Every Collection Hides Another Collection

Every Collection Hides Another Collection - maquette

De provincie Antwerpen heeft een uitgebreide kunstcollectie en wil die dan ook graag tonen aan het grote publiek. Kunstenaar Nico Dockx kreeg de opdracht om in de publieke zone van het provinciehuis een installatie te voorzien.

Het resultaat: een kunstenkabinet genaamd 'Every Collection Hides Another Collection'. Daarin vind je een selectie van werken uit de kunstcollectie.

Regelmatig zullen er andere stukken te bewonderen zijn. Periodiek ligt de focus op een specifieke kunstenaar of thema. Dan integreren we ook bruiklenen, om de werken meer context te geven.

Voor de realisatie van de constructie werkte Nico Dockx nauw samen met Studio Zuidervaart. Het hout voor de palen komt uit een restverzameling van een gepensioneerd schrijnwerker, en kent op deze manier een zinvol en duurzaam (her)gebruik.

Sluitstuk pilootproject Kunst in Opdracht

De installatie is het sluitstuk van onze deelname aan het pilootproject Kunst in Opdracht, een initiatief van de Vlaamse Overheid. Doel is onze kunstcollectie, die de voorbije 50 jaar tot stand kwam en al die tijd een ietwat verborgen bestaan leidde in de gangen, kantoren en vergaderzalen van het vorige provinciehuis, aan een breder publiek te tonen. De locatie van de installatie, in het publiek toegankelijke deel van het provinciehuis, is dan ook bewust gekozen. 

Eerste presentatie vanaf 20 oktober

Je kan 'Every Collection Hides Another Collection' vrij bezoeken vanaf 20 oktober 2020, op werkdagen van 8 tot 18 uur. Gesloten tijdens het weekend, op 2 en op 11 november en tussen kerst en nieuwjaar. Er gelden coronamaatregelen voor bezoekers.

De eerste presentatie bestaat uit een hondertal objecten. Het opzet is om de verscheidenheid van de collectie te benadrukken. Niet alleen wat betreft de verschillende disciplines die vertegenwoordigd zijn, maar ook met betrekking tot de wijze waarop, en de uiteenlopende redenen waarom de werken werden verworven. Dit alles in de geest van het pilootproject, waarin collectievorming en het omgaan met publieke collecties centraal stonden. 

Jan Cockx, Portret van Roger Avermaete, 1919, olieverf op doek

Jan Cockx - Portret van Roger Avermaete

1919
olieverf op doek
lijst: 184 x 126 cm
legaat Roger baron Avermaete, 1988

Een typisch jaren 80-verschijnsel in het vorige provinciehuis zijn de zogenaamde kunstkabinetten. Met de afwerking van de Park- en Harmonievleugels in de zomer van 1980 kwam er veel ruimte ter beschikking voor de presentatie van kunst. Naast het initiatief voor enkele grote kunstintegratie-opdrachten werd tevens het plan opgevat om de op dat moment nog bescheiden kunstcollectie door middel van giften uit te breiden. In het daaropvolgende decennium volgden de schenkingen door kunstenaars of hun nabestaanden en bij uitzondering ook door privéverzamelaars, elkaar in snel tempo op. 

Tussen 1981 en 1993 – allen tijdens de ambtsperiode van gouverneur Kinsbergen – werd een tiental ensembles in ontvangst genomen. Een van de laatste grote schenkingen gebeurde door Roger Avermaete, zelf geen kunstenaar, maar in de eerste helft van de 20ste eeuw alomtegenwoordig in het culturele leven van Antwerpen en ver daarbuiten. In zijn laatste levensjaar schonk Avermaete zijn volledig geschreven oeuvre en een deel van zijn persoonlijke kunstcollectie aan de provincie. Centraal in het Kabinet Roger baron Avermaete hing het levensgrote portret dat de Boechoutse schilder en ceramist Jan Cockx kort na de Eerste Wereldoorlog van de flamboyante Avermaete schilderde. Het is zonder twijfel een van de absolute topstukken van de provinciale collectie.

Jan Dries, Vol-ledig, 1973, carraramarmer

Jan Dries - Vol-ledig

1973
Carrara-marmer
diameter: ca. 62 cm
aankoop, 1984

De provinciale collectie is afgestemd op het vorige provinciehuis, een gebouw dat werd ontworpen in de jaren 60 en volgens de normen van die tijd voor elke ambtenaar een afzonderlijk kantoor voorzag. Een gebouw met veel muren dus, geschikt om vlakke kunstobjecten aan op te hangen. Beeldhouwwerken maken daarom hooguit 15 procent van de verzameling uit. Bovendien gaat het meestal om kleinere objecten die makkelijk in een kantooromgeving konden worden opgesteld. 

Een van de zeldzame uitzonderingen is deze prachtige marmersculptuur van Jan Dries. Ze werd in 1984 aangekocht en stond tot aan de afbraak van het vorige provinciehuis in 2013 onafgebroken opgesteld in een van de gangen van de Parkvleugel, het gedeelte van het provinciecomplex dat slechts beperkt toegankelijk was voor het publiek. Als een van de favorieten uit de collectie ging de sculptuur wel geregeld op reis voor tijdelijke tentoonstellingen, in 2018 zelfs naar Shanghai.

Zoals een familielid van de in 2014 overleden beeldhouwer terecht opmerkte: misschien zijn in het nieuwe provinciehuis, met zijn grote open ruimtes en beperkt muuroppervlak, nu de beeldhouwers aan de beurt?

Maria Aldernaght, Portret van Joseph De Beer, 1945, olieverf op doek

Maria Aldernaght  - Portret van Joseph De Beer

1945
olieverf op doek
lijst: 117 x 117 cm
overdracht, 2016

Kleine gebeurtenissen kunnen grote gevolgen hebben. Na een dispuut met het Antwerpse stadsbestuur neemt Joseph De Beer omstreeks 1934 ontslag als lid van de Beheerscommissie van de stedelijke musea Steen en Vleeshuis. Kort nadien richt hij samen met enkele gelijkgestemden de Vereeniging Museum voor Vlaamsche Beschaving en Openluchtmuseum op, die onderdak krijgt in het kasteel Sterckshof in Deurne. In de jaren die daarop volgen vult De Beer het kasteel met een allegaartje aan archeologische, natuurhistorische, volkskundige en kunstambachtelijke objecten. Wanneer hij in 1953 overlijdt wordt het museum herdoopt tot provinciaal Museum voor Kunstambachten Sterckshof. Uit de gestaag uitdijende verzameling ontstaan in de daaropvolgende decennia de provinciale musea voor fotografie (nu FOMU), textiel en mode (nu MoMu) en diamant en zilver (nu DIVA). 

De erfenis van het Sterckshof heeft ook haar stempel gedrukt op de kunstcollectie van het Antwerpse provinciehuis. Als museum voor kunstambachten had het Sterckshof sinds het einde van de jaren 50 een ruime collectie eigentijdse sierkunsten uitgebouwd, die gaandeweg naar de depots verdween. Doorheen de jaren werden delen van deze ‘restverzameling’ aan de collectie van het provinciehuis toegevoegd. Een laatste keer gebeurde dit in 2016, toen het Sterckshof definitief werd ontruimd en meer dan tweehonderd objecten, een groot aantal wellicht nog door Joseph de Beer verzameld, aan de kunstcollectie werden overgedragen. Een van deze objecten was dit portret van de grondlegger van de provinciale kunstverzamelingen.

José Crunelle, De legende van Brabo en Antigoon, 1952, geweven wol

José Crunelle - De legende van Brabo en Antigoon

1952
geweven wol
362 x 585 cm
wedstrijd/opdracht, 1952

Een deelverzameling die beperkt is in aantal maar een duidelijke functie had in het vorige provinciehuis is de collectie wandtapijten. Zo goed als alle tapijten werden in de jaren 80 aangekocht of in bruikleen genomen om er de representatieve ruimtes van de Parkvleugel mee te verluchten. Voor de provincieraadzaal werd bovendien een reusachtig wandtapijt ontworpen door Julien Van Vlasselaer, die als belangrijkste externe raadgever van de verfraaiingscommissie ook een hele galerij in de Parkvleugel naar zich vernoemd kreeg.

De eerste aankoop dateert echter van vóór die tijd. In het najaar van 1951 schrijft het provinciebestuur een wedstrijd uit voor het ontwerpen van een wandtapijt. Ondanks het prijzengeld van 25.000 Belgische frank dienen slechts veertien kunstenaars een ontwerp in. Tijdens een tentoonstelling in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen selecteert een jury uiteindelijk het ontwerp van Brusselaar José Crunelle. Het tapijt wordt in de loop van 1952 geweven door de firma Gaspard De Wit uit Mechelen en krijgt in de loop van 1953 een plaats in de trapzaal van het herenhuis aan de Koningin Elisabethlei 18 waar het bestuur op dat moment nog gehuisvest is. Bij de ingebruikname van de Parkvleugel in 1980 krijgt het een prominente plaats in de Koning Boudewijnzaal.

Dit tapijt vind je niet fysiek in de kunstinstallatie, maar het is er wel vertegenwoordigd met foto's en documenten uit het archief.

Michèle Matyn, God is a Deejay, 2010, digitale print op papier

Michèle Matyn - God is a Deejay

2010
digitale print op papier
lijst: 138 x 115 cm
aankoop, 2010

Tot 2013 organiseerde de provincie Antwerpen een aanmoedigingsprijs voor jonge beeldende kunstenaars onder de wat archaïsche benaming Provinciale Prijs voor Beeldende Kunst van de Provincie Antwerpen. De geschiedenis van de prijs gaat decennia terug in de tijd en kende doorheen de jaren vele gedaantewisselingen. In haar laatste incarnatie, geïntroduceerd kort na de eeuwwisseling, was de prijs een tweejaarlijks initiatief voor Antwerpse beeldende kunstenaars tot veertig jaar. Een jury van externe specialisten koos uit de ingezonden dossiers een laureaat die een geldprijs ontving en samen met twee of drie extra geselecteerden een tentoonstelling met publicatie kreeg aangeboden. Het concept was gangbaar in de meeste andere Vlaamse provincies.

De Provinciale Prijs was een manier om jonge lokale kunstenaars te ondersteunen en liep als opzet dan ook parallel aan de aankopen voor de kunstcollectie. De twee initiatieven hadden immers als doel om enerzijds ‘de beste’ kunstenaar uit de provincie te belonen en anderzijds de meest representatieve kunst uit de provincie te verzamelen. Een grote overlapping lijkt dan ook evident. Toch is het opvallend dat dit slechts voor een minderheid van de laureaten sinds 2000 opgaat. Van Michèle Matyn, de laatste laureaat van de prijs in 2013, werd drie jaar eerder wel deze foto aangekocht.