113 reacties voor een kwaliteitsvol ruimtelijk beleid

publish date
12.12.2019

De provincie Antwerpen werkt aan een nieuw beleid rond ruimtelijke planning. Van augustus tot oktober kon iedereen reageren op een eerste ontwerptekst van dat Provinciaal Ruimtelijke Beleidsplan Antwerpen. De meningen zijn verdeeld, en soms zelfs tegengesteld.

Met het Provinciaal Ruimtelijk Beleidsplan Antwerpen maken we afspraken over ons toekomstig ruimtegebruik. De bevolking groeit immers terwijl de beschikbare ruimte niet toeneemt. Bovendien dwingt de druk op het klimaat ons om duurzaam met de beschikbare ruimte om te gaan.

De Antwerpse provincieraad keurde in mei de conceptnota, de eerste versie, van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen goed. Tijdens de publieke raadpleging van 20 augustus tot en met 18 oktober 2019 kon iedereen de conceptnota inkijken en erop reageren. We ontvingen 113 reacties van gemeenten, de Procoro (Provinciale Commissie voor Ruimtelijke Ordening), het Vlaamse Departement Omgeving, burgers en organisaties. De gemeenten die reageerden liggen geografisch goed gespreid en bestaan zowel uit kleine dorpen als grote steden.

Reacties

Over het algemeen gaat men akkoord met de principes en strategieën in het nieuwe beleidsplan. Dat burgers en organisaties niet massaal reageerden, verklaren we door de abstractheid van het thema. We spreken in het beleidsplan immers niet over individuele percelen maar wel over het ruimtegebruik op bovenlokaal niveau. Voor sommige lokale besturen zijn de principes en strategieën daarom te vaag om op het terrein een concreet ruimtelijk beleid te voeren. Toch waren er ook mensen en besturen die concrete projecten voorstelden. Ook ontvingen we tegengestelde reacties. Zo vinden een aantal gemeenten dat we thema’s van een lokaal niveau behandelen, terwijl andere gemeenten net expliciet vragen om op provinciaal enkele harde keuzes te maken. Sommige reacties willen grootschalige landbouwinfrastructuur de nodige ruimte geven, terwijl andere vinden dat er meer aandacht moet zijn voor de natuur. In de open ruimte staan we voor een moeilijke evenwichtsoefening in de vraag naar ruimte voor natuur, landbouw, water, tuinen, paardenweiden,…

De publieke raadpleging leverde ons interessante vragen op die we in de volgende stappen meenemen: Hoe zal de provincie het beleid op het terrein uitvoeren? Hoe gaat de provincie samenwerken met gemeenten, organisaties, vervoerregio’s, intercommunales en dergelijke? Welke partners zal de provincie betrekken en welke rol neemt ze zelf op? Wat betekent het nieuwe beleidsplan voor het aanvragen en toekennen van een omgevingsvergunning? Krijgen de gemeenten financiële ondersteuning om de nieuwe visie op hun terrein te realiseren?

Volgende stappen

Een nieuw Beleidsplan Ruimte komt er niet zomaar. De provincie Antwerpen volgt daarvoor een lange, wettelijk vastgelegde procedure zodat ze goed onderbouwde beslissingen kan nemen. Verder onderzoek zal leiden tot een voorontwerp, een ontwerp en tenslotte een definitief Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen. Dat moet op termijn het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA) uit 2001 vervangen.

Blijf op de hoogte

Ben je benieuwd naar de volgende stappen om tot het definitieve Beleidsplan Ruimte te komen? Surf naar de webpagina over het beleidsplan ruimte waar je de meest actuele informatie vindt over het proces en de toekomstige inspraak- en participatie-initiatieven. Je kunt je er ook abonneren op de nieuwsbrief.

Campagnebeeld Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen
Campagnebeeld Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen

Gezocht: studiebureau voor PRUP bedrijvigheid in Brecht, Brasschaat en Schoten

publish date
03.12.2019

De bedrijventerreinen Kloosterveld en De Zwaan liggen langs de snelweg E19 tussen Antwerpen en Breda, in het grensgebied van Brecht, Brasschaat en Schoten. De provincie Antwerpen wil er extra ruimte voor bedrijven creëren door eerst in te zetten op de bestaande bedrijventerreinen en op verweving.

We zoeken het antwoord op twee vragen:

  1. Hoe kunnen we de bestaande ruimte van die bedrijventerreinen efficiënter gebruiken en verweving mogelijk maken? 
  2. Vanaf wanneer en hoe is uitbreiding wenselijk?

Door hiervoor een Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan of PRUP op te maken, wordt ook de realisatie op het terrein mogelijk. Het betrekken van de bedrijven, omwonenden, landbouwers en gemeentebesturen is een belangrijke voorwaarde. Zij zijn immers de huidige en toekomstige gebruikers van dit gebied. Het PRUP is een pilootproject bij het onderzoek ‘Ruimte en Bedrijvigheid’ en kadert in de opmaak van een nieuw Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen.

De provincie Antwerpen zoekt nu samen met de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) een studiebureau om het PRUP uit te werken. Het bestek is beschikbaar via e-tendering. Geïnteresseerde bureaus zijn welkom op de infosessie van 17 december 2019 (om 17 uur in het Provinciehuis). Een offerte dien je in voor maandag 13 januari 2020 om 11:20 uur.

Meer info over het nieuwe ruimtelijke beleid van de provincie Antwerpen: www.provincieantwerpen.be/beleidsplanruimte

Luchtfoto bedrijventerrein, woonkern en landbouwgebied langs E19
Luchtfoto bedrijventerrein, woonkern en landbouwgebied langs E19

Borsbeek, Wijnegem en Wommelgem pakken samen detailhandelsbeleid aan

publish date
26.11.2019

De gemeenten Borsbeek, Wijnegem en Wommelgem stappen in een traject van detailhandelscoaching. Samen met een detailhandelscoach van de provincie Antwerpen zoeken ze naar een evenwicht tussen steenweglocaties op de R11 en N116, Wijnegem Shopping Center, kernwinkelgebieden en toekomstige detailhandelsontwikkelingen.

Borsbeek, Wijnegem en Wommelgem zijn gemeenten met specifieke problematieken op detailhandelsgebied. In een samenwerkingsverband zoeken ze naar een gemeenschappelijke visie om de huidige en toekomstige uitdagingen (kernversterking, leegstand, ruimtelijke ontwikkelingen, baanwinkels, supermarkten, mobiliteit, …) rond detailhandel aan te gaan. Een detailhandelscoach van de provincie Antwerpen zal hen hierin ondersteunen.

Belang van samenwerking

Detailhandel intergemeentelijk aanpakken is een slimme manier van werken. Kopen en verkopen stopt immers niet aan een gemeentegrens. De drie gemeenten hebben een ruim verzorgingsgebied dat elkaar overlapt, en ook het mobiliteits- en ruimtelijke aspect van detailhandel laat zich bovengemeentelijk voelen.

Detailhandelscoaching

De provincie Antwerpen heeft sinds 6 jaar detailhandelscoaches in dienst. Als bovenlokale overheid is de provincie in staat om te detecteren welke gemeenten met elkaar kunnen samenwerken in een traject van detailhandelscoaching. De coaches zijn detailhandelsexperten, die aanvullend werken op de bestaande expertise in gemeenten.

Kernversterking is het belangrijkste principe van het provinciale detailhandelsbeleid en onze visie op detailhandel. Die visie willen we uitrollen in al onze gemeenten. We beschikken over een uitgebreid aanbod van methodieken, data en applicaties om de gemeenten te ondersteunen. Daarmee werken we samen een detailhandelsbeleid uit dat geen uitdaging uit de weg gaat. Een afgebakend kernwinkelgebied, omgaan met baanwinkels, kleinhandelslinten en aanbod buiten de kern, de inplanting van ruimtebehoevende winkels, vergunningsaspecten, mobiliteitsaspecten,… dit komt allemaal aan bod in de weg die ze samen uitstippelen naar een gezonde detailhandel. Gemeenten zien het belang van een gezond detailhandelsapparaat in. Het zorgt voor een vitale gemeente en speelt ook een rol bij de versterking van het sociaal weefsel. Daarom zijn we verheugd dat, met deze drie gemeenten erbij, intussen al 41 lokale besturen in onze provincie een beroep doen of deden op onze detailhandelscoaches.

Inspraak handelaars

Tijdens het coachingstraject, dat een tweetal jaar duurt, werken niet alleen de gemeenten en provincie samen. Ook andere stakeholders, zoals de handelaars en vastgoedeigenaars, worden betrokken bij het traject. Dit zowel in de ontwikkeling van de gemeenschappelijke visie als in de uitrol van acties.

Gemeenten enthousiast

De drie deelnemende gemeenten zijn enthousiast. Op maandag 25 november ondertekenden ze een samenwerkingsovereenkomst met de provincie.

Succesvol slotmoment 2B Connect: bedrijven en biodiversiteit

publish date
24.10.2019

Vier jaar lang werkten 26 partners in de grensregio Vlaanderen-Nederland samen aan meer biodiversiteit op bedrijventerreinen. Op 22 oktober blikten ze terug op de realisaties en bevindingen. Plaats van het gebeuren was het circuit van Zolder, dat mee instapte in het project. Want ook racewagens en natuur kunnen perfect samengaan.

Laat je inspireren en bekijk de trailer van het project.

Tijdens het evenement werd de brochure 'Vier jaar werken aan biodiversiteit op bedrijventerreinen' voorgesteld, met praktijkvoorbeelden en praktische richtlijnen. Bekijk de brochure.

Ook de presentaties staan online op de site van het project. Benieuwd naar het fotoverslag? Dat vind je op de Facebookpagina van het evenement. 

Hooibeekhoeve diversifieert in teelten met nieuwe zaaimachine en rotoreg

publish date
22.10.2019

Het Interreg Noord-West Europa-project FABulous Farmers zet landbouwers aan om te werken aan vergroening en biodiversiteit. De extreme weersomstandigheden van de voorbije jaren liggen aan de basis van de keuze om van een monocultuur met voornamelijk mais te evolueren naar een robuustere landbouw met verscheidene teelten. Als praktijk- en voorlichtingscentrum speelt Hooibeekhoeve in Geel een voortrekkersrol bij de verbreding van teelten. Om ook een scala aan andere gewassen, groenbedekkers en vlinderbloemigen te kunnen zaaien, schafte Hooibeekhoeve met steun van de provincie Antwerpen, Vlaanderen en Europa een nieuwe zaaimachine en rotoreg aan.

Zaaibed maken en zaaien in één trek

De keuze voor een combinatie van zaaimachine met rotoreg is na de aanbestedingsprocedure gevallen op een zaaimachine Maschio Aliante Plus en een rotoreg Maschio Dominator DM 3000. De zaaimachine is een pneumatische zaaimachine die ISOBUS-gestuurd is. De dosering is elektrisch aangedreven en er zijn meerdere zaairollen beschikbaar zodat je vlot kan variëren met zaaidichtheden. Verder is de machine uitgerust met 24 zaairijen met dubbele schijven en naloopwieltjes wat ervoor zorgt dat een landbouwer onder alle omstandigheden kan zaaien op een constante diepte.  De combinatie met de rotoreg maakt dat je in 1 werkgang het zaaibed kan maken en ineens ook kan zaaien. De rotoreg en de zaaimachine kunnen ook los van elkaar worden gebruikt in bijvoorbeeld grondbewerkingsproeven. Dankzij financiering via het Interreg Noord-West Europa-project FABulous Farmers kan Hooibeekhoeve deze machines inzetten.

Interreg-project FABulous Farmers

FABulous Farmers is een Europees project dat ontwikkeld werd om landbouwers te ondersteunen in de transitie naar meer agro-ecologisch handelen op hun bedrijf. Het project heeft als doel om landbouwers minder afhankelijk te maken van externe inputs zoals kunstmest en pesticiden, door het gebruik van Functionele AgroBiodiversiteit (FAB) aan te moedigen. Dit is het gericht stimuleren van biodiversiteit in en rond de akker om zo bestuiving, plaag- en ziektebestrijding, bodem- en waterkwaliteit in de percelen te verbeteren. Een voorbeeld hiervan is het aanleggen van bloemenranden die nuttige insecten aantrekken. Maar ook het doorbreken van monocultuur (mais) is een goed voorbeeld. Het heeft een gunstige invloed op de bodemkwaliteit, je krijgt een daling van de onkruiddruk en het levert een meeropbrengst op. De projectmedewerkers van FABulous Farmers gaan met de landbouwers op zoek naar de FAB-mogelijkheden binnen hun bedrijf. Op demonstratie-velden kunnen landbouwers met eigen ogen zien wat de effecten van een bepaalde FAB-maatregel zijn. 

ILVO zoekt vleeskuikenhouders

publish date
08.10.2019

Is diergezondheid voor jou als vleeskuikenhouder belangrijk? Zou je graag je bedrijfsmanagement aanpassen om de bioveiligheid op je bedrijf en de gezondheid van je dieren te verbeteren en het gebruik van antibiotica te doen dalen? Ben je geïnteresseerd in het leren van andere boeren? Neem dan deel aan DISARM, een Europees project geleid door ILVO. 

Verbeter samen met je bedrijfsdierenarts en (veevoeder)adviseurs de ziektepreventie, diergezondheid en het verantwoorde gebruik van antibiotica op je bedrijf. Ilvo coacht alle DISARM-ambassadeurs. Je kan ook leren van andere boeren uit verschillende Europese landen. 

Wat is DISARM?

DISARM is een Europees project met als doel strategieën en innovaties te identificeren, te delen en te promoten die effectief zijn voor het verbeteren van de diergezondheid en het verlagen van de behoefte aan antibiotica in de Europese veehouderij. De focus ligt op het opzetten van bedrijfsdiergezondheidsteams en een netwerk van verschillende stakeholders (boeren, dierenartsen, voederadviseurs, andere leveranciers en onderzoekers) die ervaringen en kennis delen. Specifiek voor de bedrijfsdiergezondheidteams worden verschillende ontmoetings- en kennisuitwisselingsmomenten gecreëerd.  Hoe ervaren collega’s de samenwerking in hun diergezondheidsteam? Hoe vertalen zij hun actieplan in de praktijk? Tegen welke obstakels lopen zij aan en welke maatregelen hebben effectief de diergezondheid op het bedrijf verbeterd? 

Lees meer over DISARM in de PDF hieronder. Ben je geïnteresseerd of wil je meer informatie?
Neem dan contact op met Frederik Leen: E frederik.leen@ilvo.vlaanderen.be of T 09 272 23 82 

Interreg Vlaanderen-Nederland: Vijfde oproep

publish date
02.10.2019

Interreg Vlaanderen-Nederland lanceerde op 19 september 2019 een vijfde oproep voor projecten. De focus van deze oproep ligt op duurzame energie en er wordt een minimaal budget van 2,5 miljoen euro vrijgemaakt hiervoor. 

Het thema 'Duurzame energie - Steun voor de overgang naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken' bevat 3 specifieke doelstellingen: 

  • 2A. Bevorderen van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in bedrijven
  • 2B. Bevorderen van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in openbare infrastructuur, inclusief de woningbouwsector
  • 2C. Innovatie voor koolstofarme technologie

 

De deadline voor deze projectoproep is 20 december 2019.

Meer info vind je op de website van Interreg Vlaanderen-Nederland.

OPZ Geel bouwt circulair mét sociale tewerkstelling

publish date
26.09.2019

In het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis Geel werd gisteren de bouw van de buitengevels van 5 villa’s van het nieuwe Psychiatrisch Verzorgingstehuis Salto voorgesteld. OPZ Geel is de eerste openbare bouwheer die kiest voor een circulaire gevelsteen, geplaatst door medewerkers uit de sociale economie. Een duurzame combinatie!

facadeclick bij OPZ Geel
Facadeclick gevelstenen in opbouw bij OPZ Geel

De circulaire gevelsteen is een product van Facadeclick. Elke gevelsteen heeft twee grote gaten waar verbindingen doorheen gaan. Het geheel wordt aan elkaar geklikt zodat je één verbonden gevel krijgt. Het systeem is verankerd met de binnenmuur doorheen de isolatie, zonder dat er lijm of mortel aan te pas komt. Hergebruik is eenvoudig: in plaats van hem te slopen kan elke gevel gedemonteerd worden zodat de klikstenen en de verbindingsstukken weer voor een andere gevel gebruikt kunnen worden.

De gevelsteen wordt gebruikt voor de bouw van 5 grote nieuwe villa’s voor de bewoners van PVT Salto. Geen hoogbouw dus, maar losstaande gebouwen met elke 16 studio’s. De villa’s bieden individueel wooncomfort, gecombineerd met gemeenschappelijke ruimtes. Verloopt alles volgens plan, dan zijn ze volgend voorjaar klaar. De totale kostprijs van het nieuwe PVT wordt geraamd op 7,2 miljoen euro.

Tewerkstelling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt

De gevelstenen bij OPZ Geel worden geplaatst door kortgeschoolden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dankzij de samenwerking tussen Facadeclick en Levanto leren deze doelgroepmedewerkers in korte tijd hoe ze met het systeem aan de slag kunnen. Levanto is een sociale onderneming die duurzame tewerkstelling beoogt, ook van doelgroepmedewerkers. Het uiteindelijke doel is om hen, dankzij de ervaring die ze opdoen, te laten doorstromen naar het gewone arbeidscircuit.  

Openbare bouwheren motiveren om circulair te bouwen

Circulair bouwen wordt vaak verkeerdelijk duurder aanzien dan traditioneel bouwen. Tijdens de voorstelling van de bouw bij het OPZ toonden de projectpartners aan dat dit niet zo is. Het provinciebestuur maakte van dit startmoment gebruik om ook lokale besturen te laten nadenken over circulair bouwen bij geplande projecten, hand in hand met sociale tewerkstelling.

Met dit praktijkvoorbeeld wil de provincie Antwerpen een belangrijk signaal geven aan andere instellingen en ondernemingen. Ook voor lokale besturen opent de combinatie van duurzaam bouwen in samenwerking met sociale economie mooie perspectieven. We zien hier dat dit kan zonder extra kosten en zonder de wetgeving op de overheidsopdrachten uit het oog te verliezen. Lokale besturen die door dit voorbeeld geprikkeld zijn, kunnen bij de provincie Antwerpen een workshop over duurzame overheidsopdrachten volgen

Meer info: Felix Van Roost, Dienst Economie, Innovatie en Samenleven, T 03 240 58 46, M 0473 93 30 84, E felix.vanroost@provincieantwerpen.be

Studiedag leghennen

publish date
13.09.2019

Op dinsdag 8 oktober vindt een studiemiddag Leghennen plaats in het Proefbedrijf Pluimveehouderij in Geel. Deelname is gratis, op voorhand inschrijven is wel nodig

Wie op 8 oktober al andere plannen heeft, kan ook aansluiten bij een gelijkaardige studiedag op 14 oktober in Shamrock, Tielt.

Noblito, een project tegen vereenzaming van ouderen

publish date
10.09.2019

De provincie Antwerpen gaf een financiële impuls aan Noblito, een project dat vereenzaming bij ouderen wilt tegengaan. Noblito is een digitaal platform dat de sociale kring van senioren wilt behouden en liefst ook nog uitbreiden. Noblito wil mensen op een slimme manier motiveren om af en toe contact op te nemen met ouderen die ze misschien wel dreigen te vergeten.

Noblito

Het sociaal netwerkplatform Noblito is zowel bedoeld voor ouderen thuis als voor ouderen in een woonzorgcentrum. Want als mensen ouder worden en minder mobiel zijn, verminderen hun sociale contacten. Dat is het geval als ze thuis wonen, maar zeker als ze verhuizen naar een woonzorgcentrum: daar verdampt meteen hun vroegere sociale kring. Op het Noblito-platform kunnen ook fotoalbums en agendaitems aangemaakt worden zodat het netwerk van de ouderen mee is met de laatste activiteiten. 

Testfase

Dankzij een impulssubsidie vanuit het zorginnovatiefonds van de provincie Antwerpen en een samenwerkingsverband tussen vzw Noblito, lokaal bestuur Olen, zorgproeftuin LiCalab en woonzorgcentra Zilverlinde en De Notelaar wordt momenteel een proefversie uitgetest in de gemeente Olen met enkele ouderen, hun mantelzorgers, buddy’s en vijf vrijwilligers. Tijdens een eerste gebruikersevaluatie waren er kritische opmerkingen, maar zeker ook positieve boodschappen. Die feedback is van belang voor verdere ontwikkelingen. Zorgproeftuin LiCalab ondersteunt het proces om de eindgebruiker intensief te betrekken, en om de gebruiksvriendelijkheid en het effect te evalueren. Resultaten worden gevalideerd op basis van een uitgebreid gebruikersonderzoek bij het verzorgend personeel, de residenten en de mantelzorgers bij de twee woonzorgcentra. Ook thuiswonende senioren en hun mantelzorgers worden geraadpleegd. Zo kan Noblito uitgroeien tot een volwaardig sociaal netwerkplatform.
 

Ga aan de slag met de bodembox

publish date
09.08.2019

De BodemIDee geeft een mooi beeld van de kwaliteiten en werkpunten van je bodem. De vraag is dan hoe je deze werkpunten kan aanpakken en hoeveel dit kost. Daarom werd de Bodembox ontwikkeld. Met behulp van deze tool zie je duidelijk de voor- en nadelen van actie. Je ziet niet enkel het effect op de gelinkte parameter, maar ook op de andere bodemparameters.

Hoe ga je te werk?

Stap 1: vul de bedrijfsspecifieke gegevens in.

Stap 2: vink aan welke maatregel(en) je wil nemen.

Stap 3: maak per gekozen maatregel een verdere keuze uit het menu.

Stap 4: bekijk de resultaten: zowel de kost als het effect op organische stofopbouw wordt weergegeven.

Logo Leven de bodem

Kwaliteit verschillende waterbronnen in kaart gebracht

publish date
09.08.2019

Kwalitatief goed drinkwater heeft een belangrijke invloed op de prestaties van onze landbouwhuisdieren. In de voorbije jaren is er al heel wat onderzoek verricht naar waterkwaliteit en gebruik van verschillende waterbronnen als drinkwater. Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” is het de bedoeling deze kennis zoveel mogelijk te verspreiden onder de veehouders en werd daarom de kwaliteit van verschillende waterbronnen onder de loep genomen.  

Het principe ‘meten is weten’ geldt ook voor de kwaliteit van het water dat je gebruikt op je bedrijf. Maar hoe goed of hoe slecht scoort nu de kwaliteit van die waterbron op je bedrijf? Is dit vergelijkbaar met wat er bij collega’s gemeten wordt? Of misschien overweeg je het gebruik van een andere, ‘alternatieve’ waterbron op je bedrijf. Als die er nog niet is, dan is ‘meten is weten’ geen optie. Maar wellicht weet je graag welke waterkwaliteit je dan kan verwachten? Om op deze vragen een antwoord te bieden, hebben we alle drinkwateranalyses die het Inagro labo heeft uitgevoerd tussen 2006 en eind 2018 onder de loep genomen.

Belangrijke parameters

De pH van het water kan sterk variëren naargelang de oorsprong van het water. Deze parameter heeft zowel minimum als maximum richtwaarden, omdat zowel een te lage pH (te zuur; pH<5,5) als te hoge pH (te alkalisch; pH>8,5) allerhande problemen kan geven. Bij een te zure of te alkalische pH zal de wateropname van de dieren dalen, waardoor ze vaak ook minder voeder gaan opnemen. Afhankelijk van de diersoort kan een afwijkende pH spijsverteringsproblemen veroorzaken. Zo kan een te hoge pH (pH > 9) aanleiding geven tot maagproblemen, diarree en moeilijke vertering bij voornamelijk varkens en pluimvee. Ter ondersteuning van de vertering wordt daarom bij jonge kuikens en biggen vaak het drinkwater aangezuurd. Rundvee is dan weer veel gevoeliger voor een lage pH omdat dit de optimale werking van de pens verhindert.

Een te hoge geleidbaarheid van het water (maat voor het zoutgehalte) kan leiden tot verminderde groei, gedaalde productie, diarree, en in het slechtste geval zelfs tot ziekte of sterfte van het vee. Bij een lichte verhoging krijg je een stijging van de wateropname, maar bij hogere gehaltes zullen de dieren weigeren te drinken, wat op zijn beurt zal leiden tot een verminderde voederopname. Rundvee zal eerder meer blijven drinken en dit kan oedeem veroorzaken. Behandeling van water met een hoge geleidbaarheid is moeilijk en heel duur. Een oplossing kan zijn om te mengen met een andere waterbron met een lagere geleidbaarheid.

De totale hardheid van het water wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van calcium- en magnesiumionen. Een te hoge hardheid zorgt vooral voor een slechte smaak van het water en verstoppingen van de leidingen (vooral bij het opwarmen van het water), kranen, nippels,… Het kan ook zorgen voor een daling van de werking van antibiotica, additieven of entstoffen. Een te hoge hardheid kan behandeld worden door een ontharder op basis van zoutuitwisseling. Belangrijk is om hierbij rekening te houden met het feit dat door deze manier van ontharden het zoutgehalte van het water zal stijgen.

Naast totale hardheid zorgt ijzer voor belangrijke problemen voor de toepassingen van het water. Een te hoog ijzergehalte in het water, gecombineerd met een pH van het water van meer dan 7, zorgt ervoor dat, wanneer het water met lucht/zuurstof in aanraking komt, het ijzer gaat oxideren en neerslaan. Het geoxideerd ijzer gaat neerslaan en zorgt zo voor verstopping van de leidingen, kranen en nippels. Naast deze vervelende neveneffecten krijgt het water ook een roestkleur en zorgt het voor een zware metaalsmaak. Deze slechte smaak zorgt er voor dat, zeker als er ook nog een verhoogde concentratie aan mangaan terug gevonden wordt, de dieren een verminderde water- en voederopname zullen hebben, die op hun beurt voor groeivermindering en verminderde prestaties zullen zorgen.

Naast deze chemische parameters is ook de bacteriologie van het water heel belangrijk. Enterococcen en E. Coli zijn belangrijke mestbacteriën. De aanwezigheid van deze bacteriën in het water kan wijzen op een besmetting van de waterbron met mest, mestsappen of het instromen van verontreinigd water. Behandeling is mogelijk door middel van chemische ontsmetting of UV-behandeling, maar de oorzaak aanpakken is de eerste en belangrijkste stap.

Waterkwaliteit waterbronnen

Maar hoe zit het nu juist met de waterkwaliteit van de verschillende waterbronnen? De waterstalen die Inagro analyseerde tussen 2006 en 2018, werden gebundeld per waterbron en hiervan werd een overzicht gemaakt. Het aantal geanalyseerde stalen varieerde naargelang de waterbron en de parameters. Zo werden er meest stalen van diep boorputwater (1229 stalen) en steenput- en filterputwater (1383 stalen) geanalyseerd , gevolgd door open putwater. Dit zijn namelijk de waterbronnen die al het langst gebruikt worden. Drainagewater, hemelwater en oppervlaktewater worden recenter als waterbron ingezet op bedrijven en werden daardoor minder geanalyseerd. Bacteriologie wordt ook niet altijd geanalyseerd en Clostridium en Sporen van Sulfiet Reducerende Clostridia (SSRC) wordt pas recent meer geanalyseerd, voornamelijk in het kader van lastenboeken.

In Tabel 1 is door middel van kleurindicaties weergegeven hoeveel waterstalen voldoen aan de richtwaarde voor drinkwater voor pluimvee, varkens of herkauwers voor de belangrijkste parameters:

Uit deze tabel kunnen we o.a leren dat bij diep grondwater (Landeniaanwinning) de geleidbaarheid (EC) in meer dan de helft van de gevallen een probleem is. Bij alle waterbronnen waarbij beïnvloeding van omgeving mogelijk is (alle bronnen behalve de echte grondwaterwinningen) valt het op dat de parameters Enterococcen, Clostridium en SSRC voor meer dan de helft van de stalen boven de richtwaarde komt. Bij diepdrainagewater is de hardheid bij meer dan de helft van de stalen een probleem en is bij gebruik van deze waterbron een behandeling afhankelijk van de toepassing te overwegen. Wil je meer weten over mogelijke behandelingen voor je probleemparameters, dan kan je surfen naar www.watertool.be of contact opnemen met de Inagro-collega’s voor persoonlijk bedrijfsadvies.

Binnen het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” werd met bovenstaande resultaten een interactieve tabel gemaakt waar je per waterbron de analyses kunt toetsen aan de richtwaarde drinkwater voor een bepaalde diersoort (pluimvee, varkens of herkauwers). Per waterbron wordt naast het aantal stalen bovendien ook voor iedere parameter de gemiddelde gemeten waarden, de minimum en de maximum gemeten waarde weergegeven. Ben je benieuwd naar de resultaten? Welke minima en maxima zijn nu eigenlijk gemeten?

Surf dan naar http://watertool.inagro.be/interface/normen.aspx en ga zelf aan de slag: duidt de waterbron aan waarvan je wil weten hoe de kwaliteit is en koppel dit aan een drinkwater richtwaarde voor varkens, pluimvee of herkauwers.

Deze resultaten kaderen in het demonstratieproject “Goed drinkwater, het onzichtbare goud op een veeteeltbedrijf” waarbij kennisdeling van verschillende onderzoeksresultaten en mogelijke behandelingen centraal staat. Inagro werkt hiervoor samen met de Hooibeekhoeve, Proefbedrijf Pluimveehouderij en het Proef- en Vormingscentrum voor de Landbouw (PVL). Het project wordt gefinancierd door het Departement Landbouw en Visserij. Heb je vragen over je wateranalyse, wil je meer weten over de verschillende parameters en/of heb je vragen welke behandelingen mogelijk zijn voor je water? Surf dan naar www.watertool.be of neem contact op met één van de deelnemende partners.

Volgende van de detaillijst