Hoe presteren gemeenten op klimaatvlak?

publish date
26.06.2019
???module.newsItem.label.themes???

Veel schoolgaande jongeren gaan het toejuichen; ook gemeenten kunnen heden ten dage een rapport krijgen over het gemeentelijk klimaatbeleid. De meeste gemeenten ondertekenden het Burgemeestersconvenant of een ander klimaatengagement en hebben de afgelopen jaren al heel wat maatregelen getroffen. Maar het verzamelen van cijfergegevens is vaak een struikelblok om hun klimaatbeleid en de evolutie ervan ook daadwerkelijk in kaart te brengen. 

De 5 Vlaamse provincies verzamelden cijfermateriaal over klimaat en energie. Via provincies.incijfers.be stellen ze deze data ter beschikking van gemeenten om hun energie- en klimaatbeleid op te volgen en te vergelijken met gelijkaardige gemeenten. Per gemeente is een klimaatrapport beschikbaar met de belangrijkste gegevens over de vermindering van de broeikasgasuitstoot. Men vindt er onder meer de CO2-uitstoot per sector, het energieverbruik van huishoudens, renovatiepremies, mobiliteit en de productie van hernieuwbare energie op hun grondgebied.

CO2-uitstoot in de provincie Antwerpen
Totale CO2-emissie 2016 (groei tov 2011) van de gemeenten in de provincie Antwerpen

Globale toestand in de provincie Antwerpen

Globaal stellen we in de provincie Antwerpen een lichte stijging in uitstoot vast; per gemeente zijn er echter grotere verschillen. Op onderstaande kaart zien we verschillen in CO2-uitstoot per gemeente van 2016 ten opzichte van het referentiejaar 2011. De licht- tot donkeroranje gemeenten hebben een stijgende CO2-uitstoot, de lichtgrijze zijn stabiel tot licht dalend en de licht- tot donkerblauwe gemeenten vertonen een dalende CO2-trend.

Maarten Kegels doet een energiescan

Kant-en-klaar klimaatrapport op maat van de gemeente

Via het rapport krijgt een gemeente inzicht in de maatregelen die effect hebben of waar extra acties nodig zijn. Via kaarten en grafieken wordt de gemeente ook vergeleken met andere gemeenten in de provincie of met de gemiddelden voor Vlaanderen. In het rapport zijn ook enkele verklarende cijfers opgenomen die niet rechtstreeks met klimaat te maken hebben maar belangrijke aandachtspunten zijn voor het gemeentelijk klimaatbeleid, zoals de financiële draagkracht van gezinnen of de toestand van het woningbestand.

Een mooie case is Bornem. Bornem doet het beter dan het provinciaal gemiddelde met een lichte daling van de globale CO2-uitstoot met 1,4% tussen 2011 en 2016.
Wat in het rapport frappant in het oog springt, is de sterke daling (-10,9%) van de CO2-uitstoot in de sector huishoudens, verantwoordelijk voor een groot aandeel van de CO2-uitstoot op het Bornemse grondgebied. De gemeente presteert beter dan het provinciaal gemiddelde (-6%) en het Vlaamse gewest (-6,8%).

Voor Maarten Kegels, ambtenaar Duurzaamheid en Wonen van Bornem, is de vaststelling een positieve bekrachtiging van de ingeslagen weg. De gemeente investeert immers al enkele jaren in de verlaging van de energie-impact van huishoudens. Zo biedt de gemeente warmte-advies op maat aan waarbij gezinnen op basis van energiescans van hun woningen concrete acties aangereikt krijgen om hun uitstoot te verlagen. De gemeente gaat zelfs een stap verder in haar ondersteuning met een (sociaal) premiebeleid voor energiebesparende maatregelen zoals isolatie.

Geïntegreerd cijfermateriaal

Alle Vlaamse provincies sloegen de handen in elkaar en brachten het cijfermateriaal samen over klimaat en energie van Fluvius en het Departement Omgeving Vlaanderen, in samenwerking met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en het Vlaams Energieagentschap (VEA), in de online databank provincies.incijfers.be.

Burgers of journalisten die benieuwd zijn naar de CO2- uitstoot in een bepaalde gemeente of die willen weten welke sectoren de meeste vooruitgang boeken, kunnen een kijkje nemen op het klimaatluik van provincies.incijfers.be.

EFRO oproep - september 2019

publish date
26.06.2019

Er werd een nieuwe oproep gelanceerd voor EFRO Vlaanderen. Voor deze oproep wordt er een budget uitgetrokken van 2.500.000 euro. De deadline voor indienen is 27 september 2019. Ontdek hieronder snel wat de mogelijkheden zijn voor jouw organisatie. Voor meer informatie mag je ons altijd contacteren. Je vindt onze contactgegevens onderaan deze pagina. 

Prioriteit 3: Bevorderen van overgang naar koolstofarme economie

Specifieke doelstelling 1: “Verbeterde duurzame stedelijke mobiliteitssystemen die kaderen in een gemeentelijk/stedelijk klimaatplan – Mobipunten”

Voorwaarden:

  • Definitieve indiening ten laatste op 27 september 2019
  • Het EFRO-steunpercentage bedraagt maximaal 40%
  • De maximale EFRO-steuntoekenning is vastgelegd op 750.000 euro. Voor projecten met een totale kost hoger dan 1.875.000 euro zal het maximale EFRO-steunpercentage dus lager liggen dan 40%
  • De promotoren dienen minimaal een eigen bijdrage van 15% te voorzien.
  • De oproep is gericht op investeringsprojecten. Loonkosten en werkingskosten worden niet aanvaard.
  • Toekenning van Vlaamse, provinciale of andere cofinanciering moet worden bevestigd uiterlijk bij definitieve goedkeuring van het project.
  • Deze oproep is specifiek gericht op investeringsprojecten die op korte termijn (31/12/2022) realiseerbaar zijn.
  • Deze oproep is specifiek gericht op de aanleg, en verdere uitbouw van mobipunten op minstens regionale schaal.
  • Het project dient te zijn gelegen in een stad/gemeente met een door hun gemeenteraad goedgekeurd klimaatplan (SEAP).
  • Het project dient tevens deel uit te maken van een mobiliteitsplan(en) van de lokale overheid waar het EFRO-project wordt uitgevoerd.

 

Meer info over deze oproep vind je hier. Met vragen kan je terecht bij het provinciale EFRO-contactpunt: Anneke Van den Aker. Haar contactgegevens vind je hieronder.

 

De Klimaatploeg gaat aan de slag in Antwerpen!

publish date
21.06.2019

De klimaatimpact van een melkveebedrijf inschatten is niet simpel. Deze wordt immers bepaald door heel wat verschillende aspecten van de bedrijfsvoering. Denk aan het energiegebruik, de rantsoensamenstelling, het mestgebruik, het bodemmanagement,… Om toch een totaalbeeld te kunnen vormen hebben Innovatiesteunpunt en Hooibeekhoeve in Antwerpen een Klimaatploeg samengesteld. 

De Klimaatploeg bestaat uit vijf Antwerpse melkveehouders en een aantal experten die elk deskundige zijn in een ander aspect van de melkveehouderij. Samen kan de Klimaatploeg dus wél dat totaaloverzicht schetsen. Door samen te werken kan de ploeg dan ook op zoek gaan naar de gepaste klimaatmaatregelen waardoor de klimaatimpact van een specifiek melkveebedrijf kan dalen.

Om het potentieel van klimaatmaatregelen voor een bepaald bedrijf goed te kunnen inschatten, is het uiteraard belangrijk dat de Klimaatploeg de landbouwbedrijven leert kennen. Daarom bezocht de ploeg de vijf melkveehouders waardoor ze zicht kreeg op de bedrijven en hun bedrijfsvoering. Dit filmpje geeft je een blik achter de schermen tijdens die bezoekdagen.

Adviezen op maat van het bedrijf

Op basis van wat de experten gezien hebben, formuleerden ze elk afzonderlijk en voor elk bedrijf een aantal adviezen waarmee de landbouwer de klimaatimpact van zijn bedrijf kan doen dalen. De Klimaatploeg ging op basis van die adviezen met elkaar in debat tijdens een adviesdag. Het doel van deze dag was om de melkveehouders een goed en volledig klimaatadvies mee te geven, op maat van hun bedrijf en onderbouwd met de expertise van de gehele Klimaatploeg. De debatten van de Klimaatploeg leidden tot een heleboel bedenkingen en nuttige conclusies. De Klimaatploeg leerde veel van elkaar: van de experten, maar zeker ook van de landbouwers!  Die bevindingen zijn natuurlijk  ook voor andere melkveehouders interessant. Daarom bundelen we die kennis later in het project, net als de beleidsaanbevelingen.

Nu de melkveehouders hun advies gekregen hebben, geven we hen even tijd om te herkauwen. Daarna gaan we verder aan de slag en bekijken we wat er effectief op de bedrijven toegepast kan worden! Wordt dus zeker vervolgd!

Omgevingsvergunningen in cijfers

publish date
20.06.2019
???module.newsItem.label.themes???

Hoewel de omgevingsvergunning al in februari 2017 voor de provincies van start ging, kenden we dat jaar nog een piek aan milieuvergunningen. Het jaar 2018 is daarom in feite het eerste effectieve jaar van de omgevingsvergunning.

Rapport Omgevingsvergunning 2018 op laptop

We blikken even terug op 2018 met verrassende cijfers. Wat veranderde er door de omgevingsvergunning? Welke dossiers komen er bij de provincie terecht? Wat betekent de integratie van de stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning in de praktijk? Wat is de aanpak van de provincie? Wat is de doorlooptijd? De antwoorden verneem je in ons jaarrapport 2018.

Vleermuizen en verlichting?

publish date
18.06.2019
???module.newsItem.label.themes???

Steeds meer steden en gemeenten zijn bezig met de opmaak van masterplannen voor openbare verlichting in het kader van energiebesparing. Ook bij de aanleg van wegen en fietsostrades is verlichting, in het belang van rijcomfort en veiligheid, een belangrijk aspect. Kunstmatige verlichting kan een negatief effect hebben op biodiversiteit; in het bijzonder voor vleermuizen. Op vraag van de provincie Antwerpen heeft het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een advies opgemaakt over hoe we rekening kunnen houden met vleermuizen bij wegverlichting.

Alle vleermuizen zijn in min of meerdere mate lichtschuw 

Vleermuizen mijden daglicht en jagen daarom ’s nachts op insecten. Ze hebben daarbij weinig concurrentie van andere diersoorten, en de duisternis zorgt ervoor dat roofdieren hen niet zien. Tenminste, als kunstlicht het donker niet verstoort.

Vleermuizen hebben in tegenstelling tot wat men soms denkt, zeer gevoelige ogen die aangepast zijn aan lage lichtintensiteiten. De meeste soorten hebben kleurenzicht, maar de kleuren waarvoor ze gevoelig zijn, verschillen ten opzichte van die die de mens kan waarnemen. Zo kunnen zij ook UV-licht zien. Als algemeen principe geldt dat kunstmatige verlichting, waar mogelijk, vermeden moet worden. Indien verlichting noodzakelijk is, dan zijn er verschillende flankerende maatregelen mogelijk die het effect van licht op vleermuizen minstens ten dele afzwakken.

Elke lamp die niet hoeft te branden, levert een besparing op (zowel financieel als qua CO2-uitstoot), dus een win-win voor budget, klimaat en lokale biodiversiteit.

Het INBO-advies geeft een stappenplan om dit verder te concretiseren, gebaseerd op de aanbevelingen van Eurobats. Het stappenplan bestaat uit vier hiërarchische stappen, waarbij elke volgende stap moet gezien worden als een aanvulling op de vorige stappen.

Stappenplan om het effect van licht op vleermuizen af te zwakken

Stap 1: Vermits alle vleermuissoorten lichtschuw zijn in bepaalde omstandigheden, moet verlichting in de eerste plaats vermeden worden. Vleermuizen hebben nood aan een netwerk van donkere verbindingen om vlot toegang te hebben tot foerageergebieden vanuit de kolonieplaatsen. Plaats daarom alleen lampen waar dit echt nodig is. Je kan ook gebruik maken van reflectoren, een lichtgekleurde wegbedekking voor fietspaden of wegmarkeringen.

Stap 2: Indien verlichting noodzakelijk is, is het het beste om die enkel te laten branden indien nodig, bijvoorbeeld door bewegingsdetectoren te gebruiken die het licht aanschakelen wanneer voetgangers, fietsers of auto’s passeren. In de buurt van kolonieplaatsen moet ervoor gezorgd worden dat de vleermuizen in het donker in en uit kunnen vliegen.

Stap 3: Beperk zoveel mogelijk de intensiteit van het licht en vermijd strooilicht. Om lichtverstrooiing te vermijden, moeten aangepaste armaturen gebruikt worden die het licht zoveel mogelijk richten op de plaats waar het nodig is, en verstrooiing naar de wijdere omgeving vermijden. Armaturen zouden geen licht naar boven toe mogen verspreiden. Om dezelfde reden worden lichtarmaturen best zo laag mogelijk geplaatst. Bij verlichting van een weg omzoomd met bomen moeten de armaturen zodanig worden geplaatst dat zij het bovenste deel van de bomenrij niet verlichten. Lichtverstrooiing naar waterpartijen toe moet zeker vermeden worden. Aanplant van een groenscherm kan in sommige omstandigheden helpen om lichtverstrooiing te beperken, maar dit werkt uiteraard enkel in het zomerseizoen. Recent onderzoek geeft aan dat ook tijdens de winter vleermuizen meer vliegen dan tot nu toe werd aangenomen.

Stap 4: Als allerlaatste maatregel kan een lichtkleur gebruikt worden die door vleermuizen minder wordt gezien of als minder bedreigend wordt ervaren. Onderzoek wees uit dat een oranje/rode/amberkleur minder verstorend is dan bv. wit licht omdat UV en andere korte golflengten eruit gefilterd zijn. Het aantal studies hierover is echter nog beperkt, en de reactie van de vleermuizen verschilt van soort tot soort. Daarom is het gebruik van een vleermuisvriendelijke lichtkleur een laatste stap die een nuttige aanvulling kan zijn nadat alle andere stappen zijn uitgewerkt. Het is dus van groot belang om in te zetten op een vleermuisvriendelijke inrichting van het verlichtingsplan en landschap.

Vleermuizen als Provinciaal Prioritaire Soorten

Vleermuizen als groep, zijn geselecteerd als Provinciale Prioritaire Soorten voor de provincie Antwerpen. Het zijn soorten waar de provincie via gerichte maatregelen extra aandacht aan besteedt. Als belangrijke boodschap wil de provincie Antwerpen meegeven dat het zinvol is om bij plannen en projecten m.b.t. verlichting ook de impact op milieu en natuur te bekijken en natuurgebieden en verbindingszones aan te duiden die best donker blijven. Elke lamp die niet hoeft te branden, levert een besparing op (zowel financieel als qua CO2-uitstoot), dus een win-win voor budget, klimaat en lokale biodiversiteit. Het volledige INBO-advies kan je hieronder downloaden.

tekst: Ralf Gyselings  & Luc De Bruyn, INBO
Mieke Hoogewijs - Adviseur biodiversiteit – fauna & flora - DIENST DUURZAAM MILIEU- EN NATUURBELEID - Provincie Antwerpen

Provincie informeert over mogelijke waterberging Aa-vallei Oud-Turnhout

publish date
17.06.2019

De vallei van de Aa in Turnhout en Oud-Turnhout kreeg reeds meermaals te maken met wateroverlast. De provincie Antwerpen wil daarom graag een overstromingsgebied aanleggen in Oud-Turnhout. Zo komt er meer ruimte voor water aan de Aa. 

Omdat de projectzone net binnen de perimeter ligt van het Raamakkoord en het Natuurinrichtingsproject 'De Liereman' moesten we onze plannen afstemmen met de Vlaamse Landmaatschappij. Door regelmatig te overleggen hebben we het mogelijke scenario dan ook meermaals bijgestuurd.

Op 5 juni stelde de provincie het scenario voor aan alle betrokkenen op een infovergadering. Eerst gaf de Vlaamse Landmaatschappij nog een korte stand van zaken over het Natuurinrichtingsproject. De presentaties van de infovergadering kunt u hieronder downloaden.

Dit najaar gaan we met elke betrokkene op zoek naar maatwerk en kunnen we het toekomstig overstromingsgebied verder in detail uittekenen. De uiteindelijke realisatie van het project is helaas nog niet voor morgen. Kleinere ingrepen waarover we snel een akkoord hebben, kunnen we misschien wel al eerder uitvoeren.

Mededeling 94: Effect van lichtschema's bij vleeskuikens

publish date
12.06.2019

Lichtschema’s hebben een effect op de strooiselkwaliteit. Bij gebruik van lange continue donkerperiodes wordt het strooiselnatter en nemen voetzoollaesies toe. Om dit te vermijden adviseren we om bij de huidige kuikens geen donkerperiodes vanlanger dan 4 uur ononderbroken donker te gebruiken. Een schema met afwisselend lichtperiodes en korte donkerperiodes kanmet succes toegepast worden.

Lees de volledige mededeling

Proefbedrijf Pluimveehouderij vraagt extra maatregelen te respecteren

publish date
12.06.2019

Sinds begin april zijn tientallen bedrijven positief bevonden voor het aviaire influenza virus van het type H3. Vele zijn nog steeds in afwachting van een uitslag.  Het overleg met Europees commissaris van Landbouw Phil Hogan van dinsdag 11/06/2019 heeft een opening gecreëerd waaruit een principeakkoord is bekomen. Dit politiek akkoord zal de eerstvolgende dagen verder worden uitgewerkt.

De impact op de sector laat ook het Proefbedrijf Pluimveehouderij niet koud. Als Proefbedrijf hebben we een voorbeeldfunctie naar de sector toe. Om insleep te voorkomen, vragen we onze bezoekers zich te houden aan het  Ministerieel Besluit (MB) van 6 juni 2019 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het influenzavirus type H3 tegen te gaan. Dit MB herneemt de maatregelen van het eerdere MB van 16 mei 2019.

Verder hebben we beslist om de projecten – waarbij we onderzoek doen op andere pluimveebedrijven – tijdelijk on-hold te zetten om wederzijdse besmetting te voorkomen.

Onder de zwaarst getroffen bedrijven zijn voornamelijk leghennenbedrijven en vermeerderingsbedrijven. Maar ook op kalkoenbedrijven, een struisvogelbedrijf en een braadkippen bedrijf zijn ondertussen klinische symptomen vastgesteld.

Symptomen 

Deze laagpathogene variant van het vogelgriepvirus vertoont bij productiedieren klinische symptomen die als atypisch geklasseerd worden.

  • Depressie
  • Zenuwsymptomen
  • Een snelle daling van de eiproductie (20% tot 100 %)
  • Bleke eieren,
  • Een daling van water- en voederopname
  • Hoge sterfte (50% tot 60%)

Impact op de sector

De economische impact lijkt stilaan niet meer te overzien. Laag pathogene H3 staat immers niet op de OIE lijst of op de Europese lijst van te bestrijden ziekten staat. Ondanks veelvuldig overleg tussen de  sectororganisaties, het FAVV, het FOD en het Kabinet van Ducarme, situeren de opgelegde maatregelen zich tot op heden enkel op vlak van bioveiligheid.

Aan het werk in de pluimveestal

Maatregelen op het Proefbedrijf Pluimveehouderij

Als Proefbedrijf hebben we een voorbeeld functie naar de sector toe. Ter voorkoming van insleep vragen we dan ook zich te houden aan onderstaande maatregelen:

  • Aan personen, komende uit de pluimveesector (pluimveehouders en erfbetreders), en derden vragen wij om geplande activiteiten (vergaderingen, scholing, …) waar mogelijk op te schorten.
  • Indien opschorting niet mogelijk is, bekijken we samen of uitwijken naar de Hooibeekhoeve een optie kan zijn.
  • Kan er geen neutrale locatie voorzien worden op korte termijn, dan wordt betreden van het Proefbedrijf voor deze activiteiten enkel toegestaan in de voorgebouwen.
  • Bij het betreden van het Proefbedrijf is ieder verplicht zich aan te melden vooraan bij de administratief verantwoordelijke.
  • Vermeld steeds of u uit een besmette regio komt.
  • Zelfs indien er enkel gebruik gemaakt wordt van de voorgebouwen vragen wij u om ook daar strikte hygiënemaatregelen toe te passen.
    • Waar mogelijk plant u in u agenda in geen contact gehad te hebben met pluimvee gedurende drie opeenvolgende dagen.
    • Is deze maatregel niet haalbaar, vragen wij u, uw bezoek indien mogelijk in te plannen in de ochtend.
    • Bij aankomst verwachten wij dat u op voorhand gedoucht hebt en propere kledij draagt.
    • Zorg voor een goede handhygiëne.
  • Leveranciers van goederen die achteraan op het bedrijf moeten zijn vragen wij waar mogelijk om het bezoek als eerste in te plannen.
    • Enkel na aanmelden bij de administratief verantwoordelijke mag u verder doorrijden.
    • Gelieve het onderstel van het voertuig waarmee u het erf betreedt te desinfecteren alvorens u zich achter het hek begeeft. Alsmede dit te herhalen bij verlaten van het bedrijf.
    • U stopt aan de los/laadruimte en betreedt de stallen niet
    • De dierverzorgers zullen het nodige materiaal van u aannemen of u bezorgen
  • Derde partijen die werkelijk in de stal aanwezig moeten zijn
    • Zijn verplicht te douchen alvorens de stallen te betreden.
    • Krijgen van het Proefbedrijf bedrijfseigenkledij om te dragen na het douchen
    • Visite van de dieren, is zoals steeds van jong naar oud.
    • Wie zowel bij de vleeskuikens als de leghennen in de stal moet zijn, wordt gevraagd om opnieuw te douchen tussen de twee bezoeken in.

Onderzoek naar belangrijke, actuele thema's bij legkippen

publish date
12.06.2019

Met Rode vogelmijt en rendabel langer aanhouden van leghennen, maakt het Proefbedrijf Pluimveehouderij vandaag werk van enkele belangrijke, actuele thema’s. Nu en in de nabije toekomst is er heel wat onderzoek op komst. In dit artikel blikken we graag mee vooruit.

Onderzoek in de legkippenstal

NIEUW: MitePrevent

In dit project volgen we 10 leghennenbedrijven op en kijken we naar de effecten van een bedrijfsspecifieke aanpak op de bloedluisbesmetting op een bedrijf.

NABIJE TOEKOMST:

  • Voor de start van de ronde waan we samen met de pluimveehouder kijken naar de preventieve aanpak tijdens de leegstand.
  • Tijdens de ronde volgen we de bloedluisbesmetting op via monitoring.
  • Op regelmatige basis komen adviseurs en de pluimveehouder samen om te discussiëren over de resultaten van de monitoring en een eventuele aanpak die hierop moet volgen.

Dit project wordt gefinancierd door de Vlaamse Overheid en is gestart in maart 2019. Door het H3N1 virus hebben we dit project tijdelijk on hold moeten zetten.

UPDATE: MiteControl

NU:

  • Er werden enquêtes afgenomen bij leghennenhouders. Hierin polsten we naar de huidige situatie en de toekomstwensen rond rode vogelmijtbestrijding.
  • Op het Proefbedrijf werd er een Biosafety-ruimte ontwikkeld. Hier loopt momenteel een proef waarbij het gedrag van de hennen gemonitord wordt met camera’s. Dit gedrag zal dan gelinked worden aan de infestatiegraad van de rode vogelmijten.

NABIJE TOEKOMST:

  • Om deze monitoring-techniek ook in praktijkomstandigheden te testen, zullen we tijdens de zomer ook camera’s plaatsen in enkele afdelingen in onze leghennenstal.
  • In het najaar gaan we aan de slag gaan met beloftevolle combinaties van niet-chemische bestrijdingsmiddelen tegen de rode vogelmijt. Hiervoor zijn onze partners in Montpellier momenteel nog het nodige labo-onderzoek aan het doen.
  • In 2020 zullen 3 bestrijdingsstrategieën getest worden in pilootbedrijven in België, Nederland en Groot-Brittanië. Hiervoor is het Proefbedrijf nog op zoek naar leghennenhouders die zich hiervoor kandidaat willen stellen.

NIEUW: LegLanger

Met dit project willen we Vlaamse leghennenhouders handvaten aanreiken voor het langer aanhouden van leghennen via nieuwe inzichten, concepten en innovaties die ontwikkeld zijn door en voor de keten.

NABIJE TOEKOMST:

  • Via een brede veldmonitoring (in samenwerking met PeHeStat) en via voederproeven (op het ILVO) worden concepten ontwikkeld.
  • Die nieuwe concepten worden dan getest in praktijkomstandigheden op het Proefbedrijf.

Meer eetbaar groen in steden en gemeenten

publish date
11.06.2019

Op vraag van de provincie Antwerpen ontwikkelde de Universiteit Antwerpen een Keuzewijzer Eetbaar Groen. Vanaf vandaag kunnen alle steden en gemeenten daarmee aan de slag. Van stadslandbouw tot zelfpluktuinen; stap voor stap komen ze tot de meest geschikte en haalbare invulling voor hun beschikbare gronden. De focus op ‘eetbaar groen’ zorgt voor een dubbele winst: naast de vergroening is ook de voedselproductie een extra meerwaarde voor de omwonenden.

In bebouwde gebieden wordt de groene ruimte steeds schaarser. Groene ruimte verdwijnt door de bouw van nieuwe woningen, aanleg van terras en tuinpaden, verharding van straten en pleinen en de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Nochtans is groene ruimte belangrijk voor onze leefbaarheid en ons welzijn. Meer groen staat garant voor een betere luchtkwaliteit en minder wateroverlast, het maakt de omgeving meer hittebestendig en draagt bij aan de biodiversiteit. Daarnaast zorgt groen voor een aangename ruimte om te sporten, te ontspannen en elkaar te ontmoeten.

Gedeputeerde voor Landbouw Ludwig Caluwé: “Als duurzaam bestuur willen we een voortrekker zijn en onze inwoners en lokale besturen stimuleren om in te zetten op eetbaar groen. We willen dat steden en gemeenten kiezen voor een aanpak die verder gaat dan klassieke vergroening. We willen hen overtuigen om te kiezen uit een palet van vergroeningsprojecten waarvan de omwonenden letterlijk de vruchten kunnen plukken.” 

Van geveltuin tot plukweide

Als jouw stad of gemeente werk wil maken van eetbaar groen, kan je binnenkort misschien wel genieten van een geveltuin, een stadsboerderij of een voedselbos. Wat er exact komt, hangt niet alleen af van je lokaal bestuur maar ook van de locatie, de doelgroep en een reeks andere factoren. Zo kunnen lokale besturen in bebouwde gebieden wellicht beter inzetten op de ecologische en sociale meerwaarde van eetbaar groen in een tuinstraat of met een geveltuin. Maar ook op grotere, onbebouwde plaatsen kunnen ze een economische meerwaarde creëren met een volkstuin, een stadsboerderij of een plukweide. Of misschien gaan ze wel de hoogte in met een daktuin?

Een uniek instrument

Er zit veel potentieel in eetbaar groen, maar je moet de kansen zien.” stipt Ludwig Caluwé aan. “Het is onze taak om bovenlokaal te werken en steden en gemeenten hierin te ondersteunen. Daarom vroeg de provincie aan de Universiteit Antwerpen om gepaste werkinstrumenten te ontwikkelen”.

Het resultaat is de Keuzewijzer Eetbaar Groen die vanaf vandaag door alle Antwerpse steden en gemeenten gebruikt kan worden. “Deze keuzewijzer gidst onze steden en gemeenten doorheen het ganse proces en reikt hen ook de juiste instrumenten aan,” verduidelijkt Caluwé. ”In de eerste fase wordt de beschikbare groene ruimte in kaart gebracht en wordt er een locatieplan opgemaakt. Nadien kan men met de keuzewijzer op zoek gaan naar de meest geschikte vorm van eetbaar groen voor die locatie. De laatste stap is de uitwerking van een concreet project.”

Gemeente Schelle gaat aan de slag

Eén van de gemeenten die aan de slag gaat met deze keuzewijzer is de gemeente Schelle. Daar vind je nu al verschillende vormen van eetbaar groen. Maar het bestuur is ervan overtuigd dat er dat er nog veel meer kan gebeuren.

De gemeente Schelle investeerde 4 jaar geleden in de aanleg van volkstuin Aerdborg. Burgemeester van Schelle Rob Mennes: “Sinds 2016 tuinieren hier 75 inwoners en er zijn nog inwoners vragende partij. Zij willen ook aan de slag in het groen. Ondanks de kostprijs die hieraan verbonden is voor de gemeente zijn er ook heel wat kansen. Zo bevorderen dergelijke initiatieven de sociale cohesie, het klimaat en de beleving in onze gemeente. We zullen de mogelijkheden voor nieuwe projecten rond eetbaar groen in onze gemeente dan ook bekijken.”

Afbraak en opbouw Tomorrowland 2019: De Schorre beperkt toegankelijk.

publish date
07.06.2019

Het festival Tomorrowland gaat dit jaar door van vrijdag 19 tot en met zondag 21 juli en van vrijdag 26 tot en met zondag 28 juli. Tijdens de opbouw en afbraak is het domein De Schorre beperkt toegankelijk vanaf 13 juni tot 12 augustus.

 

Opbouw

11 juni: Start opbouw op de evenementenweide, het libelleneiland, deltaweide en achter het gebouw De Pitte. De rest van het domein is gewoon toegankelijk.
1 juli: Start opbouw over heel het domein.

  • Mountainbikeparcours: toegankelijk t.e.m. 12 juni.
  • visvijvers: toegankelijk t.e.m. 14 juni.
  • Minigolf, fiets- en kickbikeverhuur, waterfietsverhuur, barrevoetspad: geopend t.e.m. 30 juni.
  • Avonturentoren Intense: open t.e.m. 30 juni.
  • Onthaalbalie De Schorre & Congrescentrum De Pitte: blijft toegankelijk via de hoofdingang tot en met 30 juni.
  • De brasserie & buitenspeeltuin: blijven toegankelijk via de hoofdingang met uitzondering van 18 tot 21 juli en 24 tot 29 juli. 
  • Toeristisch infokantoor Rupelstreek: toegankelijk via de hoofdingang tot en met 14 juli. Het infokantoor van Toerisme Rupelstreek verhuist naar het museum Rupelklei in Terhagen van 16 juli t.e.m. 2 augustus. Voor meer informatie en de openingsuren: www.toerismerupelstreek.be.

    Vanaf 15 juli wordt heel het domein afgesloten.

 

Tomorrowland 2017
Tomorrowland 2017

Afbraak

• Vanaf 29 juli: brasserie & buitenspeeltuin weer open en bereikbaar via de hoofdingang.
• Vanaf 3 augustus: het infokantoor Rupelstreek weer open en bereikbaar via de hoofdingang. 
• Vanaf 9 augustus: avonturentoren Intense weer open en bereikbaar via de hoofdingang.
• Vanaf 9 augustus: start recreatieverhuur. Ook het Barrevoetspad, onthaalbalie De Schorre & congrescentrum De Pitte zijn weer open en bereikbaar.
• Vanaf 12 augustus: Je kan terug over de One World brug richting het buurtpark in De Schorrestraat wandelen. Ook het mountainbikeparcours gaat dan weer open en de visvijvers in het domein zijn weer bereikbaar.
• Van 13 tot 17 augustus: laatste ophalingen van materiaal.

Hondenweide en buurtpark

De hondenweide blijft bereikbaar via het buurtpleintje Sint Kathelijnestraat vanaf 13 juni. Het buurtpark in de Sint Kathelijnestraat & het buurtpark aan de Boomse Vissers (Schorrestraat) blijven open en bereikbaar, behalve tijdens de festivaldagen (donderdag tot en met maandag). 

Trollenbos

Van 24 juni t.e.m. 14 juli en van 5 augustus t.e.m. 8 augustus zijn de trollen van kunstenaar Thomas Dambo in De Schorre enkel toegankelijk via het buurtparkje in de Sint-Katelijnestraat in Boom wegens de opbouw van het evenement Tomorrowland. Je kan 5 trollen bezoeken én de magische toren. De rest van het domein is via deze weg niet toegankelijk. Voor mensen die van verder weg komen (en dus niet te voet of met de fiets komen), is parking voorzien op de terreinen van Bevepal nv (Kapelstraat 156A, Boom). Van daaruit is de wandelroute naar het trollenbos aangeduid. Deze wandeling is ongeveer 1 km. Gratis parkeren op deze parking kan op week- en weekenddagen. Deze parking is geopend tussen 10 uur en 18 uur. Na 18 uur worden de poorten gesloten. De trollen zijn niet toegankelijk van 15 juli t.e.m. 4 augustus.

De Velodroom

De Velodroom blijft toegankelijk via de Rupeldijk, ook wanneer het domein van De Schorre afgesloten is. We raden aan om met de fiets te komen! Ze zullen wel hun deuren sluiten van 19 t.e.m. 30 juli. 

Contact

De onthaalbalie van De Schorre is gesloten vanaf 1 juli t.e.m. 8 augustus.
Op de weekdagen is het onthaal wel telefonisch bereikbaar tussen 9u en 17u (03 880 76 00) en via mail (onthaal@deschorre.be). Met uitzondering van 11 juli, 19 juli en 26 juli

Buurtbewoners kunnen met vragen, opmerkingen of problemen terecht bij de ombudsman van Tomorrowland en zijn team. Dit kan via het gratis nummer 0800/19009 (vanaf 1 juli t.e.m. 31 juli) of buurt@tomorrowland.be. Meer info vind je ook op de buurtwebsite boomrumst.tomorrowland.com.

Bart Van Acker uit de provincie Antwerpen is Vlaamse Jonge Ondernemer 2019

publish date
07.06.2019
???module.newsItem.label.themes???
Bart Van Acker Vlaamse jonge ondernemer 2019

De provincie Antwerpen feliciteert Bart Van Acker met de titel Vlaamse Jonge Ondernemer 2019. In april behaalde Bart Van Acker al de titel van Antwerpse Jonge Ondernemer van het jaar 2019. Op 6 juni verdedigde hij de kleuren van de provincie Antwerpen in de Vlaamse finale en won. Van Acker is een positief rolmodel voor andere bedrijven. Zijn bedrijf QbD (Quality by Design) is uitgegroeid tot de Belgische referentie op het vlak van consultancy voor oa de life sciences, cosmetica-, health care- en voedingsindustrie. 

QbD is gevestigd in Wilrijk. 

 

Volgende van de detaillijst