Waterkansenkaarten wijzen land- en tuinbouwers de weg bij droogte of wateroverlast

publish date
02.06.2020

De gebiedscoalitie Aqualitatieve Mechelse Groenteregio ontwikkelde samen met de gemeentebesturen van Duffel, Kontich, Rumst, Sint-Katelijne-Waver, Lier en Putte kaarten die aantonen waar en in welke mate land -en tuinbouwers water nodig hebben. Zo wordt onder meer duidelijk welke gebieden extra kwetsbaar zijn in droge periodes. Op basis van dat materiaal zijn waterkansenkaarten gemaakt, die aantonen waar er opportuniteiten liggen om droogte en overlast aan te pakken. 

brainstormsessie rond waterkansenkaarten ij Primato
Land- en tuinbouwers bekijken waterkansenkaarten

Na een natte periode in februari en begin maart, is het nu al een tijdje extreem droog voor de tijd van het jaar. 2020 wordt nu al gekenmerkt door langdurige droogte. Vooral in het groeiseizoen hebben land- en tuinbouwers grote hoeveelheden water nodig, maar sinds een jaar of vier kost het heel veel moeite om aan dat water te geraken. 


Watervraag linken aan wateraanbod

Het Proefstation voor de Groenteteelt bracht de waterbehoefte maar ook wateroverschotten van de tuinbouwsector in kaart in de gemeenten Duffel, Kontich, Rumst, Sint-Katelijne-Waver, Lier en Putte. Door verschillende weerscenario’s op de modellen los te laten, kunnen de onderzoekers de waterbehoeftes en -overschotten doorheen het jaar inschatten voor de verschillende teelten. Hierbij houden ze rekening met verschillende parameters waaronder bodemtypes en teeltrotaties. Het resultaat? Een zeer gedetailleerd inzicht in de gebieden die kampen met watertekorten of -overschotten.

De waterkansenkaarten zijn ondertussen uitgegroeid tot een belangrijk oriënterend instrument om verschillende partijen rond de tafel te brengen en gericht naar oplossingen te zoeken. In 2019 vond de gebiedscoalitie dankzij de waterkansenkaarten meer dan 20 potentiële oplossingen in de 6 betrokken gemeenten. Vier van deze initiatieven worden momenteel verder uitgewerkt tot demonstratieprojecten in de gemeenten Putte, Lier, Rumst en Sint-Katelijne-Waver.

Hemelwaterplannen van Pidpa

Integraal waterbedrijf Pidpa neemt de waterkansenkaarten mee in de ontwikkeling van hemelwaterplannen. Overtollig regenwater dat op het dak van een bedrijf terechtkomt, kan in principe naar het bassin van een nabijgelegen tomatenkweker geleid worden. Bij het uitwisselen van wateroverschotten moet de waterkwaliteit altijd gegarandeerd bijven. Het hoge detailniveau van de kaarten laat toe heel gericht te bekijken waar de tuinbouwsector geholpen zou kunnen worden. 

Deze waterkansenkaarten zijn een eerste belangrijke stap om de brug te slaan tussen de diverse stakeholders op het terrein om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen en wateroverlast en droogte te bestrijden. Ze verlagen de drempel naar nieuwe maatregelen voor een duurzaam beheer van kostbaar water. 

11.350 mensen deden mee aan het corona-natuuronderzoek

publish date
30.04.2020

Tijdens de paasvakantie onderzocht de Leerstoel Zorg en Natuurlijke Leefomgeving van de Universiteit Antwerpen in welke mate mensen de natuur (meer) opzoeken tijdens coronatijd en welk effect dat heeft op hun algemene gezondheid en welbevinden. 

Bedankt als jij ook deelnam!

 

Globale conclusie? Veel meer mensen hebben nu tijd en trekken meer de natuur in. Ze voelen zich daarna fitter, positiever, meer ontspannen, minder angstig en gelukkiger.  Kwetsbare groepen, die zich over het algemeen al minder gezond voelen, heeft de enquête te weinig kunnen bereiken. Dat is jammer en wordt meegenomen in een vervolgactie.

De enquête kadert in de leerstoel Zorg en Natuurlijke Leefomgeving die de provincie Antwerpen financiert. Men weet intuïtief dat natuur goed is voor de mens. Het onderzoek van de UA wil de link tussen natuur en menselijke gezondheid ook wetenschappelijk onderbouwen om ze te kunnen inzetten als een vaste waarde in de gezondheidszorg. 

Molenstraat in Rumst straks beter beschermd tegen wateroverlast

publish date
14.04.2020

Ingrepen in en rond de Molenbeek helpen Rumst in de strijd tegen wateroverlast in 2022. Dat is nodig, want bij zware regenval stond het water soms wel 120 cm hoog! Daarom slaan gemeente Rumst, gemeente Boom, Pidpa en provincie Antwerpen de handen in elkaar. Samen zorgen ze voor een ingrijpende aanpak van de Kerremansstraat in Reet met als doel: droge voeten voor de omgeving.

In Rumst is een samenwerking opgezet tussen de gemeente Rumst, de gemeente Boom, Pidpa en de provincie Antwerpen. Samen proberen ze de wateroverlast in de Kerremansstraat en de Molenstraat in deelgemeente Reet aan te pakken. 

De Kerremansstraat wordt grondig aangepakt. Pidpa voorziet een gescheiden riolering die regenwater en afvalwater apart kan afvoeren. Een grote buffervijver zal het hemelwater opvangen. De nieuwe bufferzone krijgt ook een ecologische landschapsinrichting en creëert daardoor kansen voor de lokale natuur.

dit beeld van de Molenstraat zien we vanaf 2022 hopelijk niet meer

De Molenbeek wordt verlegd zodat deze niet meer door de lange inbuizing in de Molenstraat hoeft te stromen. Daardoor kan de waterloop helemaal in een open bedding gelegd worden. Zo krijgt het water meer ruimte. Het water zal vervolgens in het provinciale overstromingsgebied Molenbeekse Plassen terechtkomen. Al deze maatregelen houden het snel afstromende regenwater van de Molenbeek en de Kerremansstraat weg uit de Molenstraat, zodat deze minder vaak zal overstromen.

Als de aanbestedingsprocedure en de voorbereidende nutswerken afgerond zijn, kunnen de partners in augustus 2021 met de werken beginnen. Tegen de lente van 2022 behoren natte voeten dan bij heel wat getroffen mensen tot de verleden tijd.

de Molenbeek in Reet (Rumst) met in streepjeslijn de toekomstige nieuwe bedding

Daar komen de eikenprocessierupsen: betere ondersteuning voor gemeenten

publish date
03.04.2020

Nu het rupsenseizoen voor de deur staat, maakt provincie Antwerpen de verspreidingscijfers van 2019 bekend. Het werd een piekjaar voor de rupsen: 67 van de 77 gemeenten, steden en districten ondervonden grote hinder door de rupsen. Om een nieuwe piek het hoofd te bieden, breidt de provincie de ondersteuning voor gemeenten uit en zet ze sterk in op alternatieve, biologische manieren voor de bestrijding.

Volgende week is het zover: dan sluipen de eikenprocessierupsen uit hun eitjes en breekt het rupsenseizoen opnieuw aan. Veel overlast moeten we nog niet verwachten, de rupsen dragen nog geen irriterende brandharen. Kathleen Verstraete, provinciaal expert: “Vorig jaar werd de overlast zo groot dat aannemers niet konden volgen en we ons genoodzaakt zagen om de civiele bescherming in te roepen. We houden de verspreiding waakzaam in het oog en coördineren de bestrijding voor gemeenten. Ondertussen bestuderen we alternatieve, biologische manieren van bestrijding waarbij we de natuurlijke vijanden van de rupsen inzetten.” 

Kaart locaties eikenprocessierupsen

Verspreiding en hinder 2019


Aan de start van het rupsenseizoen maakt provincie Antwerpen de verspreidingscijfers van vorig jaar bekend. Kathleen Verstraete, provinciaal expert, licht de cijfers toe: “De gegevens uit de interactieve eikenprocessierupsenkaart zijn verwerkt en geven ons een nauwkeurig overzicht van de aanwezigheid van de rupsen en de uitgevoerde bestrijdingen in 2019. Er waren vorig jaar opvallend veel rupsen: 62 van de 77 gemeenten, steden en districten kreeg te maken met een hoge concentratie rupsen (> 15 locaties met nesten). Stad Geel en gemeenten Schilde, Schoten, Zoersel en Laakdal hadden zelfs te kampen met meer dan 100 aangetaste locaties (kaart 1). De rupsen hebben vele nieuwe plaatsen geïnfecteerd en op bestaande plaatsen werden ze nog steeds talrijk waargenomen. Dat is duidelijk te merken in de cijfers: 67 van de 77 gemeenten, steden en districten ondervonden grote hinder door de rupsen (kaart 2). In het zuidwesten van de provincie bevinden zich nog enkele gemeenten die weinig hinder ondervinden.” 

Hinderkaart eikenprocessierupsen 2019

Ondersteuning voor gemeenten

Nog voor de start van het seizoen besloot de provincie om de ondersteuning voor gemeenten uit te breiden. Kathleen Verstraete: “We krijgen elk jaar meer vragen van gemeenten over de bestrijding. Het is dan ook complex: er bestaan verschillende technieken (afhankelijk van de fase waarin de rups zich bevindt), je mag niet overal bestrijden en het aantal toegelaten producten voor de bestrijding is beperkt. Om hier duidelijkheid in te brengen, organiseerden we een vorming en publiceren we een leidraad met een eenvoudige beslissingsboom. Ook deelden we dit voorjaar infoborden en –linten uit zodat gemeenten burgers kunnen waarschuwen voor de locaties van de rupsen.”

Gemeenten vinden alle info over de bestrijding op deze pagina, o.a. de leidraad beheer en presentaties van de vormingen.

Kevers en mezen spelen hoofdrol in biologische bestrijding 
De provincie streeft naar de meest ecologische manier van bestrijding, waarbij de impact tot een minimum beperkt wordt en de biodiversiteit behouden blijft. “De eikenprocessierups is een inheemse soort, het is dus zeker niet de bedoeling om de rups uit te roeien. We willen ze vooral beheersen op plaatsen waar ze overlast veroorzaakt voor burgers”, legt Kathleen Verstraete uit. “Daarom zetten we in op natuurlijke bestrijdingstechnieken en starten we een proefproject om de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups in te schakelen. Zo bestaat er een kever die de poppen van de rupsen eet, en ook mezen vinden de jonge rupsen een lekkernij. Sommige sluipwespen en sluipvliegen hebben de rupsennesten nodig om zich voor te planten. Hun eitjes komen tot ontwikkeling in de eikenprocessierups. Op verschillende testlocaties in Vlaanderen zal de omgeving aantrekkelijk gemaakt worden voor deze vijanden.” 

MEER INFO

Helpt ook jouw vagina de wetenschap vooruit?

publish date
25.03.2020

Het PIH zetelt in de adviesraad van het Isala-project, een gloednieuw citizenscienceproject van de Universiteit Antwerpen. Samen met de hulp van 200 vrouwen willen zij voor de allereerste keer proberen om met state of the art DNA-technologie het vrouwelijke microbioom beter te begrijpen.

affiche Isala project

Over de vaginale gezondheid is nog erg weinig geweten. Nochtans spelen de miljoenen bacteriën in de vagina hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol. UAntwerpen wil de blinde vlek wegwerken en zet een uniek citizenscienceproject op poten. Gezocht: 200 vrouwen.

Volgens de Verenigde Naties zullen er in 2050 wereldwijd meer mensen sterven door antibioticaresistente bacteriën dan door kanker. Ook de recente coronavirus crisis toont aan dat micro-organismen een grote impact kunnen hebben op onze gezondheid en wereldeconomie. En toch zijn er nog steeds belangrijke lacunes in de wetenschappelijke kennis rond gezonde alternatieven voor het gebruik van antibiotica of andere strategieën om onze immuniteit te verhogen. Een belangrijke sleutel ligt waarschijnlijk bij de micro-organismen in en op het menselijk lichaam: het microbioom. Voor de vrouwelijke gezondheid zijn de miljoenen bacteriën in hun vagina wellicht cruciaal.

Prof. Sarah Lebeer (Departement Bio-ingenieurswetenschappen aan de UAntwerpen) en haar collega’s willen anno 2020 eindelijk die blinde vlek in de wetenschappelijke kennis over het menselijk microbioom wegwerken. Ze zetten hun schouders onder een uniek en grootschalig citizenscienceproject: de wetenschappers willen met de hulp van vrouwen in Vlaanderen (en met state of the art DNA-technologie) voor de allereerste keer het vrouwelijk microbioom doorgronden.

Lees meer op isala.be. Vrouwen die wensen deel te nemen, kunnen zich ook via deze weg registreren.

Let’s swab for the future.
 

Na een nat voorjaar, een droge zomer? De Antwerpse bossen zijn er klaar voor!

publish date
20.03.2020

70.474 boompjes en 12.339 meter bosrand geplant: de Antwerpse Bosgroepen ronden een succesvol plantseizoen af

 

Het afgelopen plantseizoen waren de Antwerpse Bosgroepen druk in de weer: van aanplantingen bij gemeenten over herbebossingen en beheerwerken bij privé-eigenaars. Het resultaat: de bossen in de provincie Antwerpen zijn weer een pak jonger, diverser en weerbaarder. Ook wie ontspanning zoekt tijdens de coronacrisis, kan terecht in enkele van de boscomplexen waar gewerkt werd.

Karolien Devriendt, coördinator Bosgroep Antwerpen Noord, legt het belang uit van deze boswerken: "In tijden van klimaatverandering is het essentieel om te investeren in betere en weerbare bossen. Bomen nemen CO2 op en zorgen voor schaduw en verkoeling tijdens warme dagen. Een divers bos is beter bestand tegen plaagsoorten, zoals de letterzetter die momenteel de monotone fijnsparbossen teistert. En grotere bossen vormen dan weer een buffer tegen zware regenval. De Bosgroepen werken zo aan een betere leefomgeving, klaar voor de uitdagingen van de toekomst."

Aanplanting Bosgroepen provincie Antwerpen stadsbos Turnhout
Leerlingen uit Turnhoutse basisscholen tijdens een aanplanting.

Meer en beter bos voor iedereen

Enkele cijfers van afgelopen plantseizoen op een rijtje: 70.474 nieuwe boompjes, 347 nieuwe kloempen (groepjes jonge boompjes), 12.339 lopende meter bosrand en 59,94 hectare (her)bebossing. Mooie cijfers, maar de Bosgroepen doen veel meer dan enkel de gekende aanplantingen. Ze verlenen ook advies aan hun leden, bieden vormingen aan, helpen bij onrendabele beheerwerken zoals het verwijderen van invasieve exoten, het beheer van hakhout, het aanleggen van bosranden ... Waar mogelijk worden de beheerwerken bij verschillende eigenaars gegroepeerd omwille van de kostenbesparing en efficiëntiewinsten.

Ook wie ontspanning zoekt tijdens de coronacrisis, kan genieten van de investeringen in het bos. Heel wat privébossen maken namelijk deel uit van grotere boscomplexen die toegankelijk zijn. Zo kan je bijvoorbeeld terecht in de boscomplexen Zoerle en Oevelse dreef in Westerlo, Hertberg in Herselt, Heidehuizen in Mol en Balen, Beverdonkse heide in Retie …

Bosgroepen provincie Antwerpen boseigenaar
Boseigenaar Jo bij enkele boompjes die deze winter opnieuw werden aangeplant.

Boseigenaar Jo: “Scouts van onze kinderen hielp mee bij de verjonging van het bos”

Boseigenaar Jo Desmet uit Wijnegem vertelt: “Mijn vrouw en ik beheren 1,5 hectare bos. Omdat het bos vooral bestond uit verouderde populieren, raadde de Bosgroep ons aan om het bos om te vormen. Zo krijgen we een jonger en meer divers bos. De populieren werden gekapt en verkocht via de Bosgroep. In januari 2019 werden in de plaats 30 gevarieerde groepjes met jonge bomen aangeplant. De scouts van onze kinderen hielp mee bij de aanplanting, het werd de leukste geldactie die ze ooit deden. Deze winter werden nog enkele boompjes vervangen die het eerste jaar niet overleefden. Dankzij de Bosgroep kunnen we nu genieten van een divers bos, met zwarte els, eik en beuk, en zullen ook onze kinderen nog lang kunnen genieten van het bos.”

 

MEER INFO

Presentaties vorming beheer eikenprocessierups

publish date
12.03.2020

De provincie Antwerpen organiseerde een vorming/webinar over de bestrijding van de eikenprocessierups. De provinciale aanpak werd gepresenteerd, verschillende bestrijdingsmethoden werden met elkaar vergeleken en VMM en ANB kwamen de voorwaarden & aanvraagprocedures voor de 2 toegelaten bestrijdingsmiddelen toelichten.

Hieronder kan je de presentaties van de vorming terugvinden, naast het verslag en de opname van het webinar.

Obesitas en diabetes verhogen het risico op hartafwijkingen bij baby’s

publish date
29.02.2020

In Vlaanderen wordt 2,81% van de kinderen geboren met een aangeboren afwijking. Op 29 februari is het Rare Disease Day. Het PIH pakt op die dag uit met het jaarlijkse EUROCAT-rapport. Zij roepen op tot meer preventie van obesitas en diabetes bij moeders omdat die zorgen voor een stijgende trend van hartafwijkingen bij pasgeborenen.

Sinds 1989 registreert het Provinciaal Instituut voor Hygiëne (PIH), in samenwerking met de Universiteit Antwerpen, aangeboren afwijkingen bij kinderen volgens het EUROCAT-registratiesysteem (European surveillance of Congenital Anomalies).

Het in kaart brengen van aangeboren afwijkingen, opvolgen van tijdstrends, onderzoeken van clusters en zoeken naar oorzaken zoals levensstijl, medicatiegebruik, foliumzuur, … is belangrijk om preventieprogramma’s te ontwikkelen en om de zorgvoorzieningen voor kinderen met aangeboren afwijkingen te vergroten.

Resultaten EUROCAT register

Van 1989 tot en met 2016 werden in de provincie Antwerpen 12.528 kinderen met een aangeboren afwijking geregistreerd op 425.342 geboortes. Dit betekent dat 2,81% van de pasgeborenen een aangeboren afwijking heeft. Dit percentage is heel vergelijkbaar met het Europese gemiddelde.

De aard van de afwijkingen is erg uiteenlopend. Enkele voorbeelden: op 10.000 geboortes worden 5 kindjes geboren met een open ruggetje; 11 met een gespleten lip; 12 met een klompvoetje. De meest voorkomende afwijking is een hartafwijking: op 10.000 geboorten worden 65 hartafwijkingen gedetecteerd, waarvan 21 met een ernstige hartafwijking. 

Belangrijke signaalfunctie

Het EUROCAT register, dat deel uitmaakt van een Europees netwerk en deelneemt aan Europese onderzoeksprojecten, heeft een belangrijke signaalfunctie.

Zo werd in de jaren ’80 vastgesteld dat Valproaat, een geneesmiddel tegen epilepsie, kon leiden tot meer aangeboren afwijkingen indien het werd gebruikt tijdens het eerste trimester van de zwangerschap. Sindsdien zoeken artsen bij vrouwen met epilepsie naar veiliger alternatieven. We zien in Europa dan ook een zeer sterke daling van het valproaat syndroom doorheen de tijd, nl. van 0,22 kindjes per 10.000 geboortes in 2005/06 naar 0,03 per 10.000 geboortes in 2013/14.

Een andere trend, die in de toekomst meer aandacht vraagt, is een stijgende Europese trend van hartafwijkingen bij pasgeborenen, o.m. ernstig congenitaal hartfalen, defecten aan de hartklep of defecten van de hartkamer. Obesitas en diabetes bij de moeder zijn gekende risicofactoren voor hartafwijkingen bij de foetus, en voor deze welzijnsziekten zien we een duidelijke toename in onze Westerse wereld. Preventie van obesitas en diabetes is dus niet enkel voor de moeder zelf, maar ook voor de baby van groot belang. 

Besluit

De resultaten van EUROCAT kunnen dienen als een waarschuwingssignaal om te pleiten voor het belang van een gezonde zwangerschap. 

Meer weten?

Het volledige rapport met resultaten van de registratie van aangeboren afwijkingen:
https://www.provincieantwerpen.be/aanbod/dlm/pih/onderzoek/milieu-gezondheid/eurocat.html

Beleidsverantwoordelijke:

Jan De Haes, N-VA, gedeputeerde bevoegd voor Milieu
Perscontact: Helke Verdick, M 0484 09 05 97, E helke.verdick@provincieantwerpen.be

Dienst:
Vera Nelen, Directeur Provinciaal Instituut voor Hygiëne (PIH)
T 03 259 12 90, E vera.nelen@provincieantwerpen.be

Verminder je blootstelling aan schadelijke stoffen

publish date
07.02.2020

In opdracht van het Steunpunt Milieu en Gezondheid onderzocht het Provinciaal Instituut voor Hygiëne (PIH) meer dan 70 milieuvervuilende stoffen in bloed- en urinestalen van 428 jongeren verspreid over Vlaanderen. Het onderzoek toont aan dat er een dalende blootstelling is aan bepaalde milieuvervuilende stoffen, maar er werden ook nieuwe stoffen aangetroffen waarvan de schadelijke effecten nog niet goed gekend zijn. Voorzichtigheid is dus belangrijk. De experten van o.a. PIH, UA en VITO stelden daarom ook een brochure samen met tips voor de deelnemers en voor geïnteresseerden om blootstelling aan schadelijke stoffen te verminderen.

Het PIH is het expertisecentrum rond milieu en gezondheid van de provincie Antwerpen. Het PIH werkte de voorbije vier jaar mee aan een grootschalig onderzoek van het Vlaams Steunpunt Milieu en Gezondheid. Directeur van het PIH, dr. Vera Nelen is ook woordvoerster van dit steunpunt.

Onderzoek en begeleiding van deelnemers.

Voor het onderzoek rekruteerde het PIH 428 jongeren uit heel Vlaanderen. De deelnemers werden uitgebreid onderzocht (o.a. lengte, gewicht, bloeddruk, longfunctie test, bloedafname en urinecollectie) en bevraagd via vragenlijsten Alle gegevens werden verzameld in een databank. “In totaal werkten acht van onze personeelsleden mee aan dit onderzoek. Naast staalname, vangen we ook de persoonlijke vragen van deelnemers op wanneer zij de resultaten ontvangen van de gevaarlijke stoffen in hun lichaam”, vertelt dr. Vera Nelen. “Omdat we veel de vraag krijgen naar tips om de schadelijke stoffen te beperken, hebben we nu met alle betrokken onderzoeksinstellingen alles opgelijst in een brochure. Heel veel mensen zijn er zich niet bewust van hoe die stoffen in hun lichaam komen. Dat kan gaan van het gebruik van plastieke potjes in de microgolfoven, het gebruik van voeding uit blik tot het niet wassen van rijst voor het koken. En één van de belangrijkste tips om de blootstelling te verminderen is nog steeds: niet roken.

10 tips om de blootstelling van schadelijke stoffen te verminderen.

  • Tip 1: Was regelmatig en goed je handen, zeker vóór het eten, na het buiten spelen en na het werken in de tuin. Gebruik bij het wassen niet te vaak zeep. Zeep zorgt ervoor dat de beschermende opperhuid verloren gaat, met als gevolg dat allergenen en sommige chemische stoffen makkelijker de huid kunnen binnendringen.
  • Tip 2: Spoel ongekookte rijst grondig tot het water helder is. Kook de rijst in voldoende water (verhouding 1:6). Dit vermindert het gehalte aan arseen.
  • Tip 3: Laat voorwerpen van kristal voor het eerste gebruik zeker 24 uur weken in azijn en spoel ze daarna goed af. Dit verminder het gehalte aan lood.
  • Tip 4: Verwijder het vel of vette delen van vlees of vis en bak vetrijke voedsel op een rooster. Zo verminder je de persistente organochloor pulluenten zoals PCB’s.
  • Tip 5: Verwarm eten of drinken in glazen of porseleinen kommen in de microgolfoven en niet in plastic bakjes. Bewaar restjes eten in glazen of porseleinen bakjes om de opname van plastic componenten te verminderen. Dit vermindert de opname van plastic componenten in het lichaam.
  • Tip 6: Ventileer je huis zo veel mogelijk en gedurende meerdere dagen of weken wanneer je nieuw meubilair of elektronica hebt aangekocht. Zo vermindert de opname van plastic componenten in het lichaam.
  • Tip 7: Vermijd complexe, gekleurde en geparfumeerde verzorgingsproducten. Kies voor eenvoudige producten met minder additieven, kleurstoffen, bewaarmiddelen, … Zo verminder je de opname van ftalaten.
  • Tip 8: Was beddengoed, kleding en handdoeken voor het eerste gebruik. Zo verminder je de opname van gebromeerde vlamvertragers en plastic componenten zoals ftalaten.
  • Tip 9: Beperk voedsel uit blik. De coating aan de binnenkant van conservenblikken bevat vaak bisfenol A.
  • Tip 10: In geval van een luizenprobleem: vermijd het gebruik van antiluizenproducten op basis van synthetische pyrethroïden (vb. permethrine) en organofostaat pesticiden (vb. malathion). Pas de natkam-methode toe om luizen uit te roeien.

Het PIH is een provinciaal expertisecentrum rond milieu en gezondheid en heeft als kerntaak het bevorderen van de volksgezondheid én een kwalitatieve leefomgeving. Dit voor en in samenwerking met overheden zoals het eigen provinciale bestuur, de gemeenten, Vlaamse overheidsdiensten, politiezones. Het PIH beschikt over een milieulaboratorium als spil van de technische ondersteuning en over een team van deskundigen op vlak van milieu en gezondheid.


Voor inlichtingen en tips kan je terecht op de website www.milieu-en-gezondheid.be. Ook het uitgebreide rapport staat op de site.

Beleidsverantwoordelijke:
Jan De Haes, N-VA, gedeputeerde bevoegd voor Milieu
Perscontact: Helke Verdick, M 0484 09 05 97, E helke.verdick@provincieantwerpen.be

Dienst:
Vera Nelen, directeur Provinciaal Instituut Hygiëne en woordvoerster Steunpunt Milieu en Gezondheid. T 03 259 12 90 of T 03 259 13 63, M 0478 37 80 51
E vera.nelen@provincieantwerpen.be

Scholen ruilen betonnen speelplaatsen in voor groenblauwe speelnatuur

publish date
06.02.2020

Op 6 februari gaven de leerkrachten van acht Antwerpse scholen het startschot van het project SCH2OLEN. Ze kwamen samen in het Provinciaal Instituut voor Milieu Educatie (PIME) en bespraken hoe zij de komende drie jaar hun betonnen speelplaatsen zullen omvormen tot milieuvriendelijke en duurzame leer- en leefomgevingen.

De aanwezigen genoten van een rondleiding in de tuin van het PIME

Leerkrachten en leerlingen gaan zelf aan de slag

Met het project SCH2OLEN begeleidt Regionaal Landschap Rivierenland i.s.m. Regionaal Landschap de Voorkempen en provincie Antwerpen acht scholen in een verstedelijkte context bij het ontharden en vergroenen van hun speelplaats. Via een leer- en doe-traject gaan leerkrachten en leerlingen zelf aan de slag en bepalen zij welk type natuurspeeltuin ze zullen aanleggen. Zoals de projectnaam suggereert, speelt water hierbij een cruciale rol. Naast natuurlijke spelelementen, een buitenklasje of de aanplant van een speelbos zijn ook de aanleg van een vijver of poel, grachtjes, een waterpomp, wadi (buffer en infiltratie voor regenwater) of regenwaterton een absolute meerwaarde voor de school.

Maud Willemen, verantwoordelijke voor het project SCH2OLEN bij Regionaal Landschap Rivierenland: “Met dit infomoment zetten we alvast een eerst stap richting klimaatbestendige schoolomgevingen met ruimte voor meer biodiversiteit en duurzaam waterbeheer. We bekijken onder andere hoe we het hitte-eilandeffect waar veel scholen met een verharde speelplaats mee kampen, kunnen aanpakken. We hopen dat we met het project SCH2OLEN ook andere scholen kunnen inspireren om hun betonnen speelplaats in te ruilen voor een biodivers speellandschap voor de volgende generaties stadskinderen”.

MOS, duurzame scholen, straffe scholen, voorziet bovendien extra begeleiding voor visievorming zodat de groenblauwe speelplaats gedragen wordt door het schoolteam, de leerlingen en de ouders.

Groepsfoto van de initiatiefnemers en de scholen

Meer ruimte voor water, betere luchtkwaliteit, grotere biodiversiteit en meer spelplezier

Via deze en andere onthardingsprojecten zetten de Vlaamse Regering, provincie Antwerpen en de andere initiatiefnemers in op meer ruimte voor water, betere luchtkwaliteit, grotere biodiversiteit en meer CO2-opslag. Ook het nieuwe bodemgebruik na de onthardingsactie speelt een bepalende rol in de strijd tegen de klimaatverandering. Maar ook voor de leerlingen en leerkrachten bieden groene speelplaatsen heel wat voordelen. Zo staan ze garant voor een betere gezondheid, een betere concentratie, minder conflicten tussen leerlingen en meer ruimte om te bewegen, te ontdekken en rust te vinden.

MEER DAN 30 NATUURLIJKE SPEELPLAATSEN

Het project SCH2OLEN is maar één van de vele onthardingsprojecten die op stapel staan in de provincie Antwerpen. In samenwerking met de Antwerpse Regionale Landschappen en de Zuidrand worden de komende jaren meer dan 30 speelplaatsen onthard en vergroend.

Nieuw rapport over het landschapsgebruik van de ingekorven vleermuis

publish date
20.12.2019

Drie van de negen Vlaamse kraamkolonies van de ingekorven vleermuis bevinden zich in de provincie Antwerpen, ze huisvesten 75% van de gekende Vlaamse zomerpopulatie. De provincie zet daarom extra in op de bescherming van deze zeldzame soort. Op haar vraag voerde Natuurpunt vorig jaar een uitgebreid onderzoek naar het gedrag van de kolonie rond Herentals. De resultaten en aanbevelingen lees je in het gloednieuwe rapport.

Op vraag van de provincie Antwerpen voerde Natuurpunt Studie vorig jaar een diepgaand onderzoek naar het gedrag van de kolonie ingekorven vleermuizen in en rond Herentals. Aan de hand van o.a. zenderonderzoek, warmtebeeldcamera's en batdetectoren werden de vliegroutes en het gedrag van de vleermuizen nauwgezet in kaart gebracht. Dit leverde informatie op over de manieren waarop ze bomenrijen of houtkanten volgen, hoe ze akkers oversteken, hoe ze in stallen jagen, wanneer ze meest actief zijn ...

Het rapport formuleert verschillende aanbevelingen over hoe het landschap best in te richten voor ingekorven vleermuizen. Een greep uit de aanbevelingen:

  • maatregelen rond duisternis en aangepaste verlichting, 
  • de inrichting van een landschap geschikt als foerageergebied en lokaal ‘wegen’netwerk voor vleermuizen, 
  • het kruisen van vleermuizenroutes met grote waterlopen en wegen, 
  • het beheer van grote waterlopen en oeverpartijen,
  • het beheer van bossen en stallen rekening houdend met vleermuizen.

Het volledige rapport kan je hier downloaden:

113 reacties voor een kwaliteitsvol ruimtelijk beleid

publish date
12.12.2019

De provincie Antwerpen werkt aan een nieuw beleid rond ruimtelijke planning. Van augustus tot oktober kon iedereen reageren op een eerste ontwerptekst van dat Provinciaal Ruimtelijke Beleidsplan Antwerpen. De meningen zijn verdeeld, en soms zelfs tegengesteld.

Met het Provinciaal Ruimtelijk Beleidsplan Antwerpen maken we afspraken over ons toekomstig ruimtegebruik. De bevolking groeit immers terwijl de beschikbare ruimte niet toeneemt. Bovendien dwingt de druk op het klimaat ons om duurzaam met de beschikbare ruimte om te gaan.

De Antwerpse provincieraad keurde in mei de conceptnota, de eerste versie, van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen goed. Tijdens de publieke raadpleging van 20 augustus tot en met 18 oktober 2019 kon iedereen de conceptnota inkijken en erop reageren. We ontvingen 113 reacties van gemeenten, de Procoro (Provinciale Commissie voor Ruimtelijke Ordening), het Vlaamse Departement Omgeving, burgers en organisaties. De gemeenten die reageerden liggen geografisch goed gespreid en bestaan zowel uit kleine dorpen als grote steden.

Reacties

Over het algemeen gaat men akkoord met de principes en strategieën in het nieuwe beleidsplan. Dat burgers en organisaties niet massaal reageerden, verklaren we door de abstractheid van het thema. We spreken in het beleidsplan immers niet over individuele percelen maar wel over het ruimtegebruik op bovenlokaal niveau. Voor sommige lokale besturen zijn de principes en strategieën daarom te vaag om op het terrein een concreet ruimtelijk beleid te voeren. Toch waren er ook mensen en besturen die concrete projecten voorstelden. Ook ontvingen we tegengestelde reacties. Zo vinden een aantal gemeenten dat we thema’s van een lokaal niveau behandelen, terwijl andere gemeenten net expliciet vragen om op provinciaal enkele harde keuzes te maken. Sommige reacties willen grootschalige landbouwinfrastructuur de nodige ruimte geven, terwijl andere vinden dat er meer aandacht moet zijn voor de natuur. In de open ruimte staan we voor een moeilijke evenwichtsoefening in de vraag naar ruimte voor natuur, landbouw, water, tuinen, paardenweiden,…

De publieke raadpleging leverde ons interessante vragen op die we in de volgende stappen meenemen: Hoe zal de provincie het beleid op het terrein uitvoeren? Hoe gaat de provincie samenwerken met gemeenten, organisaties, vervoerregio’s, intercommunales en dergelijke? Welke partners zal de provincie betrekken en welke rol neemt ze zelf op? Wat betekent het nieuwe beleidsplan voor het aanvragen en toekennen van een omgevingsvergunning? Krijgen de gemeenten financiële ondersteuning om de nieuwe visie op hun terrein te realiseren?

Volgende stappen

Een nieuw Beleidsplan Ruimte komt er niet zomaar. De provincie Antwerpen volgt daarvoor een lange, wettelijk vastgelegde procedure zodat ze goed onderbouwde beslissingen kan nemen. Verder onderzoek zal leiden tot een voorontwerp, een ontwerp en tenslotte een definitief Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen. Dat moet op termijn het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA) uit 2001 vervangen.

Blijf op de hoogte

Ben je benieuwd naar de volgende stappen om tot het definitieve Beleidsplan Ruimte te komen? Surf naar de webpagina over het beleidsplan ruimte waar je de meest actuele informatie vindt over het proces en de toekomstige inspraak- en participatie-initiatieven. Je kunt je er ook abonneren op de nieuwsbrief.

Campagnebeeld Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen
Campagnebeeld Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen

Volgende van de detaillijst