Dorpenbeleid

Dorpen zijn de plekken op het platteland waar veel activiteit samenkomt. Dorpen kan je zien als de motor van de streekontwikkeling op het platteland, daarom werken we aan een provinciaal beleid voor veerkrachtige dorpen.

Bekijk hier een verslag van de studiedag Veerkrachtige Dorpen die plaatsvond op woensdag 27 november 2019 in het provinciehuis van Antwerpen. 

Wat is dat, een veerkrachtig dorp?

Merk je ook dat de dorpen in jouw gemeente de laatste decennia meer veranderd zijn? 

  •  Dat er steeds meer mensen wonen? Dat daardoor dorpsgenoten elkaar niet meer kennen?
  •  Dat winkels en andere voorzieningen er wegtrekken? 
  •  Dat mobiliteit niet zo evident is voor iedereen in het dorp? 
  •  Dat er een aanzienlijke vergrijzing aan de gang is?
  •  …

Met Veerkrachtige Dorpen wil de provincie Antwerpen lokale besturen helpen om deze uitdagingen waar dorpen vandaag de dag mee te maken krijgen, aan te pakken. Een dorp dat goed kan omgaan met uitdagingen zoals vergrijzing, is een veerkrachtig dorp.

Onze uitgangspunten

  • Samen: Op vraag van, én in nauwe samenwerking met het gemeentebestuur; 
  • Op maat: Omdat elk dorp zijn eigenheid heeft, werken we per dorp een specifieke aanpak uit;
  • Geïntegreerd: De vraagstukken die leven in dorpen hebben een sterke onderlinge samenhang. Door integraal te werken, zoeken we oplossingen die een impact hebben op meerdere uitdagingen; 
  • Gedragen: Een gedragen oplossing heeft meer kans op (langdurig) succes en sluit beter aan bij de werkelijke behoefte.  
  • Oplossingsgericht: Samen met het gemeentebestuur en de dorpsbewoners gaan we op zoek naar oplossingen voor de noden van hun dorp. Waar mogelijk zoeken we linken met het provinciale instrumentarium. 

Hoe verloopt een traject Veerkrachtige Dorpen?

FASE 1: opmaak van een dorpsvisie

Het eerste resultaat van een traject Veerkrachtige Dorpen is een gedragen langetermijnvisie voor het dorp. Vanuit die visie kan gewerkt worden om de veerkracht van het dorp de komende jaren te versterken. 

Een dergelijk traject duurt ongeveer 9 à 10 maanden. Op onze website www.veerkrachtigedorpen.be vindt u een aantal voorbeelden van Veerkrachtige Dorpen-trajecten. 

1) Vraag gemeente  

Een traject start altijd met een concrete vraag van een lokaal bestuur. Die vraag is altijd gelinkt aan de leefbaarheid van een dorp, zoals het verdwijnen van het laatste café, een plein dat er wat verlaten bij ligt, ….

Voorbeeld: De aanleiding voor de start van een traject kan bijvoorbeeld het sluiten van het laatste dorpscafé zijn. Daarmee verdwijnt ook de laatste ontmoetingsplek in het dorp, wat veel invloed heeft op sociale cohesie en het verenigingsleven.

2) Analyse

De provincie maakt op basis van gesprekken met stakeholders, statistische gegevens en gemeentelijke en provinciale beleidsdocumenten een uitgebreide analyse van het dorp op volgende thema’s: 

  • Sociale cohesie;
  • Bereikbaarheid en mobiliteit;
  • Voorzieningen;
  • Klimaat & energie;
  • Bestuurskracht van de gemeente;
  • Vergrijzing;
  • Vergroening (aantrekkelijkheid van het dorp voor jongeren);
  • Wonen;
  • Tewerkstelling;
  • Armoede. 

Deze analyse vormt het startpunt voor het participatietraject. 

Voorbeeld: Uit de analyse blijkt dat er veel alleenwonende ouderen zijn in dit dorp. Met het sluiten van het café (ontmoetingsplaats) wordt eenzaamheid onder ouderen een aandachtspunt. Ook blijkt dat er weinig openbaar of toegankelijk vervoer aanwezig is. Kunnen ouderen zich wel verplaatsen naar een ander dorp waar nog wel een ontmoetingsplek is? Op deze manier wordt de specifieke vraag door middel van de analyse verruimd tot een geïntegreerde benadering.  

 "Je voelt dat er meer vervreemding is geslopen in het dorp: mensen zijn niet meer zo thuis bij elkaar. Ze kennen hun buren niet altijd. Dat heeft deels te maken met de instroom van nieuwe mensen. Maar het heeft evengoed te maken met het jachtiger worden van het leven. Je ziet dat ook aan het verkeer, dat alsmaar sneller gaat. Of aan het gedrag van ouders die niet langer meer blijven napraten aan de schoolpoort als ze hun kinderen komen afzetten”. (schooldirecteur Hulshout, sleutelfiguur)

3) Samen nadenken – participatie 

In deze fase ligt de focus op participatie, waarin we samen met lokaal bestuur, burgers, en andere betrokkenen (woonzorgcentrum, school, handelaren, …) nadenken over projecten of acties. De participatiefase wordt professioneel begeleid door een participatiebegeleider. We starten met een brede bevraging over alle leefbaarheidsthema’s, met de bedoeling hier 1 of meerdere prioritaire thema’s te kiezen samen met de lokale bevolking. Die diepen we dan verder uit in 4 participatiemomenten, om af te sluiten met een slotmoment.

Aan de gemeente vragen we om een budget te voorzien om één of enkele acties die uit dit traject komen, op korte termijn uit te voeren. Dit soort 'quickwin' heeft het voordeel dat burgers meteen resultaat zien van hun bijdrage. Dat kan bijvoorbeeld gaan over een pop-up ontmoetingsplek op een plein dat dan (tijdelijk) parkeervrij wordt gemaakt, de aankoop van een afscheidingswand en een toog voor een kerk (zodat die een nevenbestemming krijgt naast de religieuze functie) of de opstart van een dorpscomité dat het dorpsleven moet versterken.

“De input die uit dit traject komt, de ervaring en kennis van bewoners, is letterlijk een schat aan informatie waarmee we veel sterker staan binnen onze projecten en dagelijkse werking.”  (Tessy Gorris, deskundige planning en ontwikkeling, Heist-op-den-Berg).

4) Visie 

Aan het eind van het participatietraject, ronden we af met een dorpsvisie. Een soort strategisch plan voor het dorp, waarbij verschillende wensbeelden voor het dorp worden geformuleerd, die omgezet worden in doelstellingen, die op hun beurt worden vertaald naar acties. 

Voorbeeld:
Visie 1: Nieuwe bewoners van het dorp voelen zich thuis in de gemeente.
Doel 1: Nieuwe inwoners vinden gemakkelijk hun weg naar het verenigingsleven.
Actie 1: Er staat een verengingenmarkt op onthaal nieuwe inwoners.

FASE 2: Van dorpsvisie tot actieplan

De visie die volgt uit het participatietraject, moet vertaald worden naar een uitvoerbaar actieplan. Vanuit Veerkrachtige dorpen kan de provincie het gemeentebestuur ondersteunen bij die vertaalslag: 

  • Opmaak van een matrix, waarin aangegeven is welke acties, op welke termijn, door wie getrokken/gefaciliteerd/ondersteund gaan worden, met welk budget;
  • Prioritering van de acties.

De provincie koppelt daar, waar mogelijk, haar eigen provinciale instrumenten aan, om op zoveel mogelijk manieren een hefboom te geven voor de uitvoering van acties. 

Voorbeeld: Als het vervoer naar de kaartmiddag in het hoofddorp innovatief en bovenlokaal georganiseerd wordt, dan kan het mogelijk aanspraak maken op de impulssubsidie voor aangepast vervoer vanuit de provincie. De contactgegevens van de adviseur aangepast vervoer worden dan opgenomen in het actieplan. 

Deze fase duurt ongeveer 3 maanden. 

FASE 3: Uitvoering van het actieplan

De daadwerkelijke uitvoering van acties ligt bij de gemeente/ andere stakeholders. De provincie kan de gemeente op twee manieren ondersteunen bij de uitvoering: 

1) Interne organisatie: regelmatig overleg met de betrokken ambtenaren om de stand van zaken van het actieplan op te volgen, knelpunten te detecteren en samen te zoeken naar oplossingen. 

2) Extern overleg: deelnemers aan het participatietraject op regelmatige basis betrekken bij de stand van zaken van het traject. Daarnaast kunnen zij ondersteuning krijgen bij de uitvoering van een actie die ze zelf trekken, en kunnen burgers nieuwe ideeën voor het dorp via deze weg aanreiken. 

De ondersteuning tijdens deze fase duurt twee tot drie jaar. 

Kostprijs

Omdat de provincie Antwerpen een externe procesbegeleider onder de arm neemt om de participatie te begeleiden, heeft dit traject een kostprijs. Al naargelang je kiest voor één of meerdere fases te doorlopen, of het traject in één of meerdere dorpen te laten doorgaan, verschilt de prijs. Meer info hierover kan u opvragen bij onze adviseurs Dorpenbeleid.