Invasieve exoten

Invasieve exoten kunnen schade veroorzaken, bijvoorbeeld verminderde biodiversiteit, landbouwschade, allergische reacties, overstromingen, …

De twee belangrijkste strategieën om invasieve exoten te controleren zijn preventie en beheer van de populatie.

Beide manieren van aanpak zijn complementair maar het is ecologisch en economisch interessanter om nieuwe introducties te vermijden dan nadien die populaties te moeten bestrijden eens ze in het wild verspreid zijn.

Alternatieven voor invasieven
Nieuwe introducties voorkomen is de goedkoopste manier om problemen te vermijden. Binnen het AlterIAS-project werd een brochure uitgewerkt met alternatieven voor invasieve planten. Ook het kiezen voor autochtone bomen en struiken helpt onze natuur een stap vooruit.

Snelle detectie
Als invasieve exoten toch “ontsnappen” is een snelle detectie cruciaal. Daarom werd een “Waarschuwingssysteem Invasieve Exoten” uitgewerkt om meldingen van invasieve exoten snel tot bij terreinbeheerders en bevoegde overheden te krijgen.

Bestrijding
Snel ingrijpen ligt voor de hand. Anders wordt het veel moeilijker, duurder of praktisch niet meer haalbaar. Wanneer te lang wordt gewacht, kan de beheerder zich enkel nog concentreren op het beheersen van de populatie.

Wat kun jij doen?

  • Plant of dump geen invasieve exoten in de natuur
  • Onderteken de gedragscode AlterIAS
  • Geef je waarnemingen van invasieve exoten door
  • Werk mee als er bestrijdingsacties opgezet worden
  • Koop geen kikkers en schildpadden. Inheemse kikkers en salamanders vinden zelf hun weg naar de vijver
Canadese ganzen
Canadese ganzen

Momenteel lopen er acties rond volgende soorten:

  • Zomerganzen

‘Zomerganzen’ zijn ganzen die na de winter niet wegtrekken, maar hier in de zomer blijven om in het wild te broeden. Voorbeelden zijn de Canadese gans en de nijlgans. Ook ontsnapte gedomesticeerde ganzen worden bij de zomerganzen gerekend.
Het aantal zomerganzen is de voorbije 20 jaar enorm toegenomen. Dat leidt op bepaalde plekken tot economische en ecologische schade.

Zomerganzen grazen aan landbouwgewassen, net in het groeiseizoen, of brengen schade toe aan teelten door vertrappeling of vervuiling met uitwerpselen. Daarnaast ondervinden recreatiedomeinen grote hinder door vervuiling (zwem)water, ligweiden, … Maar ook kwetsbare planten in natuurgebieden kunnen plaatselijk schade ondervinden.

Ook in Provincie Antwerpen (Turnhout, Mechelen, Willebroek, Antwerpen…) zijn er te veel Canadese ganzen. De Canadese gans is een uitheemse soort, die in Vlaanderen als siervogel werd ingevoerd, maar ontsnapt is en zich intussen massaal in het wild heeft voortgeplant.

Om de populatie van deze invasieve uitheemse soort in te perken kunnen verschillende maatregelen toegepast worden: jacht in het najaar, eieren schudden en prikken in het voorjaar en vangen in de zomer.

In de periode van 15 juni tot 15 juli verliezen ganzen hun slagpennen (= ruien), waardoor ze tijdelijk niet kunnen vliegen. Ze troepen dan samen op wateren. Tijdens deze periode worden er gecoördineerde afvangsten georganiseerd van overzomerende ganzen.

Deze actie is een gemeenschappelijk initiatief van het Agentschap voor Natuur en Bos, de provincie Antwerpen, Natuurpunt, INBO en Rato en kadert eveneens in het project RINSE.
Met de steun van Europa wil het project RINSE (Interreg 2 zeeën, 2012-2014) de impact van de niet-inheemse soorten reduceren.Meer info:www.rinse-europe.eu

Stierkikker
Stierkikker

Stierkikker
De stierkikker (ook wel brulkikker genoemd) is een zeer grote en vraatzuchtige Noord-Amerikaanse kikker. In zijn oorspronkelijk verspreidingsgebied heeft hij vijanden zoals de Amerikaanse krokodil, de alligator, bijtschildpadden en wasberen. In onze streken heeft hij die vijanden niet, waardoor hij zich ongehinderd kan voortplanten.

De stierkikker werd aanvankelijk in Europa ingevoerd voor de kweek van kikkerbillen. Maar hij heeft helaas ook zijn weg gevonden naar de vrije natuur. Hij verovert daar ondiepe vijvers. Hij eet beschermde inheemse amfibieën op, maar ook libellen, vissen en zelfs kleine watervogels.

Bovendien kan de stierkikker drager zijn van een schimmel en een virus. Zelf heeft hij daar weinig last van, maar inheemse amfibieën, zoals de zeldzame vroedmeesterpad en de vuursalamander, worden er wel ziek van en sterven erdoor.

In de provincie Antwerpen komen meerdere populaties stierkikkers voor in het gebied van de Grote Nete. Daarnaast zijn er ook enkele kleinere geïsoleerde populaties in Hoogstraten, Arendonk en Kasterlee. In overleg met deze gemeentes, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en Hyla worden door Natuurwerk vzw wegvangstacties uitgevoerd in deze geïsoleerde populaties.