in overleg met de verschillende stakeholders waaronder de tuinders, de gemeenten en Regionaal Landschap Rivierenland. Concreet werden houtkanten langs een serrebedrijf aangeplant die een wandelpad langs de Itterbeek begeleiden. Daarnaast werd ook een bomenrij aangeplant die een verbinding maakt tussen het glastuinbouwbedrijf en het Provinciaal overstromingsgebied de Jutse Plassen.

Om ook de belevingswaarde in dit gebied te verhogen werd in samenwerking met een sociaal economie bedrijf een zitbank geplaatst. Deze zitbank staat midden in het serrelandschap en geeft wandelaars en recreanten een rustplek waar ze tegelijk kunnen genieten van het mooie glaslandschap.

Regenwater gebruiken bij vleeskuikens?

publish date
25.02.2019

Beschikbare waterbronnen vertonen vaak een schommelende waterkwaliteit. Bijkomend betekent een goede waterkwaliteit aan de bron niet dat de waterkwaliteit ter hoogte van het dier nog goed is. Toenemende druk op het gebruik van grondwater en leidingwater, zorgt tevens voor een stijgend aantal maatschappelijke vragen om ook ander water, zoals regenwater, te gebruiken.

Sinds 2017 wordt er op het Proefbedrijf Pluimveehouderij intensief gewerkt om de drinkwaterkwaliteit bij de braadkuikens te garanderen. Hiervoor is eerst gekeken naar de waterkwaliteit op meerdere plaatsen bij start, tijdens en op het einde van de ronde. Vervolgens zijn meerdere protocollen voor reinigen en desinfecteren uitgetest alsmede het stabiliseren van de waterkwaliteit tijdens de ronde. Hiervoor zijn commercieel beschikbare chemische producten gebruikt.

2017: overstap naar regenwater 

Het Proefbedrijf Pluimveehouderij, kan indien gewenst, gerecupereerd regenwater inzetten als waterbron. Echter ontbrak de technologie om dit regenwater om te zetten in kwalitatief drinkwater voor de vleeskuikens

In het kader van het demonstratieproject is een samenwerking aangegaan met de Ierse firma H2OZONE. Deze laatste ontwikkelden AgriSafe™, een toestel dat via een UV-lamp, ozongenerator en bijkomende filtratie een duurzame milieuvriendelijke transformatie van regenwater naar zuiver drinkwater beoogt.

Aan de slag met het toestel 

Installatie van het toestel vond plaats in november 2017 in één stal. De naastliggende stal, die identiek dezelfde opbouw en inrichting heeft, dient als controle stal. Initieel is er gestart met beide stallen te voorzien van leidingwater al dan niet behandeld via het AgriSafe™ toestel. In tweede instantie is in de stal met het AgriSafe™ toestel vanaf de leeftijd van 3 weken het leidingwater vervangen door regenwater. Tot nu toe zijn 4 rondes op deze manier voorzien van drinkwater. Telkens zijn na reinigen, desinfecteren, bij start, tijdens de ronde en aan het einde van de ronde wateranalyses uitgevoerd.

Wachten op resultaten 

De resultaten van alle analyses sinds 2017, de aanpassingen in reiniging en desinfectie protocollen alsmede aanpassingen gedaan om het gerecupereerde regenwater in gebruik te nemen, zullen gepresenteerd worden op de sectordagen in maart 2019.

 

Logobalk

Boeiende sectordagen leg- en vleeskippen op komst

publish date
22.02.2019

Jaarlijks organiseert het Proefbedrijf Pluimveehouderij meerdere sectordagen voor leg- en vleeskippen. Waarom? Omdat we het belangrijk vinden om pluimveehouders en adviseurs snel te informeren over de resultaten van het lopend onderzoek op het Proefbedrijf Pluimveehouderij. En omdat we zelf ook op de hoogte willen blijven van jullie vragen en problemen zodat we daar in onze onderzoeken rekening mee kunnen houden.

Bijeenkomst WPSA WG9

Onze sectordagen zijn verspreid over meerdere dagen zodat we in kleine groepen kunnen discussiëren over verschillende resultaten uit ons pluimveeonderzoek. Om de dialoog efficiënt te houden beperken we het aantal deelnemers per middag tot maximaal 15 personen. Snel inschrijven is dus de boodschap!

Sectordag Legkippen

Maandag 18 maart 2019 (Geel)
Dinsdag 19 maart 2019 (Tielt)
Dinsdag 26 maart 2019 (Geel)

Bekijk hier het programma

Sectordag Vleeskippen

Woensdag 20  maart 2019 (Geel)
Donderdag 21 maart 2019 (Tielt)
Maandag 25 maart 2019 (Geel)

Bekijk hier het programma

I-4-1-Health: voorlopige resultaten en hoe houden we het gewenste gedrag vast?

publish date
18.02.2019

Op dinsdag 29 januari werd een tweede bijeenkomst gehouden van werkpakket 5 binnen het I-4-1-Health project op het Proefbedrijf Pluimveehouderij in Geel (België). De bijeenkomst was voor Vlaamse en Nederlandse dierenartsen, in het bijzonder de dierenartsen die betrokken zijn binnen I-4-1-Health. Tijdens de bijeenkomst werden voorlopige resultaten gepresenteerd en was er ruimte voor discussie gedurende twee workshops.

Voorafgaand aan de eigenlijke bijeenkomst was er de mogelijkheid voor de deelnemers om de pluimveestallen van het Proefbedrijf te bezichtigen. Rondleidingen werden verzorgd door Iris Van Dosselaer en Nathalie Sleeckx (Proefbedrijf Pluimveehouderij).

De bijeenkomst werd geopend door Jeroen Dewulf (Universiteit Gent). Het aantal deelnemers was 63 personen. Een deel hiervan was afkomstig uit een ander EU project (het DISARM project, een project voor ontwikkeling van een netwerk dat veehouders, dierenartsen, adviseurs, industrie en onderzoekers verbindt met als doel het komen tot goede praktijken voor de reductie van antibioticaresistentie).

Een eerste sessie van projectresultaten werd voorgesteld door Franca Jonquiere (Universiteit Utrecht) en Nele Caekebeke (Universiteit Gent). Hierbij werd het “livestock-adapted ADKAR” model voor coaching in de veehouderij uitgediept en werden ADKAR scores van ronde 1 en 2 gerapporteerd. Ook werd een voorbeeldbedrijf in meer detail besproken om de aanpak in de praktijk toe te lichten.

De voorlopige resultaten van de antibiotica-resistentiebepaling werden voorgesteld door Sien De Koster (Universiteit Antwerpen) en Moniek Ringenier (Universiteit Gent). Hieruit bleken grote verschillen in resistentie tussen de diersoorten en tussen de landen. De onderzoekers gaan nu verder met het analyseren van alle data om de verschillen beter te kunnen duiden.

Na het zien van de vele resultaten, was het tijd om deze tijdens een diner te verwerken en bediscussiëren met collega’s. Na de maaltijd ging de eerste workshop van start.

De eerste workshop werd gegeven door Tommy Van Limbergen (PeheStat), nog deels verbonden aan de Universiteit Gent maar grotendeels bezig met het verzamelen en verwerken van data in de pluimveehouderij. Door Tommy werd benadrukt dat een goede samenwerking en transparantie cruciaal is om vooruitgang te boeken op pluimveebedrijven. Het verzamelen van alle bedrijfsgegevens komt zowel de boer als zijn adviseurs ten goede.

Het laatste deel van de bijeenkomt werd verzorgd door Manon Houben (Gezondheidsdienst voor Dieren) en Merel Postma (Universiteit Gent) met een tweede workshop. Hierbij was het mogelijk de “livestock-adapted ADKAR” te bediscussiëren. Conclusie is dat veel dierenartsen bewust of onbewust de ADKAR methodiek al gebruiken in de dagelijkse praktijk.

Een afsluiting van de avond werd verzorgd door Arjan Stegeman (Universiteit Utrecht). Conclusie is dat coaching in alle takken van ons leven kunnen gebruikt worden om bepaalde veranderingen teweeg te brengen.

Project i-4-1-Health is gefinancierd binnen het Interreg V programma Vlaanderen-Nederland, het grensoverschrijdend samenwerkingsprogramma met financiële steun van het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling. Meer info: www.grensregio.eu.

Volgende van de detaillijst