23 projecten klaar om het verschil te maken

publish date
30.01.2019

In de provincie Antwerpen wordt in totaal 1.633.417 euro geïnvesteerd in 23 nieuwe plattelandsprojecten, die tussen nu en 2021 gerealiseerd zullen worden. Al deze initiatieven kunnen rekenen op financiële steun van de provincie, Vlaanderen en Europa. De projecten die recent groen licht hebben gekregen, vallen onder de plattelandsprogramma’s LEADER, Platteland Plus en Omgevingskwaliteit.  

“Deze projecten zijn heel divers van aard,” licht gedeputeerde voor Plattelandsbeleid Kathleen Helsen toe. “Ze hebben gemeenschappelijk dat ze de hele gemeenschap ten goede komen en vaak zelfs het lokale niveau overschrijden. Ze komen ook allemaal tot stand door een intense samenwerking tussen het verenigingsleven, ondernemers, lokale besturen, enzovoort. Zonder plattelandssubsidie zouden ze veel moeilijker of zelfs helemaal niet van start kunnen gaan. We maken hier dus echt wel het verschil.”

Regionale accenten

De toegekende subsidiebedragen variëren van 16.000 euro tot 130.000 euro. Sommige projecten bestrijken de hele provincie. Zo ontwikkelt Innovatiesteunpunt een digitale tool om met participatietrajecten in dorpen voortaan ook de moeilijk bereikbaar doelgroep van jonge gezinnen en jongeren te bereiken en zal vzw RURANT zich toeleggen op het coachen van plattelandsondernemers, waardoor hun innovaties meer kans op slagen krijgen. Andere initiatieven zijn eerder lokaal of spitsen zich toe op een zeer specifieke regio.

In Lille wordt geïnvesteerd in landbouw- en plattelandseducatie voor kinderen met een autismespectrumstoornis. Dekenaat Zuiderkempen maakt van de ontwijdde en leegstaande kerk van Mol-Donk een multifunctionele ontmoetingsruimte via een box-in-box-constructie. Naast de molen van Weelde verschijnt een oude rosmolen, waar zaden in geplet worden tot olie. In Noeveren (Boom) bouwt Kempens Landschap de oude schrijnwerkerij op de EMAB-site om tot een toeristische onthaalpoort In Wuustwezel komen fluisterpalen te staan die het vertellen over de evolutie van het landschap. Vzw Tallaart onderzoekt in Koningshooikt hoe de samenwerking tussen zorg en landbouw tot een rendabel businessmodel kan leiden. In en om Sint-Katelijne-Waver wordt met een participatief proces gezocht naar oplossingen voor de waterproblematiek in de regio. Enzovoort.

Overzicht van alle projecten

Kom naar de projectbrouwerij

Dit voorjaar kan je weer nieuwe projectenaanvragen indienen. In totaal is daarvoor 2.465.793 euro beschikbaar. Tot en met 5 april kan je je projectidee indienen via platteland@provincieantwerpen.be .Check zeker ook de website van de provincie Antwerpen. Daar vind je ook alle praktische informatie en de juiste sjablonen. 

Nog beter is het om op vrijdagvoormiddag 8 februari naar De Projectbrouwerij te komen in domein De Putten in Kasterlee. De plattelandsexperten van de provincie Antwerpen zitten daar klaar om op al jouw vragen te antwoorden. Je krijgt er alle praktische informatie die je maar wenst, je leert er inspirerende voorbeelden kennen en je kunt er meteen op zoek gaan naar mogelijke projectpartners. Een echte aanrader dus!
Deelnemen aan De Projectbrouwerij is gratis, maar je schrijft best op voorhand in. Ook dat kan via de website van de provincie Antwerpen.

 

Enquête: agrobiodiversiteit op melkveebedrijven

publish date
09.01.2019

Naast de productie van voedsel, worden er ook heel wat maatschappelijke verantwoordelijkheden opgelegd aan landbouwers. Daarbij is de kwaliteit of de ecologische waarde van het landschap zijn belangrijk. 

Agrobiodiversiteit is een hot item en door middel van een enquête zouden we te weten willen komen hoe melkveehouders in Vlaanderen hier tegenover staan. Wordt er een meerwaarde ervaren of is dit enkel iets wat wordt opgelegd? Is er een noodzaak voor het ontwikkelen van hulpmiddelen/tools die de landbouwer informatie kan geven omtrent agrobiodiversiteit? Graag hadden we hier antwoord op gekregen. Ben jij melkveehouder? Laat ons weten wat jij er van vindt:

https://provincieantwerpen.socratos.net/direct/3wQvX4ZvQGzuX9DD8ft3SdQMX

Melkveehouders gezocht voor nieuw project rond transitiemanagement

publish date
06.12.2018

Voor de evaluatie van de transitie-index en van de verschillende sensoren en biomerkers zijn we op zoek naar enthousiaste en gemotiveerde melkveehouders uit de Kempen en Limburg. Heeft u een bedrijf in deze regio, neemt u deel aan melkproductieregistratie (MPR) en beschikt uw melkinstallatie over continue melkmeters? Dan kan je je kandidaat stellen om binnen een groep van 50 melkveebedrijven mee te werken aan dit project om de waarde van de ontwikkelde ‘transitie-index’ te evalueren.

Heb je daarnaast ook een protocol voor de monitoring van uw transitiekoeien onder de vorm van

  • a) ketosetesten op bloed of urine 
  • b) (herkauw)activiteitsmeting
  • c) automatische BHB-metingen in de melk met een Herd Navigator? 

Dan kan je je kandidaat stellen om mee te werken binnen een groep van 14 melkveebedrijven, waar we een stapje verder gaan en de transitie-index combineren met sensortechnologie en biomerkerbenadering.

Om je kandidaat te stellen, stuur je een mail met uw contactgegevens  en het type monitoring naar info@koesensor.be. In ruil krijg je als melkveehouder heel wat informatie over je transitiekoeien en kan je als één van de eersten leren werken met transitie indices.

Koe in strostal

 

Project: de transitieperiode als monitoringsvenster

De productiviteit van melkvee neemt alsmaar toe. Die hoge productiviteit brengt heel wat uitdagingen met zich mee, die zich vooral uiten rondom het kalven. Deze kritische periode van 60 tot 90 dagen wordt de transitieperiode genoemd.

Door het multifactoriële karakter van de transitieproblemen heeft deze periode economisch gezien een grote impact. De verliezen kunnen veelal toegewezen worden aan een deel van de melkkoeien in de kudde, die metabool en nutritioneel onvoldoende veerkrachtig zijn om de transitieperiode succesvol door te komen. Toch hebben veehouders momenteel geen kengetal om het transitiesucces van hun dieren te kunnen inschatten. UGent, KU Leuven, ILVO, Hooibeekhoeve en Inagro starten daarom het VLAIO LA-traject “De transitieperiode als monitoringsvenster voor de nutritionele en metabole veerkracht van hoogproductief melkvee”, kortweg ‘Veerkracht’.

Het doel van dit project is om veehouders tools aan te reiken om het transitiesucces van individuele dieren dynamisch te kunnen opvolgen. Deze tools moeten het mogelijk maken om risicodieren te detecteren en gericht (preventieve) maatregelen te nemen. Dit zal er voor zorgen dat de productiviteit en het dierenwelzijn toenemen en de economische verliezen tijdens de transitieperiode beperkt worden.

Dergelijke tool bestaat al in Amerika. Daar werd een ‘Transition Cow Index (TCI)’ ontwikkeld om op een objectieve manier de effectiviteit van het transitiemanagement te evalueren, zowel binnen een bedrijf als tussen verschillende bedrijven onderling. In deze tool worden de productiegegevens uit de vorige lactatie gebruikt om de huidige lactatie op te volgen en problemen snel te detecteren. De tool gaat uit van een verwachte melkgift, die met de gerealiseerde melkgift kan worden vergeleken. Hieruit wordt vervolgens een transitie-index berekend. Binnen het Veerkracht-project zal een individuele transitie index (ITI) ontwikkeld worden voor Vlaanderen door het Amerikaanse model aan te passen en te optimaliseren. De transitie-indices zullen geïmplementeerd en gevalideerd worden op 50 Vlaamse melkveebedrijven.

 

 

Logo VLAIO

Aan de slag met theezakjes in de bodem

publish date
06.12.2018

Dit voorjaar ging Hooibeekhoeve aan de slag met de BodemIDee die ontwikkeld werd in het Interregproject Leve(n) de bodem. Met behulp van de BodemIDee willen we meer te weten komen over de bodemkwaliteit van onze velden en dit zowel op chemisch en fysisch als biologisch gebied. Voor het biologische aspect wordt gekeken naar de aanwezigheid van regenwormen, maar dit is natuurlijk niet alleszeggend. Het microbiële leven van de bodem, wat niet met het blote oog zichtbaar is, is een belangrijke factor voor de bodemgezondheid. Dit microbiële leven wordt bestudeerd met behulp van de theezakjesmethode.

 

Theezakjes

De theezakjesmethode is gebaseerd op de verschillende afbraaksnelheid van groene thee en rooibosthee. Groene thee breekt heel gemakkelijk af, rooibosthee moeilijk. Deze worden naast elkaar ingegraven en blijven gedurende 90 dagen in de grond. Daarna wordt het gewicht van beide bepaald en de decompositiefactor k wordt berekend. Hoe groter, hoe sneller de decompositie of afbraak gebeurt en dus hoe actiever het microbiële bodemleven. Meer informatie over de theezakjesmethode kan je vinden op http://www.teatime4science.org/.

Aangezien de methode voor Hooibeekhoeve voordien niet gekend was, wisten we niet wat voor resultaten we mochten verwachten. We besloten de theezakjes in te graven in de demoproef rond bodembewerkingssystemen en deze rond groenbedekkers. In de grafieken zie je de gemiddelde waardes weergegeven, maar let op met de interpretatie, want we zagen een grote spreiding van de resultaten binnen 1 type bodembewerking of groenbedekker.

 

 

Grafiek Levende Bodem

Je zou denken dat er van de theezakjes na 90 dagen in de grond weinig overblijft. Toch waren deze nog bijna allemaal in goede staat. Slechts enkele waren beschadigd waardoor de inhoud niet meer gewogen kon worden. Ook was er een opvallend verschil tussen de groene thee en de rooibosthee, zoals je op de foto kan zien.

Een eerste toepassing van deze methode leerde ons dat de spreiding op de resultaten vrij groot is. Daarom willen we volgende groeiseizoen meer zakjes per bodembewerking of groenbedekker ingraven, zodat we hier meer inzicht in krijgen. Het is ook aanneembaar dat het vreemde teeltseizoen van 2018 geen representatief beeld geeft. Wordt vervolgd…

 

 

Logo Levende Bodem

BodemIDee – Begeleiding door kennispendelaar

publish date
06.12.2018

Een stabiele oogst begint met een stabiele bodem. In het Interreg-project Leve(n) de bodem trekken kennispendelaars naar het veld met de BodemIDee. Dit is een soort identiteitskaart van de bodem die verschillende parameters bundelt. 

Voor de chemische kenmerken wordt gekeken naar de bodemanalyse. Samen met de landbouwer wordt ook het veld op getrokken om de fysische en biologische toestand van de bodem te bekijken. Zo wordt aandacht geschonken aan plasvorming, beworteling en bodemstructuur enerzijds en (restanten van) regenwormen en microbieel bodemleven anderzijds.

Samen aan de slag

In een handig overzicht wordt duidelijk waar de kwaliteiten van de bodem liggen en waar er nog werk aan de winkel is. We bekijken niet enkel de resultaten, maar gaan ook op zoek naar de oorzaken. Samen met de landbouwer wordt bekeken hoe deze verbeterd kunnen worden en hoe je zelf de bodemkwaliteit kan monitoren. Daarbij wordt rekening gehouden met een beter organische stofgehalte, een betere bodemstructuur en een gezondere nutriëntenmix. Zo zorgen we voor een bodem die weerbaarder is tegen extreme weersomstandigheden en plagen.

 

Affiche Levende Bodem

 

Landbouwers die willen werken aan de bodemkwaliteit kunnen rekenen op gratis advies van een kennispendelaar. Neem gerust contact op met katrien.geudens@provincieantwerpen.be of gert.vandeven@provincieantwerpen.be.

Wil je op de hoogte blijven van alles wat gebeurt binnen dit project? Neem dan zeker een kijkje op www.levendebodem.eu!

 

 

Logo Levende Bodem

Proefbedrijf start met ambitieus, internationaal bloedluisproject

publish date
05.12.2018

90% van de kippenstallen in Noord-West Europa kampt met bloedluizen. Om snel een duurzame oplossing te vinden is, slaat het Proefbedrijf Pluimveehouderij – samen met 5 internationale partners – de handen in elkaar voor een uniek samenwerkingsproject. Samen willen ze op korte termijn een duurzame oplossing zoeken voor het bloedluizenprobleem bij tal van pluimveehouders.

Hou je kippen in je kippenhok of in een stal? Dan zijn moet je steeds alert zijn voor de aanwezigheid van bloedluizen. Want je kan ze maar moeilijk buitenhouden. Maar liefst 90% van de kippenbedrijven in Noord-West Europa zijn besmet met bloedluizen. Dit leidt tot een verlies van meer dan 100 miljoen euro per jaar.

Bloedluizen zijn een grote bedreiging voor het welzijn van onze kippen. ‘s Nachts zuigen ze het bloed uit de kippen met bloedarmoede, geen eieren en soms zelfs de dood tot gevolg. Omdat schadelijke bestrijdingsmiddelen al geruime tijd niet meer gebruikt worden in de pluimveesector, is de vraag naar duurzame alternatieven enorm.

Gedeputeerde voor Landbouw Ludwig Caluwé: “Ondanks 20 jaar doorgedreven onderzoek door het Proefbedrijf Pluimveehouderij is er geen enkele duurzame bestrijdingsmethode gevonden die alle bloedluizen kan verwijderen. Daarom gaan we vandaag niet langer op zoek naar het ultieme bestrijdingsmiddel, maar wel naar de ultieme combinatie van bestrijdingsmethoden. Uit de eerste onderzoeksresultaten blijkt alvast dat we - door het combineren van onze sterkste methoden - bloedluizen veel efficiënter kunnen bestrijden dan met eender welk afzonderlijk middel.”

 

Kennis en onderzoek op topsnelheid

Wereldwijd zijn ook andere onderzoeksinstellingen - los van elkaar - op zoek naar die meest ultieme combinatie. Het Proefbedrijf Pluimveehouderij is er nu in geslaagd om 8 van die internationale onderzoeksinstellingen te verenigen in één groot, ambitieus Interreg-project ‘Mite-control’. Samen hebben ze de ambitie om op vrij korte termijn de meest efficiënte bestrijdingsstrategie te vinden.

‘Een hoge ambitie die perfect haalbaar is dankzij onze unieke transnationale samenwerking op gebied van kennis en onderzoeksniveaus. Met dit Interreg-project brengen we immers partners samen die experimenteel onderzoek uitvoeren in labo’s met partners die praktijkonderzoek uitvoeren in pluimveestallen en pluimveehouders die aan de slag gaan in hun eigen stallen. Door nauw contact met elkaar te houden, kunnen we elkaars onderzoek versterken én de doorlooptijd versnellen waardoor we veel sneller grootse resultaten kunnen boeken”, aldus gedeputeerde Ludwig Caluwé.

Aan de slag met onderzoekers en pluimveehouders

De volgende vier jaar gaat het Proefbedrijf Pluimveehouderij – samen met zijn 5 partners – aan de slag. Eerst zal in labo’s gezocht worden naar de beste combinatiestrategieën voordat ze worden uitgetest op het Proefbedrijf Pluimveehouderij. Finaal zullen de succesvolle strategieën ook uitgetest worden bij verschillende pluimveehouders in Vlaanderen, Frankrijk en Groot-Brittannië. Geïnteresseerde pluimveehouders kunnen zich hiervoor kandidaat stellen bij het Proefbedrijf Pluimveehouderij.

Het Interegg-project MiteControl is het zoveelste grote project dat de praktijkbedrijven van de provincie Antwerpen binnenhalen via hun samenwerkingsverband Aghrant.

2018: wederom een teeltseizoen om snel te vergeten

publish date
28.11.2018

Twee jaar terug schreven we in de nieuwsbrief van de Hooibeekhoeve dat 2016 een jaar zou zijn dat we niet snel zouden vergeten. Het aanhoudende natte weer zorgde dat jaar immers voor slechte opbrengsten in het veld. Niemand had toen durven denken dat we 2 jaar later terug hiermee geconfronteerd zouden worden. Al was het ditmaal niet de veelvuldige regenval die voor problemen zorgde maar wel het droge, en vooral warme weer.  

 

Van veel te nat naar veel te droog

Het teeltseizoen startte in de Kempen wel aan de natte kant. Vooral in april viel er duidelijk meer neerslag dan gemiddeld. De veldwerkzaamheden moesten hierdoor uitgesteld worden of gebeurde in niet de meest optimale omstandigheden. Door de op dat moment nog vochtige grond maakte dat de jonge maisplanten niet direct genoodzaakt waren om diep te gaan wortelen, wat bijvoorbeeld in 2017 wel het geval was.

Na 1 juni viel er nagenoeg geen regen meer en kregen we te maken met zomerse temperaturen. Naarmate de periode van warm en droog bleef duren, begon de gewasgroei te stagneren.

Gras

Opbrengstverlies bij grassnedes

In juni-augustus werd er nauwelijks nog gras gemaaid De meeste bedrijven kunnen rekenen op een uitstekende eerste snede van 2018. In juni-juli en augustus werd er echter nauwelijks nog gras gemaaid. In september kon op de meeste plaatsen het gras wat herstellen en kon er ondanks de aanhoudende droogte een normale snede gemaaid worden. Los van de kwaliteit zijn er opbrengstverliezen van 25% tot 50% over het ganse seizoen.

Grote impact op de zode

Niet te onderschatten is echter het effect op de zode : soms is deze volledig veronkruid en zal men in 2019 eerder dan gepland kiezen voor een andere teelt.  Grasland vernieuwen is niet goedkoop en een jonge zode betekent altijd minder opbrengst, zeker doordat het jong ingezaaide grasland het op vele plaatsen zeer moeilijk heeft bij de opkomst.   

Mais

Wat de mais betreft was het beeld heel divers. Op sommige plaatsen bleef de mais klein en ijl en was de schade duidelijk. Op andere plaatsen stond er een ogenschijnlijk normaal ontwikkeld gewas. Het gebrek aan neerslag, maar vooral de hoge temperaturen, zorgde echter dat de kolfzetting en  bevruchting en de kolfvulling ondermaats bleef. Sommige planten hadden zelfs geen kolf. Aangezien de kolf ca 50% van de opbrengst maakt, bleef de opbrengst op heel wat percelen achter.

Stormachtige weer half augustus deed de mais bovendien nog legeren. Bovendien rijpte zulke mais niet of moeilijk af, waardoor er bij lage DS-percentages werd geoogst.  

Resultaten van Hooibeekhoeve

Net als in de praktijk waren de effecten van de warme droge weer ook te merken op de proefvelden van de Hooibeekhoeve. Een aantal van de proefvelden werden niet geoogst omwille van te sterke droogteschade en/of legering. Andere velden werden wel geoogst, en dan vooral de meerjarige proeven of diegene met een invloed op de bodem. Op deze manier krijgen we een goed beeld van de impact van de weer onder diverse teeltomstandigheden.

Opbrengen van kuil- en korrelmaïs

Op 22 augustus startte de oogst van de proefvelden mais, op 5 oktober was de oogst afgerond. Wat de kuilmais betreft lagen de opbrengsten tussen de 4,5 ton DS/ha en 16,5 ton DS/ha het droge stofpercentage varieerde van 22% tot 37%, afhankelijk van het gesteld was met de kolven. Sommige proeven vertoonde immers bijna 100% kolfloze planten.

Voor de korrelmaisproeven varieerde de opbrengst van 400 kg per ha tot 9.5 ton/ha. Vergelijken we dit met de normale jaren kunnen we spreken van opbrengstverliezen van 20 tot 100%, met zeer veel verschillen binnen en tussen de percelen. Vergeleken met het andere rampjaar 2016 kan er gesteld worden dat de schade in 2018 groter is.  Door het ontbreken van de kolven of een slechte kolfvulling is de voederwaarde ook een tegenvaller. De cijfers hieromtrent zijn nog niet bekend.

Voederbieten

Wat de voederbieten betreft lijken de opbrengsten van de proeven zo’n 20-40% lager te liggen dan in 2017.

De resultaten van 2018 zullen in elk geval met de nodige omzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd.

 

 

Voederbieten: een teelt met potentieel!

publish date
09.11.2018

In een ver verleden waren voederbieten een grote teelt. Komende van een areaal van 75000 ha in België in 1945, daalde dit tot een dieptepunt van 2600 ha in 2000. De teelt vroeg veel handwerk, was gevoelig aan Rhizoctonia en werd vervangen door de eenvoudige maisteelt, veelal in monocultuur. Onder invloed van het GLB en de verplichting tot een 3e teelt, steeg het areaal terug tot 4500 ha in 2017. En terecht, want voederbieten hebben grote kwaliteiten.

Voederbietendag

Zo geven voederbieten een hoge voederwaardeopbrengst, vormen ze een smakelijk voer voor de runderen, is het een robuuste teelt, welke zich goed kan herpakken na extreme weersomstandigheden en geven ze een laag N-residu. Langs de andere kant vraagt de bietenteelt extra aandacht voor bemesting en onkruidbestrijding. Op 9 november 2018 hield Hooibeekhoeve een voederbietendag in Herenthout. Het werd een boeiende namiddag met 3 sprekers en een veldbezoek.

Hoe bieten bewaren en vervoederen?

Johan de Boever (ILVO dier) gaf meer uitleg over het vervoederen van de bieten. Wat we hierbij vooral onthouden is dat de opneembaarheid van de bieten ligt tussen die van klassieke ruwvoeders en krachtvoerder en dat zodoende door in te zetten op voederbieten kan worden bespaard op de krachtvoeders. De bieten kunnen in open lucht bewaard worden tot maart. Let hierbij op dat ze bij het ontbladeren niet ontkopt worden en bescherm de bieten tegen temperatuurstijgingen (met een strolaag) en vorst (met plasticfolie). De bieten kunnen echter ook verwerkt worden in mengkuilen. Hierbij worden ze best gesneden en laagsgewijs tussen de mais gebracht. De bewaring van deze kuilen is even goed als bij een zuivere maiskuil. Het uitkuilen en vervoederen van deze mengkuilen verloopt zonder problemen en de mengkuil heeft een positief effect op de melkvet- en melkeiwitproductie. Het maken van deze kuil vraagt wel de nodige voorbereiding en planning.

 

Rassenkeuze

Oplettendheid is nodig bij de keuze van het ras: zorg voor een Rhizoctonia-tolerant ras! Eva Pannecoucque (ILVO plant) toonde hoe de beschrijvende en aanbevelende rassenlijst van België tot stand komt. Voorlopig staan hierop slechts 7 rassen. De lijst geeft informatie over resistentie, % DS, DS en verse opbrengst / ha, tarra, aandeel vertakte bieten, schieter resistentie en Rhizoctonia-tolerantie. Ook in de buurlanden worden rassenlijsten opgesteld, welke zeker het bekijken waard zijn in de zoektocht naar een geschikt ras.

Rhizoctonia

Rhizoctonia blijft het grote hekelpunt bij de keuze voor voederbieten. Eva Wambacq (HoGent) leerde ons dat de keuze van het ras hierbij belangrijk is, maar zeker niet de enige factor die telt. Op de temperatuur en regenval hebben we weinig invloed, maar ook de bodemgesteldheid speelt een rol. Zo zorgen bodemverdichting, hoge bodemvochtigheid en geringe pH voor verzwakking van de planten met een hogere gevoeligheid tot gevolg. De uitbreiding van de schimmel wordt versneld door de aanwezigheid van niet-verteerd organisch materiaal, beschadiging van planten en de aanwezigheid van veel stikstof in de bodem. Besteed bij de teeltrotatie aandacht aan de vatbaarheid van de verschillende plantensoorten voor Rhizoctonia, want (voeder)bieten zijn niet de enige! Breng geen grond van besmette percelen op je akker en let ook op met de verspreiding via machines en irrigatie.

Op het veld

Tijdens het veldbezoek werd de rassenproef die in Herenthout werd aangelegd, bezocht. Naast deze proef lag ook een bemestingsproef waar er diverse soorten dierlijke mest en compost zijn toegepast. Er waren grote bovengrondse verschillen tussen de plots, maar we hebben al geleerd dat deze niet steeds een juist beeld geven over wat er onder de grond gebeurt. Nog even wachten dus op de resultaten. Op het omliggende veld waren de bietenrooier en bietensnijder aan het werk en konden vragen gesteld worden aan de loonwerker.

Meer info?

Wie alles nog eens graag naleest, kan terecht op de website van het Landbouwcentrum voor Voedergewassen vzw (www.lcvzw.be). Hierop vind je de gebruikte presentaties van de verschillende sprekers en ook de brochure “Voederbieten: Teelt, mechanisatie en mengkuilen – een update” welke veel praktische richtlijnen geeft.

 

Nieuw INTERREG-project "MiteControl"

publish date
31.10.2018

Op 25 oktober is het project "MiteControl" van start gegaan.

Logo Interreg Noordwest-Europa
Logo Interreg Noordwest-Europa

 

Het doel van het project is voedselveiligheid, diergezondheid en welzijnsnormen verzekeren door ontwikkeling van innovatieve IPM-programma's voor de bestrijding van rode vogelmijt bij pluimvee.

Dit project wordt gefinancierd door INTERREG.

Het project loopt van 25 oktober 2018 tot 24 april 2022.

Projectparners zijn het Proefbedrijf Pluimveehouderij, APPI BV, Université Paul-Valéry Montpellier 3, Institut Technique de l'Aviculture, KU Leuven, RSK ADAS Ltd en Fancom BV.

Meer info vind je op onze projectpagina.

 

Nieuw VLAIO-project "LEGLANGER"

publish date
29.10.2018

Op 1 november 2018 is het project "LEGLANGER" van start gegaan.

Het doel van het project is tot een hoger rendement komen door het verantwoord verlengen van de legperiode.

Dit project wordt gefinancierd door VLAIO.

Het project loopt van 1 november 2018 tot 30 oktober 2022.

Projectparners zijn ILVO, het Proefbedrijf Pluimveehouderij, en Pehestat BVBA.

Meer info vind je op onze projectpagina.

Trefdag Pluimveehouderij

publish date
25.10.2018

De Provincie West-Vlaanderen organiseert op 6 november 2018 een gratis trefdag voor pluimveehouders.

Deze studiedag wordt georganiseerd in samenwerking met partners INAGRO, DGZ, ILVO, PC Pluimvee, Boerenbond, Landsbond Pluimvee, Departement Landbouw en Visserij en Proefbedrijf Pluimveehouderij.

Zowel trends, ontwikkelingen, problematieken en technieken voor houders van braadkippen, legkippen als bedrijven gespecialiseerd in opfok en vermeerdering komen aan bod.

Verder worden de contacten versterkt tijdens de lunch en afsluitende netwerkreceptie. Beide aangeboden door de provincie West-Vlaanderen.

Wil je een boeiende dag beleven vol actuele thema’s i.v.m. pluimveehouderij? Gegeven door klinkende namen uit de sector? En in
gezelschap van jouw collega’s? Dan mag je deze afspraak niet missen!

Het programma vind je op www.west-vlaanderen.be/trefdagpluimveehouderij. Hier kun je je ook inschrijven.

Nog vragen? Neem dan contact op met onze collega's bij de provincie West-Vlaanderen op 050 40 74 46 of Beleidskerneconomie@West-Vlaanderen.be

Nieuw VLAIO-project "KUIKEMIS"

publish date
24.10.2018

Op 1 september 2018 is het project "KUIKEMIS" van start gegaan.

Het doel van het project is een brongerichte vermindering van ammoniak.

Dit project wordt gefinancierd door VLAIO (Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen).

Het project loopt van 1 september 2018 tot 1 september 2022.

Projectpartners zijn ILVO (Dier en T&V), het Proefbedrijf Pluimveehouderij, en Innovatiesteunpunt Boerenbond.

Meer info vind je op onze projectpagina.

Volgende van de detaillijst