113 reacties voor een kwaliteitsvol ruimtelijk beleid

publish date
12.12.2019

De provincie Antwerpen werkt aan een nieuw beleid rond ruimtelijke planning. Van augustus tot oktober kon iedereen reageren op een eerste ontwerptekst van dat Provinciaal Ruimtelijke Beleidsplan Antwerpen. De meningen zijn verdeeld, en soms zelfs tegengesteld.

Met het Provinciaal Ruimtelijk Beleidsplan Antwerpen maken we afspraken over ons toekomstig ruimtegebruik. De bevolking groeit immers terwijl de beschikbare ruimte niet toeneemt. Bovendien dwingt de druk op het klimaat ons om duurzaam met de beschikbare ruimte om te gaan.

De Antwerpse provincieraad keurde in mei de conceptnota, de eerste versie, van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen goed. Tijdens de publieke raadpleging van 20 augustus tot en met 18 oktober 2019 kon iedereen de conceptnota inkijken en erop reageren. We ontvingen 113 reacties van gemeenten, de Procoro (Provinciale Commissie voor Ruimtelijke Ordening), het Vlaamse Departement Omgeving, burgers en organisaties. De gemeenten die reageerden liggen geografisch goed gespreid en bestaan zowel uit kleine dorpen als grote steden.

Reacties

Over het algemeen gaat men akkoord met de principes en strategieën in het nieuwe beleidsplan. Dat burgers en organisaties niet massaal reageerden, verklaren we door de abstractheid van het thema. We spreken in het beleidsplan immers niet over individuele percelen maar wel over het ruimtegebruik op bovenlokaal niveau. Voor sommige lokale besturen zijn de principes en strategieën daarom te vaag om op het terrein een concreet ruimtelijk beleid te voeren. Toch waren er ook mensen en besturen die concrete projecten voorstelden. Ook ontvingen we tegengestelde reacties. Zo vinden een aantal gemeenten dat we thema’s van een lokaal niveau behandelen, terwijl andere gemeenten net expliciet vragen om op provinciaal enkele harde keuzes te maken. Sommige reacties willen grootschalige landbouwinfrastructuur de nodige ruimte geven, terwijl andere vinden dat er meer aandacht moet zijn voor de natuur. In de open ruimte staan we voor een moeilijke evenwichtsoefening in de vraag naar ruimte voor natuur, landbouw, water, tuinen, paardenweiden,…

De publieke raadpleging leverde ons interessante vragen op die we in de volgende stappen meenemen: Hoe zal de provincie het beleid op het terrein uitvoeren? Hoe gaat de provincie samenwerken met gemeenten, organisaties, vervoerregio’s, intercommunales en dergelijke? Welke partners zal de provincie betrekken en welke rol neemt ze zelf op? Wat betekent het nieuwe beleidsplan voor het aanvragen en toekennen van een omgevingsvergunning? Krijgen de gemeenten financiële ondersteuning om de nieuwe visie op hun terrein te realiseren?

Volgende stappen

Een nieuw Beleidsplan Ruimte komt er niet zomaar. De provincie Antwerpen volgt daarvoor een lange, wettelijk vastgelegde procedure zodat ze goed onderbouwde beslissingen kan nemen. Verder onderzoek zal leiden tot een voorontwerp, een ontwerp en tenslotte een definitief Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen. Dat moet op termijn het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA) uit 2001 vervangen.

Blijf op de hoogte

Ben je benieuwd naar de volgende stappen om tot het definitieve Beleidsplan Ruimte te komen? Surf naar de webpagina over het beleidsplan ruimte waar je de meest actuele informatie vindt over het proces en de toekomstige inspraak- en participatie-initiatieven. Je kunt je er ook abonneren op de nieuwsbrief.

Campagnebeeld Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen
Campagnebeeld Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen

Hooibeekhoeve diversifieert in teelten met nieuwe zaaimachine en rotoreg

publish date
22.10.2019

Het Interreg Noord-West Europa-project FABulous Farmers zet landbouwers aan om te werken aan vergroening en biodiversiteit. De extreme weersomstandigheden van de voorbije jaren liggen aan de basis van de keuze om van een monocultuur met voornamelijk mais te evolueren naar een robuustere landbouw met verscheidene teelten. Als praktijk- en voorlichtingscentrum speelt Hooibeekhoeve in Geel een voortrekkersrol bij de verbreding van teelten. Om ook een scala aan andere gewassen, groenbedekkers en vlinderbloemigen te kunnen zaaien, schafte Hooibeekhoeve met steun van de provincie Antwerpen, Vlaanderen en Europa een nieuwe zaaimachine en rotoreg aan.

Zaaibed maken en zaaien in één trek

De keuze voor een combinatie van zaaimachine met rotoreg is na de aanbestedingsprocedure gevallen op een zaaimachine Maschio Aliante Plus en een rotoreg Maschio Dominator DM 3000. De zaaimachine is een pneumatische zaaimachine die ISOBUS-gestuurd is. De dosering is elektrisch aangedreven en er zijn meerdere zaairollen beschikbaar zodat je vlot kan variëren met zaaidichtheden. Verder is de machine uitgerust met 24 zaairijen met dubbele schijven en naloopwieltjes wat ervoor zorgt dat een landbouwer onder alle omstandigheden kan zaaien op een constante diepte.  De combinatie met de rotoreg maakt dat je in 1 werkgang het zaaibed kan maken en ineens ook kan zaaien. De rotoreg en de zaaimachine kunnen ook los van elkaar worden gebruikt in bijvoorbeeld grondbewerkingsproeven. Dankzij financiering via het Interreg Noord-West Europa-project FABulous Farmers kan Hooibeekhoeve deze machines inzetten.

Interreg-project FABulous Farmers

FABulous Farmers is een Europees project dat ontwikkeld werd om landbouwers te ondersteunen in de transitie naar meer agro-ecologisch handelen op hun bedrijf. Het project heeft als doel om landbouwers minder afhankelijk te maken van externe inputs zoals kunstmest en pesticiden, door het gebruik van Functionele AgroBiodiversiteit (FAB) aan te moedigen. Dit is het gericht stimuleren van biodiversiteit in en rond de akker om zo bestuiving, plaag- en ziektebestrijding, bodem- en waterkwaliteit in de percelen te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is het aanleggen van bloemenranden die nuttige insecten aantrekken. Maar ook het doorbreken van monocultuur (mais) is een goed voorbeeld. Het heeft een gunstige invloed op de bodemkwaliteit, je krijgt een daling van de onkruiddruk en het levert een meeropbrengst op. De projectmedewerkers van FABulous Farmers gaan met de landbouwers op zoek naar de FAB-mogelijkheden binnen hun bedrijf. Op demonstratie-velden kunnen landbouwers met eigen ogen zien wat de effecten van een bepaalde FAB-maatregel zijn. 

ILVO zoekt vleeskuikenhouders

publish date
08.10.2019

Is diergezondheid voor jou als vleeskuikenhouder belangrijk? Zou je graag je bedrijfsmanagement aanpassen om de bioveiligheid op je bedrijf en de gezondheid van je dieren te verbeteren en het gebruik van antibiotica te doen dalen? Ben je geïnteresseerd in het leren van andere boeren? Neem dan deel aan DISARM, een Europees project geleid door ILVO. 

Verbeter samen met je bedrijfsdierenarts en (veevoeder)adviseurs de ziektepreventie, diergezondheid en het verantwoorde gebruik van antibiotica op je bedrijf. Ilvo coacht alle DISARM-ambassadeurs. Je kan ook leren van andere boeren uit verschillende Europese landen. 

Wat is DISARM?

DISARM is een Europees project met als doel strategieën en innovaties te identificeren, te delen en te promoten die effectief zijn voor het verbeteren van de diergezondheid en het verlagen van de behoefte aan antibiotica in de Europese veehouderij. De focus ligt op het opzetten van bedrijfsdiergezondheidsteams en een netwerk van verschillende stakeholders (boeren, dierenartsen, voederadviseurs, andere leveranciers en onderzoekers) die ervaringen en kennis delen. Specifiek voor de bedrijfsdiergezondheidteams worden verschillende ontmoetings- en kennisuitwisselingsmomenten gecreëerd.  Hoe ervaren collega’s de samenwerking in hun diergezondheidsteam? Hoe vertalen zij hun actieplan in de praktijk? Tegen welke obstakels lopen zij aan en welke maatregelen hebben effectief de diergezondheid op het bedrijf verbeterd? 

Lees meer over DISARM in de PDF hieronder. Ben je geïnteresseerd of wil je meer informatie?
Neem dan contact op met Frederik Leen: E frederik.leen@ilvo.vlaanderen.be of T 09 272 23 82 

Studiedag leghennen

publish date
13.09.2019

Op dinsdag 8 oktober vindt een studiemiddag Leghennen plaats in het Proefbedrijf Pluimveehouderij in Geel. Deelname is gratis, op voorhand inschrijven is wel nodig

Wie op 8 oktober al andere plannen heeft, kan ook aansluiten bij een gelijkaardige studiedag op 14 oktober in Shamrock, Tielt.

Ga aan de slag met de bodembox

publish date
09.08.2019

De BodemIDee geeft een mooi beeld van de kwaliteiten en werkpunten van je bodem. De vraag is dan hoe je deze werkpunten kan aanpakken en hoeveel dit kost. Daarom werd de Bodembox ontwikkeld. Met behulp van deze tool zie je duidelijk de voor- en nadelen van actie. Je ziet niet enkel het effect op de gelinkte parameter, maar ook op de andere bodemparameters.

Hoe ga je te werk?

Stap 1: vul de bedrijfsspecifieke gegevens in.

Stap 2: vink aan welke maatregel(en) je wil nemen.

Stap 3: maak per gekozen maatregel een verdere keuze uit het menu.

Stap 4: bekijk de resultaten: zowel de kost als het effect op organische stofopbouw wordt weergegeven.

Logo Leven de bodem

Kwaliteit verschillende waterbronnen in kaart gebracht

publish date
09.08.2019

Kwalitatief goed drinkwater heeft een belangrijke invloed op de prestaties van onze landbouwhuisdieren. In de voorbije jaren is er al heel wat onderzoek verricht naar waterkwaliteit en gebruik van verschillende waterbronnen als drinkwater. Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” is het de bedoeling deze kennis zoveel mogelijk te verspreiden onder de veehouders en werd daarom de kwaliteit van verschillende waterbronnen onder de loep genomen.  

Het principe ‘meten is weten’ geldt ook voor de kwaliteit van het water dat je gebruikt op je bedrijf. Maar hoe goed of hoe slecht scoort nu de kwaliteit van die waterbron op je bedrijf? Is dit vergelijkbaar met wat er bij collega’s gemeten wordt? Of misschien overweeg je het gebruik van een andere, ‘alternatieve’ waterbron op je bedrijf. Als die er nog niet is, dan is ‘meten is weten’ geen optie. Maar wellicht weet je graag welke waterkwaliteit je dan kan verwachten? Om op deze vragen een antwoord te bieden, hebben we alle drinkwateranalyses die het Inagro labo heeft uitgevoerd tussen 2006 en eind 2018 onder de loep genomen.

Belangrijke parameters

De pH van het water kan sterk variëren naargelang de oorsprong van het water. Deze parameter heeft zowel minimum als maximum richtwaarden, omdat zowel een te lage pH (te zuur; pH<5,5) als te hoge pH (te alkalisch; pH>8,5) allerhande problemen kan geven. Bij een te zure of te alkalische pH zal de wateropname van de dieren dalen, waardoor ze vaak ook minder voeder gaan opnemen. Afhankelijk van de diersoort kan een afwijkende pH spijsverteringsproblemen veroorzaken. Zo kan een te hoge pH (pH > 9) aanleiding geven tot maagproblemen, diarree en moeilijke vertering bij voornamelijk varkens en pluimvee. Ter ondersteuning van de vertering wordt daarom bij jonge kuikens en biggen vaak het drinkwater aangezuurd. Rundvee is dan weer veel gevoeliger voor een lage pH omdat dit de optimale werking van de pens verhindert.

Een te hoge geleidbaarheid van het water (maat voor het zoutgehalte) kan leiden tot verminderde groei, gedaalde productie, diarree, en in het slechtste geval zelfs tot ziekte of sterfte van het vee. Bij een lichte verhoging krijg je een stijging van de wateropname, maar bij hogere gehaltes zullen de dieren weigeren te drinken, wat op zijn beurt zal leiden tot een verminderde voederopname. Rundvee zal eerder meer blijven drinken en dit kan oedeem veroorzaken. Behandeling van water met een hoge geleidbaarheid is moeilijk en heel duur. Een oplossing kan zijn om te mengen met een andere waterbron met een lagere geleidbaarheid.

De totale hardheid van het water wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van calcium- en magnesiumionen. Een te hoge hardheid zorgt vooral voor een slechte smaak van het water en verstoppingen van de leidingen (vooral bij het opwarmen van het water), kranen, nippels,… Het kan ook zorgen voor een daling van de werking van antibiotica, additieven of entstoffen. Een te hoge hardheid kan behandeld worden door een ontharder op basis van zoutuitwisseling. Belangrijk is om hierbij rekening te houden met het feit dat door deze manier van ontharden het zoutgehalte van het water zal stijgen.

Naast totale hardheid zorgt ijzer voor belangrijke problemen voor de toepassingen van het water. Een te hoog ijzergehalte in het water, gecombineerd met een pH van het water van meer dan 7, zorgt ervoor dat, wanneer het water met lucht/zuurstof in aanraking komt, het ijzer gaat oxideren en neerslaan. Het geoxideerd ijzer gaat neerslaan en zorgt zo voor verstopping van de leidingen, kranen en nippels. Naast deze vervelende neveneffecten krijgt het water ook een roestkleur en zorgt het voor een zware metaalsmaak. Deze slechte smaak zorgt er voor dat, zeker als er ook nog een verhoogde concentratie aan mangaan terug gevonden wordt, de dieren een verminderde water- en voederopname zullen hebben, die op hun beurt voor groeivermindering en verminderde prestaties zullen zorgen.

Naast deze chemische parameters is ook de bacteriologie van het water heel belangrijk. Enterococcen en E. Coli zijn belangrijke mestbacteriën. De aanwezigheid van deze bacteriën in het water kan wijzen op een besmetting van de waterbron met mest, mestsappen of het instromen van verontreinigd water. Behandeling is mogelijk door middel van chemische ontsmetting of UV-behandeling, maar de oorzaak aanpakken is de eerste en belangrijkste stap.

Waterkwaliteit waterbronnen

Maar hoe zit het nu juist met de waterkwaliteit van de verschillende waterbronnen? De waterstalen die Inagro analyseerde tussen 2006 en 2018, werden gebundeld per waterbron en hiervan werd een overzicht gemaakt. Het aantal geanalyseerde stalen varieerde naargelang de waterbron en de parameters. Zo werden er meest stalen van diep boorputwater (1229 stalen) en steenput- en filterputwater (1383 stalen) geanalyseerd , gevolgd door open putwater. Dit zijn namelijk de waterbronnen die al het langst gebruikt worden. Drainagewater, hemelwater en oppervlaktewater worden recenter als waterbron ingezet op bedrijven en werden daardoor minder geanalyseerd. Bacteriologie wordt ook niet altijd geanalyseerd en Clostridium en Sporen van Sulfiet Reducerende Clostridia (SSRC) wordt pas recent meer geanalyseerd, voornamelijk in het kader van lastenboeken.

In Tabel 1 is door middel van kleurindicaties weergegeven hoeveel waterstalen voldoen aan de richtwaarde voor drinkwater voor pluimvee, varkens of herkauwers voor de belangrijkste parameters:

Uit deze tabel kunnen we o.a leren dat bij diep grondwater (Landeniaanwinning) de geleidbaarheid (EC) in meer dan de helft van de gevallen een probleem is. Bij alle waterbronnen waarbij beïnvloeding van omgeving mogelijk is (alle bronnen behalve de echte grondwaterwinningen) valt het op dat de parameters Enterococcen, Clostridium en SSRC voor meer dan de helft van de stalen boven de richtwaarde komt. Bij diepdrainagewater is de hardheid bij meer dan de helft van de stalen een probleem en is bij gebruik van deze waterbron een behandeling afhankelijk van de toepassing te overwegen. Wil je meer weten over mogelijke behandelingen voor je probleemparameters, dan kan je surfen naar www.watertool.be of contact opnemen met de Inagro-collega’s voor persoonlijk bedrijfsadvies.

Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” werd met bovenstaande resultaten een interactieve tabel gemaakt waar je per waterbron de analyses kunt toetsen aan de richtwaarde drinkwater voor een bepaalde diersoort (pluimvee, varkens of herkauwers). Per waterbron wordt naast het aantal stalen bovendien ook voor iedere parameter de gemiddelde gemeten waarden, de minimum en de maximum gemeten waarde weergegeven. Ben je benieuwd naar de resultaten? Welke minima en maxima zijn nu eigenlijk gemeten?

Surf dan naar http://watertool.inagro.be/interface/normen.aspx en ga zelf aan de slag: duidt de waterbron aan waarvan je wil weten hoe de kwaliteit is en koppel dit aan een drinkwater richtwaarde voor varkens, pluimvee of herkauwers.

Deze resultaten kaderen in het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” waarbij kennisdeling van verschillende onderzoeksresultaten en mogelijke behandelingen centraal staat. Inagro werkt hiervoor samen met de Hooibeekhoeve, Proefbedrijf Pluimveehouderij en het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL). Het project wordt gefinancierd door het Departement Landbouw en Visserij. Heb je vragen over je wateranalyse, wil je meer weten over de verschillende parameters en/of heb je vragen welke behandelingen mogelijk zijn voor je water? Surf dan naar www.watertool.be of neem contact op met één van de deelnemende partners.

De Klimaatploeg gaat aan de slag in Antwerpen!

publish date
21.06.2019

De klimaatimpact van een melkveebedrijf inschatten is niet simpel. Deze wordt immers bepaald door heel wat verschillende aspecten van de bedrijfsvoering. Denk aan het energiegebruik, de rantsoensamenstelling, het mestgebruik, het bodemmanagement,… Om toch een totaalbeeld te kunnen vormen hebben Innovatiesteunpunt en Hooibeekhoeve in Antwerpen een Klimaatploeg samengesteld. 

De Klimaatploeg bestaat uit vijf Antwerpse melkveehouders en een aantal experten die elk deskundige zijn in een ander aspect van de melkveehouderij. Samen kan de Klimaatploeg dus wél dat totaaloverzicht schetsen. Door samen te werken kan de ploeg dan ook op zoek gaan naar de gepaste klimaatmaatregelen waardoor de klimaatimpact van een specifiek melkveebedrijf kan dalen.

Om het potentieel van klimaatmaatregelen voor een bepaald bedrijf goed te kunnen inschatten, is het uiteraard belangrijk dat de Klimaatploeg de landbouwbedrijven leert kennen. Daarom bezocht de ploeg de vijf melkveehouders waardoor ze zicht kreeg op de bedrijven en hun bedrijfsvoering. Dit filmpje geeft je een blik achter de schermen tijdens die bezoekdagen.

Adviezen op maat van het bedrijf

Op basis van wat de experten gezien hebben, formuleerden ze elk afzonderlijk en voor elk bedrijf een aantal adviezen waarmee de landbouwer de klimaatimpact van zijn bedrijf kan doen dalen. De Klimaatploeg ging op basis van die adviezen met elkaar in debat tijdens een adviesdag. Het doel van deze dag was om de melkveehouders een goed en volledig klimaatadvies mee te geven, op maat van hun bedrijf en onderbouwd met de expertise van de gehele Klimaatploeg. De debatten van de Klimaatploeg leidden tot een heleboel bedenkingen en nuttige conclusies. De Klimaatploeg leerde veel van elkaar: van de experten, maar zeker ook van de landbouwers!  Die bevindingen zijn natuurlijk  ook voor andere melkveehouders interessant. Daarom bundelen we die kennis later in het project, net als de beleidsaanbevelingen.

Nu de melkveehouders hun advies gekregen hebben, geven we hen even tijd om te herkauwen. Daarna gaan we verder aan de slag en bekijken we wat er effectief op de bedrijven toegepast kan worden! Wordt dus zeker vervolgd!

Mededeling 94: Effect van lichtschema's bij vleeskuikens

publish date
12.06.2019

Lichtschema’s hebben een effect op de strooiselkwaliteit. Bij gebruik van lange continue donkerperiodes wordt het strooiselnatter en nemen voetzoollaesies toe. Om dit te vermijden adviseren we om bij de huidige kuikens geen donkerperiodes vanlanger dan 4 uur ononderbroken donker te gebruiken. Een schema met afwisselend lichtperiodes en korte donkerperiodes kanmet succes toegepast worden.

Lees de volledige mededeling

Proefbedrijf Pluimveehouderij vraagt extra maatregelen te respecteren

publish date
12.06.2019

Sinds begin april zijn tientallen bedrijven positief bevonden voor het aviaire influenza virus van het type H3. Vele zijn nog steeds in afwachting van een uitslag.  Het overleg met Europees commissaris van Landbouw Phil Hogan van dinsdag 11/06/2019 heeft een opening gecreëerd waaruit een principeakkoord is bekomen. Dit politiek akkoord zal de eerstvolgende dagen verder worden uitgewerkt.

De impact op de sector laat ook het Proefbedrijf Pluimveehouderij niet koud. Als Proefbedrijf hebben we een voorbeeldfunctie naar de sector toe. Om insleep te voorkomen, vragen we onze bezoekers zich te houden aan het  Ministerieel Besluit (MB) van 6 juni 2019 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het influenzavirus type H3 tegen te gaan. Dit MB herneemt de maatregelen van het eerdere MB van 16 mei 2019.

Verder hebben we beslist om de projecten – waarbij we onderzoek doen op andere pluimveebedrijven – tijdelijk on-hold te zetten om wederzijdse besmetting te voorkomen.

Onder de zwaarst getroffen bedrijven zijn voornamelijk leghennenbedrijven en vermeerderingsbedrijven. Maar ook op kalkoenbedrijven, een struisvogelbedrijf en een braadkippen bedrijf zijn ondertussen klinische symptomen vastgesteld.

Symptomen 

Deze laagpathogene variant van het vogelgriepvirus vertoont bij productiedieren klinische symptomen die als atypisch geklasseerd worden.

  • Depressie
  • Zenuwsymptomen
  • Een snelle daling van de eiproductie (20% tot 100 %)
  • Bleke eieren,
  • Een daling van water- en voederopname
  • Hoge sterfte (50% tot 60%)

Impact op de sector

De economische impact lijkt stilaan niet meer te overzien. Laag pathogene H3 staat immers niet op de OIE lijst of op de Europese lijst van te bestrijden ziekten staat. Ondanks veelvuldig overleg tussen de  sectororganisaties, het FAVV, het FOD en het Kabinet van Ducarme, situeren de opgelegde maatregelen zich tot op heden enkel op vlak van bioveiligheid.

Aan het werk in de pluimveestal

Maatregelen op het Proefbedrijf Pluimveehouderij

Als Proefbedrijf hebben we een voorbeeld functie naar de sector toe. Ter voorkoming van insleep vragen we dan ook zich te houden aan onderstaande maatregelen:

  • Aan personen, komende uit de pluimveesector (pluimveehouders en erfbetreders), en derden vragen wij om geplande activiteiten (vergaderingen, scholing, …) waar mogelijk op te schorten.
  • Indien opschorting niet mogelijk is, bekijken we samen of uitwijken naar de Hooibeekhoeve een optie kan zijn.
  • Kan er geen neutrale locatie voorzien worden op korte termijn, dan wordt betreden van het Proefbedrijf voor deze activiteiten enkel toegestaan in de voorgebouwen.
  • Bij het betreden van het Proefbedrijf is ieder verplicht zich aan te melden vooraan bij de administratief verantwoordelijke.
  • Vermeld steeds of u uit een besmette regio komt.
  • Zelfs indien er enkel gebruik gemaakt wordt van de voorgebouwen vragen wij u om ook daar strikte hygiënemaatregelen toe te passen.
    • Waar mogelijk plant u in u agenda in geen contact gehad te hebben met pluimvee gedurende drie opeenvolgende dagen.
    • Is deze maatregel niet haalbaar, vragen wij u, uw bezoek indien mogelijk in te plannen in de ochtend.
    • Bij aankomst verwachten wij dat u op voorhand gedoucht hebt en propere kledij draagt.
    • Zorg voor een goede handhygiëne.
  • Leveranciers van goederen die achteraan op het bedrijf moeten zijn vragen wij waar mogelijk om het bezoek als eerste in te plannen.
    • Enkel na aanmelden bij de administratief verantwoordelijke mag u verder doorrijden.
    • Gelieve het onderstel van het voertuig waarmee u het erf betreedt te desinfecteren alvorens u zich achter het hek begeeft. Alsmede dit te herhalen bij verlaten van het bedrijf.
    • U stopt aan de los/laadruimte en betreedt de stallen niet
    • De dierverzorgers zullen het nodige materiaal van u aannemen of u bezorgen
  • Derde partijen die werkelijk in de stal aanwezig moeten zijn
    • Zijn verplicht te douchen alvorens de stallen te betreden.
    • Krijgen van het Proefbedrijf bedrijfseigenkledij om te dragen na het douchen
    • Visite van de dieren, is zoals steeds van jong naar oud.
    • Wie zowel bij de vleeskuikens als de leghennen in de stal moet zijn, wordt gevraagd om opnieuw te douchen tussen de twee bezoeken in.

Onderzoek naar belangrijke, actuele thema's bij legkippen

publish date
12.06.2019

Met Rode vogelmijt en rendabel langer aanhouden van leghennen, maakt het Proefbedrijf Pluimveehouderij vandaag werk van enkele belangrijke, actuele thema’s. Nu en in de nabije toekomst is er heel wat onderzoek op komst. In dit artikel blikken we graag mee vooruit.

Onderzoek in de legkippenstal

NIEUW: MitePrevent

In dit project volgen we 10 leghennenbedrijven op en kijken we naar de effecten van een bedrijfsspecifieke aanpak op de bloedluisbesmetting op een bedrijf.

NABIJE TOEKOMST:

  • Voor de start van de ronde waan we samen met de pluimveehouder kijken naar de preventieve aanpak tijdens de leegstand.
  • Tijdens de ronde volgen we de bloedluisbesmetting op via monitoring.
  • Op regelmatige basis komen adviseurs en de pluimveehouder samen om te discussiëren over de resultaten van de monitoring en een eventuele aanpak die hierop moet volgen.

Dit project wordt gefinancierd door de Vlaamse Overheid en is gestart in maart 2019. Door het H3N1 virus hebben we dit project tijdelijk on hold moeten zetten.

UPDATE: MiteControl

NU:

  • Er werden enquêtes afgenomen bij leghennenhouders. Hierin polsten we naar de huidige situatie en de toekomstwensen rond rode vogelmijtbestrijding.
  • Op het Proefbedrijf werd er een Biosafety-ruimte ontwikkeld. Hier loopt momenteel een proef waarbij het gedrag van de hennen gemonitord wordt met camera’s. Dit gedrag zal dan gelinked worden aan de infestatiegraad van de rode vogelmijten.

NABIJE TOEKOMST:

  • Om deze monitoring-techniek ook in praktijkomstandigheden te testen, zullen we tijdens de zomer ook camera’s plaatsen in enkele afdelingen in onze leghennenstal.
  • In het najaar gaan we aan de slag gaan met beloftevolle combinaties van niet-chemische bestrijdingsmiddelen tegen de rode vogelmijt. Hiervoor zijn onze partners in Montpellier momenteel nog het nodige labo-onderzoek aan het doen.
  • In 2020 zullen 3 bestrijdingsstrategieën getest worden in pilootbedrijven in België, Nederland en Groot-Brittanië. Hiervoor is het Proefbedrijf nog op zoek naar leghennenhouders die zich hiervoor kandidaat willen stellen.

NIEUW: LegLanger

Met dit project willen we Vlaamse leghennenhouders handvaten aanreiken voor het langer aanhouden van leghennen via nieuwe inzichten, concepten en innovaties die ontwikkeld zijn door en voor de keten.

NABIJE TOEKOMST:

  • Via een brede veldmonitoring (in samenwerking met PeHeStat) en via voederproeven (op het ILVO) worden concepten ontwikkeld.
  • Die nieuwe concepten worden dan getest in praktijkomstandigheden op het Proefbedrijf.

Meer eetbaar groen in steden en gemeenten

publish date
11.06.2019

Op vraag van de provincie Antwerpen ontwikkelde de Universiteit Antwerpen een Keuzewijzer Eetbaar Groen. Vanaf vandaag kunnen alle steden en gemeenten daarmee aan de slag. Van stadslandbouw tot zelfpluktuinen; stap voor stap komen ze tot de meest geschikte en haalbare invulling voor hun beschikbare gronden. De focus op ‘eetbaar groen’ zorgt voor een dubbele winst: naast de vergroening is ook de voedselproductie een extra meerwaarde voor de omwonenden.

In bebouwde gebieden wordt de groene ruimte steeds schaarser. Groene ruimte verdwijnt door de bouw van nieuwe woningen, aanleg van terras en tuinpaden, verharding van straten en pleinen en de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Nochtans is groene ruimte belangrijk voor onze leefbaarheid en ons welzijn. Meer groen staat garant voor een betere luchtkwaliteit en minder wateroverlast, het maakt de omgeving meer hittebestendig en draagt bij aan de biodiversiteit. Daarnaast zorgt groen voor een aangename ruimte om te sporten, te ontspannen en elkaar te ontmoeten.

Gedeputeerde voor Landbouw Ludwig Caluwé: “Als duurzaam bestuur willen we een voortrekker zijn en onze inwoners en lokale besturen stimuleren om in te zetten op eetbaar groen. We willen dat steden en gemeenten kiezen voor een aanpak die verder gaat dan klassieke vergroening. We willen hen overtuigen om te kiezen uit een palet van vergroeningsprojecten waarvan de omwonenden letterlijk de vruchten kunnen plukken.” 

Van geveltuin tot plukweide

Als jouw stad of gemeente werk wil maken van eetbaar groen, kan je binnenkort misschien wel genieten van een geveltuin, een stadsboerderij of een voedselbos. Wat er exact komt, hangt niet alleen af van je lokaal bestuur maar ook van de locatie, de doelgroep en een reeks andere factoren. Zo kunnen lokale besturen in bebouwde gebieden wellicht beter inzetten op de ecologische en sociale meerwaarde van eetbaar groen in een tuinstraat of met een geveltuin. Maar ook op grotere, onbebouwde plaatsen kunnen ze een economische meerwaarde creëren met een volkstuin, een stadsboerderij of een plukweide. Of misschien gaan ze wel de hoogte in met een daktuin?

Een uniek instrument

Er zit veel potentieel in eetbaar groen, maar je moet de kansen zien.” stipt Ludwig Caluwé aan. “Het is onze taak om bovenlokaal te werken en steden en gemeenten hierin te ondersteunen. Daarom vroeg de provincie aan de Universiteit Antwerpen om gepaste werkinstrumenten te ontwikkelen”.

Het resultaat is de Keuzewijzer Eetbaar Groen die vanaf vandaag door alle Antwerpse steden en gemeenten gebruikt kan worden. “Deze keuzewijzer gidst onze steden en gemeenten doorheen het ganse proces en reikt hen ook de juiste instrumenten aan,” verduidelijkt Caluwé. ”In de eerste fase wordt de beschikbare groene ruimte in kaart gebracht en wordt er een locatieplan opgemaakt. Nadien kan men met de keuzewijzer op zoek gaan naar de meest geschikte vorm van eetbaar groen voor die locatie. De laatste stap is de uitwerking van een concreet project.”

Gemeente Schelle gaat aan de slag

Eén van de gemeenten die aan de slag gaat met deze keuzewijzer is de gemeente Schelle. Daar vind je nu al verschillende vormen van eetbaar groen. Maar het bestuur is ervan overtuigd dat er dat er nog veel meer kan gebeuren.

De gemeente Schelle investeerde 4 jaar geleden in de aanleg van volkstuin Aerdborg. Burgemeester van Schelle Rob Mennes: “Sinds 2016 tuinieren hier 75 inwoners en er zijn nog inwoners vragende partij. Zij willen ook aan de slag in het groen. Ondanks de kostprijs die hieraan verbonden is voor de gemeente zijn er ook heel wat kansen. Zo bevorderen dergelijke initiatieven de sociale cohesie, het klimaat en de beleving in onze gemeente. We zullen de mogelijkheden voor nieuwe projecten rond eetbaar groen in onze gemeente dan ook bekijken.”

Nieuw managementteam Proefbedrijf Pluimveehouderij aan de slag

publish date
22.05.2019

Door de groei van het Proefbedrijf Pluimveehouderij en het binnenhalen van (inter)nationale projecten, werd ervoor gekozen om het team van het Proefbedrijf Pluimveehouderij verder uit te breiden. De afgelopen maanden kwam je wellicht verschillende van onze vacatures tegen. Vandaag zijn alle sollicatierondes achter de rug en kunnen we alle 'nieuwe' gezichten voorstellen. In totaal gaat het over 6 functies: van management tot dierverzorger.

We stellen ze hier graag aan jullie voor!

Sofie Cardinaels en Iris Van Dosselaer
Het nieuw managementteam met Operationeel manager Sofie Cardinaels (links) en Inhoudelijk manager Iris Van Dosselaer (rechts)

Managementfuncties

Met de nieuwe arbeidsorganisatie koos het Proefbedrijf Pluimveehouderij vorig jaar doelbewust voor een opsplitsing van het management in een Operationeel manager en een Inhoudelijk manager. Samen leiden ze de opdrachten van het praktijkbedrijf in goede banen en leggen ze verantwoording af aan het Dagelijks bestuur. Voortaan zullen deze functies ingevuld worden door Sofie Cardinaels (Operationeel manager) en Iris Van Dosselaer (Inhoudelijk manager).

  • De Operationeel manager is verantwoordelijke voor de dagelijkse werking van het praktijkbedrijf. Zij is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek en de dagelijkse bedrijfsvoering van het Proefbedrijf Pluimveehouderij.
  • De Inhoudelijk manager is verantwoordelijk voor de inhoud van de werking. Zij is het aanspreekpunt voor de (pluimvee)sector en vertaalt de behoeftes van de sector naar onderzoekvragen en voorlichting. Daarnaast is ze ook verantwoordelijk voor het zoeken naar de nodige financiële middelen om de werking in de toekomst te blijven garanderen.

Technisch deskundigen

Om de vele nationale en internationale onderzoeksprojecten binnen onze onderzoeksstallen in goede banen te leiden, werkt het Proefbedrijf Pluimveehouderij voortaan met twee technisch deskundigen. Zij zullen de brug vormen tussen de onderzoekers en de dierverzorgers. Zij zullen technische ondersteuning bieden voor lopende projecten, proeven en protocollen opvolgen en zijn verantwoordelijk voor de staalnames en metingen. Verder volgen zij ook de landbouwadministratie en de aankopen voor stalinrichting en meetappartatuur mee op.

Met Eva Pierré keert een vertrouwd gezicht terug naar het Proefbedrijf Pluimveehouderij. Samen met Lyn Byns zal ze binnenkort starten als technisch deskundige.

Dierverzorgers

Ook in de stal komt er naast het dagelijkse werk ook veel onderzoekswerk bij. Daarom gaan er twee extra dierverzorgers aan de slag. Samen met de rest van de dierverzorgers zullen zij instaan voor de basisverzorging van de dieren, de technische opvolging van de stal en opvolging van het onderzoek in de stal. Ze zullen ook zorgen voor kwaliteitsvolle metingen en een correcte verzameling van de data in het kader van het onderzoek.

Ils Vandeperre maakte de voorbije maanden al deel uit van het team en wordt nu een vaste waarde. Raf Vanderhooydonck is een volledig nieuw gezicht binnen het Proefbedrijf Pluimveehouderij en begint binnenkort aan zijn nieuwe uitdaging.

Maak jij binnenkort ook deel uit van ons team? 

Het Proefbedrijf zoekt expert pluimvee-onderzoeker. Als onderzoeker ondersteun en coördineer je jouw projecten. Je stelt onderzoeksplannen op en zet deze om in concrete proefschema's. Je volgt je budgetten op en bereidt de voorlichting mee voor. Bekijk de volledige vacature.

Banner vacature

Volgende van de detaillijst