Ga aan de slag met de bodembox

publish date
09.08.2019

De BodemIDee geeft een mooi beeld van de kwaliteiten en werkpunten van je bodem. De vraag is dan hoe je deze werkpunten kan aanpakken en hoeveel dit kost. Daarom werd de Bodembox ontwikkeld. Met behulp van deze tool zie je duidelijk de voor- en nadelen van actie. Je ziet niet enkel het effect op de gelinkte parameter, maar ook op de andere bodemparameters.

Hoe ga je te werk?

Stap 1: vul de bedrijfsspecifieke gegevens in.

Stap 2: vink aan welke maatregel(en) je wil nemen.

Stap 3: maak per gekozen maatregel een verdere keuze uit het menu.

Stap 4: bekijk de resultaten: zowel de kost als het effect op organische stofopbouw wordt weergegeven.

Logo Leven de bodem

Kwaliteit verschillende waterbronnen in kaart gebracht

publish date
09.08.2019

Kwalitatief goed drinkwater heeft een belangrijke invloed op de prestaties van onze landbouwhuisdieren. In de voorbije jaren is er al heel wat onderzoek verricht naar waterkwaliteit en gebruik van verschillende waterbronnen als drinkwater. Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” is het de bedoeling deze kennis zoveel mogelijk te verspreiden onder de veehouders en werd daarom de kwaliteit van verschillende waterbronnen onder de loep genomen.  

Het principe ‘meten is weten’ geldt ook voor de kwaliteit van het water dat je gebruikt op je bedrijf. Maar hoe goed of hoe slecht scoort nu de kwaliteit van die waterbron op je bedrijf? Is dit vergelijkbaar met wat er bij collega’s gemeten wordt? Of misschien overweeg je het gebruik van een andere, ‘alternatieve’ waterbron op je bedrijf. Als die er nog niet is, dan is ‘meten is weten’ geen optie. Maar wellicht weet je graag welke waterkwaliteit je dan kan verwachten? Om op deze vragen een antwoord te bieden, hebben we alle drinkwateranalyses die het Inagro labo heeft uitgevoerd tussen 2006 en eind 2018 onder de loep genomen.

Belangrijke parameters

De pH van het water kan sterk variëren naargelang de oorsprong van het water. Deze parameter heeft zowel minimum als maximum richtwaarden, omdat zowel een te lage pH (te zuur; pH<5,5) als te hoge pH (te alkalisch; pH>8,5) allerhande problemen kan geven. Bij een te zure of te alkalische pH zal de wateropname van de dieren dalen, waardoor ze vaak ook minder voeder gaan opnemen. Afhankelijk van de diersoort kan een afwijkende pH spijsverteringsproblemen veroorzaken. Zo kan een te hoge pH (pH > 9) aanleiding geven tot maagproblemen, diarree en moeilijke vertering bij voornamelijk varkens en pluimvee. Ter ondersteuning van de vertering wordt daarom bij jonge kuikens en biggen vaak het drinkwater aangezuurd. Rundvee is dan weer veel gevoeliger voor een lage pH omdat dit de optimale werking van de pens verhindert.

Een te hoge geleidbaarheid van het water (maat voor het zoutgehalte) kan leiden tot verminderde groei, gedaalde productie, diarree, en in het slechtste geval zelfs tot ziekte of sterfte van het vee. Bij een lichte verhoging krijg je een stijging van de wateropname, maar bij hogere gehaltes zullen de dieren weigeren te drinken, wat op zijn beurt zal leiden tot een verminderde voederopname. Rundvee zal eerder meer blijven drinken en dit kan oedeem veroorzaken. Behandeling van water met een hoge geleidbaarheid is moeilijk en heel duur. Een oplossing kan zijn om te mengen met een andere waterbron met een lagere geleidbaarheid.

De totale hardheid van het water wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van calcium- en magnesiumionen. Een te hoge hardheid zorgt vooral voor een slechte smaak van het water en verstoppingen van de leidingen (vooral bij het opwarmen van het water), kranen, nippels,… Het kan ook zorgen voor een daling van de werking van antibiotica, additieven of entstoffen. Een te hoge hardheid kan behandeld worden door een ontharder op basis van zoutuitwisseling. Belangrijk is om hierbij rekening te houden met het feit dat door deze manier van ontharden het zoutgehalte van het water zal stijgen.

Naast totale hardheid zorgt ijzer voor belangrijke problemen voor de toepassingen van het water. Een te hoog ijzergehalte in het water, gecombineerd met een pH van het water van meer dan 7, zorgt ervoor dat, wanneer het water met lucht/zuurstof in aanraking komt, het ijzer gaat oxideren en neerslaan. Het geoxideerd ijzer gaat neerslaan en zorgt zo voor verstopping van de leidingen, kranen en nippels. Naast deze vervelende neveneffecten krijgt het water ook een roestkleur en zorgt het voor een zware metaalsmaak. Deze slechte smaak zorgt er voor dat, zeker als er ook nog een verhoogde concentratie aan mangaan terug gevonden wordt, de dieren een verminderde water- en voederopname zullen hebben, die op hun beurt voor groeivermindering en verminderde prestaties zullen zorgen.

Naast deze chemische parameters is ook de bacteriologie van het water heel belangrijk. Enterococcen en E. Coli zijn belangrijke mestbacteriën. De aanwezigheid van deze bacteriën in het water kan wijzen op een besmetting van de waterbron met mest, mestsappen of het instromen van verontreinigd water. Behandeling is mogelijk door middel van chemische ontsmetting of UV-behandeling, maar de oorzaak aanpakken is de eerste en belangrijkste stap.

Waterkwaliteit waterbronnen

Maar hoe zit het nu juist met de waterkwaliteit van de verschillende waterbronnen? De waterstalen die Inagro analyseerde tussen 2006 en 2018, werden gebundeld per waterbron en hiervan werd een overzicht gemaakt. Het aantal geanalyseerde stalen varieerde naargelang de waterbron en de parameters. Zo werden er meest stalen van diep boorputwater (1229 stalen) en steenput- en filterputwater (1383 stalen) geanalyseerd , gevolgd door open putwater. Dit zijn namelijk de waterbronnen die al het langst gebruikt worden. Drainagewater, hemelwater en oppervlaktewater worden recenter als waterbron ingezet op bedrijven en werden daardoor minder geanalyseerd. Bacteriologie wordt ook niet altijd geanalyseerd en Clostridium en Sporen van Sulfiet Reducerende Clostridia (SSRC) wordt pas recent meer geanalyseerd, voornamelijk in het kader van lastenboeken.

In Tabel 1 is door middel van kleurindicaties weergegeven hoeveel waterstalen voldoen aan de richtwaarde voor drinkwater voor pluimvee, varkens of herkauwers voor de belangrijkste parameters:

Uit deze tabel kunnen we o.a leren dat bij diep grondwater (Landeniaanwinning) de geleidbaarheid (EC) in meer dan de helft van de gevallen een probleem is. Bij alle waterbronnen waarbij beïnvloeding van omgeving mogelijk is (alle bronnen behalve de echte grondwaterwinningen) valt het op dat de parameters Enterococcen, Clostridium en SSRC voor meer dan de helft van de stalen boven de richtwaarde komt. Bij diepdrainagewater is de hardheid bij meer dan de helft van de stalen een probleem en is bij gebruik van deze waterbron een behandeling afhankelijk van de toepassing te overwegen. Wil je meer weten over mogelijke behandelingen voor je probleemparameters, dan kan je surfen naar www.watertool.be of contact opnemen met de Inagro-collega’s voor persoonlijk bedrijfsadvies.

Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” werd met bovenstaande resultaten een interactieve tabel gemaakt waar je per waterbron de analyses kunt toetsen aan de richtwaarde drinkwater voor een bepaalde diersoort (pluimvee, varkens of herkauwers). Per waterbron wordt naast het aantal stalen bovendien ook voor iedere parameter de gemiddelde gemeten waarden, de minimum en de maximum gemeten waarde weergegeven. Ben je benieuwd naar de resultaten? Welke minima en maxima zijn nu eigenlijk gemeten?

Surf dan naar http://watertool.inagro.be/interface/normen.aspx en ga zelf aan de slag: duidt de waterbron aan waarvan je wil weten hoe de kwaliteit is en koppel dit aan een drinkwater richtwaarde voor varkens, pluimvee of herkauwers.

Deze resultaten kaderen in het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” waarbij kennisdeling van verschillende onderzoeksresultaten en mogelijke behandelingen centraal staat. Inagro werkt hiervoor samen met de Hooibeekhoeve, Proefbedrijf Pluimveehouderij en het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL). Het project wordt gefinancierd door het Departement Landbouw en Visserij. Heb je vragen over je wateranalyse, wil je meer weten over de verschillende parameters en/of heb je vragen welke behandelingen mogelijk zijn voor je water? Surf dan naar www.watertool.be of neem contact op met één van de deelnemende partners.

Provincie en Europa geven groen licht voor ZORO

publish date
29.07.2019

In Vlaanderen werken meer dan 350 000 zorgprofessionals maar toch zijn er nog steeds handen te kort. Een stijgende groep ouderen én bijkomende zorgvraag, lange wachtrijen… Het Interreg Vlaanderen-Nederland project ZORO – Zorgroute arbeidsmarkt - wil een antwoord bieden op deze uitdagingen. Door studenten en zorgprofessionals te versterken in hun job proberen de verschillende partners van dit project de kloof tussen zorgonderwijs en arbeidsmarkt te verkleinen.

oefeningen zorg

Vergrijzing, toenemende vraag naar thuiszorg, zelfzorg via apps en persoonsvolgende budgetten, enzovoort… we komen er allemaal van dichtbij mee in aanraking. Ook de zorgsector zelf ziet de noodzaak om zich voortdurend aan te passen aan digitale en maatschappelijke evoluties. Project ZORO wil leerlingen én werknemers in de zorg daar beter op voorbereiden. De klemtoon ligt op het ontwikkelen en uittesten van 4 opleidingsmodules: interprofessioneel samenwerken, technologische wendbaarheid, proactief en innovatief werkgedrag en de ethische en intermenselijke aspecten van de zorg. Verschillende opleidingspartners in Vlaanderen en Nederland gaan met simulatiepoppen, rollenspelen, games en andere methoden aan de slag om het werkveld zo dicht mogelijk bij de opleiding te brengen. De kwaliteit en effectiviteit van deze opleidingen worden gewaarborgd door de Universiteit Antwerpen én met de betrokkenheid van de ruimere zorgsector via focusgroepen en een klankbordgroep.

Dankzij ZORO kunnen studenten en zorgprofessionals in realistische settings en tijdens rollenspelen oefenen én getest worden op 4 competenties die noodzakelijk zijn in de zorgsector:

  1. Interprofessioneel samenwerken: een patiënt heeft een heel team van zorgverleners rondom zich. Hoe werk je samen met deze professionals die elk hun eigen expertise en competenties hebben?
  2. Technologische wendbaarheid: hoe ga je om met nieuwe zorgtechnologieën? Welke invloed heeft dat op jou, op je relatie met de patiënt, met collega’s
  3. Proactief en innovatief werkgedrag: volg je blind je werkschema of vertrouw je soms ook op de wensen van de patiënt en je eigen inzicht? Hoe kan je je eigen werk verbeteren? 
  4. Ethiek: kan je je in je patiënt verplaatsen? Hoe ver ga je in de dienstverlening voor je patiënt?

Het project richt zich zowel op studenten als op startende of ervaren zorgprofessionals. En dan zowel op zorgprofessionals die geen formele of korte opleiding volgden, zorgkundigen en verpleegkundigen (HBO5 en bachelors).

Over het project

Gouverneur Kinsbergencentrum, het provinciaal centrum voor zorgeconomie en- innovatie, startte dit project samen met verschillende Vlaamse en Nederlandse onderwijs- en zorginstellingen: Rhizo 4, ROC West-Brabant, Scalda, Vives hogeschool, Universiteit Antwerpen en de Ter Weel Zorggroep. Het project start vanaf september 2019 en zal drie jaar duren. Dankzij de cofinanciering van Interreg Vlaanderen-Nederland, Gouverneur Kinsbergencentrum, Provincie Antwerpen en de verschillende partners wordt een budget van 2 miljoen euro vrijgemaakt.

 

Win een Europafiets! #EuropAntwerpen

publish date
04.07.2019

Vandaag lanceren we onze Instagram zomerwedstrijd. Deel een leuke foto met Europese dimensie op Instagram met de hashtags #EuropAntwerpen en #EUinmyregion en maak kans op een exclusieve Europafiets! Ontdek alles over deze wedstrijd in dit nieuwsbericht. 

De Europafiets die je via de Instagramactie van Europa Direct kan winnen
Europafiets

Het grootste deel van het jaar brengen wij Europa naar de provincie Antwerpen, maar in de zomer trekken veel inwoners van onze provincie op reis naar Europese landen. Wij gaan graag met je mee via deze Instagram- en Facebookwedstrijd! Ga je liever op stap dichtbij huis? Ook dan kan je deelnemen aan de wedstrijd door een Antwerpse foto met Europese dimensie te delen! 

Wat moet je doen? 

  • Deel een foto met een Europese dimensie op Instagram of Facebook, tag @europadirectantwerpen (Instagram)/@EDAntwerpen (Facebook) en gebruik de hashtags #EuropAntwerpen en #EUinmyregion.  
  • Vertel in het bijschrift wat je op de foto ziet. 
  • Duimen maar! 

 

! Let op:

  • Op Instagram, kunnen we je foto met de hashtag #EuropAntwerpen enkel zien als je profiel op openbaar staat. Enkel mensen met een openbaar profiel, kunnen dus deelnemen aan de wedstrijd.
  • Op Facebook kan je per post de privacyinstellingen bepalen. Als je wil deelnemen aan de wedstrijd, moet je bij de foto die je deelt 'Iedereen' aanvinken bij 'Wie mag dit zien?'. 

 

Wat zijn foto's met 'een Europese dimensie?'

Dit kan heel duidelijk zijn, zoals een foto met een Europees symbool. Denk aan een wapperende Europese vlag aan een gebouw of een prachtig Europees landschap waar je een Europees symbool kan zien. 

Europa is echter op heel veel plaatsen ook aanwezig via Europese middelen. Via Europese fondsen draagt Europa bij aan duurzame, slimme en inclusieve groei. Hieronder vind je enkele voorbeelden van plekken of activiteiten in onze provincie waar Europa haar steentje aan bijgedragen heeft: 

  • Park Spoor Noord - Antwerpen
  • De slapende reus - Kasterlee
  • Verschillende fietsostrades - doorheen de Provincie
  • E-tuctuc verhuur - Laakdal 
  • Het Lindepaviljoen - Zoersel
  • Wortel Kolonie - Merksplas 
  • ...

Meer voorbeelden in de provincie Antwerpen vind je in onze projectendatabank https://europa.provincieantwerpen.be/. Benieuwd naar projecten op andere plekken in Europa? Ontdek een selectie op https://roadtriproject.eu/.

Je kan ook de inzendingen op Instagram checken.

Als je goed rondkijkt, kan je zelf in het straatbeeld Europese projecten herkennen. Vaak is er bij een Europese realisatie een gedenkplaat waarop iets staat als 'gerealiseerd met steun van de Europese Unie'.

Wij tippen de hele zomer lang ook locaties via onze Facebookpagina (https://www.facebook.com/EDAntwerpen/).

 

Wedstrijdverloop (Update: 30/07/2019)

De wedstrijd loopt van vrijdag 5 juli 2019 tot zaterdag 25 augustus 2019, 18:00. De jury beoordeelt daarna alle foto's en kiest de leukste foto uit. Op 30 augustus maken we de winnaar bekend via ons Instagramaccount en Facebookaccount en contacteren we hem of haar via een privébericht op Instagram of Facebook (afhankelijk van waar de foto geplaatst werd). Enkel deelnemers uit de provincie Antwerpen maken kans op de fiets. Hieronder kan je het wedstrijdreglement raadplegen. Deze actie is op geen enkele manier gesponsord, goedgekeurd of  beheerd door Instagram/Facebook of geassocieerd met Instagram/Facebook.

EFRO oproep - september 2019

publish date
26.06.2019

Er werd een nieuwe oproep gelanceerd voor EFRO Vlaanderen. Voor deze oproep wordt er een budget uitgetrokken van 2.500.000 euro. De deadline voor indienen is 27 september 2019. Ontdek hieronder snel wat de mogelijkheden zijn voor jouw organisatie. Voor meer informatie mag je ons altijd contacteren. Je vindt onze contactgegevens onderaan deze pagina. 

Prioriteit 3: Bevorderen van overgang naar koolstofarme economie

Specifieke doelstelling 1: “Verbeterde duurzame stedelijke mobiliteitssystemen die kaderen in een gemeentelijk/stedelijk klimaatplan – Mobipunten”

Voorwaarden:

  • Definitieve indiening ten laatste op 27 september 2019
  • Het EFRO-steunpercentage bedraagt maximaal 40%
  • De maximale EFRO-steuntoekenning is vastgelegd op 750.000 euro. Voor projecten met een totale kost hoger dan 1.875.000 euro zal het maximale EFRO-steunpercentage dus lager liggen dan 40%
  • De promotoren dienen minimaal een eigen bijdrage van 15% te voorzien.
  • De oproep is gericht op investeringsprojecten. Loonkosten en werkingskosten worden niet aanvaard.
  • Toekenning van Vlaamse, provinciale of andere cofinanciering moet worden bevestigd uiterlijk bij definitieve goedkeuring van het project.
  • Deze oproep is specifiek gericht op investeringsprojecten die op korte termijn (31/12/2022) realiseerbaar zijn.
  • Deze oproep is specifiek gericht op de aanleg, en verdere uitbouw van mobipunten op minstens regionale schaal.
  • Het project dient te zijn gelegen in een stad/gemeente met een door hun gemeenteraad goedgekeurd klimaatplan (SEAP).
  • Het project dient tevens deel uit te maken van een mobiliteitsplan(en) van de lokale overheid waar het EFRO-project wordt uitgevoerd.

 

Meer info over deze oproep vind je hier. Met vragen kan je terecht bij het provinciale EFRO-contactpunt: Anneke Van den Aker. Haar contactgegevens vind je hieronder.

 

De Klimaatploeg gaat aan de slag in Antwerpen!

publish date
21.06.2019

De klimaatimpact van een melkveebedrijf inschatten is niet simpel. Deze wordt immers bepaald door heel wat verschillende aspecten van de bedrijfsvoering. Denk aan het energiegebruik, de rantsoensamenstelling, het mestgebruik, het bodemmanagement,… Om toch een totaalbeeld te kunnen vormen hebben Innovatiesteunpunt en Hooibeekhoeve in Antwerpen een Klimaatploeg samengesteld. 

De Klimaatploeg bestaat uit vijf Antwerpse melkveehouders en een aantal experten die elk deskundige zijn in een ander aspect van de melkveehouderij. Samen kan de Klimaatploeg dus wél dat totaaloverzicht schetsen. Door samen te werken kan de ploeg dan ook op zoek gaan naar de gepaste klimaatmaatregelen waardoor de klimaatimpact van een specifiek melkveebedrijf kan dalen.

Om het potentieel van klimaatmaatregelen voor een bepaald bedrijf goed te kunnen inschatten, is het uiteraard belangrijk dat de Klimaatploeg de landbouwbedrijven leert kennen. Daarom bezocht de ploeg de vijf melkveehouders waardoor ze zicht kreeg op de bedrijven en hun bedrijfsvoering. Dit filmpje geeft je een blik achter de schermen tijdens die bezoekdagen.

Adviezen op maat van het bedrijf

Op basis van wat de experten gezien hebben, formuleerden ze elk afzonderlijk en voor elk bedrijf een aantal adviezen waarmee de landbouwer de klimaatimpact van zijn bedrijf kan doen dalen. De Klimaatploeg ging op basis van die adviezen met elkaar in debat tijdens een adviesdag. Het doel van deze dag was om de melkveehouders een goed en volledig klimaatadvies mee te geven, op maat van hun bedrijf en onderbouwd met de expertise van de gehele Klimaatploeg. De debatten van de Klimaatploeg leidden tot een heleboel bedenkingen en nuttige conclusies. De Klimaatploeg leerde veel van elkaar: van de experten, maar zeker ook van de landbouwers!  Die bevindingen zijn natuurlijk  ook voor andere melkveehouders interessant. Daarom bundelen we die kennis later in het project, net als de beleidsaanbevelingen.

Nu de melkveehouders hun advies gekregen hebben, geven we hen even tijd om te herkauwen. Daarna gaan we verder aan de slag en bekijken we wat er effectief op de bedrijven toegepast kan worden! Wordt dus zeker vervolgd!

Mededeling 94: Effect van lichtschema's bij vleeskuikens

publish date
12.06.2019

Lichtschema’s hebben een effect op de strooiselkwaliteit. Bij gebruik van lange continue donkerperiodes wordt het strooiselnatter en nemen voetzoollaesies toe. Om dit te vermijden adviseren we om bij de huidige kuikens geen donkerperiodes vanlanger dan 4 uur ononderbroken donker te gebruiken. Een schema met afwisselend lichtperiodes en korte donkerperiodes kanmet succes toegepast worden.

Lees de volledige mededeling

Proefbedrijf Pluimveehouderij vraagt extra maatregelen te respecteren

publish date
12.06.2019

Sinds begin april zijn tientallen bedrijven positief bevonden voor het aviaire influenza virus van het type H3. Vele zijn nog steeds in afwachting van een uitslag.  Het overleg met Europees commissaris van Landbouw Phil Hogan van dinsdag 11/06/2019 heeft een opening gecreëerd waaruit een principeakkoord is bekomen. Dit politiek akkoord zal de eerstvolgende dagen verder worden uitgewerkt.

De impact op de sector laat ook het Proefbedrijf Pluimveehouderij niet koud. Als Proefbedrijf hebben we een voorbeeldfunctie naar de sector toe. Om insleep te voorkomen, vragen we onze bezoekers zich te houden aan het  Ministerieel Besluit (MB) van 6 juni 2019 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het influenzavirus type H3 tegen te gaan. Dit MB herneemt de maatregelen van het eerdere MB van 16 mei 2019.

Verder hebben we beslist om de projecten – waarbij we onderzoek doen op andere pluimveebedrijven – tijdelijk on-hold te zetten om wederzijdse besmetting te voorkomen.

Onder de zwaarst getroffen bedrijven zijn voornamelijk leghennenbedrijven en vermeerderingsbedrijven. Maar ook op kalkoenbedrijven, een struisvogelbedrijf en een braadkippen bedrijf zijn ondertussen klinische symptomen vastgesteld.

Symptomen 

Deze laagpathogene variant van het vogelgriepvirus vertoont bij productiedieren klinische symptomen die als atypisch geklasseerd worden.

  • Depressie
  • Zenuwsymptomen
  • Een snelle daling van de eiproductie (20% tot 100 %)
  • Bleke eieren,
  • Een daling van water- en voederopname
  • Hoge sterfte (50% tot 60%)

Impact op de sector

De economische impact lijkt stilaan niet meer te overzien. Laag pathogene H3 staat immers niet op de OIE lijst of op de Europese lijst van te bestrijden ziekten staat. Ondanks veelvuldig overleg tussen de  sectororganisaties, het FAVV, het FOD en het Kabinet van Ducarme, situeren de opgelegde maatregelen zich tot op heden enkel op vlak van bioveiligheid.

Aan het werk in de pluimveestal

Maatregelen op het Proefbedrijf Pluimveehouderij

Als Proefbedrijf hebben we een voorbeeld functie naar de sector toe. Ter voorkoming van insleep vragen we dan ook zich te houden aan onderstaande maatregelen:

  • Aan personen, komende uit de pluimveesector (pluimveehouders en erfbetreders), en derden vragen wij om geplande activiteiten (vergaderingen, scholing, …) waar mogelijk op te schorten.
  • Indien opschorting niet mogelijk is, bekijken we samen of uitwijken naar de Hooibeekhoeve een optie kan zijn.
  • Kan er geen neutrale locatie voorzien worden op korte termijn, dan wordt betreden van het Proefbedrijf voor deze activiteiten enkel toegestaan in de voorgebouwen.
  • Bij het betreden van het Proefbedrijf is ieder verplicht zich aan te melden vooraan bij de administratief verantwoordelijke.
  • Vermeld steeds of u uit een besmette regio komt.
  • Zelfs indien er enkel gebruik gemaakt wordt van de voorgebouwen vragen wij u om ook daar strikte hygiënemaatregelen toe te passen.
    • Waar mogelijk plant u in u agenda in geen contact gehad te hebben met pluimvee gedurende drie opeenvolgende dagen.
    • Is deze maatregel niet haalbaar, vragen wij u, uw bezoek indien mogelijk in te plannen in de ochtend.
    • Bij aankomst verwachten wij dat u op voorhand gedoucht hebt en propere kledij draagt.
    • Zorg voor een goede handhygiëne.
  • Leveranciers van goederen die achteraan op het bedrijf moeten zijn vragen wij waar mogelijk om het bezoek als eerste in te plannen.
    • Enkel na aanmelden bij de administratief verantwoordelijke mag u verder doorrijden.
    • Gelieve het onderstel van het voertuig waarmee u het erf betreedt te desinfecteren alvorens u zich achter het hek begeeft. Alsmede dit te herhalen bij verlaten van het bedrijf.
    • U stopt aan de los/laadruimte en betreedt de stallen niet
    • De dierverzorgers zullen het nodige materiaal van u aannemen of u bezorgen
  • Derde partijen die werkelijk in de stal aanwezig moeten zijn
    • Zijn verplicht te douchen alvorens de stallen te betreden.
    • Krijgen van het Proefbedrijf bedrijfseigenkledij om te dragen na het douchen
    • Visite van de dieren, is zoals steeds van jong naar oud.
    • Wie zowel bij de vleeskuikens als de leghennen in de stal moet zijn, wordt gevraagd om opnieuw te douchen tussen de twee bezoeken in.

Onderzoek naar belangrijke, actuele thema's bij legkippen

publish date
12.06.2019

Met Rode vogelmijt en rendabel langer aanhouden van leghennen, maakt het Proefbedrijf Pluimveehouderij vandaag werk van enkele belangrijke, actuele thema’s. Nu en in de nabije toekomst is er heel wat onderzoek op komst. In dit artikel blikken we graag mee vooruit.

Onderzoek in de legkippenstal

NIEUW: MitePrevent

In dit project volgen we 10 leghennenbedrijven op en kijken we naar de effecten van een bedrijfsspecifieke aanpak op de bloedluisbesmetting op een bedrijf.

NABIJE TOEKOMST:

  • Voor de start van de ronde waan we samen met de pluimveehouder kijken naar de preventieve aanpak tijdens de leegstand.
  • Tijdens de ronde volgen we de bloedluisbesmetting op via monitoring.
  • Op regelmatige basis komen adviseurs en de pluimveehouder samen om te discussiëren over de resultaten van de monitoring en een eventuele aanpak die hierop moet volgen.

Dit project wordt gefinancierd door de Vlaamse Overheid en is gestart in maart 2019. Door het H3N1 virus hebben we dit project tijdelijk on hold moeten zetten.

UPDATE: MiteControl

NU:

  • Er werden enquêtes afgenomen bij leghennenhouders. Hierin polsten we naar de huidige situatie en de toekomstwensen rond rode vogelmijtbestrijding.
  • Op het Proefbedrijf werd er een Biosafety-ruimte ontwikkeld. Hier loopt momenteel een proef waarbij het gedrag van de hennen gemonitord wordt met camera’s. Dit gedrag zal dan gelinked worden aan de infestatiegraad van de rode vogelmijten.

NABIJE TOEKOMST:

  • Om deze monitoring-techniek ook in praktijkomstandigheden te testen, zullen we tijdens de zomer ook camera’s plaatsen in enkele afdelingen in onze leghennenstal.
  • In het najaar gaan we aan de slag gaan met beloftevolle combinaties van niet-chemische bestrijdingsmiddelen tegen de rode vogelmijt. Hiervoor zijn onze partners in Montpellier momenteel nog het nodige labo-onderzoek aan het doen.
  • In 2020 zullen 3 bestrijdingsstrategieën getest worden in pilootbedrijven in België, Nederland en Groot-Brittanië. Hiervoor is het Proefbedrijf nog op zoek naar leghennenhouders die zich hiervoor kandidaat willen stellen.

NIEUW: LegLanger

Met dit project willen we Vlaamse leghennenhouders handvaten aanreiken voor het langer aanhouden van leghennen via nieuwe inzichten, concepten en innovaties die ontwikkeld zijn door en voor de keten.

NABIJE TOEKOMST:

  • Via een brede veldmonitoring (in samenwerking met PeHeStat) en via voederproeven (op het ILVO) worden concepten ontwikkeld.
  • Die nieuwe concepten worden dan getest in praktijkomstandigheden op het Proefbedrijf.

Meer eetbaar groen in steden en gemeenten

publish date
11.06.2019

Op vraag van de provincie Antwerpen ontwikkelde de Universiteit Antwerpen een Keuzewijzer Eetbaar Groen. Vanaf vandaag kunnen alle steden en gemeenten daarmee aan de slag. Van stadslandbouw tot zelfpluktuinen; stap voor stap komen ze tot de meest geschikte en haalbare invulling voor hun beschikbare gronden. De focus op ‘eetbaar groen’ zorgt voor een dubbele winst: naast de vergroening is ook de voedselproductie een extra meerwaarde voor de omwonenden.

In bebouwde gebieden wordt de groene ruimte steeds schaarser. Groene ruimte verdwijnt door de bouw van nieuwe woningen, aanleg van terras en tuinpaden, verharding van straten en pleinen en de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Nochtans is groene ruimte belangrijk voor onze leefbaarheid en ons welzijn. Meer groen staat garant voor een betere luchtkwaliteit en minder wateroverlast, het maakt de omgeving meer hittebestendig en draagt bij aan de biodiversiteit. Daarnaast zorgt groen voor een aangename ruimte om te sporten, te ontspannen en elkaar te ontmoeten.

Gedeputeerde voor Landbouw Ludwig Caluwé: “Als duurzaam bestuur willen we een voortrekker zijn en onze inwoners en lokale besturen stimuleren om in te zetten op eetbaar groen. We willen dat steden en gemeenten kiezen voor een aanpak die verder gaat dan klassieke vergroening. We willen hen overtuigen om te kiezen uit een palet van vergroeningsprojecten waarvan de omwonenden letterlijk de vruchten kunnen plukken.” 

Van geveltuin tot plukweide

Als jouw stad of gemeente werk wil maken van eetbaar groen, kan je binnenkort misschien wel genieten van een geveltuin, een stadsboerderij of een voedselbos. Wat er exact komt, hangt niet alleen af van je lokaal bestuur maar ook van de locatie, de doelgroep en een reeks andere factoren. Zo kunnen lokale besturen in bebouwde gebieden wellicht beter inzetten op de ecologische en sociale meerwaarde van eetbaar groen in een tuinstraat of met een geveltuin. Maar ook op grotere, onbebouwde plaatsen kunnen ze een economische meerwaarde creëren met een volkstuin, een stadsboerderij of een plukweide. Of misschien gaan ze wel de hoogte in met een daktuin?

Een uniek instrument

Er zit veel potentieel in eetbaar groen, maar je moet de kansen zien.” stipt Ludwig Caluwé aan. “Het is onze taak om bovenlokaal te werken en steden en gemeenten hierin te ondersteunen. Daarom vroeg de provincie aan de Universiteit Antwerpen om gepaste werkinstrumenten te ontwikkelen”.

Het resultaat is de Keuzewijzer Eetbaar Groen die vanaf vandaag door alle Antwerpse steden en gemeenten gebruikt kan worden. “Deze keuzewijzer gidst onze steden en gemeenten doorheen het ganse proces en reikt hen ook de juiste instrumenten aan,” verduidelijkt Caluwé. ”In de eerste fase wordt de beschikbare groene ruimte in kaart gebracht en wordt er een locatieplan opgemaakt. Nadien kan men met de keuzewijzer op zoek gaan naar de meest geschikte vorm van eetbaar groen voor die locatie. De laatste stap is de uitwerking van een concreet project.”

Gemeente Schelle gaat aan de slag

Eén van de gemeenten die aan de slag gaat met deze keuzewijzer is de gemeente Schelle. Daar vind je nu al verschillende vormen van eetbaar groen. Maar het bestuur is ervan overtuigd dat er dat er nog veel meer kan gebeuren.

De gemeente Schelle investeerde 4 jaar geleden in de aanleg van volkstuin Aerdborg. Burgemeester van Schelle Rob Mennes: “Sinds 2016 tuinieren hier 75 inwoners en er zijn nog inwoners vragende partij. Zij willen ook aan de slag in het groen. Ondanks de kostprijs die hieraan verbonden is voor de gemeente zijn er ook heel wat kansen. Zo bevorderen dergelijke initiatieven de sociale cohesie, het klimaat en de beleving in onze gemeente. We zullen de mogelijkheden voor nieuwe projecten rond eetbaar groen in onze gemeente dan ook bekijken.”

Bart Van Acker uit de provincie Antwerpen is Vlaamse Jonge Ondernemer 2019

publish date
07.06.2019
Bart Van Acker Vlaamse jonge ondernemer 2019

De provincie Antwerpen feliciteert Bart Van Acker met de titel Vlaamse Jonge Ondernemer 2019. In april behaalde Bart Van Acker al de titel van Antwerpse Jonge Ondernemer van het jaar 2019. Op 6 juni verdedigde hij de kleuren van de provincie Antwerpen in de Vlaamse finale en won. Van Acker is een positief rolmodel voor andere bedrijven. Zijn bedrijf QbD (Quality by Design) is uitgegroeid tot de Belgische referentie op het vlak van consultancy voor oa de life sciences, cosmetica-, health care- en voedingsindustrie. 

QbD is gevestigd in Wilrijk. 

 

Nieuwe feitenfiches detailhandel geven gemeenten actueel inzicht in winkelaanbod

publish date
06.06.2019
afbeelding feitenfiche

De 5 Vlaamse provincies publiceren voor de 6de keer op rij een nieuwe update van de feitenfiches detailhandel. In de feitenfiche vindt elke Vlaamse gemeente een overzicht van relevant cijfermateriaal over het winkelaanbod. De cijfers vormen zo een nuttig instrument om de beleidsplannen lokale economie vorm van steden en gemeenten vorm te geven.


Net als vorig jaar is de feitenfiche detailhandel een dynamisch rapport op provincies.incijfers.be. Dit platform is eenvoudig en flexibel te gebruiken. De gebruiker kiest voor kant-en-klare rapporten, of gaat zelf aan de slag met een rijk gamma aan cijfergegevens uit verschillende bronnen.

Leegstand, kernversterking en ondersteuning

De leegstand in Vlaanderen is toegenomen, maar de stijging vlakt af. In de provincie Antwerpen tellen we 10% leegstand (in aantal panden), voor heel Vlaanderen is dat 9,5%. Het aantal winkels in Vlaanderen daalt al jaren, maar tegelijkertijd bouwt de vastgoedsector nieuwe winkelpanden bij. En dan vooral buiten de kernen. De provincie Antwerpen moedigt steden en gemeenten aan om in het kader van een lokaal detailhandelsbeleid een of meerdere kernwinkelgebieden af te bakenen. In die gebieden kunnen ze een actief beleid voeren om het winkelaanbod gezond en evenwichtig te houden, en om leegstaande panden te vullen. Dit kan met meerdere maatregelen: centrummanagement, locatiebeleid, … Minder gunstig gelegen panden, buiten die kernwinkelgebieden, krijgen bij voorkeur een andere functie, zoals bijvoorbeeld wonen.

Het team Detailhandel van de provincie Antwerpen biedt een helpende hand met verschillende instrumenten. We doen dat niet enkel door de feitenfiche beschikbaar te stellen. We ondersteunen de gemeenten om het detailhandelsbeleid uit te tekenen én om concrete acties uit te voeren.

In een aantal steden gemeenten in onze provincie daalt de leegstand ten opzichte van vorig jaar: bijvoorbeeld Geel, Turnhout, Arendonk, Berlaar, Duffel, Retie, Brasschaat en Schoten. Deze gemeenten zien het resultaat van een actief detailhandelsbeleid.

Vooral voor kleinere kernen is het belangrijk om te investeren in een gepast detailhandelsbeleid dat een evenwicht zoekt tussen de kern en de rand. De provincie Antwerpen neemt hierin het voortouw met een verdergezet baanwinkelproject. Langs de N10 Lier-Aarschot worden theoretische modellen om het evenwicht baanwinkels/kernwinkelgebied te vinden, de komende jaren in de praktijk omgezet.

Voedingswinkels worden groter
Trends die we vorige jaren waargenomen hebben, zetten zich verder door. Voedings- en levensmiddelenwinkels dalen in aantal, maar ze worden wel steeds groter, denk maar aan de groei van de supermarkten.

Opmerkelijk: het aantal bakkers- en slagerswinkels daalt al een jaar of vijf, het aantal speciaalzaken in koffie en thee of chocolade  groeit dan weer.

Uiteraard zorgt e-commerce voor woelige tijden in de retailsector. Persoonsgebonden diensten (behalve financiële) lijden daar niet onder: zo kun je je haar niet online laten knippen. Deze diensten vormen het grootste aandeel in het pakket diensten.

Dalende winkelvloerproductiviteit

De assumptie is dat consumentenuitgaven voor retail stabiel blijven (bron: gezinsbudgetenquête). Toch zien we het aantal vierkante meters winkelvloeroppervlakte stijgen, met als gevolg een dalende winkelvloerproductiviteit. Uiteraard kan dit de rendabiliteit van winkels onder druk zetten.

Rapport feitenfiche per gemeente vind je hier

Dashboard (grafisch) vind je hier

Meer info over de feitenfiche en de andere tools om je detailhandelsbeleid vorm te geven vind je op de pagina toolbox detailhandel

Volgende van de detaillijst