Wortel- en Merksplas-Kolonie stap dichterbij titel UNESCO-Werelderfgoed

publish date
28.06.2018

Wortel- en Merksplas-Kolonie, die deel uitmaken van de 7 Koloniën van Weldadigheid in België en Nederland, worden voorlopig niet ingeschreven op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Dat heeft het Werelderfgoedcomité beslist op een internationale conventie in Manama (Bahrein). Het Werelderfgoedcomité meent dat de Koloniën van Weldadigheid nog wat werk hebben aan het dossier.

Wortel- en Merksplas-Kolonie

Zeven Koloniën van Weldadigheid

Begin 19de eeuw ontstonden zeven landbouwkoloniën in Nederland en België als een vooruitstrevend sociaal experiment. Aan de grondslag van dit experiment lag de idee dat armen uit de stad een nieuw leven konden opbouwen op het platteland. Maar liefst 80 km² woeste grond werd door de kolonisten eigenhandig omgevormd tot landbouwgrond. De kaarsrechte dreven en statige gebouwen gaven orde en regelmaat aan het leven van de landlopers. Deze structuur is nog steeds duidelijk zichtbaar in het landschap.

In de Zuidelijke Nederlanden werden in Wortel bij Hoogstraten een vrije Kolonie (1822) en in Merksplas een onvrije Kolonie (1825) opgericht. Na de Belgische onafhankelijkheid werden beide Koloniën ingezet om landlopers op te vangen. Landloperij was in België van 1866 tot 1993 strafbaar en wie geen geld op zak had, kon naar de Rijksweldadigheidskoloniën gestuurd worden. Tot 1993 leefden, woonden en werkten er landlopers. Toen de wet op de landloperij werd afgeschaft, bleef een waardevol landschap van bijna 1000 hectare verweesd achter, getekend nadat het meer dan 150 jaar dienst had gedaan als landbouwkolonie. 

Wortel- en Merksplas gered van verval

Het landschap en de gebouwen werden na 1933 bedreigd door leegstand, verval en versnippering. In 1997 stonden de gebieden zelfs op de lijst van het ‘World Monuments Fund’ bij de 100 meest bedreigde erfgoedsites ter wereld. Gelukkig werd snel ingezien dat dit bijzondere erfgoed niet verloren mocht gaan. Bezorgde burgers trokken tijdig aan de alarmbel en in 1997 werd vanuit de provincie Antwerpen en met de steun van een 40-tal gemeentebesturen de vzw Kempens Landschap opgericht. Deze organisatie ijvert sindsdien voor het behoud, de ontwikkeling en de openstelling van dit erfgoed. Sindsdien zijn beide Koloniën er steeds op vooruit gegaan: in 1999 werden de gebieden beschermd als landschap en werden ook de belangrijkste gebouwen beschermd als monument. Het omringende landschap werd aangekocht door verschillende publieke partners waardoor het geheel in gemeenschapshanden bewaard blijft. Op die manier kunnen Wortel- en Merksplas-Kolonie vandaag vanuit één visie beheerd worden.

Een stap dichterbij

Vandaag besliste de leden van het Werelderfgoedcomité om het advies van ICOMOS niet te volgen en de zeven Koloniën van Weldadigheid wat huiswerk mee te geven om er volgend jaar mee terug te komen.

Dat vinden de verschillende beheerders van het gebied uiteraard jammer. Maar de jarenlange inspanning en samenwerking tussen twee landen, vier provincies, acht lokale besturen, Agentschap Onroerend Erfgoed, Agentschap Natuur en Bos, Vlaamse Landmaatschappij en tal van andere partners is een uniek gegeven. De partners bekijken nu het dossier kan worden klaargestoomd voor een volgende indiening. 

Kempens Landschap, provincie Antwerpen en het Vlaamse Agentschap Onroerend Erfgoed werkten zeer goed samen in het hele nominatieproces van de sites. Wortel- en Merksplas-Kolonie zijn een toonbeeld van de integratie tussen natuur en cultuur. Samenwerkingen en een gedeelde visie hebben hoe dan ook gezorgd voor een prachtig stuk erfgoed.

'Vagrants Colony, a Hymn' - Jef Neve

Zo'n prachtig gebied verdient een prachtige soundtrack, en deze werd uitgewerkt door niemand minder dan Jef Neve! De hymne geeft alle aspecten van de gebieden weer. Van hoop tot tristesse, van dromen tot eenzaamheid, dat allemaal overgoten met de indrukken van de weidse landschappen en een scheutje bohémien. Bekijk en beluister 'Vagrants Colony, a Hymn' in wereldpremière!

10.000ste installatie zonnepanelen via groepsaankoop

publish date
21.06.2018

Tien jaar geleden begon de installatie van zonnepanelen in Vlaanderen te groeien dankzij de subsidies die de aanvragers konden krijgen. In 2011 had Vlaanderen een absolute piek in de installaties, maar in 2012 kwam er een kentering omwille van de bijstelling van de subsidies. In 2013 vielen de subsidies helemaal weg waardoor het aantal installaties wegzakte. In 2014 startte de provincie de eerste groepsaankoop zonnepanelen op. De eerste installaties werden gerealiseerd eind 2014 tot mei 2015. Het jaar nadien volgden verschillende andere provincies en organisaties het voorbeeld van provincie Antwerpen en gingen de installaties in Vlaanderen terug in stijgende lijn.

Helft zonnepanelen na de subsidiestop via groepsaankoop

Uit cijfers van de Vlaamse overheid wordt duidelijk dat 70 % van de zonnepanelen die vandaag in Vlaanderen liggen voor de subsidiestop werden geplaatst. 30% werden er gezet toen er geen certificatensteun meer was. In de provincie Antwerpen betekent dat, dat er in totaal 72.174 installaties werden geplaatst. Het aantal dat na de subsidiestop werd geplaatst in Antwerpen bedraagt 21.652 installaties. Na vier groepsaankopen heeft de provincie Antwerpen 10.151 systemen gerealiseerd wat goed is voor bijna 50% van de installaties na het wegvallen van de subsidiering.

Vooral in de steden doet de provincie het goed. Mortsel is koploper. Daar werd 29% van de geïnstalleerde zonnepanelen via de groepsaankoop gerealiseerd. Op plaats twee staat Stad Antwerpen met 28%. In het verleden werd vaak aangegeven dat installaties in de steden of stedelijk gebied complexer zijn en dat de steden daarom minder goed scoren op vlak van zonnepanelen. Provincie Antwerpen biedt met de groepsaankoop duidelijk een meerwaarde door heldere communicatie, volledige ontzorging en een scherpe prijs.

Scherpe prijs

Vandaag kost een installatie van 15 panelen via de groepsaankoop € 4.070 (incl.btw). Onafhankelijk onderzoek van iVOX toont aan dat de Vlaming een aankoop gemiddeld schat op  €8.600. De gemiddelde marktprijs voor een installatie van 15 zonnepannelen is €5.600.

We zijn als provincie heel blij met deze goede cijfers in stedelijk gebied. Het is duidelijk dat ook stedelingen willen investeren in zonnepanelen op hun dak. En de heldere communicatie, het ontzorgingstraject en de prijs die de provincie met de groepsaankoop aanbiedt, spreekt aan. We blijven daarom ook in de toekomst investeren in de groepsaankoop zonnepanelen.

5e groepsaankoop gestart

De nieuwe inschrijvingsprocedure loopt. Geïnteresseerden kunnen zich volledig vrijblijvend inschrijven tot 8 augustus. Daarna worden er infosessies georganiseerd en wordt elke aanvraag apart bekeken. Inschrijvers krijgen hun persoonlijk voorstel dan in hun mailbox en hebben tot 5 oktober de tijd om te kijken of ze al dan niet inschrijven op het aanbod.

Meer informatie nalezen en inschrijven doe je via de inschrijvingslink op onze website  https://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dlm/duurzaam-leven/groepsaankopen-energie/groepsaankoop-zonnepanelen.html

Werken fietsostrade F11 tussen Mortsel en Boechout starten in september 2018

publish date
19.06.2018

De omgevingsvergunning voor het deel van de luchthaven in Deurne tot aan het station in Boechout voor de fietsotrade F11 Antwerpen-Lier is afgeleverd.

Dit betekent dat de werken in september 2018 van start gaan. De werken, die een jaar in beslag nemen, omvatten de aanleg van een fietspad van 3,5 km en de bouw van een fietsbrug over de sporen op de grens tussen Mortsel en Boechout. 

Hoe de werken zullen verlopen en welke route het vrachtverkeer volgt tijdens de werken, vind je op onderstaande afbeeldingen.

Routes vrachtverkeer voor aan- en afvoer materiaal
Routes vrachtverkeer voor aan- en afvoer materiaal
Fasering van de werken
Fasering van de werken
Fasering van de werken
Werfbord

Provincie Antwerpen start realisatie Mobiliteitsvisie Middenkempen op

publish date
30.05.2018

In 2015 werd in de Middenkempen aan de alarmbel getrokken: de wegen slibben er dicht. De provincie Antwerpen heeft de coördinerende taak op zich genomen om samen met de betrokken steden en gemeenten de knelpunten in kaart te brengen en vervolgens mogelijke oplossingen te zoeken. Dit resulteerde in de bovenlokale Mobiliteitsvisie Middenkempen. Vandaag ondertekenden de provincie Antwerpen, de steden Geel en Herentals en de gemeenten Kasterlee, Lille, Olen, Ranst, Vorselaar en Zandhoven een samenwerkingsovereenkomst om het actieplan te realiseren.

Provincie en gemeenten ondertekenen samenwerkingsovereenkomst Mobiliteitsvisie Middenkempen
Provincie en gemeenten ondertekenen samenwerkingsovereenkomst Mobiliteitsvisie Middenkempen

 

Goede afspraken maken goede vrienden. Om goed samen te werken ondertekenden de provincie Antwerpen en de betrokken gemeenten een samenwerkingsovereenkomst. Hiermee maken de betrokken partijen elkaar duidelijk dat ieder verder wil samenwerken om de engagementen na te komen. Hiermee is de eerste actie van de bovenlokale Mobiliteitsvisie Middenkempen een feit.

3 principes, 15 strategische acties en meer dan 20 deelacties

Het mobiliteitsvraagstuk in de Middenkempen kan onmogelijk door één gemeente aangepakt worden. Het is ook ver van opportuun: maatregelen van de ene gemeente kunnen voor nieuwe problemen zorgen in een andere. De provincie nam daarom een coördinerende rol waar bij het uitschrijven van een gezamenlijke toekomstvisie in samenwerking met de betrokken gemeenten, Infrabel en de Vlaamse partners. Deze visie steunt op drie pijlers:

  • leefbare dorpskernen zonder doorgaand vrachtverkeer
  • inzet op openbaar vervoer met snelbuslijnen en haltes op de snelwegen
  • veilige autoluwe fietsroutes.

Vervolgens zijn 15 strategische acties en meer dan 20 deelacties geformuleerd om de Mobiliteitsvisie voor de Middenkempen te realiseren. De ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst zet hiervoor het licht op groen.

De oplevering van het eindrapport Mobiliteitsvisie Middenkempen is niet het eindstation maar eerder het startschot om de visie de komende jaren om te zetten naar tastbare realisaties op het terrein. Concreet kunnen de betrokken partners initiatief nemen om studies op te starten, ontwerpen te maken en infrastructurele maatregelen uit te voeren. Kortom, er is werk aan de winkel.

De provincie als streekmotor

Om het actieplan te realiseren zal een goede procesopvolging noodzakelijk zijn. De provincie Antwerpen zal haar rol als streekmotor waarmaken door de gemeenten en de bovenlokale mobiliteitsactoren samen aan tafel te brengen, de stuurgroep samen te brengen, voor te bereiden en op te volgen.

Mobiliteit stopt niet aan een gemeentegrens. Het is een taak van de provincie Antwerpen om samen met de gemeenten bovenlokale visies te ontwikkelen. Met een bottom-up benadering kunnen er heel wat zaken gerealiseerd worden. Infrabel en AWV starten studies op om de veiligheid en doorstroming op hun netwerk te verbeteren. De provincie Antwerpen wordt als procesbegeleider hierbij betrokken. 

De provincie als actieve partner

Met praatjes vult men geen gaatjes en dus steekt ook de provincie Antwerpen de handen uit de mouwen. Uit de mobiliteitsvisie blijkt dat de verhouding tussen verplaatsingen met de wagen versus het openbaar vervoer en fiets respectievelijk 70%-30% bedraagt. Om naar de verhouding 50%-50% te gaan moet het aantal fietser met de helft stijgen en het aantal gebruikers van het openbaar vervoer verdubbelen.

De provincie wil daarom het fietsostradenetwerk rond knooppunt Herentals vervolledigen:

  • Voor Herentals – Balen zijn de plannen klaar en start de realisatie.
  • Voor Herentals –Lier en Herentals – Turnhout worden studies opgestart om deze verbindingen te ontwerpen. 
  • Ook is er de ambitie om de missing link tussen station Herentals en de fietsostrade Herentals – Aarschot weg te werken.

Daarnaast zal de provincie samen met de gemeenten ook veilige autoluwe fietsroutes ontwikkelen die de dorpskernen met elkaar verbinden. Tenslotte laat de provincie een haalbaarheidsstudie voeren om de E313 in te schakelen als Hoogwaardig Openbaar Vervoer-corridor.
 

 


 

Vorig jaar meer dan 20 miljoen investeringen in klimaatprojecten

publish date
09.05.2018

Elk jaar bundelt de provincie Antwerpen alle voorbeeldacties rond klimaat van de gemeenten. Gedeputeerde van Natuur en Leefmilieu, Rik Röttger, is blij met het resultaat: “In onze provincie is het intussen duidelijk dat verschillende klimaatmaatregelen bij de gemeenten ingeburgerd zijn, maar er is ook ruimte voor innovatieve projecten. The next big thing will be a lot of small things, stelde Thomas Lomée. Wel, alle aan ons gerapporteerde projecten zorgden in 2017 voor minstens 1500 ton minder CO2 in de lucht, ofwel het equivalent van de jaarlijkse CO2-uitstoot van 275 woningen. Een goede zaak voor het klimaat.”

 

De provincie Antwerpen en bijna alle gemeenten van de provincie zetten zich in voor het klimaat. Samen met 43 gemeenten engageerde de provincie Antwerpen zich om met de eigen organisatie tegen 2020 klimaatneutraal te zijn. Daarnaast tekenden 64 gemeenten in op het Burgemeestersconvenant om de broeikasgasuitstoot te verminderen op het grondgebied. Ten slotte zijn er ook gemeenten die een eigen klimaatdoelstelling goedkeurden. Klimaatacties om deze doelstellingen uit te voeren mogen niet uitblijven.

In de nieuwe pers- en inspiratiebundel met klimaatprojecten in de provincie Antwerpen staat alle informatie over maatregelen waar gemeenten in 2017 trots op zijn. Het bewijst dat het klimaatengagement bij de lokale besturen leeft én (blijvend) werkt! En dat is nog maar het topje van de ijsberg, want we weten dat er nog méér gebeurt dan de projecten van de 41 gemeenten. Daarnaast is de vermindering in CO2-uitstoot ook niet altijd te becijferen. In elk geval investeerden gemeenten met deze maatregelen alleen al meer dan 20 miljoen euro in de strijd tegen de klimaatverandering.

Uiteenlopende klimaatprojecten

De inspiratiebundel bevat maatregelen gaande van realisatie van windturbines, het opstarten van een klimaatplatform voor bedrijven, de opening en afbakening van fietsvriendelijke routes, het duurzaam verbouwen van gemeentegebouwen tot voorbeeldgebouwen tot inzetten op brandstofcellen ….

Daarnaast zijn er ook de klassieke maatregelen die zo goed als elke gemeente intussen reeds heeft doorgevoerd: gemeentelijke gebouwen duurzaam aangepakt (isoleren, pv-panelen plaatsen, stookplaatsrenovatie …). Gemeentes zetten ook in op openbare verlichting met minder energieverbruik, op groepsaankopen die inwoners helpen duurzaam te handelen, op sensibilisatie van inwoners met een beurs duurzaam bouwen en wonen, het aanmoedigen van dienstverplaatsingen met de fiets en een pleidooi voor meer groen in de gemeente.

Benieuwd? De projectbundel raadplegen kan op de website van de provincie, zoekterm klimaatrealisaties (https://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dlm/klimaatneutrale-organisatie-2020/acties-van-gemeenten.html). 

Ding mee naar de titel van 'Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk’!

Op overkoepelend niveau helpt de provincie de gemeenten met hun klimaatinspanningen naar burgers toe. Mooi voorbeeld is de campagne van de Klimaatstrijd. Via de app op www.deklimaatstrijd.be gaat elke burger de strijd aan om in zijn dagelijkse leven met kleine inspanningen het tij te doen keren en daar te starten waar het het makkelijkst is. Bij hemzelf, bij de buren, in zijn gemeente. Zo kan elke deelnemer zijn gemeente aan de titel ‘Gemeente met de Kleinste Ecologische Voetafdruk’ helpen. En ook zonder smartphone kan iedereen zijn steentje bijdragen. Op www.vriendvan.be staan talrijke handige tips over wat burgers zelf kunnen doen voor het verbeteren van hun voetafdruk.

Meer info

Beleidsverantwoordelijke:
Rik Röttger, sp.a, bevoegd voor Natuur en Leefmilieu
Perscontact: Alisa Coessens
M 0476 72 46 62
E alisa.coessens@provincieantwerpen.be

Dienst:
Els van Praet
Dienst duurzaam Milieu- en Natuurbeleid
T 03 240 66 83
E els.vanpraet@provincieantwerpen.be

22 maart is wereldwaterdag - provincie zet natuur en ruimte in tegen wateroverlast

publish date
21.03.2018

Donderdag 22 maart is het wereldwaterdag en daar heeft provincie Antwerpen bijzondere aandacht voor. Bijna één vijfde van het provinciale grondgebied is mogelijk en effectief gevoelig voor overstromingen. In woon- of landbouwgebieden kan een teveel (of tekort) aan water voor veel ellende zorgen. En door de klimaatverstoring is de kans op overstroming én droogte nu al groter dan vroeger. Gelukkig is provincie Antwerpen hierop voorbereid. Al jarenlang gaan ze op zoek naar ruimte voor het teveel aan regenwater. In Zwijndrecht bijvoorbeeld stroomt de Zwaluwbeek geregeld over. Door de komst van een slim pompstation en vooral de extra (natuurlijke) bufferruimte, krijgt Zwijndrecht weer droge voeten.

nieuwe bedding vangt al extra water op

De Zwaluwbeek zorgt voor de afvoer van water van een groot deel van Zwijndrecht tussen de E17 en de Schelde. De beek komt rechtstreeks uit in de Schelde. Wanneer het veel regent, stroomt de beek over. Dat zorgt voor problemen in de Krijgsbaan en de Kruibeeksesteenweg.

Onlangs kreeg de Zwaluwbeek een verbrede winterbedding. Dat zijn flauwe schuine oevers die bij hogere waterstanden (meestal in de winter) ook onder water komen te staan. De beek wordt dan ineens drie keer zo breed en kan meer water bergen. Zo kan er tot wel tien miljoen liter water extra opgevangen worden. Stroomopwaarts van de Kruibeeksesteenweg gaat de provincie de waterloop ook meer meanderend aanleggen. Dankzij de beschikbare natuurlijke ruimte ontstaat er zo meer ruimte voor waterbuffering.

Om het pompstation te bouwen, wordt een diepe put gegraven

De Zwaluwbeek stroomt in de Schelde. Maar de Schelde is een getijderivier. Bij hoogtij kan de Zwaluwbeek daardoor haar water niet kwijt. Bij hevige neerslag zorgt dit voor overstromingen. De provincie voorziet ook een automatisch pompstation. Wanneer de Zwaluwbeek het ingestelde peil overschrijdt, schieten de drie pompen in actie. Met een snelheid van duizend liter per seconde per pomp spuwen ze het water in de Schelde.

Om iedereen droge voeten te geven is de dienst Integraal Waterbeleid voortdurend op zoek naar ruimte voor water. Zo vermijden we dat er water komt waar het niet gaan mag. Percelen natuurgebied zijn hier uitermate voor geschikt. Dan dienen er ook geen onteigeningen of zware ingrepen te gebeuren. Maar natuurgebieden zijn in een dichtbevolkte samenleving een schaars goed. We moeten waakzaam blijven en de open ruimte vrijwaren.

Kokosmatten (beige kleur) verstevigen de oever

De natuur geeft ons de bescherming tegen wateroverlast die we nodig hebben. Omgekeerd geven we de natuur ook heel wat terug. Bij het inrichten van een waterproject biedt de provincie de rijke, maar soms bedreigde inheemse fauna en flora alle kansen om welig te gedijen. Aan de Zwaluwbeek bijvoorbeeld werden de oevers afgedekt met kokosmatten om het wegspoelen van de grond te beletten. Deze kokosmatten zijn biologisch afbreekbaar en zullen later verdwijnen tussen de plantengroei. Doordat de waterloop beïnvloed wordt door het getij in de Schelde loopt ook deze winterbedding afwisselend vol en leeg. Hierdoor zal een natte biotoop ontstaan aangepast aan waterplanten en waterdieren.

 

PIME viert 25ste verjaardag

publish date
16.03.2018

Ruim 40 gasten waaronder begeleiders, leerkrachten en sympathisanten waren op 14 maart van de partij om te klinken op de 25e verjaardag van PIME. Daarnaast kregen de genodigden ook de film Demain te zien. Een documentaire met een positieve boodschap die realistische oplossingen en alternatieven biedt die kunnen bijdragen aan een duurzame toekomst. Ook hier wil PIME de komende 25 jaar als natuur- en milieueducatief centrum op blijven inzetten.

Vier collega’s die er al van in het begin bij zijn: van links naar rechts: Miel Heirbaut voor tuin en techniek, directeur Gerd Goris, voormalig directeur en oprichter PIME Gike Neels en administratief medewerkster Greta Vermeulen

PIME pionier op vlak van natuur- en milieueducatie

Het PIME werd in 1993 gebouwd op de resten van een oude stortplaats. Het PIME was pionier in de sector van natuur- en milieueducatie. Geleidelijk aan werd het buitenterrein van 5 ha omgevormd tot een natuur- en milieueducatieve tuin, met de aanleg van typische  biotopen van de Netevallei, natuureducatieve tuintjes, een weertuin en diverse milieu-infrastructuren (geluidswanden, composteerterrein, kleinschalige waterzuivering en zonne-energiesystemen). Het gebouw omvatte een tentoonstellingsruimte, documentatiecentrum, labo, leslokalen en cafetaria.

25 jaar en 250.000 bezoekers later is het PIME een toonaangevend centrum, zowel binnen als buiten de provincie Antwerpen, op vlak van natuur- en milieueducatie en educatie voor duurzame ontwikkeling. Ook in de toekomst blijft het PIME zich ten volle inzetten om jongeren te leren denken over en werken aan een leefbare wereld, voor nu en later, voor hier en elders op de planeet.

De MOS-begeleiders, die PIME als uitvalsbasis hebben, maken de link met tweedelijnseducatie naar leerkrachten. MOS ondersteunt schoolteams van basis- en secundaire scholen met onder meer trajectbegeleiding op maat van de school en nascholingen.

Om de twee grote milieu-uitdagingen, i.c. klimaatverandering en biodiversiteitsverlies, aan te gaan, is het creëren van een draagvlak en gedragsverandering essentieel. Hier wil PIME/MOS absoluut op inzetten

Focus op secundair onderwijs

Met de focus op secundair onderwijs en duurzaamheidsthema’s neemt het PIME een vrij unieke positie in de provincie (en daarbuiten) in. Waar de meeste provinciale centra zich vooral richten op het kleuter- en het lager onderwijs, richt het PIME zich in hoofdzaak op het secundair onderwijs. Het PIME bereikt jaarlijks ruim 10.000 leerlingen. Zij kunnen deelnemen aan begeleide activiteiten in en rondom het centrum. In 2012 voerde het PIME een vernieuwingsoperatie uit waarbij ingezet werd op de implementatie van Educatie voor Duurzame Ontwikkeling en het gebruik van digitale leermiddelen.

PIME en SDG’s

In 2015 engageerden 193 landen zich – waaronder België – om werk te maken van 17 globale doelstellingen over duurzame ontwikkeling: de Sustainable Development Goals (SDG’s). De 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen zijn opgebouwd rond vijf dimensies van duurzame ontwikkeling: de mens, de planeet, welvaart, vrede en samenwerking.

Vanaf het begin trok het PIME de milieuthema’s al open naar duurzame ontwikkeling. Zo opende het centrum in 1993 haar deuren met de tentoonstelling ‘Milieu en ontwikkeling’ en lanceerde het kort nadien een gelijknamig informatief spel. Duurzame ontwikkeling bleef ook de rode draad vormen in het educatieve aanbod. Later volgden onder meer tentoonstellingen over duurzaam consumeren, duurzame voeding en duurzame mobiliteit. De nieuwe inzichten op vlak van educatief-duurzaam onderwijs (EDO) zorgden ervoor dat het PIME-aanbod aan een grondige EDO-toets onderworpen werd. In 2013 resulteerde dit onder andere in de innoverende klimaatexpo ‘Kies je klimaat’.

Mijlpalen PIME

1993: opening PIME met tentoonstelling Milieu en duurzame ontwikkeling

1994: tentoonstelling Afval

1996: opening natuur- en milieueducatieve tuin; tentoonstelling Natuur en landschap

1998: tentoonstelling Water

2000: tentoonstelling Energie

2001: start MOS basisonderwijs, themawerking

2002: uitbreiding MOS basis-, secundair onderwijs, lerarenopleidingen

2003: tentoonstelling Kopen met je kop, duurzaam consumeren

2005: tentoonstelling Straffe kost, duurzame voeding

2008: tentoonstelling Naftofni, duurzame mobiliteit

2012: start NME/EDO-netwerk provincie Antwerpen

2013: heropening PIME met renovatie gebouw, buitenklassen, vernieuwd aanbod, o.a. tentoonstelling Kies je klimaat

2013: doorstart MOS 2.0 met trajectbegeleiding-op-maat

2015: lancering inspiratieboek: Natuur- en milieueducatie voor duurzame ontwikkeling: van theorie naar praktijk

2018: 25 jaar PIME, ruim 250.000 deelnemers aan activiteiten

PIH onderzocht 124 jongeren in Genk-Zuid. Dit nieuwe onderzoek toont geruststellende resultaten.

publish date
08.03.2018

Het PIH onderzocht samen met UHasselt, VUB en VITO 124 jongeren in Genk-Zuid. Het ging om een humaan bimonitoringsonderzoek; dat betekent dat blootstelling aan milieuvervuilende stoffen en effecten op de gezondheid werden gemeten in het lichaam. De resultaten werden op 8 maart 2018 voorgesteld aan de deelnemers en aan het algemene publiek. Het PIH toont met dit onderzoek zijn expertise op vlak van milieu en gezondheid en hoe dit gemeenten kan helpen de milieu-gezondheidssituatie in kaart te brengen en aan te pakken.

Wat was de aanleiding voor de studie?

De studie was een opvolgstudie om de invloed van het industriegebied Genk-Zuid op de gezondheid van de bevolking te bestuderen. In de periode 2010-2012 werd een eerste humane biomonitoring uitgevoerd en werden een aantal aandachtspunten gevonden en aangepakt.

Wat werd er bestudeerd?

In 2016 werd gestart met een nieuwe humane biomonitoring, die volledig analoog werd uitgevoerd als in 2010: hetzelfde gebied, dezelfde doelgroep, en een selectie van metingen die in 2010 aandachtpunten waren. Het doel was om de tijdstrend binnen Genk op te volgen, en de resultaten te vergelijken met een referentiepopulatie uit algemeen Vlaanderen.

Wat was de rol van het PIH?

De studie werd uitgevoerd door een onderzoeksconsortium onder leiding van het PIH. Naast het PIH werkten ook de universiteit Hasselt, de vrije universiteit Brussel en VITO mee aan het project. Het milieugezondheidsteam van het PIH zorgde voor de rekrutering van de deelnemers, voerde het veldwerk uit, en was verantwoordelijk voor alle communicatie met deelnemers en stakeholders. Artsen van het PIH zorgden voor ondersteuning bij de interpretatie van de persoonlijke resultaten van de deelnemers. Een hecht onderzoeksteam met medewerkers van alle partners werkte aan de rapportering en interpretatie van de groepsresultaten.

Op 8 maart werden de resultaten van deze humane biomonitoring in Genk-Zuid voorgesteld. De 124 deelnemers uit de studie ontvingen ’s morgens per post hun persoonlijk resultaat en een folder met een samenvatting van de groepsresultaten. De conclusies van de studie werden voorgesteld aan de lokale overheden, milieu- en gezondheidsmedewerkers, pers en het algemene publiek.   

Wat waren de voornaamste resultaten van de studie?

In de studie zien we voor de meeste vervuilende stoffen een duidelijke daling: de resultaten van chroom, nikkel, arseen en thallium zijn geruststellend. Voor cadmium zien we een duidelijke daling, maar waarden liggen nog hoger dan in Vlaanderen. PAK’s zijn niet gedaald, en blijven dus een belangrijk aandachtspunt. Wat betreft gezondheid zijn er geruststellende resultaten voor astma, allergie, infecties, en twee merkers van DNA-schade. Een andere merker van DNA-schade die meer historische schade weerspiegelt was verhoogd.

Wat zijn de conclusies van het onderzoek?

De studie toont aan dat de beleidsmaatregelen hun effect hebben, en dat er reeds een belangrijke weg is afgelegd in het verbeteren van de leefmilieukwaliteit. Er blijven echter aandachtspunten waardoor verdere acties en opvolging nodig zijn.

Het PIH toont met dit onderzoek zijn expertise op vlak van milieu en gezondheid en hoe dit gemeenten kan helpen de milieu-gezondheidssituatie in kaart te brengen en aan te pakken  

Meer info?

Achtergrondinformatie:

Het volledige eindrapport ‘Cross-sectioneel onderzoek in Genk-Zuid 2016-2018’ (PIH, UHasselt, VUB, VITO, 2018) en de presentatie van de informatievergadering is consulteerbaar via www.genk.be/genk-zuid of www.diepenbeek.be/genk-zuid

Contactpersoon:

Elly Den Hond – elly.denhond@provincieantwerpen.be – 03 259 12 66

 

Leefmilieu in woord en beeld

publish date
02.03.2018

In 2017 heeft de provincie weer heel wat verzet. Veel van de inspanningen van het departement Leefmilieu zijn zichtbaar, groeiend en tastbaar over heel ons grondgebied. Andere acties of samenwerkingen vallen minder op, maar hebben daarom niet minder impact.

Naar jaarlijkse gewoonte heeft het departement zijn belangrijkste realisaties mooi samengebracht in een online beeldend jaarverslag. Neem een kijkje en maak van 2017 mee een blijvende herinnering!

JaarverslagDLM_wijd

Weren vrachtverkeer en veilige fietsroutes moeten dorpen leefbaar houden

publish date
31.01.2018

Tonnagebeperking in dorpskernen, veilige autoluwe fietsroutes en openbaar vervoer via de autosnelweg zijn een greep uit de maatregelen om de toenemende verkeersdruk in de Middenkempen te temperen. Na twee jaar studie en overleg tussen de provincie Antwerpen en de steden Geel, Herentals en de gemeenten Grobbendonk, Kasterlee, Lille, Olen, Ranst, Vorselaar en Zandhoven is er een gedegen mobiliteitsvisie op de regio Middenkempen geformuleerd. Alle partners kiezen voor een resoluut andere aanpak.

De driehoek tussen de E34, de E313 en de N19/N19 gaat steeds meer gebukt onder mobiliteitsproblemen. De provincie Antwerpen, de steden Geel, Herentals en de gemeenten Grobbendonk, Kasterlee, Lille, Olen, Ranst, Vorselaar en Zandhoven bogen zich de voorbije twee jaar over het mobiliteitsvraagstuk in de Middenkempen. Het doorgaand (vracht)verkeer in de dorpskernen en het stijgend sluipverkeer tussen de E34 en E313 zorgen voor onhoudbare situaties in de dorpskernen. Gemeenten kunnen deze problemen niet binnen hun eigen grondgebied oplossen. Daarom was er nood aan een bovenlokale visie met duidelijke keuzes in de Middenkempen

De provinciale werkgroep stelde de mobiliteitsvisie Middenkempen voor aan de betrokken gemeenteraadsleden. Doelstelling is dat alle gemeenten dit voorjaar de samenwerkingsovereenkomst tekenen om daadwerkelijk over te gaan tot actie.

Ook dorpen stevenen af op verkeersinfarct in 2020

Een studie over het huidige en toekomstige verkeer in de Middenkempen toonde aan dat nieuwe weginfrastructuur niet de oplossing is. De files op de E34 en E313 worden alsmaar langer. Met gevolg dat het gebied tussen deze autosnelwegen nog meer sluipverkeer moet slikken. De mobiliteitsvisie Middenkempen stelt dat enkel een resoluut andere denkwijze een verkeersinfarct kan vermijden. Meer inzetten op openbaar vervoer, investeren in veilige fietsroutes en door een tonnagebeperking doorgaand vrachtverkeer volledig weren uit de dorpskernen zijn de belangrijkste keuzes.

Uitbreiding openbaar-vervoernet op E34 en E313

De studie legt een openbaar-vervoernet voor dat optimaal gebruik maakt van de snelwegen. Op- en afstappen van de bus zou niet gebeuren via de traditionele manier aan een op- en afrittencomplex, maar via speciaal aangelegde haltes op de snelweg. In het buitenland lopen al succesvolle projecten waarbij reizigers op de autosnelweg zelf op de bus kunnen stappen. Boven de brug is dan een park&ride waarbij je meteen naar de halte onder de brug kan gaan. Zo is er minimaal tijdverlet voor de bus en voor de reizigers waardoor dit openbaar vervoer een échte meerwaarde biedt. Uiteraard ligt de uitvoering hiervan bij de Vlaamse Overheid als wegbeheerder en bij De Lijn. Maar met deze mobiliteitsvisie Middenkempen geeft de provincie Antwerpen met tien overheden samen een belangrijk signaal.

Autoluwe fietsroutes en minder vrachtwagens in de dorpskern


Naast het bestaande beleid rond fietspaden en fietsostrades zijn er bijkomende inspanningen nodig voor autoluwe fietsroutes waar het veilig is om te fietsen, zoals bijvoorbeeld tractorsluizen op sluipverkeerroutes. Wat betreft het vrachtverkeer zijn de partners het eens: wie geen lokale levering heeft, is niet welkom om via de dorpskern een sluipweg te zoeken. Daarom zouden alle dorpskernen een beperking moeten invoeren voor 3,5 ton.

De mobiliteitsvisie Middenkempen wordt toegelicht in de gemeente- en adviesraden van de betrokken overheden. De provincie Antwerpen verwacht dat alle partners de samenwerkingsovereenkomst tekenen om zich daadwerkelijk te engageren en hun toekomstig beleid af te stemmen op deze bovenlokale visie. De provincie Antwerpen zal alle betrokkenen rond de tafel brengen om een actieplan uit te werken. In de Noorderkempen werkt de provincie Antwerpen nu al samen met 15 gemeenten en daar zijn de eerste resultaten zichtbaar.

Meer info op www.provincieantwerpen.be of mail mobiliteit@provincieantwerpen.be . 

Studiegebied Middenkempen
Studiegebied Middenkempen

Bovenlokale fietsroutes scoren in Arendonk 5,9 op 10

publish date
29.01.2018

De Provinciale Fietsbarometer analyseerde in Arendonk de toestand van 25,9 kilometer bovenlokale fietsroutes. Dat zijn routes die fietsers over langere afstanden gebruiken. Trilcomfort, breedte, schrikstrook en kruisingen zijn maar enkele van de onderzochte elementen.

De scores voor de bovenlokale fietsroutes in Arendonk (5,9/10) lopen gelijk met de provinciaal gemiddelden. De fietspaden scoren er iets minder op afstand tot de rijweg maar scoren iets beter op trilcomfort (4,7/10). Fietsen in gemengd verkeer scoort in Arendonk gemiddeld beter dan het provinciaal gemiddelde (5,2/10), grotendeels dankzij de knip op de Heirbaan, ter hoogte van de grens met Oud-Turnhout.

Fietspaden

De Kloosterbaan, tussen Biesputten en Schutterstraat, scoort met 7,8 op 10 relatief goed op alle criteria. De Schotelven en De Daries scoren voor Arendonk het minst met respectievelijk 1,9 op 10 en 1,8 op 10. De provincie Antwerpen vraagt bij de heraanleg van de fietspaden op Schotelven en De Daries aandacht voor breedte, afstand tot de rijweg en materiaalkeuze.
De provincie Antwerpen beveelt ook de heraanleg aan van het fietspad op de Wampenberg/Begijnhof ten zuiden van de kruising met 't Zand. Dit fietspad scoort op alle aspecten laag. Zo haalt het een 0 op 10 omwille van de afstand tot de rijweg waar een toegelaten snelheid van 50 km/u van toepassing is.
De fietspaden langs Grens halen een mooie 8,5 op 10, met topscores op breedte en afstand tot de rijweg.

Gemengd verkeer

Op 5,6 kilometer van de BFF-routes in Arendonk is geen fietsinfrastructuur aanwezig en fiets je in gemengd verkeer. De Heirbaan, met een 'knip' ter hoogte van de gemeentegrens met Oud-Turnhout, scoort goed met 6,4 op 10 binnen en buiten de spits. De Koeistraat en De Valken scoren laag omwille van de hoge verkeersintensiteiten en een matig trilcomfort. Een aanpassing van de weginrichting, met voldoende brede fietssuggestiestroken, en een aanpassing van het snelheidsregime kan de fietsgeschiktheid op gemengd verkeerroutes verbeteren. 

Tot slot beveelt de provincie Antwerpen aan om markeringen voor het hele netwerk uniform te maken.

Rol van de provincie Antwerpen

De Fietsbarometer is een beleidsinstrument dat met objectieve cijfers concrete aanbevelingen doet om het fietsbeleid van lokale besturen te verbeteren. Met de Fietsbarometer analyseert de provincie Antwerpen één voor één alle gemeenten. Ze schetst een totaalbeeld van de bovenlokale fietsroutes en doet concrete aanbevelingen om die te verbeteren. Soms gaat het over grote knelpunten waar een volledige herinrichting van de weg gewenst is. Vaak kunnen kleine ingrepen, die niet zoveel geld kosten, de fietsers heel wat meer (fiets)veiligheid en comfort bieden. De provincie Antwerpen stelt ook de expertise van haar medewerkers en subsidies uit het Fietsfonds beschikbaar. Ze wil zo de situatie voor fietsers in heel de provincie comfortabeler en veiliger maken. 

Meer details vind je op de online Fietsbarometer op de provinciale website. Je kan het gedetailleerde rapport van de Fietsbarometer in de gemeente Arendonk ook opvragen via het contactformulier van Steunpunt Fiets.
 

Fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen krijgt F-markeringen in kunsthars

publish date
25.01.2018

Via de fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen-Brussel fiets je via het station in Berchem voorlopig al tot aan het station Nekkerspoel in Mechelen. Je fietst voornamelijk langs de spoorlijn. Af en toe verander je van spoorzijde of volg je geen fietspad. Om de weg niet uit het oog te verliezen, plaatste de provincie Antwerpen borden met het blauwe F-logo voor fietsostrades. Vanaf nu begeleidt het F-logo je op je fietstocht ook via markeringen op de grond zodat twijfels aan kruisingen verleden tijd zijn.

F-logo op fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen
F-logo op fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen

Op 70 plaatsen op de fietsostrade F1 Antwerpen-Mechelen-Brussel bracht de signalisatiefirma Signco F-logo's aan. Zij ontwikkelden een techniek met kunsthars. Voordeel aan kunsthars is dat het duurzaam, weer- en waterbestendig en minder glad is. Bovendien kunnen we het F-logo ook reflecterend maken. Ideaal tijdens donkere dagen.
De provincie Antwerpen ging niet over één nacht ijs bij de keuze voor kunsthars. Op de F14 Antwerpen-Essen testte de provincie Antwerpen de routetaal met borden en markeringen uit. Op die fietsostrade schilderden we het F-logo op de weg . De geschilderde F-logo's blijken niet slijtvast noch duurzaam. Een andere optie die de provincie Antwerpen onderzocht, was werken met stickers. Deze zijn mooi qua kleur maar met kans op gladheid bij nat weer.
 

Fietsostrades F14 Antwerpen-Essen en F5 Antwerpen-Hasselt via Albertkanaal

In het voorjaar van 2018 zal de firma Trafiroad, in opdracht van de provincie Antwerpen, de F14 Antwerpen-Essen bewegwijzeren. Signco vult opnieuw aan met markeringen op de weg. Voor de fietsostrade F5 Antwerpen-Hasselt langs het Albertkanaal maakt de provincie Antwerpen samen met de firma DLW de eerste signalisatieplannen op. Na bespreking met De Vlaamse Waterweg NV en de betrokken gemeenten, plaatst de provincie Antwerpen ook daar bewegwijzering om de fietsers duidelijkheid te bieden. Op beide trajecten voorziet de provincie Antwerpen ook overzichtsborden zodat je als fietser een duidelijk overzicht krijgt op de totale fietsostrade en mogelijke aansluitingen met andere fietsostrades.

F-logo

Het F-logo is ontstaan op vraag van de fietsers. De vijf Vlaamse provincies werkten samen aan een oplossing: een routetaal met een uniek nummer per fietsostrade, het F-logo, aangepaste verkeersborden en markeringen. Voor meer informatie kan je terecht op www.fietssnelwegen.be , een gezamenlijke website van de provincies.

Volgende van de detaillijst