Bestrijding

Wil je op de hoogte blijven van de verspreiding en meest actuele bestrijdingstechieken en -middelen?  Schrijf je in voor de nieuwsbrief. 

Deze pagina geeft een antwoord op volgende vragen: 

  1. Waar bestrijden?
  2. Welk bestrijdingsmiddel mag ik gebruiken?
  3. Waar mag ik spuiten in de gemeente?
  4. Wie kan me helpen bij de bestrijding?
  5. Wanneer pas ik welke bestrijdingsmethode toe?
  6. Welke bestrijdingsmethoden bestaan er?
  7. Voorbeeldbestek technische bepalingen

 

Meer lezen? De provincie gaf een vormingwebinar over het bestrijden van de eikenprocessierups. De presentaties lees je hier

1. Waar bestrijden?

De Provincie Antwerpen adviseert om enkel te bestrijden in woonkernen of op andere drukbezochte publieke plaatsen zoals wandel- of fietswegen. In natuur- of bosgebieden wordt het biologisch evenwicht normaal gezien behouden door de natuurlijke vijanden van de rups en ondervindt de mens weinig hinder. Geen bestrijdingsmaatregelen nemen is het meest milieuverantwoorde beheer.

Rupsen en nesten wegzuigen of manueel verwijderen heeft de voorkeur op branden. Enkel als voorgaande methoden geen oplossing bieden, is een bestrijding met een erkend pesticide te overwegen.

2. Welk bestrijdingsmiddel mag ik gebruiken? 

Sinds 1 januari 2015 geldt voor alle openbare diensten een verbod op het gebruik van pesticiden. Federaal erkende producten mogen gebruikt worden mits een voorafgaande toelating van de Vlaamse Milieumaatschappij en onder strikte voorwaarden. Niet erkende pesticiden mogen vanzelfsprekend niet gebruikt worden voor de bestrijding.

Voor de bestrijding van eikenprocessierupsen met biociden zijn er in 2020 twee types producten op de markt, die afhankelijk van de locatie mogen ingezet worden. Binnen de bebouwde kom en niet in de buurt van oppervlaktewater dient te bestrijding te gebeuren met NeemPro®tect . Indien je eikenprocessierupsen wil bestrijden met biociden buiten de bebouwde kom of binnen de bebouwde kom maar in de buurt van oppervlaktewater (grachten, poelen, beken, rivieren) gebruik je het product Foray® ES op basis van de werkzame stof Bacillus thuringiensis

Gelet op de potentiele negatieve inpact van NeemPro®tect vragen we extra aandacht bij het juiste gebruik. Hieronder vind je de samenvatting van de karakteristieken van NeemPro®tect terug. 

Om te beslissen waar welke maatregelen aangewezen zijn gebruik je de beslissingsboom uit de provinciale leidraad beheer eikenprocessierups. 

3. Waar mag ik spuiten in de gemeente?

Enkel voor plaatsen waar in 2019 grote hinder werd geregistreerd (via het aantal ingegeven nesten) kan je via een aanvraag bij de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) toelating krijgen om de eikenprocessierups te bestrijden met een erkend biocide.

Daarvoor teken je de locaties waar je preventief wil spuiten in op de eikenprocessierupsenkaart. Je krijgt natuurlijk geen toelating als de locatie gelegen is in een voor de natuur kwetsbaar gebied. Deze plaatsen zijn alle aangeduid op de eikenprocessierupsenkaart.

Opgelet, bij gebruik van NeemPro®tect moet je aan VMM op voorhand een toelating vragen via Procedure 3, voor gebruik van Foray® ES  is op voorhand een melding verplicht via procedure 1. Meer informatie en de te nemen stappen vind je op Zonder is Gezonder.

Als je toelating krijgt om te spuiten, worden er voorwaarden opgelegd die strikt nagevolgd moeten worden. De gebruikte hoeveelheden bestrijdingsmiddel moeten bijgehouden en gerapporteerd worden aan de VMM vóór 1 april van het jaar volgend op de behandeling.

4. Wie kan me helpen bij de bestrijding?

Hieronder kan je een PDF downloaden met aannemers voor de bestrijding van de eikenprocessierups. Deze lijst is gebaseerd op de meest recente, ons bekende gegevens.

Het verwijderen van nesten van de eikenprocessierups brengt gevaarlijk dierlijk afval met zich mee. Tot hiertoe kennen we twee verwerkingsbedrijven in de omgeving die een vergunning hebben om de rupsenresten te verbranden. In het document hieronder vind je meer informatie.

5. Wanneer pas ik welke bestrijdingsmethode toe? 

Afhankelijk van de fase waarin de rupsen zich bevinden, worden ze op een andere manier bestreden. Zie punt 6 hieronder voor de verschillende bestrijdingstechnieken.

Stand van zaken 2020

Eerste stadium (advies 7 april)

Tweede stadium (advies 27 april)

Tweede stadium (advies 4 mei)

Derde stadium (advies 18 mei)

Vierde stadium (advies 26 mei)

 

Stand van zaken 2019

Stand van zaken 2018

6. Welke bestrijdingsmethoden bestaan er? 

Als de eikenprocessievlinder moet bestreden worden, zijn het zuigen en manueel verwijderen van jonge en volgroeide rupsen de meest directe en milieuvriendelijke manieren. Deze methodes zijn effectief en leveren minder risico’s op voor mens en milieu dan het gebruik van biociden. Ook branden heeft de voorkeur op biocidenbehandeling, maar dit geeft meer risico op beschadiging van de bomen, het ontstaan van bermbranden en het ongewild verspreiden van brandharen.

Zuigen, manueel verwijderen en branden zijn arbeidsintensief, en vooral later in het seizoen is er risico op blootstelling aan vrijkomende brandharen. 

Op 05/03 gaf de provincie een vormingsdag over het bestrijden van de eikenprocessierups, ook de verschillende bestrijdingsmethoden kwamen aan bod. De presentaties van deze dag lees je hier

 

Zuigen of manueel verwijderen:

Je kan grote hoeveelheden rupsen opzuigen met industriële stofzuigers, een mesttank of een kolkenzuiger. Voor de bestrijding van net uitgekomen rupsen zonder brandharen (tot derde larvestadium, wel moeilijk te zien) zijn stofzuigers geschikt. Bijzondere voorzorgsmaatregelen zijn dan ook nog niet nodig.
Rupsen met brandharen (juni – augustus) kan je beter opzuigen met een zware industriële stofzuiger of een mesttank met vacuümpomp, gedeeltelijk gevuld met water met een onderdruk van minstens 3 bar. De brandharen worden in het water nagenoeg onschadelijk.
Zuigen moet je net als branden per seizoen verschillende keren herhalen (vier tot vijf keer). Oude spinselnesten kan je met deze methode het hele jaar door opruimen. Om de omgeving zo min mogelijk te belasten wordt aangeraden dit te doen onder natte omstandigheden.
Met zuigen begin je in het voorjaar, kort na het uitkomen van de eieren. De rupsjes verzamelen zich dan aan de onderkant van dikkere takken en zien eruit als donkerharige bolletjes. Omdat ze nog geen brandharen bezitten en weinig volume hebben, kan je snel werken met een hoog rendement. Bij voorkeur zuig je ’s ochtends, omdat jonge rupsen later op de dag beginnen rond te kruipen. Vanaf begin juni zitten oudere rupsen op de stammen en kun je er met de zuiger gemakkelijk de hele dag bij.

Kleine aantallen nesten kunnen ook manueel verwijderd worden. Rupsrestanten met brandharen moeten steeds afgevoerd worden via een erkende verwerker.

Branden:

Zodra jonge rupsen zich op de stam verzamelen, kun je beginnen met ze weg te branden. Belangrijk zijn goede instructies voor de uitvoering, omdat je zeer nauwkeurig moet werken. Je vermijdt schade aan de bast van de boom door de vlam niet loodrecht op de stam te richten, maar er langs te strijken zoals een schilder met zijn kwast. Brand alleen met het gele deel van de vlam. Begin bovenaan zodat de gevallen rupsen nogmaals door de vlam komen. Om te voorkomen dat rupsen die van de boom vallen weer tegen de stam opkruipen, brand je best na op de grond. Pas op voor bermbranden. Tijdens het seizoen moet je de methode enkele keren herhalen, zodat rupsen die op een later tijdstip van de kroon naar de stam kruipen alsnog worden vernietigd.
Voordeel van branden is dat je snel en flexibel kunt werken, vooral vroeg in het seizoen. Er zijn ook wel nadelen verbonden aan deze manier van werken. Een risico van deze methode is beschadiging van de cambiumlaag van de eik en de kans op bermbranden. Het is niet aangenaam werken bij warm weer en de kledij moet na het werken weggegooid worden.
Er zijn verschillende propaanbranders op de markt. Om op een hoogte van twee, drie meter vanaf de grond te kunnen branden, gebruikt je best een verlengstuk.

Bladbespuiting met biociden:

Wanneer er op basis van monitoring van de aantasting in vorige jaren grote aantallen worden verwacht op specifieke plaatsen, kan je de bladeren met biociden bespuiten. Daardoor voorkom je dat later in het seizoen vervellingshuidjes en dode rupsen uit de bomen vallen. Voor het gebruik van een erkend biocide tegen eikenprocessierups moet je eerst toelating aanvragen bij de Vlaamse Milieumaatschappij.

Voor 2020 is er voorlopig slechts één product erkend, met name Neem-Protect®. Dit product is minder selectief dan producten op basis van Bacillus thuringiënsis (BT) en kan dus ook schade berokkenen aan andere insecten. Het product moet dus weloverwogen toegepast worden. Er is een tijdelijke toelating aangevraagd voor het op BT gebaseerde Foray®ES, maar nieuws over een eventuele goedkeuring verwachten we ten vroegste begin maart 2020.

Het gewenste resultaat krijg je alleen als de bomen voldoende blad hebben. De rupsen zelf bespuiten heeft geen zin, ze moeten het bestrijdingsmiddel opnemen via hun voedsel. De periode waarin je kunt spuiten is zeer beperkt. De weersomstandigheden moeten ook optimaal zijn. Het mag tot 24 uren na de bespuiting niet regenen, anders spoelt de stof weg van de bladeren.

Richtlijnen voor de preventieve bestrijding worden gecommuniceerd via de nieuwsbrief en het geïntegreerd bestrijdingsplan (in opmaak voor 2020). Niet erkende pesticiden mogen vanzelfsprekend niet gebruikt worden.

7. Voorbeeldbestek technische bepalingen 

Het bestrijden en verwijderen van rupsen dient vakkundig uitgevoerd te worden. Nauwkeurige technische bepalingen in een bestek zorgen ervoor dat de meest efficiënte, ecologische en veilige bestrijding wordt toegepast.
Een voorbeeldbestek opgemaakt door de provincie kun je hieronder downloaden.

Waar kan je terecht bij vragen over de eikenprocessierups?